WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

Farming as a lifestyle May 1st, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

In the Andes mountains of Peru, cattle and sheep are part of many rural families’ livelihoods. Large landowners used to own haciendas, large farms and ranches, often spanning an area of several villages. But during the land reform of the 1990s the haciendas were divided up among the families who worked the land. Some of the extensive grazing lands were given to community associations. Today, many people in the communities own a few hectares of private land. Besides grazing their animals on their private paddocks, during part of the year they also let their animals graze on communal land.

During our filming trip, Marcella, Jeff and I spent a week interacting with farmers in the village of Canrey Chico, at about 3,200 meters above sea level. We learned that the community association regulates its communal grazing land carefully, through various local committees: some in charge of managing fences, others deal with managing the pasture, or selling the milk of the 58 community cows. On top of these, individual families own their own cows, about 550, an average of 6 cows per family. To avoid overgrazing, a household is not allowed to own more than 25 cows.

One day, we drove up the rocky road to visit farmers in what locals call the high country. At over 4,300 meters, the vegetation is much drier: patches of dried ichu, or needle grass, dot the rocky soil. Lichens and some delicate flowers become apparent only when one takes a closer look. Driving through a river with crystal clear water and breath-taking landscapes with snow-capped mountains lining the horizon, we wonder where we are heading. Then, all of a sudden, after having crossed another slope, we spot a small farmhouse with a green field that turns out to be oats on closer inspection..

Robert Balabarca, president of the Cordillera Blanca farmers’ association, who is our local guide, quickly notices that no one is at home. There is no telephone signal and the farmer whom we were supposed to meet has already left with his herd. This is a good reminder that farmers anywhere in the world are busy people, and one should never be late to an appointment. (We had spent more time than we had bargained for earlier that morning, admiring some native forest trees planted by the community to stop wind erosion). As we wonder what to do, Robert spots a woman with  a flock of sheep in the distance. With a little effort, we finally see them, too.  We start walking towards the flock with all our filming gear, crossing various bofedales, high Andean wetlands, where the stones are slippery with moss and the water is cold and can quickly fill your boots. We find the landscape difficult to walk through, but the shepherdess, Trinidad León moves her animals quickly through it and invites us to follow her to her house.

I notice a small dome-shaped, woven structure raised on wooden poles and I wonder what this is for, to be told that this is their cupboard where they keep their bread, cheese and other food, out of reach of animals.

Before we interview Trinidad on camera, she explains how they manage their dairy cows and sheep. Although they bought a small house in Huaraz, the nearest city, to send their children to secondary school, the couple has been living permanently in the countryside for 30 years, leading a simple life. They are one of the few families living on the communal land.

Trinidad and her husband keep their animals overnight in a corral, where the animals defecate and urinate, forming a thick crust of organic fertilizer. After 2 to 3 months, the family makes a corral in a different place, ploughs the manure into the soil and plants oats and barley as green fodder. The water that flows nearby helps to irrigate the plot in the dry season. Every day, they cut some fodder to feed the animals a nutritious meal when they return from grazing. After cutting all the green fodder, they let the animals graze on the stubble, while planting more fodder in a different corral. Jeff and I are intrigued by this highly creative way of ensuring fodder throughout the year, so we decide to capture all this on video to inspire farmers in other parts of the world.

“My sheep are nice and fat and ready to be sold,” says Trinidad, while we give her a lift to town. When I ask her how she manages to get her sheep to town, she says that either people come with a truck to buy animals, or she walks them to the nearest village some 10 kilometres away, where she can load a few sheep onto a rural bus, going to the city.

This visit has shown once more how farming is not just a profession, but a functional lifestyle that some people are keen to preserve. Small-scale farming allows some people to live in a place they love, educate their children, and produce attractive products, like sheep and cheese, that city people want to buy.

Related Agro-Insight blogs

You can’t kill your weeds and eat them too

Choosing to farm

Dung talk

To fence or not to fence

Caring for animals, with plants

Veterinarians and traditional animal health care

Acknowledgements

The visit to Peru to film various farmer-to-farmer training videos with farmers like Trinidad was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to Vidal RondĂĄn of the Mountain Institute for introducing us to the community.

Videos on how to improve livestock

See the many training videos on livestock hosted on the Access Agriculture video platform.

