WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

From soil fertility to cheese September 4th, 2022 by

From soil fertility to cheese

Nederlandse versie hieronder

More than 10 years ago, a project in the high Andes in Peru set out to improve soil fertility with local communities. So, during a recent visit to the community of Colpar, in Quilcas municipality, we were surprised to hear rural women talk about how they had established a women’s association selling cheese and yoghurt. It seemed a long leap at first, but as we spent more time with the community we were reminded once more how development impacts can divert from initial intentions.

Jeff, Marcella and I had a chance to work with the local NGO Yanapai on a video about improved pastures. Farmers traditionally left their fields fallow for 10 years or more after they had planted potatoes for a year, followed by a year of oca, ulluco, broad beans or another crop. With increased pressure on the land, fallow periods shortened and soil fertility declined. The initial idea of the researchers was that by broadcasting seeds of legume fodder crops and improved grasses, such as rye grass after the last harvest, would help the  soil recover its fertility faster. This idea, as creative it was, never quite worked out.

But the researchers and NGO staff did not give up and kept on engaging the farmers in their trials. Farmers gradually started to drive the agenda. Especially in areas where farmers had access to irrigation water, they began experimenting with mixed pastures, containing a mix of annual and perennial fodder legumes and grasses, such as oats, barley, rye grass, clover, alfalfa and vetch.

All farmers in Quilcas now have semi-permanent fields of fodder, which they establish at different times of the year to have feed all year round, as Ricardina Rodríguez, one of the local women tells us: “Natural pasture dries up in the dry season, and there is nothing for the cows to eat. Planted fodder is there all year. We cut it every two months, and it maintains our cows.”

When we interview Herminio Rodríguez, he explains how their animals prefer a mix of fodder: “When you have a mix of pastures, they eat everything. And when you feed a mix with clover and alfalfa, the cows also give more milk.”

The farmers we meet all confirm that after 3 to 4 years the mixed pastures have improved the fertility of the soil, as the grasses with their abundant roots make the soil looser, while the legumes fix nitrogen from the air and as such benefit the subsequent potato crop. The farmers also add a bit of kitchen ash or composted manure after they cut fodder, which also improves the soil fertility.

The project had evolved from enriching native fallow vegetation with improved fodder species, to one where farmers installed and cared for their pasture as if it were a crop, fertilizing, irrigating and harvesting it. Some farmers may even keep some of their fields under permanent fodder, as they feel the benefits of having good fodder outweighs the benefits of harvesting more potatoes.

With additional support of two other projects, including a local government project, that focused on livestock, fodder and irrigation, life in the community steadily improved, and women made the most of it. While they used to sell all their fresh milk to a buyer from the nearby town, they realized that they could make more money by making and selling their own cheese and yoghurt.

“We used to heat the milk with firewood, but now we use gas. We have our big pots, our cheese press. We improve all the time. And once a week we prepare cheese and yoghurt to take to the weekly market,” says Ricardina Rodríguez.

Lucía Ávila, another member of the association who we interview on camera, summarises it well: “I would tell all farmers that we should plant pasture to have better animals, and to have a little money. If you have a bigger guinea pig, they pay you well. If your bull is bigger or fatter, they pay you well. Cultivated fodder is better to improve our quality of life.”

By having an open mindset, a certain degree of flexibility and long-term support to work with farming communities, researchers working with local NGOs can have tremendous impact that goes way beyond what they had anticipated initially.

 

Watch the video on the Access Agriculture video platform:
Improved pasture for fertile soil

Related Agro-Insight blogs

Farming as a lifestyle

Acknowledgements

The visit to Peru to film various farmer-to-farmer training videos with farmers like doña Ricardina, doña Lucía and don Herminio was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to Edgar Olivera from Grupo Yanapai for introducing us to the community, and to Erik Córdova Ramos for the photo of the Agro-Insight team with colleagues from Yanapai.

 

Van bodemvruchtbaarheid tot kaas

Meer dan 10 jaar geleden werd een project in de hoge Andes in Peru opgezet om samen met de plaatselijke gemeenschappen de vruchtbaarheid van de bodem te verbeteren. Tijdens een recent bezoek aan de gemeenschap van Colpar, in de gemeente Quilcas, waren we dan ook verrast toen we plattelandsvrouwen hoorden vertellen over hoe ze een vrouwenvereniging hadden opgericht die kaas en yoghurt verkoopt. Het leek eerst een lange sprong, maar toen we meer tijd met de gemeenschap doorbrachten, werden we er weer eens aan herinnerd hoe de gevolgen van ontwikkeling kunnen afwijken van de oorspronkelijke bedoelingen.

Jeff, Marcella en ik hadden de kans om met de plaatselijke NGO Yanapai te werken aan een video over verbeterde weidegronden. Traditioneel lieten boeren hun akkers 10 jaar of langer braak liggen nadat ze een jaar lang aardappels hadden geplant, gevolgd door een jaar oca, ulluco, tuinbonen of een ander gewas. Door de toenemende druk op het land werden de braakperiodes korter en ging de bodemvruchtbaarheid achteruit. Het oorspronkelijke idee van de onderzoekers was dat door na de laatste oogst zaden van voederleguminosen en verbeterde grassen, zoals raaigras, uit te strooien, de bodem zijn vruchtbaarheid sneller zou herstellen. Dit idee, hoe creatief het ook was, heeft nooit helemaal gewerkt.

