WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

Natural solutions November 26th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Before any of our workshops where we train local organisations to produce quality farmer-to-farmer training videos, we visit the farmers where the local trainees will develop their videos over the next two weeks. This time, we are set to train four local organisations from different regions in the Philippines.

As the training is held at the EcoPark in Bacolod on Negros Island in the Western Visayas of the Philippines, two highly experienced organic farmers were identified beforehand with very diverse integrated farms not too far from the venue.

Pastor Jerry Dionson grew up in the northern part of Negros, a region dominated by sugarcane plantations. When he decided to start growing organic food about two decades ago, he moved to Bacolod, further south. Farmers ridiculed him because his rice fields yielded only half of what they were harvesting. Three years later, he had cut back on expenses and harvested more than others in the community. He currently is elected president of one of the local irrigation associations, with 179 members.

‚ÄúEach family used to have 10 water buffaloes to prepare the fields and provide milk, but now they have machines and at most just one buffalo. Many buffaloes have also died, intoxicated by the glyphosate that farmers use to control weeds,‚ÄĚ Pastor Jerry says.

In 2010, the law on organic agriculture was passed in the Philippines, giving due recognition to this alternative farming system. Since then, Pastor Jerry’s reputation has steadily grown and he has received numerous national awards. Farmers now do take him seriously.

From his farmhouse, surrounded by banana plants, coconut palm trees, mango and jackfruit trees, we walk on narrow ditches between the paddy fields that are close to being harvested, pass by a 350 square-metre fishpond, to then arrive at some mixed vegetable fields that are on slightly higher ground.

‚ÄúIt is not just about refraining from the use of pesticides, herbicides and chemical fertilisers, but also to ensure that the family has healthy and diverse food throughout the year,‚ÄĚ says Pastor Jerry.

Pastor Jerry hosts intern agriculture students from the¬† University of Negros Occidental ‚Äď Recoletos. In one of his rice fields the students, as well as on occasion other fellow farmers, take part in his farmer field school where they learn to observe the effect of various home-made fermented liquid fertilisers made from crop, animal and fish waste.

Organic farming should not be about replacing chemical inputs with commercial organic inputs while continuing to spend a lot of money on them. In fact, while Pastor Jerry takes us on a tour on his farm, it becomes clear how all natural problems can be solved by natural solutions that are freely available. That is, if one has the right knowledge.

In one of the fields, our attention is drawn to two palm leaf fronds of which the bottoms stick out above the rice plants. In many countries, I have seen organic farmers placing sticks in their rice fields to attract birds, which eat caterpillars chewing away the leaves of rice plants. Never taking something for granted when seeing something unusual in a farmers’ field, I enquire about it.

‚ÄúThese are to control rats,‚ÄĚ Pastor Jerry says.

‚ÄúJust those two leaf fronds do the job?‚ÄĚ I ask a little puzzled, ‚Äúand the rats don‚Äôt move to other parts of the field?‚ÄĚ

‚ÄúWe place the leaf fronds there where we have observed rat damage. Once we have inserted them in the soil, the rats don‚Äôt come back. They really don‚Äôt like those leaf fronds. Don‚Äôt ask me why, but this is local knowledge that I learned from elderly farmers. And it works.‚ÄĚ

A little further, we observe small pinkish balls on the stem of one of the rice plants. They appear to be the egg masses of the infamous golden apple snail that causes serious damage to young rice seedlings. The biology and ecology of this pest is still little studied.

Native to South America, golden apple snails with their orange-yellow flesh were introduced in the Philippines between 1982 and 1984, with the intention to serve as a source of protein for low-income Filipino farmers. However, already by 1986 it became apparent that the snails thrived so prolifically in irrigated paddy fields that they became a major pest for rice farmers. Again, one of the solutions is found in nature.

Integrated rice-duck systems have a long tradition in Asia, but have had a major decline with the introduction of pesticides and herbicides since the 1960s. With the increased interest in organic rice, this integrated system is up for a revival.

Young, 3-week old ducks are released in rice fields about a week after transplanting or three weeks after direct sowing. The ducks feed on insects, such as rice planthoppers and leafrollers, as well as on small golden apple snails. Ducks control weeds and their droppings fertilise the field, resulting in better growth and yield. As a bonus, farmers can reduce their expenses for feed while the duck meat quality improves. Current research has also shown that the continuous puddling by ducks between rice plants helps to reduce methane emissions, an important greenhouse gas.

It is great that we can work with highly motivated, local partners and experienced organic farmers who are willing to share their knowledge and experience to develop some new videos in the years to come.

Photo credit: the first photograph is by John Samuels.

 

Natuurlijke oplossingen

Voorafgaand aan elk van onze workshops waar we lokale organisaties opleiden om boerentrainingsvideo’s te maken, bezoeken we boeren waar de lokale trainees de komende twee weken hun video’s zullen ontwikkelen. Deze keer trainen we vier lokale organisaties uit verschillende regio’s van de Filipijnen.

Omdat de training wordt gehouden in het EcoPark in Bacalod op Negros eiland in de Visayas, de centrale regio van de Filipijnen, zijn vooraf twee zeer ervaren biologische boeren ge√Įdentificeerd met zeer diverse, ge√Įntegreerde boerderijen, niet ver van de locatie.

Pastor Jerry Dionson groeide op in het noordelijke deel van Negros, een regio die gedomineerd wordt door suikerrietplantages. Toen hij zo’n twintig jaar geleden besloot om biologisch voedsel te gaan verbouwen, verhuisde hij naar Bacalod, meer naar het zuiden. Boeren maakten hem belachelijk omdat zijn rijstvelden maar de helft opbrachten van wat zij oogstten. Drie jaar later had hij op zijn uitgaven bezuinigd en meer geoogst dan anderen in de gemeenschap. Nu is hij gekozen tot voorzitter van een van de plaatselijke irrigatieverenigingen, met 179 leden.

“Elke familie had vroeger 10 waterbuffels om de velden te bewerken en voor hun melk, maar nu hebben ze machines en hooguit √©√©n buffel. Veel buffels zijn ook gestorven, bedwelmd door het glyfosaat dat boeren gebruiken om onkruid te bestrijden,” zegt pastor Jerry.

In 2010 werd de wet op biologische landbouw in de Filipijnen aangenomen, waardoor dit alternatieve landbouwsysteem de nodige erkenning kreeg. Sindsdien is de reputatie van pastor Jerry gestaag gegroeid en heeft hij talloze nationale prijzen ontvangen. Boeren nemen hem nu serieus.

“Het gaat niet alleen om het afzien van het gebruik van pesticiden, herbiciden en kunstmest, maar ook om ervoor te zorgen dat de familie het hele jaar door gezond en gevarieerd voedsel heeft,” zegt pastor Jerry.

Pastor Jerry is gastheer voor landbouwstudenten van de University of Negros Occidental ‚Äď Recoletos. In een van zijn rijstvelden nemen de studenten, en af en toe ook andere collega-boeren, deel aan zijn boerenveldschool waar ze het effect leren observeren van verschillende zelfgemaakte gefermenteerde vloeibare meststoffen gemaakt van gewas-, dier- en visafval.

Biologische landbouw moet niet gaan over het vervangen van chemische middelen door commerci√ęle, biologische middelen terwijl je er veel geld aan blijft uitgeven. In feite, terwijl pastor Jerry ons meeneemt op een rondleiding op zijn boerderij, wordt het duidelijk hoe alle natuurlijke problemen kunnen worden opgelost door natuurlijke oplossingen die kosteloos beschikbaar zijn. Tenminste, als je de juiste kennis hebt.