 

Landbouw als levensstijl

In het Andesgebergte in Peru zijn runderen en schapen een onderdeel van het levensonderhoud van veel plattelandsgezinnen. Vroeger waren grootgrondbezitters eigenaar van haciĂ«nda’s, grote boerderijen en ranches, die vaak een gebied van meerdere dorpen besloegen. Maar tijdens de landhervorming van de jaren ’90 werden de haciendas verdeeld onder de families die het land bewerkten. Sommige van de uitgestrekte weidegronden werden aan gemeenschapsverenigingen gegeven. Tegenwoordig bezitten veel mensen in de dorpen een paar hectare privĂ©-land. Naast het weiden van hun dieren op hun privĂ©weiden, laten zij hun dieren gedurende een deel van het jaar ook grazen op gemeenschapsgronden.

Tijdens onze filmreis hebben Marcella, Jeff en ik een week lang contact gehad met boeren in het dorp Canrey Chico, op ongeveer 3.200 meter boven zeeniveau. We leerden dat de gemeenschapsvereniging haar gemeenschappelijke weidegronden zorgvuldig regelt, via verschillende lokale comités: sommigen zijn belast met het beheer van omheiningen, anderen houden zich bezig met het beheer van de weides, of met de verkoop van de melk van de 58 gemeenschappelijke koeien. Daarnaast hebben individuele gezinnen hun eigen koeien, ongeveer 550, een gemiddelde van 6 koeien per gezin. Om overbegrazing te voorkomen, mag een gezin niet meer dan 25 koeien bezitten.

Op een dag reden we de rotsachtige weg op om boeren te bezoeken in wat de plaatselijke bevolking het hoogland noemt. Op een hoogte van meer dan 4.300 meter is de vegetatie veel droger: op de rotsige bodem groeien opgedroogde ichu, of naaldgras. Korstmossen en enkele tere bloemen worden pas duidelijk als je beter kijkt. Rijdend door een rivier met kristalhelder water en adembenemende landschappen met besneeuwde bergtoppen aan de horizon, vragen we ons af waar we heen gaan. Dan, plotseling, na weer een helling te hebben overgestoken, zien we een kleine boerderij met een groen veld dat van dichterbij haver blijkt te zijn.

Robert Balabarca, voorzitter van de boerenvereniging van de Cordillera Blanca, die onze plaatselijke gids is, merkt al snel dat er niemand thuis is. Er is geen telefoonsignaal en de boer die we zouden ontmoeten is al vertrokken met zijn kudde. Dit is een goede herinnering aan het feit dat boeren overal ter wereld drukbezette mensen zijn, en dat je nooit te laat op een afspraak moet komen. (We hadden eerder die ochtend meer tijd doorgebracht dan we hadden verwacht, toen we enkele inheemse bomen bewonderden die door de gemeenschap waren geplant om winderosie tegen te gaan). Terwijl we ons afvragen wat we moeten doen, ziet Robert in de verte een vrouw met een kudde schapen. Met een beetje moeite zien wij ze eindelijk ook.  Met al onze filmspullen beginnen we naar de kudde toe te lopen, dwars door verschillende bofedales, hooggelegen wetlands in de Andes, waar de stenen glibberig zijn van het mos en het water koud is en je schoenen snel vol kunnen lopen. We vinden het landschap moeilijk begaanbaar, maar de herderin, Trinidad León beweegt haar dieren er snel doorheen en nodigt ons uit haar te volgen naar haar huis.

Ik zie een kleine koepelvormige, gevlochten structuur op houten palen staan en vraag me af waar dit voor is, om te horen te krijgen dat dit hun kast is waar ze hun brood, kaas en ander voedsel bewaren, buiten het bereik van dieren.

Voordat we Trinidad voor de camera interviewen, legt ze uit hoe ze met hun melkkoeien en schapen omgaan. Hoewel ze een huisje kochten in Huaraz, de dichtstbijzijnde stad, om hun kinderen van secundair onderwijs te laten genieten, leven het echtpaar reeds 30 jaar permanent op het platteland om een eenvoudig leven te leiden. Ze zijn een van de weinige families die op het gemeenschapsland wonen.

