WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

The baker farmers September 19th, 2021 by

Nederlandse versie hieronder

The Organic World Congress, only takes place once every three years, and this year it was in France, which was lucky for me, because I had the pleasure of getting to know Olivier Clisson and his Irish wife Lisa O’Beirne. On their inspiring biodynamic farm Le Chant du BlĂ© (The song of wheat) on the outskirts of Rennes, they grow their own wheat and rye, various fruits, and they keep some farm animals. Neither Olivier nor Lisa come from a farming background, but they have both found their own passionate match between farming and preparing food.

Lisa always loved cooking, but her parents encouraged her to get a university degree, so she did. Lisa and Olivier chose to study together in Belfast, and quickly became young parents. In need of starting to earn money and not wanting to raise their son amidst the Northern Ireland conflict, Olivier quit his studies on Irish history and the couple decided to move to Rennes, the capital of Brittany in France. After Lisa pursued her Masters in English, she worked as a project manager in international business. It would take another 10 years before she was able to live out her dream: Lisa ran the first registered organic restaurant in France for over a decade.

During their first years in France, Olivier taught agriculture while learning hands-on farming techniques in his free time. He then obtained an Agricultural diploma in Biodynamic Farming (BPREA) with the hope of becoming a farmer himself. Until one day, he visited a traditional bakery. “When the baker opened the wood oven, the smell of fresh bread was so overwhelming that I realized that this is what I wanted to do. It was like a calling,” remembers Olivier.

At their farmhouse, Olivier opens a small room where he proudly shows his Astrié mill that he had tailor-made. “The only mills you find on the market are for large bakeries, and I needed something smaller to suit my needs. I can regulate the distance between the two granite mill stones and grind my flour nearly constantly at a very low speed all day. My grains never get hot, so they are not precooked before making my breads and the flour keeps its full qualities.”

The bran is fed to four pigs that happily roam outdoors in a large pen behind the farmhouse, so nothing is wasted.

Next, Olivier shows his small bakery room where he keeps his sourdough starter and the bread baskets woven from willow twigs. Lined with a cotton cloth, the dough is left to rise in the baskets for six hours, after which he transfers the dough to the wood-fired oven. It is 5 pm but when he opens the oven, located just outside the baking room, some of the heat from the morning baking has remained. Olivier and Lisa had this oven built by an old man, a master of this unique skill, so it may be one of the last ovens built this way. The wood-fired oven is a major part of their unique approach to prepare food with deep respect and knowledge.

“You have to be fully focused when making bread, as every day is different. The dough, the weather and also the wood we use to fuel the oven is different each day, so if you are tired and not fully mindful you will not make good bread that day,” confides Olivier. He bakes his bread between 260 and 270 degrees, but there is no thermometer. After he removes the ashes and swipes the oven floor with a wet cotton cloth attached to a wooden stick, he developed his own way to assess if the temperature is right.

“I sprinkle some flour in the oven and count to four. If it turns black before I finish counting, the oven is still too hot and I sweep a few more times with the moist cotton cloth, or else my bread will be burned. If it takes longer than four counts, the oven is not hot enough and my bread will not be fully cooked.” According to Olivier, preparing bread is the easy part, but getting to master your wood oven may take three months or more.

Spread over four days a week Olivier bakes about 250 kilograms of flour: mostly sourdough breads with a blend of 70% wheat and 30% rye, but also brioches and pies with a wide range of berries that they also grow on their farm. “All that is baked is pre-ordered and paid in advance as part of food baskets that are prepared with about ten other local organic farmers producing everything from cheese to beef to pancakes,” says Lisa. “Our bakery products are in such demand that whenever someone decides to stop their subscription and wants to get back in, they get on a waiting list and it may take two years before they can again order our bread.”

Now in their late forties, Olivier and Lisa have worked hard all their lives, but they are filled with joy and grateful to be able to do what they love to do, day after day.

Olivier also teaches a course on biodynamic farming at the BPREA National diploma in Biodynamic Farming and has so far hosted 20 baker apprentices. “Being able to pass on what we have learned to the younger generation is what has given us the most satisfaction,” the couple concludes.

Besides the enormous popularity of their bakery products, Olivier and Lisa are also driven by a rewarding quality of life and being able to constantly learn and explore. This inspiring couple shows how a family farm can produce honest food with respect for people and nature.

More info

Le Chant du Blé: www.leclicdeschamps.com/Le-Chant-du-Ble#.YUBI199cJPY

Watch the great video on EcoAgtube: https://www.ecoagtube.org/content/paysan-boulanger-la-ferme-autonome-du-champ-au-pain

Credit

The last three photos are extracted from the video by Pierre Girard, #TousTerriens.

Related Agro-Insight blog stories

The next generation of farmers

The pleasure of bread

Egyptian corn

 

De bakkers boeren

Het Wereldcongres Biologische Landbouw vindt maar eens in de drie jaar plaats, en dit jaar was het in Frankrijk, wat een geluk voor mij was, want ik had het genoegen Olivier Clisson en zijn Ierse vrouw Lisa O’Beirne te leren kennen. Op hun inspirerende biodynamische boerderij Le Chant du BlĂ© (Het lied van het graan) aan de rand van Rennes verbouwen ze hun eigen tarwe en rogge, diverse fruitsoorten, en houden ze enkele boerderijdieren. Olivier noch Lisa hebben een agrarische achtergrond, maar ze hebben beiden hun eigen passie gevonden tussen landbouw en het bereiden van voedsel.

