WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

Ignoring signs from nature January 23rd, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Ignoring signs from nature

An eye-opening book by Mark Kurlansky helps readers to reflect on current societal choices by diving into the history of a topic that may at first seem uninspiring, the cod.

For more than a thousand years Europeans have fished in remote waters, thousands of kilometres from their homeland. Conflicts between nations over fishing have an equally long and dynamic history. Until the last century, rules and regulations in the industry only aimed at securing and protecting trade (and therefore political power), never on protecting the carrying capacity of our natural system.

The North Atlantic Cod, which is a fish that lives on the bottom of the ocean, was typically caught with fishing lines, and overfishing was never at stake, or at least not until last century.

Already by the 13th century, merchants from northern Germany organised trade across Europe through their Hanseatic League. Gradually, they expanded fishing regulations in the northern waters of the Atlantic, from the Baltic Sea all the way to Iceland. Even as relations between nations shifted over the centuries, the Basques in northern Spain and southwest France were little bothered by these rules. They caught whales and cod, mainly for the Mediterranean market, while avoiding fishing grounds where other nations were active.

As early as the year 1000, the Basques had greatly expanded the international cod trade. While they had the advantage of being able to dry sea salt by evaporation, something countries further north were not able to do, they were also remarkable ship builders. Some 500 years before Columbus, the Basques were already fishing the world’s richest cod grounds along the coast of Canada, in the waters now called the Grand Banks. While other countries were keen to claim the discovery of new lands, the Basques were pragmatic traders and preferred to keep their fishing ground secret for as long as possible.

But when there are riches to harvest, secrets get out sooner or later. The 16th century gold rush to the southern part of the Americas was soon followed by the cod rush to the northern part, at first by Portugal and Spain, later also by the English, French, Dutch and Scandinavians. Access to salt to preserve fish for the trip home became a necessity as sailors explored fishing grounds across the Atlantic. (The wars fought over salt and its role in the fish and other trade are described in Kurlansky’s other inspiring book, Salt.)

In an address to the International Fisheries Exhibition in London in 1883, British scientific philosopher Thomas Henry Huxley used Darwin’s theory to convince the world that over-fishing was an unscientific and unreasonable fear. Nature would send signals as fish stocks dropped. The bountiful harvests in the northwest Atlantic gave a false impression that cod could never be extinguished, notwithstanding the observations of fishermen. This blind belief in the ability of nature to cope with human interference and the arrogant attitude to dismiss local knowledge would be reflected in Canadian government policy for the next hundred years.

While discoveries such as the telegraph allowed fishermen to learn about market prices and receive warnings about storms, fishing vessels and methods also started to change, enabling greater catches year after year.

In fact, by the 1890s, just ten years after Huxley gave his convincing speech to world leaders, fish stocks were already showing signs of depletion in the North Sea. People turned a blind eye. Instead of thinking about conservation, European fleets moved on to richer waters around Iceland. As traditional fishing with fish lines had been replaced by trawlers, nets that sweep the ocean floor entangled any fish it encountered with devastating effect on ocean biodiversity. Trawlers require more energy than the muscles of seafarers can provide, so the new ships were made possible by the introduction of the steam engine.

In Canada, the fishing grounds of the Grand Banks were at first still spared from these technological developments partly because Canadian fishermen stuck to their traditional fishing lines which required far less investment. And because the expense of using coal discouraged the European fleets from crossing the Atlantic. But it was just matters of years. Coal was soon replaced by diesel and industrial fishing boats began trawling for cod.

Capture of the Atlantic northwest cod stock in million tonnes

In the 1950s, the frozen fish stick dealt a final blow to the seemingly endless cod stocks. The breaded, tasteless fish sticks in cardboard boxes became an instant commercial success, making it “a pleasure for families to prepare, serve and eat” according to one of the adverts of that time. This change in consumption behaviour led to such a sharp increase in unsustainable fishing practices that the cod stock completely collapsed in the 1990s.

We are currently facing tremendous challenges such as climate change and loss of biodiversity, because of the way we produce and consume our food. How many more signs do we need from nature before we start to take proper decisions? Debate is all well and good, unless one side is simply wrong. Environmental arguments should not continue until human greed causes natural disaster.

Credit

Photo of cod: © Gilbert Van Ryckevorsel / WWF-Canada.

Time series for the collapse of the Atlantic northwest cod stock, capture in million tonnes. Based on FishStat database FAO. Copyright by Epipelagic under Creative Commons license CC BY-SA 3.0.

Further reading 

Mark Kurlansky. 1999. Cod. A Biography of the Fish that Changed the World. Vintage: ‎ Random House UK, 304 pp.