In een van de velden wordt onze aandacht getrokken door twee takken van palmbladeren waarvan de onderkant boven de rijstplanten uitsteekt. In veel landen heb ik gezien dat biologische boeren stokken in hun rijstvelden plaatsen om vogels aan te trekken, die rupsen eten die de bladeren van de rijstplanten wegvreten. Als ik iets ongewoons zie in het veld van een boer, neem ik dat nooit voor lief en vraag ernaar.

“Deze zijn om ratten te bestrijden,” zegt Pastor Jerry.

“Alleen die twee bladertakken doen het werk,” vraag ik een beetje verbaasd, “en de ratten verhuizen niet naar andere delen van het veld?”.

“We plaatsen de bladertakken daar waar we schade door ratten hebben waargenomen. Als we ze eenmaal in de grond hebben gestopt, komen de ratten niet meer terug. Ze houden echt niet van die bladertakken. Vraag me niet waarom, maar dit is lokale kennis die ik van oudere boeren heb geleerd. En het werkt.”

Iets verderop zien we kleine roze bolletjes op de stengel van √©√©n van de rijstplanten. Het blijken eiermassa’s te zijn van de beruchte gouden appelslak die ernstige schade toebrengt aan jonge rijstplantjes. De biologie en ecologie van deze plaag is nog weinig bestudeerd.

De grote, gouden appelslakken met hun oranje-gele vlees, die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komen, werden tussen 1982 en 1984 in de Filippijnen ge√Įntroduceerd met de bedoeling om als eiwitbron te dienen voor Filipijnse boeren met een laag inkomen. Maar al in 1986 werd duidelijk dat de slakken zo goed gedijden in ge√Įrrigeerde rijstvelden dat ze een grote plaag werden voor rijstboeren. Opnieuw is een van de oplossingen te vinden in de natuur.

Ge√Įntegreerde rijst-eend systemen hebben een lange traditie in Azi√ę, maar hebben een grote terugval gehad door de introductie van pesticiden en herbiciden sinds de jaren 1960. Met de toegenomen belangstelling voor biologische rijst is dit ge√Įntegreerde systeem toe aan een heropleving.

Jonge, drie weken oude eenden worden in de rijstvelden losgelaten als de plantjes minstens drie weken oud zijn. De eenden voeden zich met insecten en kleine gouden appelslakken. Eenden beheersen onkruid en hun uitwerpselen bemesten het veld, wat resulteert in een betere groei en opbrengst. Als bonus kunnen boeren hun uitgaven voor voer verlagen, terwijl de kwaliteit van het eenden vlees verbetert. Huidig onderzoek heeft tevens aangetoond dat het continue poelen door eenden tussen de rijstplanten helpt om de uitstoot van methaan, een belangrijk broeikasgas, te verminderen.

Het is geweldig dat we kunnen samenwerken met zeer gemotiveerde, lokale partners en ervaren biologische boeren die bereid zijn om hun kennis en ervaring te delen om de komende jaren een aantal nieuwe video’s te ontwikkelen.

A safe space for women November 5th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

In Ecuador, as in many other countries, the rural exodus of men to cities and abroad, in search of work, imposes new duties and responsibilities on the women who are left behind. Besides having to look after their households, they now are also left to manage the farm and sell their produce. For indigenous women, this poses special challenges because so many men have left, and until recently the women held few formal positions of leadership. Without the necessary confidence and proper skills to negotiate prices with middlemen these women continue to be exploited and forced to live in poverty.

As Marcella, Jeff and I visited the NGO EkoRural in Quito in 2022 to meet with the director Ross Borja and scientific advisor, Pedro Oyarzun, it was encouraging to hear how things are gradually changing thanks to many years of support by local organisations, backed by a growing pressure of the international community to advance women’s rights and consider gender in all their activities. For rural women to grow confidence and strengthen their agency, getting organised into women’s associations is crucial. To nurture future women leaders this can best happen when they are given a safe space.

When women grow food without agrochemicals this makes them stand out from other food sellers in the cities, and many urban clients are willing to pay an extra price for healthy food. ‚ÄúBut without the necessary skills and loaded with the historic mistreatment, indigenous women have little chance in conventional food markets to sell their produce at a fair price,‚ÄĚ says Ross.

She explains that for a decade, EkoRural has been helping indigenous and mestizos smallholder farmers to sell their produce and build a client base in urban centres by establishing new dedicated agroecological markets at family planning centres. ‚ÄúAs only women with children come to the health centres and most of the doctors are also women, this has offered a relaxed environment for indigenous rural women to gradually develop their skills and confidence,‚ÄĚ says Ross. Once a week the women set up their stalls in the garage of the family planning centres.

EkoRural has also supported workshops where the women doctors together with their patients and farmers learn about food and nutrition. The link between healthy food and human health is an obvious one, but using urban family planning centres to create a market for disadvantaged rural women is something I had never heard of before: truly an innovative approach that at the same time helps create a relationship between food producers and consumers.

That this approach is bearing fruit has been proven by the past two years of the covid pandemic. While the lockdown closed down these new markets, the urban consumers, including the doctors, have established such good relations with the rural women that they continue to buy their produce by placing orders on the phone or social media. Not all of the indigenous women are familiar with digital communication, but their children are.

Another example of EkoRural’s concern for rural women is the initiative to sell agroecological products at the Casa de la Mujer in Riobamba. This initiative allowed not only to sell but also for young rural women to come into contact with gender issues and leadership at the provincial and national levels and to experience leadership roles in this organisation.

When attention to gender is taken seriously and with the necessary creativity and investment in building rural women’s organisations, it is possible to establish alternative food networks. Gradually and in a supportive environment, indigenous women can gain the necessary skills and confidence to earn a decent livelihood in the absence of men.

Related Agro-Insight blogs

Marketing something nice

Strawberry fields once again

Acknowledgements

Ross Borja from EkoRural kindly commented on an earlier draft and shared photos on the markets at family planning centres. The visit in Ecuador to film various farmer-to-farmer training videos, including the one on ‚ÄúInspiring women leaders‚ÄĚ was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation.

 

Een veilige ruimte voor vrouwen

In Ecuador, net als in veel andere landen, legt de plattelandsvlucht van mannen naar de steden en het buitenland, op zoek naar werk, nieuwe plichten en verantwoordelijkheden op aan de vrouwen die achterblijven. Naast het huishouden moeten ze nu ook de boerderij beheren en hun producten verkopen. Voor inheemse vrouwen brengt dit speciale uitdagingen met zich mee omdat er zoveel mannen zijn vertrokken en de vrouwen tot voor kort weinig formele leiderschapsposities bekleedden. Zonder het nodige zelfvertrouwen en de juiste vaardigheden om met tussenhandelaren over prijzen te onderhandelen, worden deze vrouwen nog steeds uitgebuit en gedwongen om in armoede te leven.

Toen Marcella, Jeff en ik in 2022 een bezoek brachten aan de NGO EkoRural in Quito voor een ontmoeting met de directeur Ross Borja en wetenschappelijk adviseur Pedro Oyarzun, was het bemoedigend om te horen hoe dingen geleidelijk veranderen dankzij de jarenlange steun van lokale organisaties, gesteund door een groeiende druk van de internationale gemeenschap om vrouwenrechten te bevorderen en rekening te houden met gender in al hun activiteiten. Om vrouwen op het platteland meer zelfvertrouwen te geven en hun invloed te versterken, is het van cruciaal belang dat ze zich organiseren in vrouwenorganisaties. Om toekomstige vrouwelijke leiders op te voeden kan dit het beste gebeuren als ze een veilige ruimte krijgen.