Lisa hield altijd al van koken, maar haar ouders moedigden haar aan om een universitaire graad te behalen, dus deed ze dat. Lisa en Olivier kozen ervoor om samen in Belfast te gaan studeren, en werden al snel jonge ouders. Omdat ze geld moesten gaan verdienen en hun zoon niet wilden opvoeden temidden van het Noord-Ierse conflict, stopte Olivier met zijn studie Ierse geschiedenis en besloot het stel te verhuizen naar Rennes, de hoofdstad van Bretagne in Frankrijk. Het zou nog 10 jaar duren voordat ze haar droom kon verwezenlijken: Lisa runde het eerste geregistreerde biologische restaurant in Frankrijk.

Tijdens hun eerste jaren in Frankrijk gaf Olivier les in landbouw en leerde hij in zijn vrije tijd van boeren de praktijk. Daarna behaalde hij een landbouwdiploma in biodynamische landbouw (BPREA) met de hoop zelf boer te worden. Tot hij op een dag een traditionele bakkerij bezocht. “Toen de bakker de houtoven opende, was de geur van vers brood zo overweldigend dat ik besefte dat dit is wat ik wilde doen. Het was als een roeping,” herinnert Olivier zich.

In hun boerderij opent Olivier een kleine kamer waar hij trots zijn AstriĂ©-molen laat zien die hij op maat heeft laten maken. “De enige molens die je op de markt vindt, zijn voor grote bakkerijen, en ik had iets kleiner nodig om aan mijn behoeften te voldoen. Ik kan de afstand tussen de twee granieten molenstenen regelen en maal mijn meel de hele dag bijna constant op een heel laag toerental. Mijn granen worden nooit heet, dus ze worden niet voorgekookt voor ik mijn broden maak en het meel behoudt zijn volle kwaliteiten.”

De zemelen worden gevoerd aan vier varkens die vrolijk buiten rondscharrelen in een groot hok achter de boerderij, zodat er niets wordt verspild.

Vervolgens laat Olivier zijn kleine bakkerijruimte zien, waar hij zijn zuurdesem en de van wilgentakken gevlochten broodmanden bewaart. Bekleed met een katoenen doek laat hij het deeg zes uur rijzen in de mandjes, waarna hij het deeg overbrengt naar de houtoven. Het is 5 uur ‘s middags, maar als hij de oven opent, die zich net buiten de bakkamer bevindt, is er nog wat van de warmte van het bakken van ‘s morgens over. Olivier en Lisa hebben deze oven laten bouwen door een oude man, een meester in deze unieke vaardigheid, dus het is misschien een van de laatste ovens die op deze manier gebouwd is. De houtoven is een belangrijk onderdeel van hun unieke aanpak om voedsel te bereiden met diep respect en kennis.

“Je moet volledig gefocust zijn als je brood maakt, want elke dag is anders. Het deeg, het weer en ook het hout dat we gebruiken om de oven te stoken is elke dag anders, dus als je moe bent en niet helemaal bij je verstand, zul je die dag geen goed brood bakken”, vertrouwt Olivier ons toe. Hij bakt zijn brood tussen 260 en 270 graden, maar er is geen thermometer. Nadat hij de as heeft verwijderd en de ovenvloer heeft schoongeveegd met een natte katoenen doek die aan een houten stok is bevestigd, heeft hij zijn eigen manier ontwikkeld om te beoordelen of de temperatuur goed is.

“Ik strooi wat bloem in de oven en tel tot vier. Als het zwart wordt voordat ik klaar ben met tellen, is de oven nog te heet en veeg ik nog een paar keer met de vochtige katoenen doek, anders verbrandt mijn brood. Duurt het langer dan vier tellen, dan is de oven niet heet genoeg en is mijn brood niet helemaal gaar.” Volgens Olivier is het bereiden van brood het gemakkelijke deel, maar het onder de knie krijgen van je houtoven kan drie maanden of langer duren.

Verspreid over vier dagen per week bakt Olivier zo’n 250 kilo meel: meestal zuurdesembroden met een mix van 70% tarwe en 30% rogge, maar ook brioches en taarten met een breed scala aan bessen die ze ook op hun boerderij verbouwen. “Alles wat gebakken wordt, wordt vooraf besteld en betaald als onderdeel van voedselpakketten die worden samengesteld met een tiental andere lokale biologische boeren die alles produceren, van kaas tot rundvlees tot pannenkoeken,” zegt Lisa. “Er is zoveel vraag naar onze bakkerijproducten dat als iemand besluit te stoppen met zijn abonnement en weer mee wil doen, ze op een wachtlijst komen te staan en het twee jaar kan duren voordat ze ons brood weer kunnen bestellen.”

Nu ze eind veertig zijn, hebben Olivier en Lisa hun hele leven hard gewerkt, maar ze zijn vervuld van vreugde en dankbaar dat ze kunnen doen wat ze het liefste doen, elke dag weer.

Olivier geeft ondertussen ook een cursus over biologisch-dynamische landbouw aan het National diploma in Biodynamic Farming (BPREA) en heeft tot nu toe 20 bakkerstagiairs ontvangen. “In staat zijn om wat we hebben geleerd door te geven aan de jongere generatie is wat ons de meeste voldoening heeft gegeven,” concludeert het echtpaar.