Trinidad en haar man houden hun dieren ‘s nachts in een kraal, waar de dieren zich ontlasten en urineren en zo een dikke korst organische meststof vormen. Na 2 tot 3 maanden maakt de familie een kraal op een andere plaats, ploegt de mest in de grond en plant haver en gerst als groenvoeder. Het water dat in de buurt stroomt, helpt om het perceel in het droge seizoen te irrigeren. Elke dag snijden ze wat groenvoer om de dieren een voedzame maaltijd te geven als ze terugkomen van het grazen. Nadat al het groenvoer is gemaaid, laten ze de dieren grazen op de stoppels, terwijl ze in een andere kraal meer voer planten. Jeff en ik zijn geĂŻntrigeerd door deze uiterst creatieve manier om het hele jaar door voor veevoer te zorgen, dus besluiten we dit alles op video vast te leggen om boeren in andere delen van de wereld te inspireren.

“Mijn schapen zijn lekker dik en klaar om verkocht te worden,” zegt Trinidad, terwijl we haar een lift naar de stad geven. Als ik haar vraag hoe ze haar schapen naar de stad krijgt, zegt ze dat er ofwel mensen met een vrachtwagen komen om dieren te kopen, of dat ze ze naar het dichtstbijzijnde dorp zo’n 10 kilometer verderop brengt, waar ze een paar schapen op een plattelandsbus kan laden, die naar de stad gaat.

Dit bezoek heeft eens te meer aangetoond dat landbouw niet zomaar een beroep is, maar een functionele levensstijl die sommige mensen graag in stand willen houden. Kleinschalige landbouw stelt sommige mensen in staat te leven op een plek waar ze van houden, hun kinderen op te voeden, en aantrekkelijke producten te produceren, zoals schapen en kaas, die stadsmensen willen kopen.

The times they are a changing April 17th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Talking with my neighbour farmers in Belgium, they all wonder how they will manage this year, as the cost of chemical fertilizers has risen by 500%. They now pay 1 Euro per kilogram of fertilizer. The recent Russian invasion of Ukraine will have serious consequences on the global food supply as Russia is the world’s top exporter of nitrogen fertilizers and the second leading supplier of both potassic and phosphorous fertilizers. While farmers across the globe are known to be creative and adaptive, the changes required in the near future will be of a scale unseen before. The spike in fuel and fertilizer prices may be a fundamental trigger.

In Belgium, 2018 and 2019 were extremely hot and dry. While some farmers thought it was necessary to start looking into growing other crops, most farmers pumped up more groundwater to irrigate their maize or pasture to feed their animals, even with signs of depleting groundwater reserves, which also affected the vitality and survival of trees.

The covid crisis during the following two years affected global trade and made everyone in the food sector realize how much we have become dependent on imports, be it for food, feed or materials needed to process and package food. To be less dependent on soya bean imports, many farmers in Belgium started to grow their own legume fodder like lucerne, a shift promoted by European policies.

While an acute crisis often makes people see things more clearly, some changes in our environment have been unnoticed to the public for decades; only now alarm bells are starting to go off. The long-term use of agrochemicals in monocrop farming has had a devastating effect on our biodiversity. In the beekeepers’ association of my eldest brother Wim in Flanders, in northern Belgium, all members, including those who had spent a lifetime caring for bees, reported that 3 out of 4 colonies died last winter. Jos Kerkhofs, my beekeeper friend in Erpekom in eastern Belgium where I live, told me the same trend is seen among the members of his association. While local honey has become a rare commodity this time of the year, the wider consequences on society are seriously worrying, as 84% of our crop species depend on honey bees and wild pollinators.

All above examples are what one refers to as external costs. An external cost is a cost not included in the market price of the goods and services being produced, or a cost that is not borne by those who create it. We have been pushing our economies beyond what our planet can cope with, beyond the so-called planetary boundaries. And as we start to realize, the external costs of climate change, depleting natural resources such as groundwater and loss of biodiversity will need to be paid by society.

Media plays a big role in sensitising people about these matters. In Belgium, the number of radio programmes and news items on these matters has sharply risen the last few months. Recently, a spokesperson from the food industry said that 3 out of 5 of the main food companies considered closing their doors. Because of the rising fuel prices and costs of raw materials, they were unable to continue providing food to supermarkets at the same rock bottom prices. Unless supermarkets showed some flexibility and are ready to pay more, food companies will go bankrupt.