Wanneer vrouwen voedsel verbouwen zonder landbouwchemicali√ęn, onderscheiden ze zich van andere voedselverkopers in de steden en veel klanten in de steden zijn bereid om een extra prijs te betalen voor gezond voedsel. “Maar zonder de benodigde vaardigheden en beladen met de historische mishandeling, hebben inheemse vrouwen weinig kans op conventionele voedselmarkten om hun producten tegen een eerlijke prijs te verkopen,” zegt Ross.

Ze legt uit dat EkoRural al tien jaar lang kleine inheemse en mestiezenboeren helpt om hun producten te verkopen en een klantenbestand op te bouwen in stedelijke centra door nieuwe speciale agro-ecologische markten op te zetten bij centra voor gezinsplanning. “Aangezien alleen vrouwen met kinderen naar de gezondheidscentra komen en de meeste dokters ook vrouwen zijn, bood dit een ontspannen omgeving voor inheemse plattelandsvrouwen om geleidelijk hun vaardigheden en zelfvertrouwen te ontwikkelen,” zegt Ross. Eens per week zetten de vrouwen hun kraampjes op in de garage van de gezinsplanningscentra.

EkoRural heeft ook workshops ondersteund waar de vrouwelijke artsen samen met hun pati√ęnten en boeren leren over voeding. Het verband tussen gezonde voeding en menselijke gezondheid ligt voor de hand, maar het gebruik van stedelijke centra voor gezinsplanning om een markt te cre√ęren voor kansarme plattelandsvrouwen is iets waar ik nog nooit van had gehoord: echt een innovatieve aanpak die tegelijkertijd helpt een relatie te cre√ęren tussen voedselproducenten en consumenten.

Dat deze aanpak vruchten afwerpt, hebben de afgelopen twee jaar van de covidepandemie wel bewezen. Terwijl deze nieuwe markten door de lockdown werden gesloten, hebben de stedelijke consumenten, waaronder de artsen, zo’n goede relatie opgebouwd met de plattelandsvrouwen dat ze hun producten blijven kopen door bestellingen te plaatsen via de telefoon of sociale media. Niet alle inheemse vrouwen zijn bekend met digitale communicatie, maar hun kinderen wel.

Een ander voorbeeld van EkoRural’s aandacht voor plattelandsvrouwen is het initiatief om agro-ecologische producten te verkopen in het Casa de la Mujer (‚ÄúHuis van de Vrouwen‚ÄĚ) in Riobamba. Dit initiatief maakte het niet alleen mogelijk om te verkopen, maar ook om jonge plattelandsvrouwen in contact te brengen met genderkwesties en leiderschap op provinciaal en nationaal niveau en om leiderschapsrollen in deze organisatie te ervaren.

Wanneer aandacht voor gender serieus wordt genomen en met de nodige creativiteit en investeringen in het versterken van vrouwenorganisaties op het platteland, is het mogelijk om alternatieve voedselnetwerken op te zetten. Geleidelijk aan en in een ondersteunende omgeving kunnen inheemse vrouwen de nodige vaardigheden en zelfvertrouwen verwerven om een fatsoenlijk inkomen te verdienen in afwezigheid van hun mannen.

Giving hope to child mothers October 29th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Teenage girls are vulnerable and when they become pregnant societies deal with them in different ways. In Uganda, they are called all sorts of names, such as a bad person, a disgrace to parents, and even a prostitute. No one wants their children to associate with them because they are considered a bad influence. Parents often expel their daughters from the family and tell them that their life has come to end. Rebecca Akullu experienced this at the age of 17. But Rebecca is not like any other girl.

After giving birth to her baby, she saved money to go to college, where she got a diploma in business studies in 2018. Rebecca soon got a job as accountant at the Aryodi Bee Farm in Lira, northern Uganda, a region that has high youth unemployment and is still recovering from the violence unleashed by the Lord’s Resistance Army, a rebel group. The farm director appreciated her work so much that he employed her.

‚ÄúOver the years, I developed a real passion for bees,‚ÄĚ Rebecca says, ‚Äúand through hands-on training, I became an expert in beekeeping myself. Whenever l had a chance to visit farmers, I was shocked to see how they destroyed and polluted the environment with agrochemicals, so I became deeply convinced of the need to care for our environment.‚ÄĚ

So, when Access Agriculture launched a call for young entrepreneurs to become farm advisors using a solar-powered projector to screen farmer training videos, Rebecca applied. After being selected as an Entrepreneur for Rural Access (ERA) in 2021, she received the equipment and training. At first she combined her ERA services with her job at the farm, but by the end of the year she resigned. Promoting her new business service required courage. Asked about her first marketing effort, Rebecca said she informed her community at church, at the end of Sunday service.

‚ÄúI was really anxious the first time I had to screen videos to a group of 30 farmers. I wondered if the equipment would work, which video topics the farmers would ask for and whether I would be able to answer their questions afterwards,‚ÄĚ Rebecca recalls. Her anxiety soon evaporated. Farmers wanted to know what videos she had on maize, so she showed several, including the ones on the fall armyworm, a pest that destroys entire fields. Farmers learned how to monitor their maize to detect the pest early, and they started to control it with wood ash instead of toxic pesticides.

Rebecca was asked to organise bi-weekly shows for several months, and she continues to do this, whenever asked. Having negotiated with the farm leader, each farmer pays 1,000 Ugandan Shillings (0.25 Euro) per show, where they watch and discuss three to five videos in the local Luo language. Some of the videos are available in English only, so Rebecca translates them for the farmers. ‚ÄúBut collecting money from individual farmers and mobilising them for each show is not easy,‚ÄĚ she says.

The videos impressed the farmers, and the ball started rolling. Juliette Atoo, a member of one of the farmer groups and primary school teacher in Akecoyere village, convinced her colleagues of the power of these videos, so Barapwo Primary School became Rebecca’s second client, offering her another unique experience.

‚ÄúThe children were so interested to learn and when I went back a month later, I was truly amazed to see how they had applied so many things in their school garden: the spacing of vegetables, the use of ash to protect their vegetable crops, compost making, and so on. The school was happy because they no longer needed to spend money on agrochemicals, and they could offer the children a healthy, organic lunch,‚ÄĚ says Rebecca.

As she grew more confident, new contracts with other schools soon followed. For each client Rebecca negotiates the price depending on the travel distance, accommodation, and how many children watch the videos. Often five videos are screened per day for two consecutive days, earning her between 120,000 and 200,000 Ugandan Shillings (30 to 50 Euros). Schools will continue to be important clients, because the Ugandan government has made skill training compulsory. Besides home economics and computer skills, students can also choose agriculture, so all schools have a practical school farm and are potential clients.

While she continues to engage with schools, over time Rebecca has partly changed her strategy. She now no longer actively approaches farmer groups, but rather explores which NGOs work with farmers in the region and what projects they have or are about to start. Having searched the internet and done background research, it is easier to convince project staff of the value of her video-based advisory service.

As Rebecca, now the mother of four children, does not want to miss the opportunity to respond to the growing number of requests for her video screening service, she is currently training a man and a woman in their early twenties to strengthen her team.

Having never forgotten her own suffering as a young mother, and having experienced the opportunities offered by the Access Agriculture videos, Rebecca also decided to establish her own community-based organisation: the Network for Women in Action, which she runs as a charity. Having impressed her parents, in 2019 they allowed her to set up a demonstration farm (Newa Api Green Farm) on family land, where she trains young girls and pregnant teenage school dropouts in artisan skills such as, making paper bags, weaving baskets and making beehives from locally available materials.