Maar de onderzoekers en de NGO-medewerkers gaven niet op en bleven de boeren bij hun proeven betrekken. Geleidelijk aan begonnen de boeren de agenda te bepalen. Vooral in gebieden waar de boeren toegang hadden tot irrigatiewater, begonnen zij te experimenteren met gemengde weidegronden, met een mix van eenjarige en meerjarige voederleguminosen en grassen, zoals haver, gerst, raaigras, klaver, alfalfa en wikke.

Alle boeren in Quilcas hebben nu semi-permanente voedergewassenvelden, die ze op verschillende tijdstippen van het jaar aanleggen, zodat ze het hele jaar door voedergewassen hebben, zoals Ricardina RodrĂ­guez, een van de plaatselijke vrouwen, ons vertelt: “Natuurlijke weiden drogen op in het droge seizoen, en er is niets te eten voor de koeien. Geplant veevoer is er het hele jaar. We maaien het om de twee maanden, en het onderhoudt onze koeien.”

Als we Herminio RodrĂ­guez interviewen, legt hij uit hoe hun dieren de voorkeur geven aan een mix van voedergewassen: “Als je een mix van voedergewassen hebt, eten ze alles. En als je een mix met klaver en luzerne voert, geven de koeien ook meer melk.”

De boeren die we ontmoeten, bevestigen allemaal dat de gemengde weiden na 3 tot 4 jaar de vruchtbaarheid van de bodem hebben verbeterd, omdat de grassen met hun overvloedige wortels de grond losser maken, terwijl de peulvruchten stikstof uit de lucht vastleggen en als zodanig ten goede komen aan de daaropvolgende aardappeloogst. De boeren voegen ook een beetje keuken-as of gecomposteerde mest toe nadat zij het voeder hebben gemaaid, wat de bodemvruchtbaarheid eveneens verbetert.

Het project is geëvolueerd van het verrijken van inheemse braakvegetatie met verbeterde voedergewassen tot een project waarbij de boeren hun weiland installeren en verzorgen alsof het een gewas is, bemesten, irrigeren en oogsten. Sommige boeren houden zelfs een deel van hun akkers permanent met voedergewassen bedekt, omdat zij vinden dat de voordelen van goed voedergewas opwegen tegen de voordelen van het oogsten van meer aardappelen.

Met extra steun van twee andere projecten, waaronder een project van de plaatselijke overheid, die zich richtten op vee, veevoeder en irrigatie, verbeterde het leven in de gemeenschap gestaag, en de vrouwen haalden daar het meeste uit. Terwijl ze vroeger al hun verse melk verkochten aan een opkoper uit de nabijgelegen stad, realiseerden ze zich dat ze meer geld konden verdienen door hun eigen kaas en yoghurt te maken en te verkopen.

“Vroeger verwarmden we de melk met brandhout, maar nu gebruiken we gas. We hebben onze grote potten, onze kaaspers. We verbeteren de hele tijd. En Ă©Ă©n keer per week maken we kaas en yoghurt om mee te nemen naar de wekelijkse markt,” zegt Ricardina RodrĂ­guez.

LucĂ­a Ávila, een ander lid van de vereniging die we voor de camera interviewen, vat het goed samen: “Ik zou tegen alle boeren willen zeggen dat we weiland moeten planten om betere dieren te hebben, en om een beetje geld te hebben. Als je een grotere cavia hebt, betalen ze je goed. Als je stier groter of vetter is, betalen ze je goed. Gekweekt voer is beter om de kwaliteit van ons leven te verbeteren.”

Door een open mentaliteit, een zekere mate van flexibiliteit en steun op lange termijn om met boerengemeenschappen samen te werken, kunnen onderzoekers die met lokale NGO’s samenwerken een enorme impact hebben die veel verder gaat dan wat ze aanvankelijk hadden voorzien.

Bekijk de video op het Access Agriculture video platform:
Improved pasture for fertile soil

Agroecology for kids July 31st, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

May 3rd, is a special day for the people of Tres de Mayo, Huayllacán, in Huánuco, in the highlands of central Peru, as they celebrate the community’s anniversary.

When we reach the village at 7.30 am, half an hour before the school starts, local women in their beautiful traditional dresses and hats with colourful flowers are already frying trout in a big pan over a wood fire.

Soon after, breakfast is served in one of the classrooms of the local school. Jeff, Marcella and I take our seats on the small chairs and we are soon joined by the teachers. Large pots with steaming food have been carried into the classroom in a wheelbarrow. We all enjoy the trout with a diversity of boiled potatoes, four or five different varieties on each plate. And diversity will be the theme of the day, as the school has organised a fair on agrobiodiversity and local food.

After raising the flag of Peru and singing the national anthem, children from all classes perform a variety of songs, poems and sketches, all related to their rich farming, food and herbal health traditions. The school walls are lined with drawings of the pupils from kindergarten to secondary school. Later on, a jury evaluates the children’s art work. When I ask Dante Flores, one of the jury members how they make a selection, he says: they will all get a prize. This is a nice way to ensure all kids feel appreciated.

The school has a specially designed classroom, which they call the Seed Room or Muru Huasi in the local Quechua language. The name is a little confusing as it is not a seed storage room, but rather it sows the seeds of respect and love for local culture, agrobiodiversity and ecological farming.

Besides a library with books on Peru and its natural richness, the room also displays drawings and models made by the school children that show the different plants and animals their parents have on their farms. Various games, such as an adaptation of Monopoly, trigger the children to learn in a joyful way about their rich farming and food traditions. On one of the tables, a variety of clay-made tubers are on display, in all sorts of shapes and colours that I have never seen before.