Naast de enorme populariteit van hun bakkerijproducten, worden Olivier en Lisa ook gedreven door een lonende levenskwaliteit en de mogelijkheid om voortdurend te leren en te ontdekken. Dit inspirerende koppel laat zien hoe een familieboerderij eerlijk voedsel kan produceren met respect voor mens en natuur.

Bekijk hun video op: www.ecoagtube.org/content/paysan-boulanger-la-ferme-autonome-du-champ-au-pain

Credit

The laatste 3 fotos komen uit de video by Pierre Girard, #TousTerriens.

Grain cows August 22nd, 2021 by

Nederlandse versie hieronder

Marketers are clever people. They know how to pitch things in a way that makes you want to buy their client’s goods or services. Consumers are clever too, but they are also easily lured into believing advertisements that imply that food is healthier than it really is. On a recent visit to a restaurant, my meat-loving brother-in-law ordered Irish “grain-fed” beef. Spelled out on the menu it looked like a specialty.

By emphasising certain features, like sugar-coated cereals or Coke Zero (that has no sugars but its artificial sweeteners may be more harmful), marketing people do what they are expected to do: boost sales. Restaurant menus are just one form of marketing: in just a few words they must make the dish look as appealing as possible. The specification that the cows had been fed on grain made the beef sound really healthy.

Under natural conditions cows eat grass. They have done so for the past 2 million of years from the moment they came on earth. Fish in the ocean feed on algae, phytoplankton and zooplankton. By feeding on plants, fish and beef take up omega-3 fatty acids. Marketers have made us believe that fish is the only source of omega-3 fatty acids, which are crucial in reducing infections, lowering blood pressure and reducing the likelihood of getting a heart attack or a stroke. But milk, butter, cheese and beef from grass-fed cows are also rich in omega-3 fatty acids and are much healthier than foods from grain-fed animals.

In his inspiring book In Defense of Food, Michael Pollan describes how industrial agriculture and the food industry have systematically reduced the levels of omega-3 fatty acids in our food, partly because they easily spoil, but also because it directly benefits industrial capitalism.

Instead of grazing in green pastures, cows on industrial farms are fed on maize and soya beans, grown as monocrops. With 37 million hectares, Brazil accounts for more than one third of the global soya bean production, at the expense of prime rainforest that continues to be cut down. Unlike grass, maize and soya beans are rich in omega-6 fatty acids. While also crucial for our body, too much omega-6 raises our blood pressure, leads to blood clots and the known consequences.

With the shift to highly processed food, grain oils and grain-fed animals, the balance between omega-3 and omega-6 fatty acids has become completely distorted with huge consequences for the health of people and planet. The reduction of omega-3 fatty acids in our diet has led to increased levels of obesities, cardio-vascular diseases, depressions, and even learning disorders, such as ADD (attention-deficit disorder).

Michael Pollan does not encourage all people to become vegetarian. He does make it clear though that we need to eat more plants, less refined food (and for some of us to also eat less in general). There is nothing wrong with eating meat occasionally, but eating grain-fed beef, even if it is Irish, is not the best thing to do. Whether at a restaurant or in a supermarket, we are continuously being fooled by marketeers who tell us what is good to eat or drink. While policies that promote healthy farming and food are crucial, we also need to become more conscious consumers. Read about nutrition, or watch informative videos, and don’t believe everything you see in advertisements.

Further reading

Michael Pollan. 2009. In Defense of Food. An Eater’s Manifesto. Large Print Press.

Related blogs

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Formerly known as food

Keep your cows in the family

A brief history of soy

The sugar palms of Angkor Wat

Big chicken, little chicken

Inspiring platforms

Access Agriculture: hosts over 220 training videos in over 90 languages on a diversity of crops and livestock, sustainable soil and water management, basic food processing, etc. Each video describes underlying principles, as such encouraging people to experiment with new ideas.

EcoAgtube: a new social media platform where anyone from across the globe can upload their own videos related to natural farming and circular economy.

 

Graankoeien

Paul Van Mele, 22 augustus 2021

Marketeers zijn slimme mensen. Ze weten hoe ze dingen zo moeten aanprijzen dat je de goederen of diensten van hun klant wilt kopen. Consumenten zijn ook slim, maar zij laten zich gemakkelijk verleiden tot het geloven van advertenties die suggereren dat voedsel gezonder is dan het in werkelijkheid is. Tijdens een recent bezoek aan een restaurant bestelde mijn vleesminnende zwager Iers “graangevoerd” rundvlees. Op de menukaart leek het wel een specialiteit.

Door bepaalde kenmerken te benadrukken, zoals ontbijtgranen met een laagje suiker of Coke Zero (dat geen suikers bevat maar waarvan de kunstmatige zoetstoffen schadelijker kunnen zijn), doen marketingmensen wat van hen wordt verwacht: de verkoop stimuleren. Restaurantmenu’s zijn slechts Ă©Ă©n vorm van marketing: in een paar woorden moeten ze het gerecht er zo aantrekkelijk mogelijk laten uitzien. De specificatie dat de koeien graan te eten hadden gekregen, deed het rundvlees echt gezond klinken.