Is this the era when cheap food will come to an end because it is no longer feasible to ignore the external costs? It definitely forces policy-makers, farmers and others in the food system to make drastic decisions and increasingly embrace natural farming, organic farming, home gardening, short food supply chains, and less processed food, all with full attention to caring for our environment and for our farmers. For sure, the sharp rise in costs of chemical fertilizer and other supplies will encourage more farmers across the globe to experiment with organic and ecological alternatives, like biofertilizers, organic growth promoters, intercropping, cover crops and mulch.

Related Agro-Insight blogs

Stuck in the middle

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Reviving soils

Soil for a living planet

Out of space

Ignoring signs from nature

Home delivery of organic produce

When local authorities support agroecology

Watch the videos on Access Agriculture

Human urine as fertilizer

Turning fish waste into fertiliser

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Organic growth promoter for crops

Healthier crops with good micro-organisms

Good microbes for plants and soil

Coir pith

The wonder of earthworms

Making a vermicompost bed

Vermiwash: an organic tonic for crops

Mulch for a better soil and crop

Compost from rice straw

 

De tijden veranderen

Als ik met mijn buurboeren in BelgiĂ« praat, vragen zij zich allemaal af hoe zij het dit jaar zullen redden, nu de kosten van kunstmest met 500% zijn gestegen. Ze betalen nu 1 euro per kilo kunstmest. De recente Russische inval in OekraĂŻne zal ernstige gevolgen hebben voor de mondiale voedselvoorziening, aangezien Rusland ‘s werelds grootste exporteur van stikstofhoudende meststoffen is en de op Ă©Ă©n na grootste leverancier van zowel kaliumhoudende als fosforhoudende meststoffen. Hoewel landbouwers over de hele wereld bekend staan om hun creativiteit en aanpassingsvermogen, zullen de veranderingen die in de nabije toekomst nodig zullen zijn, van een nooit eerder geziene omvang zijn. De sterke stijging van de brandstof- en meststofprijzen kan een fundamentele trigger zijn.

In België waren 2018 en 2019 extreem warm en droog. Terwijl sommige boeren het nodig vonden om te gaan kijken naar het verbouwen van andere gewassen, pompten de meeste boeren meer grondwater op om hun maïs of grasland te irrigeren om hun dieren te voeden, zelfs met tekenen van uitputting van de grondwaterreserves, wat ook de vitaliteit en het overleven van bomen aantastte.

De covid crisis in de daaropvolgende twee jaar beïnvloedde de wereldhandel en deed iedereen in de voedingssector beseffen hoezeer we afhankelijk zijn geworden van invoer, of het nu gaat om voedsel, diervoeder of materialen die nodig zijn om voedsel te verwerken en te verpakken. Om minder afhankelijk te zijn van de invoer van sojabonen, zijn veel boeren in België begonnen met het verbouwen van hun eigen vlinderbloemige voedergewassen zoals luzerne, een verschuiving die werd gestimuleerd door Europees beleid.

Terwijl een acute crisis de mensen vaak dingen duidelijker doet inzien, zijn sommige veranderingen in ons milieu decennialang onopgemerkt gebleven voor het publiek; nu pas beginnen de alarmbellen te rinkelen. Het langdurige gebruik van landbouwchemicaliën in de landbouw met monoculturen heeft een verwoestend effect gehad op onze biodiversiteit. In de imkervereniging van mijn oudste broer Wim in Vlaanderen, in het noorden van België, meldden alle leden, ook zij die hun hele leven voor bijen hadden gezorgd, dat 3 van de 4 kolonies vorige winter waren gestorven. Jos Kerkhofs, mijn bevriende imker in Erpekom in Oost-België, waar ik woon, vertelde me dat dezelfde tendens wordt waargenomen bij de leden van zijn vereniging. Terwijl lokale honing in deze tijd van het jaar een schaars goed is geworden, zijn de bredere gevolgen voor de samenleving ernstig zorgwekkend, aangezien 84% van onze gewassen afhankelijk is van bijen en wilde bestuivers.

Alle bovenstaande voorbeelden zijn wat men noemt externe kosten. Externe kosten zijn kosten die niet zijn opgenomen in de marktprijs van de geproduceerde goederen en diensten, of kosten die niet worden gedragen door degenen die ze veroorzaken. Wij hebben onze economieën verder gedreven dan wat onze planeet aankan, voorbij de zogenaamde planetaire grenzen. En naarmate we ons dat beginnen te realiseren, zullen de externe kosten van de klimaatverandering, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen zoals grondwater en het verlies van biodiversiteit door de samenleving moeten worden betaald.