Outside, at the fair, I realize that these kids have not improvised, but that Andean tubers indeed are incredibly diverse. For potatoes alone, of which Peru is the centre of origin, the country has some 4,000 varieties.

The fair is also visited by parents, of which several are “conservationistas”. Jeff and I talk to one of the them. Eustaquio Hilario Ponciano tells us that he and his family has about 300 potato varieties that he mixes all together in his fields. This strategy offers diverse food, but also spreads risks as one is never sure what the weather will be like.

A day earlier, we went with some joyful, singing children up to the high country at about 4,000 meters altitude, to meet don Eustaquio and his wife at the time when they were harvesting one of their potato fields. From the steep slopes they unearth red, yellow, black and purple spotted potatoes in all shapes. The children repeat in loud voice the Quechua names of each variety. It is clear how much the children enjoy being out in the field and listen to some of the stories behind the names of the local varieties.

At the fair, long tables display a selection of the potato varieties along with other Andean tubers, such as oca, olluco and mashua.

From the children’s drawings, songs and poems it is clear how much pride the school director, Luz Valverde, and the teachers take in their rich culture, and how they have successfully passed this on to the children.

We hope that the video that we made on teaching ecological farm and food culture in schools will inspire educators around the world. Children deserve healthy, nutritious food that is grown locally, without any chemicals.

Note

The scientific name of oca is Oxalis tuberosa; olluco is Ullucus tuberosus and mashua is Tropaeolum tuberosum. For more info, see: https://cipotato.org/roots-and-tubers/oca-ulluco-mashua/

Watch the video: Teaching agroecology in schools

Related Agro-Insight blogs

A good school

The school garden

Get in the picture

Farming as a lifestyle

Videos to teach kids good attitudes

The dialect devil

Teaching the farmers of tomorrow with videos

Acknowledgements

The visit to Peru to film various farmer-to-farmer training videos was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to the school director Luz Valverde, faculty, students and parents of School No. 32677, Tres de Mayo de Huayllacayán, to Aldo Cruz – Centro de Investigaciones de Zonas Áridas (CIZA) and Dante Flores – Instituto de Desarrollo y Medio Ambiente (IDMA) for supporting our field work.

More training videos on agroecology

See the many training videos on agroecology hosted on the Access Agriculture video platform.

 

Agroecologie voor kinderen

3 mei is een speciale dag voor de inwoners van Tres de Mayo, HuayllacĂĄn, in HuĂĄnuco, in de hooglanden van centraal Peru, omdat ze de verjaardag van de gemeenschap vieren.

Als we om 7.30 uur in het dorp aankomen, een half uur voordat de school begint, zijn de plaatselijke vrouwen in hun prachtige traditionele jurken en hoeden met kleurige bloemen al forel aan het bakken in een grote pan boven een houtvuur.

Kort daarna wordt het ontbijt geserveerd in een van de klaslokalen van de plaatselijke school. Jeff, Marcella en ik nemen plaats op de kleine stoeltjes en al snel voegen de leraren zich bij ons. Grote potten met dampend eten zijn in een kruiwagen de klas binnengereden. We genieten allemaal van de forel met een verscheidenheid aan gekookte aardappelen, vier of vijf verschillende soorten op elk bord. En diversiteit zal het thema van de dag zijn, want de school heeft een beurs georganiseerd over agrobiodiversiteit en lokaal voedsel.

Na het hijsen van de Peruaanse vlag en het zingen van het volkslied, voeren kinderen uit alle klassen een aantal liedjes, gedichten en sketches op, die allemaal te maken hebben met hun rijke tradities op het gebied van landbouw, voeding en kruidengeneeskunde. De muren van de school zijn bekleed met tekeningen van de leerlingen van de kleuterschool tot de middelbare school. Later beoordeelt een jury de kunstwerken van de kinderen. Als ik Dante Flores, een van de juryleden, vraag hoe zij een selectie maken, zegt hij: ze krijgen allemaal een prijs. Dit is een leuke manier om ervoor te zorgen dat alle kinderen zich gewaardeerd voelen.

De school heeft een speciaal ontworpen klaslokaal, dat ze de Zaadkamer noemen of Muru Huasi in de lokale Quechua taal. De naam is een beetje verwarrend omdat het geen opslagruimte voor zaden is, maar eerder de zaden zaait van respect en liefde voor de lokale cultuur, agrobiodiversiteit en ecologische landbouw.

Naast een bibliotheek met boeken over Peru en zijn natuurlijke rijkdom, worden in het lokaal ook tekeningen en modellen tentoongesteld die door de schoolkinderen zijn gemaakt en die de verschillende planten en dieren laten zien die hun ouders op hun boerderij hebben. Verschillende spelletjes, zoals een bewerking van Monopoly, zetten de kinderen aan om op een vrolijke manier te leren over hun rijke landbouw- en voedseltradities. Op een van de tafels worden allerlei knollen van klei tentoongesteld, in allerlei vormen en kleuren die ik nog nooit eerder heb gezien.

Buiten, op de beurs, realiseer ik me dat deze kinderen niet geĂŻmproviseerd hebben, maar dat de knollen uit de Andes inderdaad ongelooflijk divers zijn. Alleen al voor aardappelen, waarvan Peru het centrum van herkomst is, kent het land zo’n 4.000 variĂ«teiten.