In natuurlijke omstandigheden eten koeien gras. Dat doen ze al 2 miljoen jaar vanaf het moment dat ze op aarde kwamen. Vissen in de oceaan voeden zich met algen, fytoplankton en zoöplankton. Door zich met planten te voeden, nemen vis en rundvlees omega-3-vetzuren op. Marketingmensen hebben ons doen geloven dat vis de enige bron is van omega-3 vetzuren, die cruciaal zijn bij het verminderen van infecties, het verlagen van de bloeddruk en het verkleinen van de kans op een hartaanval of een beroerte. Maar melk, boter, kaas en rundvlees van met gras gevoede koeien zijn ook rijk aan omega-3 vetzuren en zijn veel gezonder dan voedsel van met graan gevoede dieren.

In zijn inspirerende boek In Defense of Food beschrijft Michael Pollan hoe de industriële landbouw en de voedingsindustrie het gehalte aan omega-3 vetzuren in ons voedsel systematisch hebben verlaagd, deels omdat ze gemakkelijk bederven, maar ook omdat het direct ten goede komt aan het industriële kapitalisme.

In plaats van te grazen in groene weiden, worden koeien op industriële boerderijen gevoederd met maïs en sojabonen, geteeld als monocrops. Brazilië is met 37 miljoen hectare goed voor meer dan een derde van de mondiale sojabonenproductie, ten koste van primair regenwoud dat nog steeds wordt gekapt. In tegenstelling tot gras zijn maïs en sojabonen rijk aan omega-6-vetzuren. Hoewel ook die van cruciaal belang zijn voor ons lichaam, verhoogt een teveel aan omega-6 onze bloeddruk, leidt het tot bloedklonters en de bekende gevolgen.

Met de verschuiving naar sterk verwerkt voedsel, graanoliën en met graan gevoede dieren is het evenwicht tussen omega-3- en omega-6-vetzuren volledig verstoord geraakt, met enorme gevolgen voor de gezondheid van mens en planeet. De vermindering van omega-3 vetzuren in onze voeding heeft geleid tot een toename van zwaarlijvigheid, hart- en vaatziekten, depressies en zelfs leerstoornissen, zoals ADD (attention-deficit disorder).

Michael Pollan moedigt niet alle mensen aan om vegetariĂ«r te worden. Hij maakt wel duidelijk dat we meer plantaardig en minder geraffineerd voedsel moeten eten (en dat sommigen van ons ook minder moeten eten in het algemeen). Er is niets mis mee om af en toe vlees te eten, maar het eten van graangevoerd rundvlees, zelfs als het Iers is, is niet het beste wat je kunt doen. Of het nu in een restaurant is of in een supermarkt, we worden voortdurend voor de gek gehouden door marketingmensen die ons vertellen wat goed is om te eten of te drinken. Beleidsmaatregelen ter bevordering van gezonde landbouw en voeding zijn weliswaar van cruciaal belang, maar we moeten ook bewustere consumenten worden. Lees over voeding, of bekijk informatieve video’s, en geloof niet alles wat je in reclames ziet.

Meer lezen

Michael Pollan. 2009. In Defense of Food. An Eater’s Manifesto. Large Print Press.

Gerelateerde blogs van Agro-Insight

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Formerly known as food

Keep your cows in the family

A brief history of soy

The sugar palms of Angkor Wat

Big chicken, little chicken

Inspirerende video platformen

Access Agriculture: bevat meer dan 220 trainingvideo’s in meer dan 90 talen over een verscheidenheid aan gewassen en vee, duurzaam bodem- en waterbeheer, basisvoedselverwerking, enz. Elke video beschrijft de onderliggende principes en moedigt mensen zo aan om met nieuwe ideeĂ«n te experimenteren.

EcoAgtube: een nieuw social media platform waar iedereen van over de hele wereld zijn eigen video’s kan uploaden die gerelateerd zijn aan natuurlijke landbouw en circulaire economie.

Stopping malaria in Europe August 15th, 2021 by

Nederlandse versie volgt hieronder

Historical breakthroughs have often been made by applying ideas from elsewhere. This dawned on me once more while reading Fiammetta Rocco’s inspiring book Quinine – Malaria and the quest for a cure that changed the world. Without the stubbornness and perseverance of a Jesuit priest in the 17th century, the population of Europe would have been further decimated by malaria, currently only known to be a tropical disease, on top of the devastating plague or black death, which killed at least 4 million people during that time.

While the kings of Spain, Portugal, France, England and the Netherlands were fighting naval battles to gain or keep control over colonies, marsh fever was common in many parts of Europe with temporary wetlands. In Italy it was called mal’aria, a contracted form of mala aria or bad air, as the disease was thought to be caused by inhaling the unhealthy vapours of marshes.

Medical science had hardly advanced since the times of ancient Greece. Fever was considered a disease, not a symptom, caused by the imbalance of the four humours or basic elements which were believed to make up the human body: blood, yellow bile, black bile and phlegm. A patient with fever was said to be suffering from a fermentation of the blood resulting from too much bile. As fermenting blood behaved like boiling milk, producing a thick froth that had to be removed before the patient could recover, the preferred treatment for fever was bleeding or purging with laxatives, or both. The “cure” was often worse than the disease.

For a long time, advances in medical science were greatly influenced by religion. According to the philosophy of their Spanish founder, Ignatius of Loyola, Jesuits were not to become doctors but rather to focus on people’s souls, yet many took a great interest in human health, studied anatomy and played a significant role in establishing pharmacies across the globe during the 17th century. Some of them even changed the course of medicine.