De media spelen een grote rol bij het sensibiliseren van mensen over deze zaken. In BelgiĂ« is het aantal radioprogramma’s en nieuwsberichten over deze kwesties de laatste maanden sterk toegenomen. Onlangs zei een woordvoerder van de voedingsindustrie dat 3 van de 5 belangrijkste voedingsbedrijven overwegen hun deuren te sluiten. Door de stijgende brandstofprijzen en grondstofkosten konden zij niet tegen dezelfde bodemprijzen levensmiddelen aan de supermarkten blijven leveren. Tenzij de supermarkten enige flexibiliteit aan de dag leggen en bereid zijn meer te betalen, zullen de levensmiddelenbedrijven failliet gaan.

Is dit het tijdperk waarin goedkoop voedsel tot een einde zal komen omdat het niet langer haalbaar is de externe kosten te negeren? Het dwingt beleidsmakers, boeren en anderen in het voedselsysteem zeker om drastische beslissingen te nemen en steeds meer te kiezen voor natuurlijke landbouw, biologische landbouw, moestuinieren, korte voedselvoorzieningsketens en minder bewerkt voedsel, allemaal met de volle aandacht voor de zorg voor ons milieu en voor onze boeren. Zeker is dat de sterk stijgende kosten van kunstmest en andere benodigdheden meer boeren over de hele wereld zullen aanmoedigen om te experimenteren met biologische en ecologische alternatieven, zoals bio-meststoffen, biologische groeistimulatoren, intercropping, bodembedekkers en mulch.

Farmers without borders February 6th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Blanca Chancusig is a dynamic woman who manages a diverse farm in the village of Yugshiloma, in Cotopaxi province, at 2,800 meters above sea level in the Ecuadorean Andes. As we film doña Blanca for a farmer-to-farmer training video, she talks about all the benefits of living hedgerows and flowering plants, which she uses not just for medicine and to feed her guinea pigs, rabbits, her two cows and a pig, but also to attract beneficial insects that pollinate and protect her crops.

Winding up our visit, Jeff and I tell Blanca that the video in which she will feature will be ready in a few months. On the ballpoint pen that we give her we point to the Access Agriculture website address, where she can find over a hundred different training videos in Spanish.

“Also on biofertilizer and good microbes,” she replies. I interpret it as a question, but soon find out that it actually was a statement. She guides me to a little shed behind her house from where she brings out a plastic drum. As she opens the lid, I see she has prepared liquid biofertilizer.

“We learned a lot through the video on good microbes for the soil and the plants. It is very easy to do and not very costly. The only thing that is hard for me to get is broad bean flour, only that. Everything else I have at home,” Blanca says.

Two years ago, Diego Mina and his wife Mayra Coro, our local collaborators from IRD (Institut de Recherche pour le DĂ©veloppement) who manage the AMIGO project on agroecology, showed several women’s groups a video on good microbes that was made with farmers in India (and which was translated into Spanish). The women liked the video so much that Diego sent them a copy of it through their WhatsApp group.

In a follow up visit, Diego and Mayra decided to organize a live demonstration on how to make the mix of good microbes, with cow urine and raw sugar and other locally available ingredients, which the women provided. While the video shows chickpea flour as one of the ingredients, Diego and Mayra bought broad bean flour to use instead of chickpea flour, which is not available in Ecuador. The broad bean is a pulse which many of the women grow at this high altitude.

A year after the demonstration, at least some of the women are still experimenting with this new technology, which they learned through the video from fellow farmers in India. With a big smile on her face, Blanca tells me that she already tried it once on her maize and lupine crop, and that the results were good, so this planting season she has again prepared another 10 litres to try on her field for a second year.

Unlike what most researchers and extensionists think, smallholder farmers deeply appreciate learning from fellow farmers, even if they are thousands of kilometres away, on other continents, especially if the technologies work well, are easy to apply, and cost little money.

Related Agro-Insight blogs

Earthworms from India to Bolivia

Trying it yourself

Reviving soils

Community and microbes

Encouraging microorganisms that improve the soil

Friendly germs

Translate to innovate

Acknowledgements

The visit to Ecuador to film various farmer-to-farmer training videos with farmers like Blanca, as well as the video translations into Spanish, were made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation.