Traditional beehives are made from tree trunks, clay pots, and woven baskets smeared with cow dung that are hung in the trees. To collect the honey, farmers climb the trees and destroy the colonies. From one of the videos made in Kenya, the members of the association learned how to smoke out the bees, and not destroy them.

From another video made in Nepal, Making a Modern Beehive, the women learned to make improved beehives in wooden boxes, which they construct for farmers upon order. From the video, they realised that the currently used bee boxes were too large. ‚ÄúBecause small colonies are unable to generate the right temperature within the large hives, we only had a success rate of 50%. Now we make our hives smaller, and 8 out 10 hives are colonised successfully,‚ÄĚ says Rebecca.

Young women often have no land of their own, so members who want to can place their beehives on the demo farm. ‚ÄúWe also have a honey press. All members used to bring their honey to our farm. But from the video Turning Honey into Money, we learned that we can easily sieve the honey through a clean cloth after we have put the honey in the sun. So now, women can process the honey directly at their homes.‚ÄĚ

The bee business has become a symbol of healing. Farmers understand that their crops benefit from bees, so the young women beekeepers are appreciated for their service to the farming community. But also, parents who had expelled their pregnant daughter, embarrassed by societal judgement, begin to accept their entrepreneurial daughter again as she sends cash and food to her parents.

‚ÄúWe even trained young women to harvest honey, which traditionally only men do. When people in a village see our young girls wearing a beekeeper‚Äôs outfit and climbing trees, they are amazed. It sends out a powerful message to young girls that, even if you become a victim of early motherhood, there is always hope. Your life does not end,‚ÄĚ concludes Rebecca.

 

Kindermoeders weer hoop geven

Tienermeisjes zijn kwetsbaar en als ze zwanger worden gaan maatschappijen vaak op verschillende manieren met hen om. In Oeganda worden ze allerlei namen gegeven, zoals een slecht persoon, een schande voor de ouders en zelfs een prostituee. Niemand wil dat hun kinderen met hen omgaan omdat ze als een slechte invloed worden beschouwd. Ouders verstoten hun dochters vaak uit de familie en vertellen hen dat hun leven voorbij is. Dit is wat Rebecca Akullu meemaakte op 17-jarige leeftijd. Maar Rebecca is niet zoals ieder ander meisje.

Na de geboorte van haar baby spaarde ze geld om naar de universiteit te gaan en haalde in 2018 een diploma in bedrijfswetenschappen. Rebecca kreeg al snel een baan als boekhouder bij de Aryodi Bee Farm in Lira, in het noorden van Oeganda, een regio met een hoge jeugdwerkloosheid die nog herstellende is van de opstand van Lord’s Resistance Army, een gewelddadige rebellengroepering. De directeur waardeerde haar werk zo erg dat hij haar in dienst nam.

“In de loop der jaren ontwikkelde ik een echte passie voor bijen,” vertelt Rebecca, “en door praktische training werd ik zelf een expert in het houden van bijen. Telkens als ik de kans kreeg om boeren te bezoeken, was ik geschokt om te zien hoe ze het milieu vernietigden en vervuilden met landbouwchemicali√ęn, dus ik raakte diep overtuigd van de noodzaak om voor ons milieu te zorgen.”

Dus toen Access Agriculture een oproep deed voor jonge ondernemers om landbouwadviseurs te worden met een projector op zonne-energie om trainingsvideo’s voor boeren te vertonen, schreef Rebecca zich in. Nadat ze was geselecteerd als Entrepreneur for Rural Access (ERA), ontving ze de apparatuur en de training in 2021. Aanvankelijk bleef ze part-time werken, doch tegen het einde van het jaar nam ze ontslag om volledig op eigen benen te staan. Om haar nieuwe bedrijfsdienst te promoten was moed nodig. Gevraagd naar haar eerste marketingpoging, zei Rebecca dat ze haar gemeenschap in de kerk informeerde, aan het einde van de zondagsdienst.

“De eerste keer dat ik video’s moest vertonen aan een groep van 30 boeren, was ik echt bang. Ik vroeg me af of de apparatuur zou werken, naar welke video’s de boeren zouden vragen en of ik hun vragen na afloop zou kunnen beantwoorden,” herinnert Rebecca zich. Haar bezorgdheid verdween al snel. Boeren wilden weten welke video’s ze had over ma√Įs, dus liet ze er verschillende zien, waaronder die over de fall armyworm, een ernstige plaag die hele gewassen vernietigt. Boeren leerden hoe ze hun velden in de gaten konden houden om de plaag vroegtijdig te ontdekken en ze begonnen houtas te gebruiken in plaats van giftige pesticiden om de plaag te bestrijden.

Rebecca werd gevraagd om gedurende een aantal maanden tweewekelijkse shows te organiseren en doet dit nog steeds wanneer haar dat wordt gevraagd. Na onderhandeling met de leider van de lokale boerenorganisatie betaalt elke boer 1.000 Oegandese Shilling (0,25 euro) per show, waarbij ze drie tot vijf video’s in de lokale Luo-taal bekijken en bespreken. Sommige video’s zijn alleen in het Engels beschikbaar, dus vertaalt Rebecca ze voor de boeren. “Maar het is niet gemakkelijk om geld in te zamelen van individuele boeren en hen te mobiliseren voor elke show,” zegt ze.

De video’s maakten indruk op de boeren en de bal ging aan het rollen. Juliette Atoo, lid van een van de boerengroepen en lerares op een basisschool in het dorp Akecoyere, overtuigde haar collega’s van de kracht van deze video’s en zo werd de Barapwo basisschool Rebecca’s tweede klant, wat haar weer een unieke ervaring opleverde.

“De kinderen waren zo ge√Įnteresseerd om te leren en toen ik een maand later terugging, was ik echt verbaasd om te zien hoe ze zoveel dingen hadden toegepast in hun schooltuin: de afstand tussen groenten, het gebruik van as om hun groentegewassen te beschermen, compost maken, enzovoort. De school was blij omdat ze geen geld meer hoefden uit te geven aan landbouwchemicali√ęn en ze de kinderen een gezonde, biologische lunch konden aanbieden,” herinnert Rebecca zich.

Naarmate ze meer vertrouwen kreeg, volgden al snel nieuwe contracten met andere scholen. Voor elke klant onderhandelt Rebecca over de prijs, afhankelijk van de afstand die moet worden afgelegd, de accommodatie en het aantal kinderen dat de video’s bekijkt. Vaak worden er vijf video’s per dag vertoond gedurende twee opeenvolgende dagen, waarmee ze tussen de 120.000 en 200.000 Oegandese Shillings (30 tot 50 euro) verdient. Scholen blijven belangrijke klanten, omdat de Oegandese overheid vaardigheidstraining verplicht heeft gesteld. Naast huishoudkunde en computervaardigheden kunnen leerlingen ook kiezen voor landbouw, dus alle scholen hebben een praktische schoolboerderij en zijn potenti√ęle klanten.

Hoewel ze contact blijft houden met scholen, heeft Rebecca in de loop der tijd haar strategie deels gewijzigd. Ze benadert nu niet langer actief boerengroepen, maar onderzoekt welke NGO’s met boeren in de regio werken en welke projecten ze hebben of op het punt staan te starten. Nadat ze op internet heeft gezocht en achtergrondonderzoek heeft gedaan, is het gemakkelijker om projectmedewerkers te overtuigen van de waarde van de op video gebaseerde voorlichtingsdienst.