De beurs wordt ook bezocht door ouders, waarvan er verschillende “conservationistas” zijn. Jeff en ik praten met een van hen. Eustaquio Hilario Ponciano vertelt ons dat hij en zijn familie zo’n 300 aardappelrassen hebben die hij allemaal door elkaar mengt op zijn velden. Deze strategie biedt gevarieerd voedsel, maar spreidt ook risico’s, want men weet nooit zeker wat voor weer het zal zijn.

Een dag eerder zijn we met een aantal vrolijk zingende kinderen naar het hooggelegen land op zo’n 4.000 meter hoogte gegaan, om don Eustaquio en zijn vrouw te ontmoeten op het moment dat ze een van hun aardappelvelden aan het oogsten waren. Van de steile hellingen halen zij rood, geel, zwart en paars gevlekte aardappelen in allerlei vormen. De kinderen herhalen met luide stem de Quechua namen van elke variĂ«teit. Het is duidelijk hoe leuk de kinderen het vinden om op het veld te zijn en te luisteren naar de verhalen achter de namen van de lokale variĂ«teiten.

Op de beurs staan op lange tafels een selectie van de aardappelrassen uitgestald, samen met andere knollen uit de Andes, zoals oca, olluco en mashua.

Uit de tekeningen, liedjes en gedichten van de kinderen blijkt hoe trots de directrice van de school, Luz Valverde, en de leerkrachten zijn op hun rijke cultuur, en hoe ze die met succes op de kinderen hebben overgebracht.

We hopen dat de video die we hebben gemaakt over het onderwijzen van de ecologische landbouw- en voedselcultuur op scholen, opvoeders over de hele wereld zal inspireren. Kinderen verdienen gezond, voedzaam voedsel dat lokaal verbouwd is, zonder chemicaliën.

Bekijk de video: Teaching agroecology in schools

Making farmers anonymous July 24th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Short food chains narrow the gap between producers and consumers, but when food is traded through wholesalers and when supermarkets sell their own brands, active efforts are undertaken to make farmers anonymous. This never really occurred to me until Vera Kuijpers, from the organic farm and farm shop Het Eikelenhof in north-eastern Limburg, told me about her latest experience with Biofresh, one of the major organic wholesalers in Belgium.

Every Thursday at 4.30 am, Vera and her husband Johan Hons, load their van with their freshly harvested vegetables and other produce and drive about 100 km to sell to Biofresh among a few other places. Last week they also took over 60 crates of new potatoes. Their red Aloette is a firm and delicious potato variety that withstands the common Phytophthora disease. Each crate is nicely labelled with the family name of Johan (Hons), and the variety. “The moment we deliver our crates, staff at Biofresh remove the labels and attach their own, so that other people who come and buy organic produce will not know who has produced it. But this time, they also removed the name of the variety,” Vera says, “they just put ‘red potato’. I really wonder why they would do that?”

Vera and Johan strongly disagree with this new development, as one cannot compare one red variety with all the others. “If customers in a supermarket want to buy the delicious Aloette, one week it may be this variety, but if the next week it is a different red variety that has a very different taste or is not tasty, they may stop buying red potatoes all together, and then the farmer who grows Aloette will no longer be able to sell their potatoes,” Johan says. From a producer’s perspective he surely has a point.

When discussing this matter with my wife, Marcella, she points out that the contrast of how Oxfam markets Fairtrade products is very stark. On almost all packaging, you see the face of a farmer and often a personal story that goes with it. Supermarkets also sell Fairtrade products, and seemingly have no problem with an occasional personal touch. A coffee drinker in Europe is unlikely to meet many coffee growers in the distant African highlands or Latin America. The photo and the blurb on the coffee package are a mere virtual connection. There is no risk of consumers buying directly from producers, whereas a Belgian retailer or consumer would be able to contact a farmer in Belgium.

Naming the farmers and the varieties is important when selling produce, as it helps consumers relate to the food they eat and the people who produce it. As consumers increasingly turn to farm shops, farmers’ markets and other short food chains, wholesalers and supermarkets are now taking steps to make farmers and varieties anonymous. The farmers are potential competitors, and the big buyers want to make sure the customers never meet the farmers. It is like a trade secret to stay in business, but also yet another tactic whereby farmers’ ability to negotiate prices with middlepersons and supermarkets are undermined.

Related blogs

Food for outlaws

The next generation of farmers

Grocery shops and farm shops

Marketing something nice

The joy of business

Fighting farmers

Related videos

Creating agroecological markets

Home delivery of organic produce

Inspiring platforms

Access Agriculture: hosts over 230 training videos in over 95 languages on a diversity of crops and livestock, soil and water management, food processing etc. Each video describes underlying principles, as such encouraging people to experiment and adapt new ideas to their context.

EcoAgtube: a social media video platform where anyone from across the globe can upload their own videos related to natural farming and circular economy.

 

Landbouwers anoniem maken

Korte voedselketens verkleinen de kloof tussen producent en consument, maar als voedsel via de groothandel wordt verhandeld en als supermarkten hun eigen merken verkopen, wordt er actief geprobeerd om boeren anoniem te maken. Dit was nooit echt bij me opgekomen totdat Vera Kuijpers, van de biologische boerderij en boerderijwinkel Het Eikelenhof in Noordoost-Limburg, me vertelde over haar laatste ervaring met Biofresh, een van de grote biologische groothandels in België.