Related Agro-Insight blogs

A history worth its salt

Fishing changes

When the bees hit a brick wall

From Uniformity to Diversity

 

Signalen van de natuur negeren

Mark Kurlansky heeft een boek geschreven dat de lezer helpt na te denken over de huidige maatschappelijke keuzes, door in de geschiedenis te duiken van een onderwerp dat op het eerste gezicht misschien weinig inspirerend lijkt: de kabeljauw.

Al meer dan duizend jaar vissen Europeanen in afgelegen wateren, duizenden kilometers van hun vaderland. Conflicten tussen naties over de visserij hebben een even lange en dynamische geschiedenis. Tot in de vorige eeuw waren de regels en voorschriften in de sector uitsluitend gericht op het veiligstellen en beschermen van de handel (en dus van de politieke macht), nooit op het beschermen van de draagkracht van ons natuurlijk systeem.

De Noord-Atlantische kabeljauw, een vis die op de bodem van de oceaan leeft, werd meestal gevangen met vislijnen, en overbevissing was nooit aan de orde, althans niet tot in de vorige eeuw.

Reeds in de 13e eeuw organiseerden kooplieden uit Noord-Duitsland via hun Hanzesteden de handel in heel Europa. Geleidelijk aan breidden zij de visserijvoorschriften in de noordelijke wateren van de Atlantische Oceaan uit, van de Oostzee helemaal tot IJsland. Zelfs toen de betrekkingen tussen de naties in de loop der eeuwen veranderden, hadden de Basken in Noord-Spanje en Zuidwest-Frankrijk weinig last van deze regels. Zij vingen walvissen en kabeljauw, hoofdzakelijk voor de mediterrane markt, en vermeden visgronden waar andere naties actief waren.

Reeds in het jaar 1000 hadden de Basken de internationale kabeljauwhandel sterk uitgebreid. Terwijl zij het voordeel hadden dat zij zeezout konden drogen door verdamping, iets waartoe landen verder naar het noorden niet in staat waren, waren zij ook opmerkelijke scheepsbouwers. Ongeveer 500 jaar vóór Columbus visten de Basken reeds op ‘s werelds rijkste kabeljauwgronden langs de kust van Canada, in de wateren die nu de Grand Banks worden genoemd. Terwijl andere landen graag de ontdekking van nieuwe landen opeisten, waren de Basken pragmatische handelaars en hielden zij hun visgronden liever zo lang mogelijk geheim.

Maar als er rijkdommen te oogsten zijn, komen geheimen vroeg of laat aan het licht. De 16e-eeuwse goudkoorts naar het zuidelijke deel van Amerika werd al snel gevolgd door de kabeljauwkoorts naar het noordelijke deel, eerst door Portugal en Spanje, later ook door de Engelsen, Fransen, Nederlanders en Scandinaviërs. Zout om de vis te bewaren voor de thuisreis werd een noodzaak toen de zeelieden de visgronden aan de overzijde van de Atlantische Oceaan verkenden. (De oorlogen die om zout werden uitgevochten en de rol die zout speelde in de handel in vis en andere producten worden beschreven in Kurlansky’s andere inspirerende boek, Salt).

In een toespraak tot de Internationale Visserij Tentoonstelling in Londen in 1883, gebruikte de Britse wetenschappelijke filosoof Thomas Henry Huxley de theorie van Darwin om de wereld ervan te overtuigen dat overbevissing een onwetenschappelijke en onredelijke angst was. De natuur zou signalen afgeven als de visbestanden afnamen. De overvloedige oogsten in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan wekten de valse indruk dat de kabeljauw nooit zou kunnen uitsterven, niettegenstaande de waarnemingen van de vissers. Dit blinde geloof in het vermogen van de natuur om met menselijke verstoringen om te gaan en de arrogante houding om plaatselijke kennis terzijde te schuiven, zouden de volgende honderd jaar hun weerslag vinden in het Canadese regeringsbeleid.

In feite vertoonden de visbestanden in de Noordzee in de jaren 1890, slechts tien jaar nadat Huxley zijn overtuigende toespraak voor de wereldleiders had gehouden, reeds tekenen van uitputting. Iedereen kneep een oogje dicht. In plaats van na te denken over natuurbehoud, verplaatsten de Europese vloten zich naar rijkere wateren rond IJsland. De traditionele visvangst met vislijnen was inmiddels vervangen door boten met sleepnetten die de oceaanbodem schoonvegen en alle vis verstrikken die ze tegenkomen, met verwoestende gevolgen voor de biodiversiteit in de oceanen.