Videos on how to improve the soil

See the many training videos on soil management hosted on the Access Agriculture video platform.

 

Boeren zonder Grenzen

Blanca Chancusig is een dynamische vrouw die een diverse boerderij beheert in het dorp Yugshiloma, in de provincie Cotopaxi, op 2.800 meter boven de zeespiegel in de Ecuadoraanse Andes. Terwijl we doña Blanca filmen voor een ‘boer-tot-boer’ trainingsvideo, vertelt ze over alle voordelen van houtkanten rond haar veld en bloeiende planten, die ze niet alleen gebruikt voor medicijnen en om haar cavia’s, konijnen, haar twee koeien en een varken te voeden, maar ook om nuttige insecten aan te trekken die haar gewassen bestuiven en beschermen.

Ter afsluiting van ons bezoek vertellen Jeff en ik Blanca dat de video waarin zij te zien zal zijn, over een paar maanden klaar zal zijn. Op de balpen die we haar geven wijzen we naar het adres van de website van Access Agriculture, waar ze meer dan honderd verschillende trainingsvideo’s in het Spaans kan vinden.

“Ook over bio-meststoffen en goede microben,” antwoordt ze. Ik interpreteer het als een vraag, maar kom er al snel achter dat het eigenlijk een constatering was. Ze leidt me naar een schuurtje achter haar huis van waaruit ze een plastic vat tevoorschijn haalt. Als ze het deksel opent, zie ik dat ze vloeibare bio-meststof heeft klaargemaakt.

“We hebben veel geleerd via de video over goede microben voor de bodem en de planten. Het is heel gemakkelijk te doen en niet erg duur. Het enige waar ik moeilijk aan kan komen is tuinbonenmeel, alleen dat. Al het andere heb ik thuis,” zegt Blanca.

Twee jaar geleden hebben Diego Mina en zijn echtgenote Mayra Coro, onze plaatselijke medewerkers van het IRD (Institut de Recherche pour le DĂ©veloppement) die het AMIGO-project over agro-ecologie beheren, aan verschillende vrouwengroepen een video over goede microben getoond die met boeren in India was gemaakt (en die in het Spaans werd vertaald). De vrouwen vonden de video zo goed dat Diego hen er een kopie van stuurde via hun WhatsApp-groep.

In een vervolgbezoek besloten Diego en Mayra een demonstratie te organiseren over hoe de mix van goede microben gemaakt kan worden, met koeienurine en ruwe suiker en andere lokaal beschikbare ingrediënten, die de vrouwen ter beschikking stelden. Hoewel op de video kikkererwtenmeel als een van de ingrediënten wordt getoond, kochten Diego en Mayra tuinbonenmeel om te gebruiken in plaats van kikkererwtenmeel, dat niet verkrijgbaar is in Ecuador. De tuinboon is een peulvrucht die veel van de vrouwen op deze grote hoogte verbouwen.

Een jaar na de demonstratie experimenteren ten minste sommige vrouwen nog steeds met deze nieuwe technologie, die zij via de video hebben geleerd van collega-boeren in India. Met een grote glimlach op haar gezicht vertelt Blanca me dat ze het al een keer heeft uitgeprobeerd op haar maĂŻs- en lupinegewas, en dat de resultaten goed waren, dus dit plantseizoen heeft ze weer 10 liter klaargemaakt om het een tweede jaar op haar akker te proberen.

In tegenstelling tot wat de meeste onderzoekers en landbouwvoorlichters denken, stellen kleine boeren het zeer op prijs om te leren van collega-boeren, zelfs als die duizenden kilometers ver weg zijn, op andere continenten, vooral als de technologieën goed werken, gemakkelijk toe te passen zijn, en weinig geld kosten.

Soil for a living planet January 30th, 2022 by

In a refreshingly optimistic book, The Soil Will Save Us, Kristin Ohlson explains how agriculture could stop emitting carbon, and instead remove it from the air and place it in the soil.

Soil life is complex. A teaspoon of soil may harbor between one and seven billion living things. Microorganisms like fungi and bacteria give mineral nutrients to plants in exchange for carbon-rich sugars. Predatory protozoa and nematodes (worms) then eat the fungi and bacteria, releasing the nutrients from their bodies back to the soil.