Elke donderdag om 4.30 uur laden Vera en haar man Johan Hons hun bestelwagen vol met hun vers geoogste groenten en andere producten en rijden dan zo’n 100 km om te verkopen aan onder andere Biofresh. Vorige week namen ze ook meer dan 60 kratten nieuwe aardappelen mee. Hun rode Aloette is een vast en lekker aardappelras dat bestand is tegen de veel voorkomende schimmelziekte Phytophthora. Elke krat is mooi geĂ«tiketteerd met de familienaam van Johan (Hons), en het ras. “Op het moment dat wij onze kratten afleveren, verwijderen de medewerkers van Biofresh de etiketten en plakken hun eigen etiketten erop, zodat andere mensen die biologische producten komen kopen, niet weten wie ze heeft geproduceerd. Maar deze keer hebben ze ook de naam van het ras verwijderd,” zegt Vera, “ze hebben er alleen ‘rode aardappel’ op gezet. Ik vraag me echt af waarom ze dat doen?”

Vera en Johan zijn het absoluut niet eens met deze nieuwe ontwikkeling, want je kunt het ene rode ras niet vergelijken met alle andere. “Als klanten in een supermarkt de lekkere Aloette willen kopen, kan dat de ene week dit ras zijn, maar als het de volgende week een ander rood ras is dat heel anders smaakt of niet lekker is, zullen ze misschien helemaal geen rode aardappelen meer kopen, en dan kan de boer die Aloette teelt zijn aardappelen niet meer verkopen”, zegt Johan. Vanuit het oogpunt van de teler heeft hij zeker een punt.

Als ik deze kwestie met mijn vrouw Marcella bespreek, wijst zij erop dat het contrast met de manier waarop Oxfam Fairtrade-producten op de markt brengt, erg groot is. Op bijna alle verpakkingen zie je het gezicht van een boer en vaak een persoonlijk verhaal dat erbij hoort. Supermarkten verkopen ook Fairtrade-producten, en lijken geen probleem te hebben met af en toe een persoonlijk tintje. Een koffiedrinker in Europa zal waarschijnlijk niet veel koffietelers in de verre Afrikaanse hooglanden of Latijns-Amerika ontmoeten. De foto en de verhaaltjes op de koffieverpakking zijn niet meer dan een virtuele verbinding. Er is geen risico dat de consument rechtstreeks bij de producent koopt, terwijl een Belgische detailhandelaar of consument wel contact kan opnemen met een boer in België.

Het noemen van de boeren en de rassen is belangrijk bij de verkoop van producten, omdat het de consumenten helpt een band te krijgen met het voedsel dat zij eten en de mensen die het produceren. Nu consumenten zich steeds meer wenden tot boerderijwinkels, boerenmarkten en andere korte voedselketens, nemen groothandelaren en supermarkten maatregelen om boeren en rassen anoniem te maken. De boeren zijn potentiële concurrenten, en de grote inkopers willen er zeker van zijn dat de klanten de boeren nooit ontmoeten. Het is als een handelsgeheim om in business te blijven, maar ook de zoveelste tactiek waardoor het vermogen van boeren om met tussenpersonen en supermarkten over prijzen te onderhandelen wordt ondermijnd.

The nitrogen crisis July 3rd, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

The European Union, along with most countries across the world, has agreed to reduce the emission of greenhouse gases to curb the negative effects of climate change, which are already apparent. Under the Green Deal, the EU aims to be climate neutral by 2050. Besides investments in more sustainable energy production and consumption (transport, housing 
), further improvements are also needed in the food sector. But there is little consensus on how farmers should be supported.

Looking at the demographic trends in rural Europe, the proposed solutions will need to consider farm size. From 2005 to 2013, across Europe the number of farms with less than 50 hectares of land steadily decreased, while those between 50 and 100 hectares remained more or less stable. Those over 100 hectares slightly increased. Yet more than half of the farming population in Europe is older than 55 years (EuroStat, 2021). Meanwhile, the younger farmers have invested in labour-saving equipment, for example to work the larger holdings, acquiring high debts along the way. Further investment in climate mitigation will require proper support so that when the older farmers retire, the next generation will be able cope with the ever-increasing pressure of bank loans.

The war in Ukraine has triggered a sharp rise in the price of artificial fertilizers, making chemical-based farming less profitable. It is estimated that globally only one third of the applied nitrogen from chemical fertilizers is used by crops. Combined with the mounting pressure on farmers to help mitigate climate change by reducing carbon and nitrogen emissions, farmers are keen to optimise the use of animal manure.

While animal and human manure has been used to keep soils fertile for thousands of years, something has gone wrong in the recent past.

In a German documentary on the Aztecs, called Children of the Sun, ethnologist Antje Gunsenheimer describes some ancient human manure management. The central market in TenochtitlĂĄn, the Aztec capital, had public toilets where urine and faeces were collected separately in clay pots. Dung traders sold the composted dung as fertilizer, while the urine was used for dying fabric and leather tanning.

From the earliest days of farming in Europe, animals were kept on deep bedding of straw. But nowadays most animals in Europe are kept on a metal grid, and the mix of urine and dung is collected in large, underground reservoirs. When excrement and urine from cows or pigs mix, a lot of methane gas (CH4) and ammonia (NH4) is produced. The old practices of using straw as bedding, as well as innovative designs to separate the dung form the urine, is getting some renewed attention in livestock farming, because when separated, greenhouse gas emissions can be reduced by up to 75%.

Bedding with crop residues such as wheat straw may provide substantial benefits.

Engineers in the Netherlands, the USA, Israel and various other countries are researching how best to adjust modern livestock sheds. Some promising examples include free walk housing systems that operate with composting bedding material or artificial permeable floors as lying and walking areas. Other sustainable techniques that are being explored include the CowToilet, which separates faeces and urine. As converting housing systems may be costly and therefore only adopted slowly by farmers, it is important to also experiment with better ways of applying liquid manure.