Omdat Rebecca, inmiddels moeder van vier kinderen, de kans niet wil missen om in te gaan op het toenemende aantal aanvragen voor haar video-adviesdienst, leidt ze momenteel een jonge man en jonge vrouw van begin twintig op om haar team te versterken.

Rebecca is haar eigen lijden als jonge moeder nooit vergeten en heeft de mogelijkheden ervaren die de video’s van Access Agriculture bieden. Daarom heeft ze ook besloten om haar eigen gemeenschapsorganisatie op te richten: het Netwerk voor Vrouwen in Actie, dat ze als liefdadigheidsinstelling runt. Nadat ze indruk had gemaakt op haar ouders, gaven ze haar in 2019 toestemming om een demonstratieboerderij (Newa Api Green Farm) op te zetten op het land van haar familie. Hier traint ze jonge meisjes en zwangere schoolverlaters in ambachtelijke vaardigheden, zoals het maken van papieren zakken, het weven van manden en het maken van bijenkorven met behulp van lokaal beschikbare materialen.

Traditionele bijenkorven zijn gemaakt van boomstammen, kleipotten en gevlochten manden besmeerd met koeienmest die in de bomen worden gehangen. Om de honing te verzamelen klimmen de boeren in de bomen en vernietigen ze de kolonies. Op een van de video’s die in Kenia werd gemaakt, leerden de leden van de vereniging hoe ze de bijen konden uitroken en niet vernietigen.

Op een andere video, gemaakt in Nepal, leerden de vrouwen houten bijenkasten te maken, die ze op bestelling voor boeren bouwen. Door de video realiseerden ze zich dat de huidige bijenkasten (Top Bar Hive) te groot waren. “Omdat kleine volken niet in staat zijn om de juiste temperatuur in de grote bijenkasten te genereren, hadden we slechts een succespercentage van 50%. Nu maken we onze bijenkasten kleiner en worden 8 op de 10 bijenkasten succesvol gekoloniseerd,” zegt Rebecca.

Jonge vrouwen hebben vaak geen eigen land, dus leden die dat willen kunnen hun bijenkorven op de demoboerderij zetten. “We hebben ook een honingpers. Vroeger brachten alle leden hun honing naar onze boerderij. Maar van de video’s hebben we geleerd dat we de honing gemakkelijk kunnen zeven door een schone doek nadat we de honing in de zon hebben gezet. Dus nu kunnen de vrouwen de honing direct bij hen thuis verwerken.”

De bijenteelt is een symbool van genezing geworden. Boeren begrijpen dat hun gewassen baat hebben bij bijen, dus de jonge imkervrouwen worden gewaardeerd voor hun diensten aan de boerengemeenschap. Maar ook ouders die eerst hun zwangere dochter hadden weggestuurd, beschaamd door het sociale stigma, beginnen hun ondernemende dochter weer te accepteren nu ze geld en voedsel naar haar ouders sturen.

“We hebben zelfs jonge vrouwen opgeleid tot honingoogsters, iets wat traditioneel alleen mannen doen. Als mensen in een dorp onze jonge meisjes in imkeroutfit in bomen zien klimmen, zijn ze verbaasd. Het is een krachtige boodschap voor jonge meisjes dat er altijd hoop is, zelfs als je het slachtoffer wordt van vroeg moederschap. Je leven is niet voorbij,” besluit Rebecca.

Tourist development September 10th, 2023 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

Rural communities are starting to welcome local tourism as a way to make money. And more people in the expanding cities of Latin America are now looking for outings they can take close to home.

This year, local officials in Anzaldo, in the provinces of Cochabamba, Bolivia, asked for help bringing tourists to their municipality. Aguiatur, an association of tour guides, offered to help.

In late June, Alberto Buitrón, who heads Aguiatur, and a carload of tour guides, visited Claudio Pérez, the young tourism-culture official for the municipal government of Anzaldo. They went to see local attractions, and people who could benefit from a tour. They also printed an attractive handout explaining what the visitors would see.

In late July, ads ran in the newspaper, promoting the tour, and inviting interested people to deposit 250 Bolivianos ($35) for every two passengers, into a certain bank account. Ana and I live in Cochabamba, 65 kilometers from Anzaldo, and we decided to make the trip, but the banks had already closed on Friday . So, I just went to the Aguiatur office. Alberto was busy preparing for the trip, but he graciously accepted my payment. ‚ÄúAnd with the two of you, the bus is closed,‚ÄĚ Alberto said, with an air of finality.

But by Saturday, more people had asked to go, and so Alberto charted a second bus and phoned the cook who would make our lunch on Sunday. At 8 PM, Saturday night, she agreed to make lunch the next day for 60 people instead of 30. In Bolivia, flexible planning often works just fine.

Early Sunday morning, we tourists met at Barba de Padilla, a small plaza in the old city of Cochabamba, and the tour agents assigned each person a seat on the bus. That would make it easy to see if anyone had strayed. Many of the tourists were retired people, more women than men, and a few grandkids. They were all from Bolivia, but many had never been to Anzaldo.

At each stop, Aguiatur had organized the local people to provide a service or sell food. In the hamlet of Flor de Pukara, we met Claudio, the municipal tourist official, but also Camila, just out of high school, and Zacarías Reyes, a retired school teacher. Camila and don Zacarías were from Flor de Pukara, and they were our local guides to show us the pre-Inka pukara (fortified site). This pukara was a cluster of stone walls on top of a rock crag. Tour guide Marizol Choquetopa, from Aguiatur, cautioned the group not to leave trash and not to remove any of the ancient pot sheds. And no one did, as near as I could tell. Our local guides told us stories about the place: spirits in the form of young ladies are said to appear on one rock outcropping, Torre Qaqa (Cliff Tower), to play music and dance at night.

We walked along the stone banks of the river, the Jatun Mayu. Then Camila’s mother served us phiri, a little dish of steamed cracked wheat, topped with cheese. It was faintly fermented, and fabulous.

In the small town of Anzaldo, we met Marco Delgadillo, a local agronomist and businessman, who has moved back to Anzaldo after his successful career in the city of Cochabamba. His hotel, El Molino del B√ļho (Owl Mill), includes a room for making and tasting chicha, a local alcoholic beverage brewed from maize. There was plenty of room for our large group in the salon, where we had a delicious lunch of lawa, a maize soup with potatoes, roast beef and chicken.

After lunch, our two buses gingerly navigated the narrow streets of the small town of Anzaldo. The town plaza had recently been fitted out with large models of dinosaurs to encourage visitors to come see fossils and dinosaur tracks. Two taxis were parked at the plaza, and the drivers evidently thought that they owned the town square. As the buses inched by, one taxi driver got out and angrily offered to come over and give our bus driver a beating. The passengers yelled back, urging the taxi driver to be reasonable, and he quieted down.

Our sense of adventure heightened by that buffoonish threat of violence, we drove out to the village of Tijraska. Local leaders clearly wanted to receive visitors. The community had prepared for our visit by putting up little signs indicating how to get to there. One of the leaders, don Mario, welcomed us in Quechua, the local language. Then he paused and asked if the tourists could understand Quechua.

Several people said yes, which delighted don Mario.

We strolled down to the banks of the muddy reservoir, in a narrow canyon. One young man, Ramiro, had bought a new wooden boat, with which he paddled small groups around an island in the reservoir.