When people add chemical fertilizer to the soil, these living things die, essentially starved to death as the plants no longer need to interact with them. The plants become dependent on chemical fertilizer. Reading this in Ohlson’s book reminded me of farmers in Honduras and around the world, who have been telling me for over 30 years that soil quickly “becomes used to,” or “accustomed” to chemical fertilizers. Local knowledge is often ahead of the science.

When soil is plowed, it loses some of its carbon. The plow lets in air that binds with the carbon to become C02, which rises into the atmosphere. Plowed soil is broken, and more prone to erosion than natural, plant-covered earth. One of the many people Ohlson interviewed for her book, innovative North Dakota farmer Gabe Brown, grows a biodiverse mix of cover crops, including grasses and legumes. But instead of harvesting these crops, Brown lets his cows graze on them. Then he drills corn (maize) or other cash crops into the soil, instead of plowing it. No chemical fertilizers are applied. This soil is productive, while saving labor and expense, and absorbing carbon instead of giving it off. This healthy soil holds more water than plowed soil, so the crops resist droughts. Brown developed this system working with Innovative scientists like Jay Furhrer and Kristine Nichols of the US Department of Agriculture (USDA), an example of the power of collaborative research.

Brown is not the only farmer trying to conserve the soil, but when Ohlson was writing about a decade ago, only 4.3% of US farmland was enrolled in any kind of government land conservation program.

Encouraging more farmers to conserve the soil will require public universities to do more research on no-till farming i.e., forsaking the plow and encouraging cover crops and livestock grazing to boost soil fertility. Universities have to stop accepting grants from companies that produce the chemical fertilizer, the pesticides and the genetically modified crop seeds that tolerate them. Accepting corporate money diverts university research into chemical farming, even though taxpayers still pay the faculty members’ salaries and society pays the price for soils becoming unproductive in the long-term.

Fortunately, there is much that we can all do at home, in gardens, parks and even lawns. The biggest irrigated crop in the United States is not maize, but lawns, which take up three times as much space as corn. Lawns can be managed without chemicals: fertilized with compost, while clover and other legumes can be planted among the grass to improve the soil. Families can make compost at home and fertilize the garden with it. City parks can also sequester carbon. The Battery Park in Manhattan is fertilized entirely with compost and compost tea (a liquid compost).

I was encouraged by this book. Agriculture could be the solution to climate change, and even help to cool the planet, rather than being a major contributor to the problem.

Get involved

In 2015, just after Ohlson’s book was published, some 60 people from 21 countries met in Costa Rica and formed Regenerative Agriculture, an international movement united around a common goal: to reverse global warming and end world hunger by facilitating and accelerating the global transition to regenerative agriculture and land management. Click here to find a partner organization in your area.

Further reading

Ohlson, Kristin 2014 The Soil Will Save Us: How Scientists, Farmers and Foodies Are Healing the Soil to Save the Planet. New York: Rodale. 242 pp.

Related Agro-Insight blogs

Hügelkultur

Capturing carbon in our soils

Community and microbes

Living Soil: A film review

A revolution for our soil

Out of space

Videos on how to improve the soil

See some of the many videos on soil management hosted by Access Agriculture.

 

Hügelkultur January 9th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Hügelkultur

In my previous blog “Capturing carbon in our soils” I gave some examples of how to store carbon in a healthy, living soil by adding compost and mulch, reducing ploughing and using plants to create a permanent soil cover. But there is also a more direct way of adding carbon to the soil, a technique called hĂŒgelkultur, a name which may not be the easiest to pronounce, but the concept is quite simple.

Hügelkultur is a German term meaning “mound cultivation.” In this method one builds garden beds using woody material, some nitrogen-rich material such as grass clippings or manure, and soil with compost arranged in long, tunnel-shaped mounds. The wood can be piled directly on top of the soil, or placed in dug out trenches. Depending on the size of the logs or branches that form the core of the mound, the wood can take 10 to 15 years to completely decompose. Over the years, your soil life and soil structure improve.

A major benefit is that the beds enriched with organic matter hold water much better. As my wife Marcella and I used to frequently travel for longer periods for work, we were not always sure we would be at home to water our garden, so we figured this technique would suit us well. Especially since our soil is very sandy and does not retain water well. So, we started with our first hĂŒgelbed some 3 years ago.