In modern livestock systems, urine and manure are mixed with the water used to wash the pens. Getting rid of this slurry, or liquid manure, has become a main environmental concern. When liquid manure is applied to the soil, much of the nitrogen evaporates as nitrous oxide or N2O, a greenhouse gas 300 times more powerful than carbon dioxide. Another fraction is converted to nitrates (NO3), which seep through the soil and pollute the ground water. While manure used to be a crucial resource, it has now become a waste product and an expense for farmers.

Making better use of animal waste will be crucial for the future of our food. One key factor is the lack of soil organic matter and good microbes, that can help capture nitrogen and release this more slowly to benefit crops.

Solutions that are financially feasible for farmers will require the best of ideas, with inputs from farmers, soil scientists, microbiologists, ecologists, chemical and mechanical engineers, as well as social scientists.

Practices that help to build up soil carbon will be crucial to reduce the environmental impact of animal manure and fertilizers. Ploughing is known to have a detrimental effect on soil organic matter, as it induces oxidation of soil carbon. Reduced tillage or zero tillage for crop cultivation, and regenerative farming to make animal farming more sustainable, has been promoted and used in the USA and other parts of the world, and could be explored more intensively in Europe.

Also, there will be a need to revive soil micro-organisms, as these have been seriously affected by the use of agrochemicals and the reduced availability of soil organic matter. The expensive machines that are currently used by service providers to spread or inject liquid manure in farmers’ fields could equally be used to inject solutions with good micro-organisms that will help to capture nitrogen to then release it to crops, and build up a healthy soil.

Human creativity will be required to help come up with solutions that are economically feasible for farmers in the near future. To make this happen as fast as possible, more investments are required in research that truly addresses the fundamentals of the problems. Still, far too much public money is invested in research on new crop varieties, livestock feed, and the application of agrochemicals, all of which are to the benefit of large corporations.

Photo credit: The photo on the straw bedding is by Herbert Wiggerman.

More reading

Galama, P. J., Ouweltjes, W., Endres, M. I., Sprecher, J. R., Leso, L., Kuipers, A., Klopčič, M. 2020. Symposium review: Future of housing for dairy cattle. Journal of Dairy Science, 103(6), pp. 5759-5772. Available at:  https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0022030220302988

Related blogs

Capturing carbon in our soils

Reviving soils

Effective micro-organisms

A revolution for our soil

Repurposing farm machinery

Related videos

Good microbes for plants and soil

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Coir pith

Mulch for a better soil and crop

Vermiwash: an organic tonic for crops

Inspiring platforms

Access Agriculture: hosts over 220 training videos in over 90 languages on a diversity of crops and livestock, sustainable soil and water management, basic food processing, etc. Each video describes underlying principles, as such encouraging people to experiment with new ideas.

EcoAgtube: a social media video platform where anyone from across the globe can upload their own videos related to natural farming and circular economy.

 

De stikstofcrisis

De Europese Unie heeft, samen met de meeste landen in de wereld, afgesproken de uitstoot van broeikasgassen te verminderen om de negatieve gevolgen van de klimaatverandering, die nu al merkbaar zijn, te beperken. In het kader van de Green Deal streeft de EU ernaar tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. Naast investeringen in duurzamere energieproductie en -consumptie (vervoer, huisvesting …) zijn ook verdere verbeteringen nodig in de voedselsector. Maar er is weinig consensus over hoe landbouwers moeten worden ondersteund.

Als we kijken naar de demografische tendensen op het Europese platteland, moet bij de voorgestelde oplossingen rekening worden gehouden met de omvang van de landbouwbedrijven. Tussen 2005 en 2013 is in heel Europa het aantal landbouwbedrijven met minder dan 50 hectare gestaag gedaald, terwijl het aantal bedrijven tussen 50 en 100 hectare min of meer stabiel is gebleven. Het aantal bedrijven met meer dan 100 hectare is licht gestegen. Toch is meer dan de helft van de landbouwbevolking in Europa ouder dan 55 jaar (EuroStat, 2021). Ondertussen hebben de jongere boeren geĂŻnvesteerd in arbeidsbesparende apparatuur, bijvoorbeeld om de grotere bedrijven te bewerken, waarbij ze onderweg hoge schulden hebben gemaakt. Voor verdere investeringen in klimaatmitigatie is goede ondersteuning nodig, zodat wanneer de oudere boeren met pensioen gaan, de volgende generatie het hoofd kan bieden aan de almaar toenemende druk van bankleningen.

De oorlog in OekraĂŻne heeft geleid tot een sterke stijging van de prijs van kunstmest, waardoor landbouw op basis van chemische stoffen minder winstgevend is geworden. Bovendien wordt naar schatting wereldwijd slechts een derde van de stikstof uit kunstmest door de gewassen gebruikt. In combinatie met de toenemende druk op landbouwers om de klimaatverandering te helpen beperken door de uitstoot van koolstof en stikstof te verminderen, zijn landbouwers erop gebrand het gebruik van dierlijke mest te optimaliseren.

Hoewel dierlijke en menselijke mest al duizenden jaren wordt gebruikt om de bodem vruchtbaar te houden, is er in het recente verleden iets misgegaan.

In een Duitse documentaire over de Azteken, genaamd Children of the Sun, beschrijft etnologe Antje Gunsenheimer hoe men in de oudheid met menselijke mest omging. De centrale markt in TenochtitlĂĄn, de Azteekse hoofdstad, had openbare toiletten waar urine en uitwerpselen gescheiden werden opgevangen in kleipotten. Mesthandelaren verkochten de gecomposteerde mest als meststof, terwijl de urine werd gebruikt voor het verven van stoffen en het looien van leer.