Brother Augustine Salumbrino, like many of the young Jesuits who were posted in Peru, made it a priority to learn Quechua and some took a deep interest in understanding local knowledge to the native Andeans’ way of life. The rich Quechua language showed that the Incas had deep knowledge of anatomy and medicinal plants.

The Jesuits at missions in Cusco, a city in the Peruvian Andes at about 3400 meters altitude, noticed that after being exposed to dampness and cold the native people drank a powdered bark from the cinchona tree, dissolved in hot water, to stop shivering. Salumbrino, passionate to help the poor in Lima, on the coastal plain, decided to test the bark on a few patients who were suffering from tertian and quartan fever (two types of malaria that cause fever periodically in 48 hour and 72-hour intervals, respectively).

Salumbrino’s reasoning was a typical example of applying a basic principle to a different context: if the bitter bark stops people in the high Andes from shivering from cold, it may also stop people in the lowlands shivering from fever. As modern science now knows, the active component in the tree bark is quinine, which relaxes muscles and calms the nervous impulse that causes shivering. What Salumbrino could not have predicted, is that the bark not only stopped the shivering, but actually also cured the fever. Double luck.

While Salumbrino devoted his life to supplying quinine to Jesuit missions across the globe, he worked with local people to plant more trees, taught them how to remove the bark in vertical strips, so as not to kill the trees, processed the bark and established local and international distribution lines, one could rightly say that he laid the foundation for the quinine pharmaceutical industry. But it took some other events to have the drug recognised in Europe.

Despite the growing interest in natural history, including botany, the medical profession in 17th century Europe was still deeply conservative, with advances being further hindered by religious frictions between Catholics and Protestants. In England, Protestant physicians and pharmacists, all member of the Royal Society, openly criticised the effectiveness of what had become known as the “Jesuit powder”. They used all possible means, including the printing press, to stop its growing reputation. Yet popular demand remained high; it was hard to beat the news that the bark had successfully cured England’s King Charles II, the King of France, Louis XIV, and other royals who all praised its virtues.

Travelers coming from Rome or Belgium, by then the unofficial northern European centre of the Jesuit order, would still be wary of hand carrying or openly selling the bark to the people who needed it in southern England, because of the drug’s Catholic associations. As is often the case when people are desperate and supply cannot keep up with the demand, unscrupulous merchants soon began to adulterate pure quinine with other bitter-tasting barks.

While mainland Europe had a steady supply of Peruvian bark, larger supplies initially arrived in England mainly through pirates who seized Spanish vessels. It was only by the mid-18th century that commercial quantities of bark were shipped from Latin America to Europe. The drug industry flourished while people remained ignorant for centuries of how the disease was contracted. It was only in 1897 that Ronald Ross discovered that malaria parasites were actually transmitted by mosquitos.

While malaria is still prevalent in all tropical countries, few people now know that Europe got rid of malaria only in 1978 after swamps were drained, health infrastructure was greatly improved, and mosquitos were controlled.

Great breakthroughs often happen after people are exposed to ideas from elsewhere and when new scientific insights are gained. While this is true for humankind, most smallholder farmers in developing countries have limited opportunities to learn from their peers across borders, or from scientists. By merging scientific knowledge with local knowledge and presenting a wide range of practical local solutions, the videos hosted on the Access Agriculture video platform aim to overcome these challenges. The videos create opportunities for farmers to learn about the transmission of plant diseases through insect vectors and other topics on which farmers lack knowledge.

Credits

Photo of botanical drawing of quinine tree: copyright Biodiversity Heritage Library

Further reading

Fiammetta Rocco. 2003. Quinine – Malaria and the quest for a cure that changed the world. New York: Harper Perennial, pp. 384

Piperaki, E. T. and Daikos, G. L. 2016. Malaria in Europe: emerging threat or minor nuisance? Clinical Microbiology and Infection, 22:6, pp. 487-493.

Related blogs

Eating bark

Principles matter

Turtles vs snails

Inspiring platforms

Access Agriculture: hosts over 220 training videos in over 90 languages on a diversity of crops and livestock, sustainable soil and water management, basic food processing, etc. Each video describes underlying principles, as such encouraging people to experiment with new ideas.

EcoAgtube: a social media video platform where anyone from across the globe can upload their own videos related to natural farming and circular economy.

 

Malaria een halt toeroepen in Europa

Paul Van Mele, 15 augustus 2021

Historische doorbraken zijn vaak tot stand gekomen door ideeën van elders toe te passen. Dat drong weer eens tot me door toen ik het inspirerende boek Quinine – Malaria and the quest for a cure that changed the world van Fiammetta Rocco las. Zonder de koppigheid en het doorzettingsvermogen van een jezuïeten priester in de 17e eeuw zou de bevolking van Europa nog verder gedecimeerd zijn door malaria, waarvan nu alleen bekend is dat het een tropische ziekte is, bovenop de verwoestende pest of zwarte dood, die in die tijd aan minstens 4 miljoen mensen het leven kostte.