In Canada bleven de visgronden van de Grand Banks aanvankelijk nog gespaard van deze technologische ontwikkelingen, deels omdat de Canadese vissers vasthielden aan hun traditionele vislijnen die veel minder investeringen vergden. En omdat de kosten van het gebruik van steenkool de Europese vloten ervan weerhielden de Atlantische Oceaan over te steken. Maar het was slechts een kwestie van jaren. Steenkool werd al snel vervangen door diesel en industriële vissersboten begonnen met de sleepnetvisserij op kabeljauw.

Vangst van noordwest Atlantische kabeljauw in millioen ton

In de jaren 1950 deelde de bevroren visstick een laatste klap uit aan de schijnbaar eindeloze kabeljauwbestanden. De gepaneerde, smaakloze vissticks in kartonnen dozen werden een onmiddellijk commercieel succes, waardoor het “voor gezinnen een plezier werd om te bereiden, op te dienen en te eten” volgens een van de advertenties uit die tijd. Deze verandering in het consumptiegedrag leidde tot zo’n sterke toename van niet-duurzame visserijpraktijken dat het kabeljauwbestand in de jaren negentig volledig instortte.

Door de manier waarop wij ons voedsel produceren en consumeren, staan wij momenteel voor enorme uitdagingen, zoals de klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit. Hoeveel signalen van de natuur hebben we nog nodig voordat we de juiste beslissingen gaan nemen? Debatteren is allemaal goed en wel, tenzij één partij het gewoon bij het verkeerde eind heeft. De milieudiscussie moet niet worden voortgezet tot de hebzucht van de mens een natuurramp veroorzaakt.

Innovating with roots, tubers and bananas January 16th, 2022 by

A new book edited by Graham Thiele and colleagues of the CGIAR Research Program on Roots, Tubers and Bananas (RTB) highlights research over the past decade on a remarkable group of crops that are grown from vegetative seed (such as cuttings and roots). Crops include potato, sweetpotato, cassava, yam and bananas, all of which were domesticated in the tropics and are a big part of the daily diet in many developing countries. Continued research on these crops is important to keep family farmers competitive, and to keep producing food locally in tropical countries.

One chapter of the book describes how cassava is becoming an ever more important crop in West Africa, both for food and for manufacturing (flour, starch and alcohol), yet this has led to a new problem. Cottage processors and food manufacturers are creating mounds of peels, rotting in the open air. Nigerian researcher Iheanacho Okike and colleagues describe their innovation to turn garbage to gold by converting peels into livestock feed. Various feed makers are now making cassava peels into meal, as a substitute for imported maize.

The potato currently enjoys high demand across Africa, where it can be grown at higher altitudes. But a bottleneck has been getting access to disease-free seed, especially of new varieties that farmers want. A chapter by Elmar Schulte-Geldermann and colleagues discuss techniques that can be used by national agricultural programs or local companies to produce lots of seed quickly, using aeroponics and rooted apical cuttings (two methods for growing potato plants from cuttings in nurseries). This seed is distributed to seed producers, who rear and sell seed for farmers.

Margaret McEwan and colleagues describe Triple S (storage in sand and sprouting), a way for smallholders to conserve sweetpotato seed roots during the dry season in nothing more complicated than sand pits lined with mud bricks.

Agricultural researchers have been urged for years to work more closely with farmers, but often with limited guidance about how to do so. This book fills some of that gap. Vivian Polar and other gender experts have a chapter on methods that plant breeders can use to ensure that new crop varieties meet the needs of women and men.

Jorge Andrade-Piedra and colleagues discuss methods for studying seed systems, usually managed entirely by farmers, with little outside influence. These practical study methods would be beneficial to any development organization or project interested in understanding local seed systems before engaging with them.

These and other chapters feature the agronomy and social innovations of yams, sweetpotatoes, cassava, potatoes and bananas. Few books compile the results of agricultural research over ten years, by such a large group of scientists. The results show the value of publicly-funded research to benefit smallholder farmers in the tropics.

Further reading  

Thiele, Graham, Michael Friedmann, Hugo Campos, Vivian Polar and Jeffery W Bentley (Eds.) 2022. Root, Tuber and Banana Food System Innovations Root, Tuber and Banana Food System Innovations: Value Creation for Inclusive Outcomes. Springer, Cham.

The book will be out soon, and can be pre-ordered online from various book-dealers.

Hügelkultur January 9th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Hügelkultur

In my previous blog “Capturing carbon in our soils” I gave some examples of how to store carbon in a healthy, living soil by adding compost and mulch, reducing ploughing and using plants to create a permanent soil cover. But there is also a more direct way of adding carbon to the soil, a technique called hügelkultur, a name which may not be the easiest to pronounce, but the concept is quite simple.