Vanaf de begindagen van de landbouw in Europa werden dieren gehouden op een diep strobed. Maar tegenwoordig worden de meeste dieren in Europa op een metalen rooster gehouden, en wordt het mengsel van urine en mest opgevangen in grote, ondergrondse reservoirs. Wanneer uitwerpselen en urine van koeien of varkens zich vermengen, ontstaat er veel methaangas (CH4) en ammoniak (NH4).

De oude praktijk van het gebruik van stro als strooisel en innovatieve ontwerpen om de mest van de urine te scheiden, krijgt hernieuwde aandacht in de veehouderij, omdat bij scheiding de uitstoot van broeikasgassen tot 75% kan worden verminderd.

Bedding with crop residues such as wheat straw may provide substantial benefits.

Ingenieurs in Nederland, de VS, Israël en diverse andere landen onderzoeken hoe moderne stallen het best kunnen worden aangepast. Enkele veelbelovende voorbeelden zijn huisvestingssystemen met vrije uitloop die werken met composterend strooiselmateriaal of kunstmatige doorlaatbare vloeren als lig- en loopruimte. Andere duurzame technieken die worden onderzocht zijn onder meer het CowToilet, dat uitwerpselen en urine scheidt. Aangezien het ombouwen van stalsystemen kostbaar kan zijn en daarom slechts langzaam door boeren wordt overgenomen, is het belangrijk om ook te experimenteren met betere manieren om vloeibare mest toe te dienen.

In moderne veeteeltsystemen worden urine en mest vermengd met het water dat wordt gebruikt om de boxen te wassen. Het wegwerken van deze gier, of vloeibare mest, is een belangrijk milieuprobleem geworden. Wanneer vloeibare mest op de bodem wordt gebracht, verdampt een groot deel van de stikstof in de vorm van stikstofoxide of N2O, een broeikasgas dat 300 keer krachtiger is dan koolstofdioxide. Een ander deel wordt omgezet in nitraten (NO3), die door de bodem sijpelen en het grondwater verontreinigen. Terwijl mest vroeger een cruciale hulpbron was, is het nu een afvalproduct en een kostenpost voor de landbouwers geworden.

Een beter gebruik van dierlijk afval zal van cruciaal belang zijn voor de toekomst van ons voedsel. Een belangrijke factor is het gebrek aan organisch materiaal en goede microben in de bodem, die kunnen helpen stikstof vast te leggen en langzamer vrij te geven ten voordele van de gewassen.

Om oplossingen te vinden die voor de landbouwers financieel haalbaar zijn, zullen de beste ideeën moeten worden uitgewisseld, met bijdragen van landbouwers, bodemwetenschappers, microbiologen, ecologen, chemische en mechanische ingenieurs en sociale wetenschappers.

Praktijken die helpen bij de opbouw van koolstof in de bodem zullen van cruciaal belang zijn om de milieueffecten van dierlijke mest en meststoffen te verminderen. Het is bekend dat ploegen een nadelig effect heeft op het organisch materiaal in de bodem, aangezien het de oxidatie van koolstof in de bodem induceert. Verminderde grondbewerking of nulgrondbewerking voor de teelt van gewassen, en regeneratieve landbouw om de veehouderij duurzamer te maken, worden in de VS en andere delen van de wereld gestimuleerd en toegepast, en zouden in Europa intensiever kunnen worden onderzocht.

Ook zullen de micro-organismen in de bodem nieuw leven moeten worden ingeblazen, aangezien deze ernstig zijn aangetast door het gebruik van landbouwchemicaliën en de verminderde beschikbaarheid van organisch materiaal in de bodem. De dure machines die momenteel door dienstverleners worden gebruikt om vloeibare mest over de akkers van de landbouwers uit te strooien of te injecteren, zouden ook kunnen worden gebruikt om oplossingen met goede micro-organismen te injecteren die stikstof helpen vastleggen om het vervolgens aan de gewassen af te geven, en een gezonde bodem op te bouwen.

Menselijke creativiteit zal nodig zijn om in de nabije toekomst oplossingen te vinden die economisch haalbaar zijn voor landbouwers. Om dit zo snel mogelijk te laten gebeuren, zijn meer investeringen nodig in onderzoek dat de fundamentele problemen echt aanpakt. Nog steeds wordt veel te veel overheidsgeld geïnvesteerd in onderzoek naar nieuwe gewasvariëteiten, veevoer en de toepassing van landbouwchemicaliën, die allemaal in het voordeel zijn van grote bedrijven.

Rotational grazing June 19th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

While making farmer training videos, we always learn a lot from rural people. As we spend more days in the same village, farmers get to know us better and share interesting insights, allowing us to adjust and add depth to the video.

For a video on rotational grazing, we spent a week in Canrey Chico, in Ancash, Peru. It was a rich experience. Yet, the greatest insight came from a farmer researcher at the other side of the planet, in Australia.

Pastures need to rest so they can recuperate, but they can’t rest if livestock are grazing on them all the time. Overgrazing has become a problem in many parts of the world. With the changing climate, there is often less water available for pasture. So, in the video we say that now more than ever, grazing lands need to rest for the forage plants to recover.

A local farmer, Robert Balabarca, told us: “When we have an excess of animals in just one place, the next season the pasture will not grow back the way it should. It is less, and the grass lasts for less time.” This is indeed a sign of overgrazing, with consequences stretching into the following seasons.