Terwijl de koningen van Spanje, Portugal, Frankrijk, Engeland en Nederland zeeslagen uitvochten om de controle over koloniĂ«n te krijgen of te behouden, was moeraskoorts aan de orde van de dag in vele delen van Europa met tijdelijke moerasgebieden. In ItaliĂ« werd de ziekte mal’aria genoemd, een verkorte vorm van mala aria of slechte lucht, omdat men dacht dat de ziekte werd veroorzaakt door het inademen van de ongezonde dampen van moerassen.

De medische wetenschap had sinds de Griekse oudheid nauwelijks vooruitgang geboekt. Koorts werd beschouwd als een ziekte, niet als een symptoom, veroorzaakt door een verstoring van het evenwicht van de vier humusstoffen of basiselementen waaruit het menselijk lichaam zou bestaan: bloed, gele gal, zwarte gal en slijm. Van een patiĂ«nt met koorts werd gezegd dat hij leed aan een gisting van het bloed ten gevolge van een teveel aan gal. Omdat gistend bloed zich gedroeg als kokende melk, waarbij een dik schuim ontstond dat moest worden verwijderd voordat de patiĂ«nt kon herstellen, bestond de voorkeursbehandeling voor koorts uit aderlaten of zuiveren met laxeermiddelen, of beide. Het “geneesmiddel” was vaak erger dan de kwaal.

Lange tijd werd de vooruitgang in de medische wetenschap sterk beĂŻnvloed door de godsdienst. Volgens de filosofie van hun Spaanse stichter, Ignatius van Loyola, mochten de jezuĂŻeten geen artsen worden, maar dienden ze zich te richten op de ziel van de mensen. Toch hadden velen een grote belangstelling voor de menselijke gezondheid, bestudeerden zij de anatomie en speelden zij een belangrijke rol bij het oprichten van apotheken over de hele wereld in de 17e eeuw. Sommigen van hen hebben zelfs de koers van de geneeskunde veranderd.

Broeder Augustinus Salumbrino maakte er, net als veel van de jonge jezuĂŻeten die in Peru waren gestationeerd, een prioriteit van om Quechua te leren en sommigen hadden een grote belangstelling in de lokale kennis en de leefwijze van de inheemse bevolking in het Andes gebergte. De rijke Quechua taal toonde aan dat de Inca’s een diepgaande kennis hadden van anatomie en geneeskrachtige planten.

De jezuïetenmissie in Cusco, een stad in de Peruaanse Andes op ongeveer 3400 meter hoogte, merkten dat de inheemse bevolking na blootstelling aan vocht en kou een poedervormige bast van de kinaboom dronk, opgelost in heet water, om het rillen te stoppen. Salumbrino, gepassioneerd om de armen in Lima, de hoofdstad gelegen aan de kust, te helpen, besloot de schors te testen op enkele patiënten die leden aan tertiaire en quartaire koorts (twee soorten malaria die periodiek koorts veroorzaken met een interval van respectievelijk 48 uur en 72 uur).

Salumbrino’s redenering was een typisch voorbeeld van het toepassen van een basisprincipe op een andere context: als de bittere schors voorkomt dat mensen in de hoge Andes rillen van de kou, kan het ook voorkomen dat mensen in het laagland rillen van de koorts. Zoals de moderne wetenschap nu weet, is het actieve bestanddeel in de boomschors kinine, dat de spieren ontspant en de zenuwimpuls kalmeert die rillingen veroorzaakt. Wat Salumbrino niet had kunnen voorspellen, is dat de schors niet alleen het rillen tegenhield, maar ook de koorts genas. Dubbel geluk.

Terwijl Salumbrino zijn leven wijdde aan het leveren van kinine aan jezuĂŻetenmissies over de hele wereld, werkte hij samen met de plaatselijke bevolking om meer bomen te planten, leerde hij hen hoe ze de schors in verticale stroken konden verwijderen om de bomen niet te doden, verwerkte hij de schors en legde hij lokale en internationale distributielijnen aan. Men zou met recht kunnen zeggen dat hij de basis legde voor de farmaceutische industrie van kinine. Maar er waren nog andere gebeurtenissen nodig om het geneesmiddel in Europa te doen erkennen.

Ondanks de groeiende belangstelling voor natuurlijke historie, met inbegrip van plantkunde, was het medische beroep in het 17e eeuwse Europa nog steeds zeer conservatief, waarbij vooruitgang verder werd belemmerd door religieuze wrijvingen tussen katholieken en protestanten. In Engeland bekritiseerden protestantse artsen en apothekers, allen lid van de Royal Society, openlijk de doeltreffendheid van wat bekend was geworden als het “jezuĂŻetenpoeder”. Zij gebruikten alle mogelijke middelen, waaronder de drukpers, om een halt toe te roepen aan de groeiende reputatie ervan. Toch bleef de vraag groot; het nieuws dat de bast met succes de Engelse koning Charles II, de koning van Frankrijk, Lodewijk XIV, en andere vorsten had genezen, was moeilijk te verslaan en prees de deugden ervan.

Reizigers die uit Rome of België kwamen, tegen die tijd het officieuze Noord-Europese centrum van de jezuïetenorde, waren nog steeds op hun hoede voor het vervoeren of openlijk verkopen van de bast aan de mensen die het nodig hadden in Zuid-Engeland, vanwege de katholieke associaties van het geneesmiddel. Zoals vaak het geval is wanneer mensen wanhopig zijn en het aanbod de vraag niet kan bijhouden, begonnen handelaars zonder scrupules al snel zuivere kinine te versnijden met andere bittere schorsoorten.