Hügelkultur is a German term meaning “mound cultivation.” In this method one builds garden beds using woody material, some nitrogen-rich material such as grass clippings or manure, and soil with compost arranged in long, tunnel-shaped mounds. The wood can be piled directly on top of the soil, or placed in dug out trenches. Depending on the size of the logs or branches that form the core of the mound, the wood can take 10 to 15 years to completely decompose. Over the years, your soil life and soil structure improve.

A major benefit is that the beds enriched with organic matter hold water much better. As my wife Marcella and I used to frequently travel for longer periods for work, we were not always sure we would be at home to water our garden, so we figured this technique would suit us well. Especially since our soil is very sandy and does not retain water well. So, we started with our first hügelbed some 3 years ago.

First we dug out a 10-meter long, one-meter wide trench to a depth of 40 cm. Then we cleaned up a lot of the old wooden logs and pruned branches of sick trees. We covered the branches with chunks of grass sod turned upside down, and finally we topped the bed up with the top soil and compost. The bed was about 1.2 meter high. We thought from now on, growing vegetables would be easier with less need for watering, but it turned out slightly differently.

As we had no clear idea yet what we would plant the first year, we decided to sow a mix of wild flowering plants to provide food for pollinators, such as bees, bumble bees, hover flies and butterflies. Within less than 2 months the bed was exploding with colours and the buzzing was a feast for the ears. This was a great idea, and it gave us some time to think through what vegetables and herbs we would plant the coming season, and how to arrange the crops on the bed.

After we installed the wood bed the next 2 summers were extremely dry, so even though we thought that we would experience the benefits of the raised bed starting in the second year, it turned out that we still needed to water it on a weekly basis. At first, I was puzzled that the buried wood was not holding water, but then I realized that on top of the wood we had deposited a double layer of grass sod (we just had too much of it). This had created a thick layer that roots of our tomatoes and other plants could not penetrate to reach the deeper parts of the bed where the moist wood was slowly decomposing.

Marcella also realized that planting on a slope is not as easy as the simplified drawings show on permaculture websites. Also, when watering the water readily flowed down the slope without having time to infiltrate. It looked like our soil structure was still not optimal even though the entire bed was covered with a mix of plants: both flowering wild ones and cultivated ones. To keep water from flowing down the slopes, Marcella often created small terraces to plant young seedlings. Improving soil structure takes time, and the need for continuous mulching became apparent.

Last winter I decided to make some extra wood beds to plant my different varieties of red current, goose berries, blue honeysuckle, raspberry and blackberries. Facing North-South to capture optimal sunlight, I set out to dig three trenches, each about one and a half meter apart. To boost the decomposition of the woody material, this time I decided to soak each layer of the beds with a solution of good microbes (effective microorganisms or EM) which I had prepared from local materials (see: Reviving soils).

The beds looked really nice and natural next to our little birch forest, but after two months the perennial grasses had already completely invaded the moist and nutrient-rich beds. As one learns by doing, I decided to use leftover tiles to make a border around the beds, to try to and keep the grasses out.

It takes time to find out what works best for you, and the future will tell us if these hügelbeds will live up to our expectations. What may look easy and simple on paper often requires some some patience as one adapts the idea locally.

Read more

Q.L. Luo, C. Hentges, C. Wright. 2020. Sustainable Landscapes: Creating a Hügelkultur for Gardening with Stormwater Management Benefits. Oklahoma Cooperative Extension Service. Click here.

Related Agro-Insight blogs

Capturing carbon in our soils

Community and microbes

Experimenting with intercrops

Living Soil: A film review

Reviving soils

Inspiring knowledge platforms

Access Agriculture: https://www.accessagriculture.org is a specialised video platform with freely downloadable farmer training videos on ecological farming with a focus on the Global South.

EcoAgtube: https://www.ecoagtube.org is the alternative to Youtube where anyone from across the globe can upload their own videos related to ecological farming and circular economy.

 

Hügelkultur

In mijn vorige blog “Koolstof vastleggen in onze bodems” gaf ik enkele voorbeelden van hoe koolstof kan worden opgeslagen in een gezonde, levende bodem door compost en mulch toe te voegen, minder te ploegen en planten te gebruiken om een permanente bodembedekking te creëren. Maar er is ook een meer directe manier om koolstof aan de bodem toe te voegen, een techniek die hügelkultur wordt genoemd, een naam die misschien niet de gemakkelijkste is om uit te spreken, maar het concept is vrij eenvoudig.

Hügelkultur is een Duitse term die ” heuvelteelt ” betekent. Bij deze methode bouwt men tuinbedden met houtachtig materiaal, wat stikstofrijk materiaal zoals grasmaaisel of mest, en grond met compost, gerangschikt in lange, tunnelvormige heuvels. Het hout kan direct op de grond worden gestapeld, of in uitgegraven greppels worden geplaatst. Afhankelijk van de grootte van de stammen of takken die de kern van de hoop vormen, kan het 10 tot 15 jaar duren voordat het hout volledig is afgebroken. In de loop der jaren verbetert het bodemleven en de bodemstructuur.