For the grand finale, we stopped at the home of Ariel Angulo, a respected Bolivian musician, song writer and maker of musical instruments. Don Ariel played for us, and showed us the shop where he carves his wooden charangos, small stringed instruments. He explained that the charango was copied from a colonial Spanish instrument, the timple. After living in the city of Cochabamba for years, don Ariel has moved back home, to Anzaldo. The best charangos used to be made in Anzaldo, before the instrument makers moved to Cochabamba. Don Ariel hopes to teach young people to make charangos, and bring the craft back to Anzaldo.

This was the first ever package tour to come to Anzaldo. Local tourism from the emerging big cities of tropical countries can be a source of income for rural people, while teaching city people something about the countryside. Some people who left the small towns are retiring back in the countryside, and can help provide services to visitors and even bring traditional crafts back. It is easier for Bolivian tour guides to work with local tourists than foreign ones. For example, the local people speak the national languages. The local tour guides know how to deal with customers who sign up late. There may be risks of over-visitation, but for now, municipal governments are willing to explore tourism as development. And it can be done locally, with no foreign investment or international visitors.

Acknowledgements

Thanks to David Garviz√ļ, Irassema Guzm√°n, Marizol Choquetopa and Alberto Buitr√≥n of Aguiatur, for a safe and educational trip to Anzaldo. Alberto Buitr√≥n, Ana Gonz√°les and Paul Van Mele read and commented on an earlier version of this story.

A video from Anzaldo

Here is a video about producing healthy lupins, a nutritious. local food crop, filmed in Anzaldo in 2017. Growing lupin without disease

TURISMO PARA EL DESARROLLO

Jeff Bentley, 10 de septiembre del 2023

Las comunidades rurales empiezan a fomentar el turismo local para generar ingresos. Y más gente en las crecientes ciudades de Latinoamérica empieza a buscar destinos cerca de la casa.

Este a√Īo, algunos oficiales en Anzaldo, en las provincias de Cochabamba, Bolivia, pidieron ayuda para traer turistas a su municipio. Aguiatur, una asociaci√≥n de gu√≠as tur√≠sticos, ofreci√≥ su ayuda.

Fines de junio, Alberto Buitrón, el director de Aguiatur, y varios guías, visitaron a Claudio Pérez, el joven Responsable de Turismo-Cultura del municipio de Anzaldo. Visitaron a varios atractivos, y a vecinos que podrían aprovechar del tour. Además, imprimieron un lindo folleto explicando qué es que los visitantes verían.

Fines de julio, salieron anuncios en el peri√≥dico, promoviendo el tour, e invitando a los interesados a depositar 250 Bs. ($35) para cada par de pasajeros, en una cuenta bancaria. Ana y yo vivimos Cochabamba, a 65 kil√≥metros de Anzaldo, y reci√©n decidimos viajar despu√©s del cierre de los bancos el viernes. Por eso, fui no m√°s a las oficinas de Aguiatur. Alberto estaba en plenos preparativos para el tour, pero amablemente me atendi√≥. ‚ÄúY con ustedes dos, el bus est√° cerrado,‚ÄĚ dijo Alberto, con el aire de la finalidad.

Sin embargo, para el sábado más personas pidieron cupos, así que Alberto contrató un segundo bus, y llamó a la cocinera que haría nuestro almuerzo el domingo. A las 8 PM, el sábado, ella quedó en hacer almuerzo para el día siguiente para 60 personas en vez de 30. En Bolivia, la planificación flexible suele funcionar bastante bien.

A primera hora el domingo, los turistas nos reunimos en la peque√Īa plaza de Barba de Padilla, en el casco viejo de Cochabamba, y los gu√≠as tur√≠sticos asignaron a cada persona un asiento en el bus. As√≠ podr√≠an llevar un buen control y no perder a nadie. Muchos de los turistas eran jubilados, m√°s mujeres que hombres, con algunos nietitos. Todos eran de Bolivia, pero muchos no conoc√≠an a Anzaldo.

En cada escala, Aguiatur hab√≠a organizado a la gente local para dar un servicio o vender comida. En el caser√≠o de Flor de Pukara, conocimos a Claudio, el oficial de turismo municipal, pero tambi√©n a Camila, reci√©n egresada del colegio, y Zacar√≠as Reyes, un profesor jubilado. Camila y don Zacar√≠as eran de Flor de Pukara, y como gu√≠as locales nos mostraron la Pukara preincaica. La pukara era una colecci√≥n de muros de piedra encima de un pe√Īasco. Nuestra gu√≠a Marizol Choquetopa, de Aguiatur, advirti√≥ al grupo no botar basura y no llevar los tiestos antiguos. Y que yo sepa, nadie lo hizo. Nuestros gu√≠as locales nos contaron cuentos del lugar: esp√≠ritus en forma de se√Īoritas que aparecen sobre una un pe√Īasco, Torre Qaqa, para tocar m√ļsica y bailar de noche.

Caminamos sobre las orillas pedregosas del río Jatun Mayu. Luego la mamá de Camila nos sirvió un platillo de phiri, trigo quebrado al vapor con un poco de queso encima. Ligeramente fermentada, era fabulosa.

En el pueblo de Anzaldo, conocimos a Marco Delgadillo, agr√≥nomo local y empresario, que hab√≠a retornado a Anzaldo despu√©s de su exitosa carrera en la ciudad de Cochabamba. Su hotel, El Molino del B√ļho, incluye un cuarto para hacer y catear chicha de ma√≠z. Hab√≠a amplio campo para nuestro grupo en el sal√≥n principal, donde disfrutamos de un almuerzo delicioso de lawa, una sopa de ma√≠z con papas, carne asada y pollo.

Despu√©s del almuerzo, nuestros dos buses lentamente navegaron las estrechas calles del pueblo de Anzaldo. En la plaza se hab√≠an instalado modelos grandes de dinosaurios para animar a los turistas a visitar para ver a los f√≥siles y huellas de dinosaurios. Dos taxis estacionados se hab√≠an adue√Īado de la plaza. Los buses pasaban cent√≠metro por cent√≠metro, cuando un taxista sali√≥ y, perdiendo los cables, ofreci√≥ dar una paliza a nuestro conductor. Los pasajeros gritamos en su defensa, sugiriendo calma, y el taxista se call√≥.

Después del show del taxista payaso, tuvimos más ganas todavía para la aventura, mientras nos dirigimos a la comunidad de Tijraska. Los dirigentes claramente querían recibir visitas. La comunidad había preparado para nuestra visita, colocando letreros indicando el camino. Uno de los dirigentes, don Mario, nos dio la bienvenida en quechua, el idioma local. Luego pausó y dijo que tal vez no todos hablábamos el quechua.

De una vez, varios dijeron que sí, lo cual encantó a don Mario.

Caminamos a las orillas de un reservorio con agua color de tierra, en un ca√Ī√≥n angosto. Un joven, Ramiro, hab√≠a comprado una nueva lancha. Subimos en peque√Īos grupos y a remo nos mostr√≥ una isla en el reservorio.

Para cerrar con broche de oro, visitamos la casa de Ariel Angulo, un respetado m√ļsico boliviano. Tambi√©n es cantautor y hace finos instrumentos musicales. Don Ariel toc√≥ un par de canciones para nosotros, y nos mostr√≥ su taller de charangos de madera. Explic√≥ que el charango se copi√≥ durante la colonia de un instrumento espa√Īol, el timple. Despu√©s de vivir durante a√Īos en la ciudad de Cochabamba, don Ariel ha vuelto a su tierra natal, a Anzaldo. En anta√Īo los mejores charangos se hac√≠an en Anzaldo, antes de que los fabricantes se fueron a Cochabamba. Don Ariel espera ense√Īar a los j√≥venes a hacer charangos, y devolver esta arte a Anzaldo.