Terwijl het vasteland van Europa over een gestage aanvoer van Peruviaanse bast beschikte, arriveerden in Engeland aanvankelijk grotere voorraden voornamelijk via piraten die Spaanse schepen in beslag namen. Pas tegen het midden van de 18e eeuw werden commerciële hoeveelheden schors van Latijns-Amerika naar Europa verscheept. De geneesmiddelenindustrie floreerde terwijl de mensen eeuwenlang onwetend bleven over de wijze waarop de ziekte werd opgelopen. Pas in 1897 ontdekte Ronald Ross dat malaria-parasieten in feite door muggen werden overgebracht.

Hoewel malaria nog steeds in alle tropische landen voorkomt, weten maar weinig mensen nu dat Europa pas in 1978 van malaria af is gekomen nadat moerassen waren drooggelegd, de gezondheidsinfrastructuur sterk was verbeterd en muggen onder controle waren gebracht.

Grote doorbraken vinden vaak plaats nadat mensen zijn blootgesteld aan ideeĂ«n van elders en wanneer nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn verkregen. Hoewel dit waar is voor de mensheid, hebben de meeste kleine boeren in ontwikkelingslanden beperkte mogelijkheden om te leren van hun collega’s over de grenzen heen, of van wetenschappers. Door wetenschappelijke kennis te combineren met lokale kennis en door een breed scala aan praktische lokale oplossingen te presenteren, proberen de video’s op het Access Agriculture videoplatform deze uitdagingen te overwinnen. De video’s bieden boeren de kans om meer te leren over de overdracht van plantenziekten door insectenvectoren en andere onderwerpen waarover boeren onvoldoende kennis hebben.

Credit

Photo of botanical drawing of quinine tree: copyright Biodiversity Heritage Library

Meer lezen

Fiammetta Rocco. 2003. Quinine – Malaria and the quest for a cure that changed the world. New York: Harper Perennial, pp. 384

Piperaki, E. T. and Daikos, G. L. 2016. Malaria in Europe: emerging threat or minor nuisance? Clinical Microbiology and Infection, 22:6, pp. 487-493.

Gerelateerde blogs van Agro-Insight

Eating bark

Principles matter

Turtles vs snails

Inspirerende video platformen

Access Agriculture: bevat meer dan 220 trainingsvideo’s in meer dan 90 talen over een verscheidenheid aan gewassen en vee, duurzaam bodem- en waterbeheer, basisvoedselverwerking, enz. Elke video beschrijft de onderliggende principes en moedigt mensen zo aan om met nieuwe ideeĂ«n te experimenteren.

EcoAgtube: een nieuw social media platform waar iedereen van over de hele wereld zijn eigen video’s kan uploaden die gerelateerd zijn aan natuurlijke landbouw en circulaire economie.

Dung talk August 1st, 2021 by

Nowhere in the world do take people dung more seriously than in South Asia. For ages cow dung has been a valuable resource. In the countryside people collect fresh dung by hand, shape it into small balls and press it against the walls of houses to allow it to dry. Sometimes the dung balls are skewered onto one-meter long sticks. The dried dung is used as fuel to cook meals. In dryland areas where fuelwood is scarce, these dung sticks are especially important.

Dung is also used as fertilizer, and in India people prepare it in various ways. Sometimes they mix the dung with cow urine, chickpea flour, molasses and water and let it ferment for about a week to allow the microorganisms to multiply. Farmers use the solid or liquid preparations as a seed coating, to keep pests away and to help the seed to grow. Applied to crops as a fertilizer, the dung preparations also help to revive the soil. These and other traditional practices add organic matter to the soil while supporting a cover of vegetation year-round. This is increasingly seen as a way to achieve food security and cool our planet. The Community-Based Natural Farming Programme in Andhra Pradesh, India, has embraced these technologies and is promoting them to millions of smallholder farmers, setting an example to the world.

However, when sharing ideas between countries, sometimes deeply held practices need to be re-examined. As I mentioned in my previous blog it is important to understand the scientific principles underpinning technologies, so that farmers can then adapt these to their own context.

For example, a few years ago one of our Indian partners was developing a video on good microbes, and I insisted that he asked local experts if other dung could be used, not just from cows. A few weeks later he reported back that everyone had agreed, only cow dung should be used. Sheep or goat dung would be no good.

This set me thinking a lot. While we were still making that video, I was able to fix a meeting with Camilla Toulmin, former Director of the International Institute for Environment and Development. While her focus had been on policy research about agriculture, land, climate and livelihoods in dryland regions of Africa, I knew that her PhD research on natural resource management in Mali had touched on the use of manure. After an hour on skype, we had shared a lot of information, but were still unsure if sheep dung was as good a source of beneficial microbes as cow dung.

As I mulled over my conversation with Camilla, I kept thinking back to one time in a village in northern Ghana when we had screened a video about using animal manure in farming. A woman in the audience had asked, “Why do you only show cow manure? Cows belong to men! As we women, do not have cows, but only sheep and goats, can we not do anything with this dung to fertilize our land?”

That was a few years ago. Now that I have a few sheep of my own, and can try out things myself, I have some new insights. Microbes need food and water to grow. In dryland areas, or when animals graze on dry pasture, their droppings dry out pretty fast. The good micro-organisms in the dung may start to die. On lush vegetation, the droppings of my sheep are much larger than the typical small balls one imagines when thinking of sheep droppings. When I prepare my solution of good microbes I collect the dung when it is still fresh.