Een groot voordeel is dat de bedden die verrijkt zijn met organisch materiaal veel beter water vasthouden. Omdat mijn vrouw Marcella en ik vaak voor langere periodes op reis waren voor ons werk, waren we er niet altijd zeker van dat we thuis zouden zijn om onze tuin water te geven, dus dachten we dat deze techniek goed bij ons zou passen. Vooral omdat onze grond erg zanderig is en niet goed water vasthoudt. Zo’n 3 jaar geleden zijn we dus begonnen met ons eerste hügelbed.

Eerst groeven we een sleuf van 10 meter lang en 1 meter breed tot een diepte van 40 cm. Daarna hebben we veel van de oude houten stammen en gesnoeide takken van zieke bomen opgeruimd. We bedekten de takken met omgedraaide graszoden en bedekten het bed met de bovenste laag aarde en compost. Het bed was ongeveer 1,2 meter hoog. We dachten dat het voortaan gemakkelijker zou zijn om groenten te kweken en minder water te moeten geven, maar dat pakte toch iets anders uit.

Omdat we nog geen duidelijk idee hadden wat we het eerste jaar zouden planten, besloten we een mix van wilde bloeiende planten te zaaien om voedsel te bieden aan bestuivers, zoals bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. In minder dan 2 maanden tijd was het bed een explosie van kleuren en het gezoem was een lust voor het oor. Dit was een geweldig idee, en het gaf ons wat tijd om na te denken over welke groenten en kruiden we het komende seizoen zouden planten, en hoe we de gewassen op het bed zouden rangschikken.

Nadat we het houten bed hadden geïnstalleerd waren de volgende 2 zomers extreem droog, dus ook al dachten we dat we vanaf het tweede jaar de voordelen van het verhoogde bed zouden ervaren, het bleek dat we nog steeds wekelijks water moesten geven. Eerst was ik verbaasd dat het begraven hout geen water vasthield, maar toen realiseerde ik me dat we bovenop het hout een dubbele laag graszoden hadden gelegd (we hadden er gewoon te veel van). Hierdoor was een dikke laag ontstaan waar de wortels van onze tomaten en andere planten niet doorheen konden om de diepere delen van het bed te bereiken waar het vochtige hout langzaam aan het afbreken was.

Marcella realiseerde zich ook dat planten op een helling niet zo eenvoudig is als de vereenvoudigde tekeningen op permacultuur websites laten zien. Ook bij het bewateren stroomde het water gemakkelijk de helling af zonder tijd te hebben om te infiltreren. Het leek erop dat onze bodemstructuur nog steeds niet optimaal was, ook al was het hele bed bedekt met een mix van planten: zowel bloeiende wilde als gecultiveerde. Om te voorkomen dat het water langs de hellingen naar beneden stroomt, creëerde Marcella vaak kleine terrassen om jonge zaailingen te planten. Het verbeteren van de bodemstructuur kost tijd, en de noodzaak van continu mulchen werd duidelijk.

Vorige winter besloot ik enkele extra houten bedden te maken om mijn verschillende variëteiten van rode bessen, kruisbessen, honingbessen, frambozen en bramen te planten. Noord-zuid gericht om optimaal zonlicht op te vangen, begon ik met het graven van drie sleuven, elk ongeveer anderhalve meter uit elkaar. Om de afbraak van het houtachtige materiaal te stimuleren, besloot ik deze keer om elke laag van de bedden te doordrenken met een oplossing van goede microben (effectieve micro-organismen of EM) die ik had bereid uit plaatselijke materialen (zie blog: De bodem nieuw leven inblazen).

De bedden zagen er heel mooi en natuurlijk uit naast ons kleine berkenbosje, maar na twee maanden hadden de meerjarige grassen de vochtige en voedselrijke bedden al volledig ingenomen. Zoals je al doende leert, besloot ik om restjes tegels te gebruiken om een rand rond de bedden te maken, om te proberen de grassen buiten te houden.

Het kost tijd om uit te vinden wat voor jou het beste werkt, en de toekomst zal ons leren of deze hügelbedden aan onze verwachtingen zullen voldoen. Wat er op papier gemakkelijk en eenvoudig uitziet, vergt vaak enig geduld naarmate men het idee ter plaatse aanpast.

Farmers know how to keep seed healthy January 2nd, 2022 by

Vea la versión en español a continuación

Agricultural scientists have long concluded that the seed of some crops degenerates steadily with each planting. This is especially true for crops that are planted vegetatively, for example through cuttings or tubers, like the potato. Degeneration is the buildup of pests and diseases, passed one from one generation to the next in vegetative seed, slowly lowering the crop’s yield.