Nuestra gira a Anzaldo era el primero en la historia. El turismo local, partiendo de las pujantes ciudades de los pa√≠ses tropicales, puede ser una fuente de ingreso para la gente rural, mientras los citadinos aprendemos algo del campo. Algunas personas que abandonaron las provincias est√°n volviendo, y pueden ayudar a dar servicios a los visitantes, y hasta dar vida a las artes tradicionales. Es m√°s f√°cil para gu√≠as bolivianos trabajar con turistas locales que con extranjeros. Por ejemplo, los turistas locales hablan los idiomas nacionales. Los gu√≠as locales saben lidiar con clientes que se apuntan a √ļltima hora. S√≠ se corre el riesgo de una sobre visitaci√≥n, pero para ahora, los gobiernos municipales est√°n explorando al turismo local como una contribuci√≥n del desarrollo. Y se puede hacer con recursos locales, sin inversi√≥n extranjera y sin turistas internacionales.

Agradecimientos

Gracias a David Garviz√ļ, Irassema Guzm√°n, Marizol Choquetopa y Alberto Buitr√≥n de Aguiatur, por un viaje seguro y educativo a Anzaldo. Alberto Buitr√≥n, Ana Gonz√°les y Paul Van Mele leyeron e hicieron comentarios sobre una versi√≥n previa de este relato.

Un video de Anzaldo

Aquí está un video que muestra cómo producir tarwi (lupino) sano, un nutritivo alimento local, filmado en Anzaldo en el 2017. Producir tarwi sin enfermedad.

 

Neighborhood trees August 20th, 2023 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

Trees make a city feel like a decent place to live. That often means planting the trees, which help to cool cities, sequester carbon and provide a habitat for birds and other wildlife. But large-scale tree planting in a city can be difficult.

Cochabamba, Bolivia is one of many fast-growing, tropical cities. In the not-too-distant future, most of the world’s people may live in a city like this. Cochabamba is nestled in a large Andean valley, but in the last twenty years, the city has also spread into the nearby Sacaba Valley, which was formerly devoted to growing rainfed wheat. As late as the 1990s, the small town of Sacaba was just a few blocks wide. Now 220,000 people live in that valley, which has become part of metropolitan Cochabamba. The wheat fields of Sacaba have been replaced by a maze of asphalt streets, and neat homes of brick, cement and tile.

I was in Sacaba recently with my wife Ana, who introduced me to some people who are planting trees along the banks of a dry wash, the Waych’a Mayu. It was once a seasonal stream, but it is now dry all year. It has been blocked upstream by people who have built streets and causeways over it.

For the past 18 months, an architect, Alain Vimercati, and an agroforester, Ariel Ayma, have been working with local neighborhoods in Sacaba to organize tree planting. That included many meetings with the leaders and the residents of 12 grassroots neighborhood associations (OTBs‚ÄĒorganizaciones territoriales de base) to plan the project.

They decided to plant trees along the Waych’a Mayu, which still had some remnant forests of dryland trees, like molle and jarka. The local people had seen some of the long, shady parks in the older parts of Cochabamba. They were excited to have a green belt, five kilometers long, running through their own neighborhoods. Alain and Ariel, with the NGO Pro Hábitat, produced 2,400 tree seedlings in partnership with the local, public forestry school (ESFOR-UMSS). The local people dug the holes, planted the trees, and built small protective fences around them.

The trees were planted in January. In July, Ana and I went with about 20 people from some of the OTBs to see how the seedlings were doing. When we reached the line of trees, Ariel, the agro-forester, pointed out that the trees had more than doubled in size in just six months. Eighty percent of them had survived. But now they had to be maintained. It has been a dry year, and it hasn‚Äôt rained for five months. The trees were starting to wilt. Even so, Ariel encouraged the people by saying ‚Äúmaintenance is more important than water.‚ÄĚ He meant that while the trees did need some water, they also needed to be protected. It is important to reassure people that they won‚Äôt have to spend money on water. Many people in Sacaba have to buy their water. As we met, cistern trucks drove up and down the streets, offering 200 liters of water for 7 Bolivianos ($1).

The seedlings include a few hardy lemons, but most of the other species are native, dryland trees: guava, broadleaf hopbush (chacatea), jacaranda, tara, tipa, and ceibo.

Ariel used a pick and shovel to show the group how to clear a half-moon around the trees, to catch rain water. He has a Ph.D. in agroforestry, but he seems to love the physical work.

Ariel cut the weeds from around the first tree, and placed them around the base of the trunk, to shade the soil. The representatives from the OTBs, including a retired man, and a woman carrying a baby, quickly agreed to meet a week later, and to bring more people from each neighborhood, to help take care of the trees.

Ana and I went back the following Saturday. A Bolivian bank had paid for a tanker truck of water (16,000 liters, worth about $44). I was surprised how many people turned out, as many as fifteen or twenty at some OTBs. They used their own picks and shovels to quickly clean out the hole around each tree. Then they waited for the tanker truck to fill their barrels so the people from the neighborhoods could give each thirsty tree a bucketful of water. Ariel explained that a bit of water the first year will help the trees recover from the shock of being transplanted, then they should normally survive on rain water. The neighbors did feel a sense of ownership. Some of them told us that they occasionally poured a bucket of recycled water on the trees near their homes.

Ariel is also a professor of forestry, and some of his students had come to help advise the local people. But the residents did most of the work, and in most OTBs the trees were soon weeded and ready to be watered.

The people have settled in Sacaba from all over highland Bolivia, from Oruro, La Paz, Potosí and rural parts of Cochabamba. They have organized themselves into OTBs, which made it possible for Alain and Ariel to work with the neighborhood associations to plan the greenbelt and plant the trees. The cell phone also helps. A few years ago, people had to be invited by a local leader going door-to-door. At those few neighborhoods where no one showed up, Alain phoned the leader of the OTB, who rang up the neighbors. Sometimes within half an hour of making the first phone call, people were digging out the holes around each tree.

In the rapidly-growing cities of the developing world, many of the new residents are from farming communities, and they have rural skills, useful when planting trees. Their new neighborhoods will be much nicer places to live if they have trees. Hopefully, as this case shows, the tree species will be well suited to the local environment, and the local people will be empowered with a sense of ownership of their green areas.

Acknowledgements

Thanks to Alain Vimercati and Ariel Ayma of Pro H√°bitat, and to all the people who are planting and caring for the trees.

Scientific names

Molle Schinus molle

Jarka Parasenegalia visco (previously Acacia visco)

Guava Psidium guajava

Broadleaf hopbush (common name in Bolivia: chacatea), Dodonaea viscosa

Jacaranda Jacaranda mimosifolia

Tara Caesalpinia spinosa

Tipa Tipuana tipu

Ceibo Erythrina crista-galli

Related Agro-Insight blogs

The cherry on the pie

Experiments with trees

The right way to distribute trees

Videos on caring for trees

Living windbreaks to protect the soil

Flowering plants attract the insects that help us

Demi lunes

Managed regeneration

ARBOLES DEL BARRIO

Jeff Bentley, 20 de agosto del 2023

Los árboles hacen que una ciudad sea más amena. A menudo hay que plantar los árboles, que ayudan a refrescar las ciudades, capturar carbono y crear un hábitat para la vida silvestre, como las aves. Pero plantar árboles a gran escala en una ciudad puede ser difícil.