Indian farmers and experts may be right about cow dung being the most suitable resource in the drylands. Sheep droppings may just dry out too fast to keep the good microbes alive. But in the rainy season or in more humid countries, sheep dung may have lots of beneficial micro-organisms. And for women in northern Ghana, who don’t have cow dung, sheep and goat droppings may still add much needed nutrients to their soil. As soil microbiologist Walter Jehne said: “We should promote the principles and not be dogmatic about it. If you only have reindeer, you may as well make organic manure from their dung, and do not need cow dung.”

Communicating technologies to farmers cross-culturally requires that we move beyond time-honoured recipes. We need to understand the underlying principles and explain them as well as we can. There is gold in more than one type of dung.

Related blogs

Principles matter

Trying it yourself

Reviving soils

Effective micro-organisms

Friendly germs

Earthworms from India to Bolivia

A revolution for our soil

Related videos

Good microbes for plants and soil

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Coir pith

Mulch for a better soil and crop

Vermiwash: an organic tonic for crops

Making a vermicompost bed

Inspiring platforms

Access Agriculture: hosts over 220 training videos in over 90 languages on a diversity of crops and livestock, sustainable soil and water management, basic food processing, etc. Each video describes underlying principles, as such encouraging people to experiment with new ideas.

EcoAgtube: a social media video platform where anyone from across the globe can upload their own videos related to natural farming and circular economy.

Principles matter July 18th, 2021 by

In this age of restricted travel, when webinars have taken the place of conferences, at first I missed face-to-face meetings a lot. But virtual events do allow one to get exposed to far more ideas than before. This is also the case when digital learning is introduced to farmers. Farmers are increasingly getting information online, like videos. But the videos have to be properly designed. Unlike following a cooking recipe on a Youtube video, in agriculture, recipes must be accompanied by basic principles, so that farmers can decide how to experiment with the new ideas.

I was reminded of this recently during a webinar on the Community-Based Natural Farming Programme in Andhra Pradesh, India. One of the speakers was Vijay Kumar, one of the driving forces behind the programme, which aims to scale up agroecology to millions of farmers in Andhra Pradesh. Vijay is a humble, highly-respected former civil servant. He is much in demand, so meeting him in person would be a challenge, but introduced by a mutual colleague, I was fortunate to have already met him several times on Zoom. Vijay appreciates that Access Agriculture stands for quality training videos that enable South-South learning. According to him, the collaboration with Access Agriculture offers opportunities to help scale community-based natural farming from India to Africa and beyond. It is fortunate to have strong allies who understand the challenges of scaling and that to be cost-effective, one cannot simply visit all the world’s farmers in person.

Still, many people think that farmers can only learn from fellow farmers who live nearby and speak the same language, and that training videos are only useful when they are made locally. The many experiences from local partners with Access Agriculture training videos show that farmers do learn from their peers across cultures, on different continents. Farmers are motivated when they see how fellow farmers in other parts of the world solve their own problems. Access Agriculture videos are effective across borders in part because they explain the scientific principles behind technologies, and not just show how to do things. Vijay is convinced that scientific knowledge and farmer knowledge need to go hand in hand to promote agroecology.

The second speaker at the natural farming conference was Walter Jehne, a renowned Australian soil microbiologist, who talked about the need to build up soil organic matter and micro-organisms as a way to revive soils and cool the planet. I was pleased that he also stressed the importance of principles. When one of the Indian participants asked Walter if he could provide the recipe, he smilingly and patiently explained: “We should focus on the underlying principles, as principles apply across the globe, irrespective of where you are. You need organic matter, you need to build up good soil micro-organisms and make use of natural growth promotors. If a recipe tells you to use cow dung, but you don’t have cows, what can you do? If for instance you have reindeer, their dung will work just as well. You don’t have to be dogmatic about it.”  In two of my earlier blogs (Trying it yourself and Reviving soils) I did exactly do that back home: use ingredients that were available to me: sheep dung, leaves of oak trees in the garden, wheat straw, and so on, but building on ideas from Indian farmers.

Farmers have creative minds and this creativity is fed by basic principles: while recipes surely help, a better understanding of underlying scientific principles are what matter most when it comes down to adaptation to local contexts. We, at Access Agriculture are thrilled to join Andhra Pradesh’s efforts to spread Community-Based Natural Farming across the globe.

Related webinars

365 Days Green Cover & Pre-Monsoon Dry Sowing (PMDS) – Walter Jehne – Streamed on 6th July 12:30 pm

Restoring the water cycles to cool the climate

Related blogs

Trying it yourself

Reviving soils

Effective micro-organisms

Friendly germs

Earthworms from India to Bolivia

A revolution for our soil

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Related videos

Good microbes for plants and soil

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Coir pith

Mulch for a better soil and crop

Vermiwash: an organic tonic for crops

Making a vermicompost bed

Inspiring video platforms

Access Agriculture: hosts over 220 training videos in over 90 languages on a diversity of crops and livestock, sustainable soil and water management, basic food processing, etc. Each video describes underlying principles, as such encouraging people to experiment with new ideas.

EcoAgtube: a social media video platform where anyone from across the globe can upload their own videos related to natural farming and circular economy.

Design by Olean webdesign