A recent, long-term study by Ecuadorian plant scientist, Israel Navarrete, was able to reconfirm this, but only in experiments, not in farmers’ fields. In experimental plots at different altitudes in the high Andes, potatoes originally planted from certified (healthy) seed acquired more viruses and other pathogens every year, for three years.

However, Navarrete found no evidence of seed degeneration on Ecuadorian farms. He surveyed 260 households, to collect information on how they grew potatoes. A typical survey stops there, but Navarrete also collected a seed sample from each family. Later, in the laboratory, he diagnosed these seed potatoes for pests and diseases.

Counter to conventional wisdom, Navarrete found that farmers’ seed was not degenerating. Potatoes grown on the same farm for over ten years were as healthy as those cultivated only recently. The reason, Navarrete explains, is that farmers have their own methods for keeping seed healthy. For example, farmers in Ecuador often select seed, searching through the piles of tubers, picking out the best ones. They also store seed until it sprouts, which seems to improve its health. Other farmers stored seed in bags or applied fertilizer. From his survey, some 36 local practices were identified that influenced seed health.

The farmers themselves knew they were doing something right. Only 16%, said that degeneration was a problem for them, although they were aware of it. When seed degenerates, Ecuadorian farmers say that it has become “tired.” Then they replace it.

Of course, not all local habits make for healthy seed. When potato prices soar, farmers are often tempted to sell as much as possible, even some of the tubers that would make good seed.

Navarrete encourages other agricultural scientists to learn about seed health from farmers. Later, scientists can recommend helpful new ideas to the farm families. Navarrete and colleagues have a few such suggestions, such as encouraging farmers to grow a small, special field as a seed lot, where the healthiest plants can be saved as the mothers of next year’s seed.

This study shows the limits of the experimental method, which looks at one variable at a time. The real world of farming is messy. Seed may degenerate in a carefully controlled experiment, but not so much in the field, because farmers manage it. Researchers may be keen to show how seed degenerates, while farmers are working to avoid it.

Further reading

Navarrete, Israel 2021 Seed Degeneration of Potato in the Tropical Highlands of Ecuador. Ph.D. thesis. Wageningen University, The Netherlands. 234 pp.

Related Agro-Insight blog

Eating the experiment

Video of interest

Using sawdust to store potatoes

Acknowledgements

Israel Navarrete works at the International Potato Center (CIP). This research recently earned him a Ph.D. at Wageningen University, in The Netherlands.

MANTENIENDO LA SEMILLA SANA EN ECUADOR

Jeff Bentley 2 de enero del 2022

Hace rato los científicos agrícolas han concluido que la semilla de algunos cultivos degenera cada vez que se siembra, especialmente los cultivos que se siembran vegetativamente, por ejemplo mediante esquejes o tubérculos, como la papa. La degeneración es la acumulación de plagas y enfermedades, que se transmiten de una generación a otra en la semilla vegetativa, reduciendo lentamente el rendimiento del cultivo.

Un reciente estudio a largo plazo realizado por el científico de plantas ecuatoriano, Israel Navarrete, logró reconfirmar esto, pero sólo en experimentos, pero no en los campos de los agricultores. En parcelas experimentales a diferentes alturas en los altos Andes, las papas sembradas originalmente con semilla certificada (sana) adquirieron más virus y otros patógenos cada año, durante tres años.

Sin embargo, Navarrete no encontró pruebas de degeneración de las semilla en las granjas ecuatorianas. Encuestó a 260 hogares para recoger información sobre cómo cultivaban las papas. Las encuestas no suelen hacer nada más para reconfirmar los datos, pero Navarrete también recogió una muestra de semillas de cada familia. Más tarde, en el laboratorio, diagnosticó esta papa semilla en busca de plagas y enfermedades.

En contra de la opinión generalizada, Navarrete descubrió que las semillas de los agricultores no se degeneraban. Las papas cultivadas en la misma granja durante más de diez años estaban tan sanas como las cultivadas recientemente. La razón, explica Navarrete, es que los agricultores tienen sus propios métodos para mantener las semillas sanas. Por ejemplo, los agricultores de Ecuador suelen seleccionar las semillas, buscando entre los montones de tubérculos, escogiendo los mejores. También almacenan las semillas hasta que brotan, lo que parece mejorar su salud. Otros agricultores almacenan las semillas en sacos o aplican fertilizantes. A partir de su encuesta, se identificaron unas 36 prácticas locales que influían en la salud de las semillas.

Los mismos agricultores sabían que estaban haciendo algo bien. Sólo el 16% dijo que la degeneración era un problema para ellos, aunque eran conscientes de ello. Cuando la semilla se degenera, los agricultores ecuatorianos dicen que se ha “cansado”. Entonces la reemplazan.