As the days passed, we realized we could still not say exactly how one can know when a pasture has been sufficiently grazed.

When interviewing Delia Rodríguez on camera, she said: “In case the animals have grazed too much, the grass seed may all be eaten, and the grass takes longer to grow back. That is why we don’t want to overgraze.”

I remembered a webinar I attended during covid where a farmer talked about regenerative grazing, a system of managing grazing regimes in a way that plants are given the time needed to recover and store the most carbon in the soil. A few months ago, I also go to know André Leu, former director of IFOAM Organics International, who in the meantime had created a network organisation called Regeneration International. André runs his own cattle farm in Australia, so I decided to contact him and ask for advice.

When André wrote back, he shared an idea that was the missing part of our puzzle. We had not appreciated how grazing the above-ground part of the plant, the roots develop more slowly or may stop growing all together. This piece of scientific background information will surely help farmers as they decide when to move animals to a new paddock.

To curb global warming, we humans must store carbon in the soil, and for this we need as many active roots as possible. When plants absorb carbon from their air through photosynthesis, one third of it is released as sugars through the roots to feed soil microorganisms. These in turn supply nutrients to the plants. Well-managed pastures help soils to store carbon, retain water and nutrients.

At Agro-Insight, our videos combine the best of both worlds and merge scientific with farmer knowledge. In this case, we were fortunate to know a helpful scientist who is also a farmer himself.

Related Agro-Insight blogs

Farming as a lifestyle

Mother and calf

Capturing carbon in our soils

Community and microbes

Soil for a living planet

Acknowledgements

The visit to Peru to film various farmer-to-farmer training videos with farmers like doña Delia and don Robert was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to Vidal Rondån of the Mountain Institute for introducing us to the community.

Videos on how to improve livestock

See the many training videos on livestock hosted on the Access Agriculture video platform.

 

Rotatiebegrazing

Bij het maken van boerentrainingsvideo’s leren we altijd veel van de mensen op het platteland. Naarmate we meer dagen in hetzelfde dorp doorbrengen, leren de boeren ons beter kennen en delen ze interessante inzichten, waardoor we de video kunnen aanpassen en uitdiepen.

Voor een video over rotatiebegrazing brachten we een week door in Canrey Chico, in Ancash, Peru. Het was een rijke ervaring. Maar het grootste inzicht kwam van een boerenonderzoeker aan de andere kant van de planeet, in Australië.

Weiden moeten rusten zodat ze kunnen herstellen, maar ze kunnen niet rusten als er voortdurend vee op graast. Overbegrazing is in vele delen van de wereld een probleem geworden. Door het veranderende klimaat is er vaak minder water beschikbaar voor weiland. Daarom zeggen we in de video dat weidegronden nu meer dan ooit rust nodig hebben zodat de voedergewassen zich kunnen herstellen.

Een lokale boer, Robert Balabarca, vertelde ons: “Wanneer we een teveel aan dieren op Ă©Ă©n plaats hebben, groeit de weide het volgende seizoen niet meer zoals het zou moeten. Het is minder, en het gras gaat minder lang mee.” Dit is inderdaad een teken van overbegrazing, met gevolgen die zich tot in de volgende seizoenen uitstrekken.

Naarmate de dagen verstreken, beseften we dat we nog steeds niet precies konden zeggen hoe men kan weten wanneer een weide genoeg begraasd is.

Toen we Delia RodrĂ­guez voor de camera interviewden, zei ze: “Als de dieren te veel hebben gegraasd, kan het graszaad allemaal zijn opgegeten en duurt het langer voordat het gras weer aangroeit. Daarom willen we niet overbegrazen.”

Ik herinnerde me een webinar dat ik bijwoonde tijdens covid waar een boer sprak over regeneratieve begrazing, een systeem om begrazingsregimes zo te beheren dat planten de tijd krijgen die nodig is om zich te herstellen en de meeste koolstof in de bodem op te slaan. Een paar maanden geleden heb ik ook André Leu leren kennen, voormalig directeur van IFOAM Organics International, die intussen een netwerkorganisatie had opgericht onder de naam Regeneration International. André runt zijn eigen veehouderij in Australië, dus besloot ik contact met hem op te nemen en hem om advies te vragen.

Toen André terugschreef, deelde hij een idee dat het ontbrekende deel van onze puzzel vormde. We hadden niet begrepen dat door het grazen van het bovengrondse deel van de plant, de wortels zich langzamer ontwikkelen of zelfs helemaal stoppen met groeien. Dit stukje wetenschappelijke achtergrondinformatie zal boeren zeker helpen wanneer ze beslissen wanneer ze hun dieren naar een nieuwe weide moeten verplaatsen.

Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, moeten wij mensen koolstof in de bodem opslaan, en daarvoor hebben we zoveel mogelijk actieve wortels nodig. Wanneer planten via fotosynthese koolstof uit de lucht opnemen, komt een derde daarvan als suikers via de wortels vrij om micro-organismen in de bodem te voeden. Deze leveren op hun beurt voedingsstoffen aan de planten. Goed beheerde weilanden helpen de bodem koolstof op te slaan en water en voedingsstoffen vast te houden.

Bij Agro-Insight combineren we in onze video’s het beste van twee werelden en combineren we wetenschappelijke kennis met boerenkennis. In dit geval hadden we het geluk een behulpzame wetenschapper te kennen die zelf ook boer is.

Design by Olean webdesign