Cochabamba, Bolivia es una de las muchas ciudades tropicales de r√°pido crecimiento. En un futuro pr√≥ximo, la mayor parte de la poblaci√≥n mundial podr√≠a vivir en una ciudad como √©sta. Cochabamba est√° anidada en un gran valle andino, pero en los √ļltimos veinte a√Īos la ciudad se ha extendido tambi√©n al cercano valle de Sacaba, antes sembrado en trigo de secano. En la d√©cada de los 1990, la peque√Īa ciudad de Sacaba s√≥lo ten√≠a unas manzanas de ancho. Ahora viven 220.000 personas en ese valle, que ha pasado a formar parte de la zona metropolitana de Cochabamba. Los trigales de Sacaba han sido sustituidos por un laberinto de calles asfaltadas y bonitas casas de ladrillo, cemento y teja.

Hace poco estuve en Sacaba con mi esposa Ana, que me present√≥ a unas personas que est√°n plantando √°rboles a orillas de un arroyo seco, el Waych’a Mayu. Antes era un arroyo estacional, pero ahora est√° seco todo el a√Īo. Ha sido bloqueado r√≠o arriba por personas que han construido calles y terraplenes sobre el curso del agua.

Durante los √ļltimos 18 meses, un arquitecto, Alain Vimercati, y un doctor en ciencias silvoagropecuarias, Ariel Ayma, han trabajado con los vecinos de Sacaba para organizar la plantaci√≥n de √°rboles. Eso incluy√≥ varias reuniones con los l√≠deres y los residentes de 12 organizaciones territoriales de base (OTBs) para planificar el proyecto.

Decidieron plantar √°rboles a lo largo del Waych’a Mayu, que a√ļn conservaba algunos bosques remanentes de √°rboles de secano, como molle y jarka. La poblaci√≥n local hab√≠a visto algunos de los largos parques arboleados de las zonas m√°s antiguas de Cochabamba. Estaban entusiasmados con la idea de tener un cintur√≥n verde de cinco kil√≥metros que atravesara sus barrios de ellos. Alain y Ariel, con la ONG Pro H√°bitat, produjeron 2.400 plantines de √°rboles en coordinaci√≥n con la Escuela de Ciencias Forestales (ESFOR-UMSS). Los vecinos cavaron los hoyos, plantaron los √°rboles y construyeron peque√Īos cercos protectores alrededor de cada uno.

Los √°rboles se plantaron en enero. En julio, Ana y yo fuimos con unas 20 personas de algunas de las OTBs a ver c√≥mo iban los plantines. Cuando llegamos a la l√≠nea de √°rboles, Ariel nos dijo que los √°rboles hab√≠an duplicado su tama√Īo en s√≥lo seis meses. El 80% hab√≠a sobrevivido. Pero ahora hab√≠a que mantenerlos. Ha sido un a√Īo seco y no ha llovido en cinco meses. Los √°rboles empezaban a marchitarse. Aun as√≠, Ariel anim√≥ a la gente diciendo que “el mantenimiento es m√°s importante que el agua”. Quer√≠a decir que, aunque los √°rboles necesitaban agua, tambi√©n hab√≠a que protegerlos. Es importante asegurar a la gente que no tendr√° que gastar dinero en agua. Muchos habitantes de Sacaba tienen que comprar el agua. Mientras nos reun√≠amos, camiones cisterna recorr√≠an las calles ofreciendo 200 litros de agua por 7 bolivianos (1 d√≥lar).

Entre los plantines hay algunos limones resistentes, pero la mayoría de las demás especies son árboles nativos de secano: guayaba, chacatea, jacarandá, tara, tipa y ceibo.

Ariel usó una picota y una pala para mostrar al grupo cómo limpiar una media luna alrededor de los árboles, para recoger el agua de lluvia. Tiene un doctorado, pero parece que le encanta el trabajo físico.

Ariel cortó el monte de alrededor del primer árbol y colocó la challa alrededor de la base del tronco, para dar sombra al suelo. Los representantes de las OTB, entre ellos un jubilado y una mujer con un bebé a cuestas, acordaron rápidamente reunirse una semana más tarde y traer a más gente de cada barrio para ayudar a cuidar los árboles.

Ana y yo volvimos el s√°bado siguiente. Un banco boliviano hab√≠a pagado un cami√≥n cisterna de agua (16.000 litros, por valor de unos 300 Bolivianos‚ÄĒ44 d√≥lares). Me sorprendi√≥ la cantidad de gente que acudi√≥, hasta quince o veinte en algunas OTBs. Usaron sus propias palas y picotas para limpiar r√°pidamente el agujero alrededor de cada √°rbol. Luego esperaron a que el cami√≥n cisterna llenara sus barriles para que los vecinos pudieran dar a cada √°rbol sediento un cubo lleno de agua. Ariel explic√≥ que un poco de agua el primer a√Īo ayudar√≠a a los √°rboles a recuperarse del shock de ser trasplantados, y que despu√©s deber√≠an sobrevivir normalmente con el agua de lluvia. Los vecinos estaban empezando a cuidar a los arbolitos. Algunos nos contaron que de vez en cuando echaban un cubo de agua reciclada en los √°rboles cercanos a sus casas.

Ariel es tambi√©n profesor universitario, y algunos de sus alumnos hab√≠an venido a ayudar a asesorar a los lugare√Īos. Pero los residentes hicieron la mayor parte del trabajo, y en la mayor√≠a de las OTBs los √°rboles pronto estaban limpiados y listos para ser regados.

La gente se ha asentado en Sacaba de toda la parte alta de Bolivia, de Oruro, La Paz, Potos√≠ y zonas rurales de Cochabamba. Se han organizado en OTBs, lo que ha permitido a Alain y Ariel trabajar con ellos para planificar el cintur√≥n verde y plantar los √°rboles. El celular tambi√©n ayuda. Hace unos a√Īos, la gente ten√≠a que ser invitada por un dirigente local que iba puerta en puerta. En los pocos barrios donde no aparec√≠a nadie, Alain telefoneaba al dirigente de la OTB, que llamaba a los vecinos. A veces, media hora despu√©s de la primera llamada, la gente ya estaba cavando los agujeros alrededor de cada √°rbol.

En las ciudades de r√°pido crecimiento del mundo en v√≠as del desarrollo, muchos de los nuevos residentes vienen de comunidades agr√≠colas y tienen conocimientos rurales, √ļtiles a la hora de plantar √°rboles. Sus nuevos barrios ser√°n lugares mucho m√°s agradables para vivir si tienen √°rboles. Ojal√° que, como demuestra este caso, las especies arb√≥reas se adapten bien al ambiente local y la gente local sea empoderada para adue√Īarse de sus √°reas verdes.

Agradecimientos

Gracias a Alain Vimercati y Ariel Ayma de Pro H√°bitat, y a todos los vecinos que plantan y cuidan sus √°rboles.

Nombres científicos

Molle Schinus molle

Jarka Parasenegalia visco (antes Acacia visco)

Guayaba Psidium guajava

Chacatea Dodonaea viscosa

Jacarand√° Jacaranda mimosifolia

Tara Caesalpinia spinosa

Tipa Tipuana tipu

Ceibo Erythrina crista-gall

También en el blog de Agro-Insight

The cherry on the pie

Experimentos con √°rboles

La manera correcta de distribuir los √°rboles

Videos sobre el cuidado de los √°rboles

Barreras vivas para proteger el suelo

Las plantas con flores atraen a los insectos que nos ayudan

Medias lunas

Regeneración manejada

 

Design by Olean webdesign