Por supuesto, no todas las costumbres locales hacen que la semilla sea sana. Cuando los precios de la papa se disparan, algunos agricultores no pueden resistir la tentación y venden todo lo posible, incluso algunos de los tubérculos que serían buena semilla.

Navarrete anima a otros científicos agrícolas a aprender de los agricultores sobre la salud de las semillas. Posteriormente, los científicos pueden recomendar nuevas ideas útiles a las familias de agricultores. Navarrete y sus colegas tienen algunas sugerencias de este tipo, como animar a los agricultores a cultivar un pequeño campo especial como lote de semillas, donde las plantas más sanas puedan guardarse como madres de las semillas del año siguiente.

Este estudio muestra los límites del método experimental, que analiza una variable cada vez. El mundo real de la agricultura es desordenado. Las semillas pueden degenerar en un experimento cuidadosamente controlado, pero no tanto en el campo, porque los agricultores las gestionan. Los investigadores pueden estar interesados en mostrar cómo degenera la semilla, mientras que los agricultores trabajan para evitarlo.

Lectura adicional

Navarrete, Israel 2021 Seed Degeneration of Potato in the Tropical Highlands of Ecuador. Ph.D. thesis. Wageningen University, The Netherlands. 234 pp.

Anteriormente en el blog de Agro-Insight

Experimentos que se comen

Video sobre la papa

Almacenando papas en aserrín

Agradecimientos

Israel Navarrete trabaja en el Centro Internacional de la Papa (CIP). Presentó esta investigación para obtener su doctorado en la Universidad de Wageningen, en los Países Bajos.

 

 

From potatoes to cows December 26th, 2021 by

Vea la versión en español a continuación

Last week I wrote about women farmers who felt a need to take a more active role in decision-making.

During the script-writing workshop, besides validating fact sheets, the writers went back to the field to share their ideas for scripts with the communities. Because once is not enough: you have to talk to several people to get a more complete vision of your topic.

In Carrillo, Cotopaxi, Ecuador, some of our script writers had interacted with the community for years. This village had a lot of experience with organization. The writers in our workshop managed to bring together a large group of women who had held leadership roles for years.

It was raining and even though we were almost on the equator, in the high Andes it soon became chilly. I was in Carrillo with Diego Montalvo, agronomist, and Guadalupe Padilla, environmental engineer, who works in the community. As we clustered on the porch of the community center, a local woman, doña Verónica, told her story. She left Carrillo to study agronomy. After graduation she lived in the city for two years, but she came home when her dad became ill. Because of her education, she was assigned a leading role in a local organization, one she has kept for years. Not that it’s always easy; the men in the group tend to listen more to male leaders, and at times they make noise to disrupt the meeting when women leaders are speaking.

At the end of a frank and useful meeting, the women farmers spontaneously began discussing another topic among themselves, something more interesting: animal health.

The whole group wanted to learn how to vaccinate, give medicines and even do minor surgery on dairy cattle.  Verónica explained that she had learned almost all there was to know about cattle at university, even artificial insemination, and she would like to help this group receive training on livestock.

The women’s group had demanded that Guadalupe prepare more information for them on how to make their own cattle feed.

It caught my attention that these outspoken, well-organized women wanted to talk so much about cows.

Later I realized why, when I spoke with some of our other writers in the workshop. Israel, Nancy, Mishel and Mayfe had met with a group of women to talk about how to manage seed potatoes.

Israel was kind of surprised when he came out of the meeting. These farmers, whose ancestors had grown potatoes for centuries, wanted to abandon the crop, to raise cattle.

The potatoes were being destroyed by a mysterious new disease called purple top, still poorly understood by scientists. The disease ruins the potatoes. The farmers have fought back against purple top by spraying insecticides every week to kill the psyllid, a small insect which may vector the disease. But even by spending a thousand dollars a year, per farm, the disease was out of control.

On the other hand, the rolling fields of Carrillo are perfect for alfalfa and other fodder crops. And cities like Quito, growing explosively, buy all the milk that Ecuador’s farmers can provide. The weekly payment from the dairy would allow the women farmers to buy food for their families.

This is why the women leaders are so interested in cattle.

Smallholders, ever adaptable, are willing to change from one farming system to another, completely different one. From potatoes to cows, to adapt to changes in the natural environment. Women farmers often value training on leadership, but farming constantly requires new technical information, which smallholders want to receive.

Related Agro-Insight blogs

It takes a family to raise a cow

Videos on dairy cows

Pure milk is good milk

Keeping milk free from antibiotics

Keeping milk clean and fresh

Hand milking of dairy cows

Taking milk to the collection centre

Making balanced feed for dairy cows

Calcium deficiency in dairy cows

Acknowledgements

Thanks to Guadalupe Padilla, Diego Montalvo, Israel Navarrete and Paul Van Mele for their comments on an earlier version of this story. Our work was supported by the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation.

DE PAPAS A VACAS

Por Jeff Bentley, 26 de diciembre del 2021

La semana pasada escribí que las agriculturas sienten la necesidad de jugar un rol más grande en la toma de decisiones.

Dos días después de leer las hojas volantes en una comunidad, los escritores volvieron al campo y compartieron sus ideas para los guiones con las comunidades. Porque una sola vez no es suficiente: hay que hablar con varias personas para tener una visión más completa de cualquier tema.

En Carrillo, Cotopaxi, Ecuador, algunos de nuestros escritores de guiones habían interactuado con la comunidad durante años. Esta comunidad tenía mucha experiencia con la organización. En Carrillo, nuestros escritores lograron reunir un grupo grande de mujeres quienes hace años habían ejercido roles de liderazgo.

Llovía, y a pesar de que estábamos casi en la línea ecuatorial, hace frío en los altos Andes. Estuve con Diego Montalvo, ingeniero agrónomo, y Guadalupe Padilla, ingeniera ambiental, quien trabaja en Carillo. Nos reunimos en el corredor de una sede comunitaria, mientras una comunera, doña Verónica, nos contó su historia. Ella dejó Carrillo para estudiar agronomía. De ingeniera vivía en la ciudad por dos años, pero volvió a su comunidad cuando su papá se enfermó. Debido a su escolaridad, ella fue asignada un rol de lideresa en una organización local, y lo ha ejercido durante años. No siempre le toca muy fácil; los hombres en el grupo suelen escuchar a los líderes varones, y a veces hacen bulla, para molestar cuando las lideresas hablan.

Al final de nuestra conversación franca y útil con las agricultoras, ellas mismas espontáneamente pasaron a otro tema, aún más interesante: la salud animal.

El grupo entero quería aprender sobre vacunar, dar medicamentos y hasta hacer cirugía menor en el ganado lechero. Verónica explicó que ella aprendió casi todo sobre el ganado en la universidad, hasta la inseminación artifició, y que le gustaría ayudar al grupo a recibir capacitación pecuaria.

El grupo de mujeres ha demandado que Guadalupe las prepare más información sobre cómo hacer su propio concentrado para el ganado.

Me llamó la atención que estas mujeres expresivas, y bien organizadas quieren hablar tanto sobre las vacas.

Luego me di cuenta porque, al hablar con otros escritores en el taller, Israel, Nancy, Mishel y Mayfe se reunieron con un grupo de mujeres para hablar sobre el buen manejo de la semilla de papa.

Israel estaba un poco sorprendido cuando salió de la reunión. Estas agricultoras que han cultivado la papa durante siglos querían abandonar el cultivo, para criar ganado.

Las papas se están destruyendo por una misteriosa nueva enfermedad llamada punta morada, todavía poco comprendida por los científicos. La enfermedad arruina la papa. Los agricultores luchan contra la punta morada fumigando insecticida cada semana para matar al psílido, un pequeño insecto que posiblemente es el vector de la enfermedad. Pero aun gastando más de mil dólares al año, por finca, la enfermedad estaba afuera de control.

Por otro lado, los ondulados campos de Carrillo son perfectos para alfalfa y otros forrajes. Y las ciudades como Quito, en crecimiento explosivo, compran toda la leche que se puede producir. El pago semanal de la lechería permite a las agricultoras comprar comida para sus familias.

Es por eso que las lideresas locales están tan interesadas en el ganado.

Los campesinos, siempre adaptándose, están dispuestos a cambiar de un sistema de producción a otro completamente diferente. De papas a vacas, para adaptarse a los cambios en su ambiente natural. Las agricultoras sí aprecian la capacitación sobre el liderazgo, pero la agricultura constantemente requiere de nueva información técnica, la cual ellas también demandan.

Related Agro-Insight blogs

It takes a family to raise a cow

Videos sobre las vacas lecheras

La leche pura es leche buena

Mantener la leche libre de antibióticos

Mantener la leche limpia y fresca

El ordeño manual de vacas

Taking milk to the collection centre

Making balanced feed for dairy cows

Calcium deficiency in dairy cows

Agradecimientos

Gracias a Guadalupe Padilla, Diego Montalvo, Israel Navarrete y Paul Van Mele por sus comentarios sobre una versión anterior de este relato. Nuestro trabajo ha sido auspiciado por el Programa Colaborativo de Investigación sobre Cultivos (CCRP) de la Fundación McKnight.

Design by Olean webdesign