First we dug out a 10-meter long, one-meter wide trench to a depth of 40 cm. Then we cleaned up a lot of the old wooden logs and pruned branches of sick trees. We covered the branches with chunks of grass sod turned upside down, and finally we topped the bed up with the top soil and compost. The bed was about 1.2 meter high. We thought from now on, growing vegetables would be easier with less need for watering, but it turned out slightly differently.

As we had no clear idea yet what we would plant the first year, we decided to sow a mix of wild flowering plants to provide food for pollinators, such as bees, bumble bees, hover flies and butterflies. Within less than 2 months the bed was exploding with colours and the buzzing was a feast for the ears. This was a great idea, and it gave us some time to think through what vegetables and herbs we would plant the coming season, and how to arrange the crops on the bed.

After we installed the wood bed the next 2 summers were extremely dry, so even though we thought that we would experience the benefits of the raised bed starting in the second year, it turned out that we still needed to water it on a weekly basis. At first, I was puzzled that the buried wood was not holding water, but then I realized that on top of the wood we had deposited a double layer of grass sod (we just had too much of it). This had created a thick layer that roots of our tomatoes and other plants could not penetrate to reach the deeper parts of the bed where the moist wood was slowly decomposing.

Marcella also realized that planting on a slope is not as easy as the simplified drawings show on permaculture websites. Also, when watering the water readily flowed down the slope without having time to infiltrate. It looked like our soil structure was still not optimal even though the entire bed was covered with a mix of plants: both flowering wild ones and cultivated ones. To keep water from flowing down the slopes, Marcella often created small terraces to plant young seedlings. Improving soil structure takes time, and the need for continuous mulching became apparent.

Last winter I decided to make some extra wood beds to plant my different varieties of red current, goose berries, blue honeysuckle, raspberry and blackberries. Facing North-South to capture optimal sunlight, I set out to dig three trenches, each about one and a half meter apart. To boost the decomposition of the woody material, this time I decided to soak each layer of the beds with a solution of good microbes (effective microorganisms or EM) which I had prepared from local materials (see: Reviving soils).

The beds looked really nice and natural next to our little birch forest, but after two months the perennial grasses had already completely invaded the moist and nutrient-rich beds. As one learns by doing, I decided to use leftover tiles to make a border around the beds, to try to and keep the grasses out.

It takes time to find out what works best for you, and the future will tell us if these hĂŒgelbeds will live up to our expectations. What may look easy and simple on paper often requires some some patience as one adapts the idea locally.

Read more

Q.L. Luo, C. Hentges, C. Wright. 2020. Sustainable Landscapes: Creating a HĂŒgelkultur for Gardening with Stormwater Management Benefits. Oklahoma Cooperative Extension Service. Click here.

Related Agro-Insight blogs

Capturing carbon in our soils

Community and microbes

Experimenting with intercrops

Living Soil: A film review

Reviving soils

Inspiring knowledge platforms

Access Agriculture: https://www.accessagriculture.org is a specialised video platform with freely downloadable farmer training videos on ecological farming with a focus on the Global South.

EcoAgtube: https://www.ecoagtube.org is the alternative to Youtube where anyone from across the globe can upload their own videos related to ecological farming and circular economy.

 

HĂŒgelkultur

In mijn vorige blog “Koolstof vastleggen in onze bodems” gaf ik enkele voorbeelden van hoe koolstof kan worden opgeslagen in een gezonde, levende bodem door compost en mulch toe te voegen, minder te ploegen en planten te gebruiken om een permanente bodembedekking te creĂ«ren. Maar er is ook een meer directe manier om koolstof aan de bodem toe te voegen, een techniek die hĂŒgelkultur wordt genoemd, een naam die misschien niet de gemakkelijkste is om uit te spreken, maar het concept is vrij eenvoudig.

HĂŒgelkultur is een Duitse term die ” heuvelteelt ” betekent. Bij deze methode bouwt men tuinbedden met houtachtig materiaal, wat stikstofrijk materiaal zoals grasmaaisel of mest, en grond met compost, gerangschikt in lange, tunnelvormige heuvels. Het hout kan direct op de grond worden gestapeld, of in uitgegraven greppels worden geplaatst. Afhankelijk van de grootte van de stammen of takken die de kern van de hoop vormen, kan het 10 tot 15 jaar duren voordat het hout volledig is afgebroken. In de loop der jaren verbetert het bodemleven en de bodemstructuur.

Een groot voordeel is dat de bedden die verrijkt zijn met organisch materiaal veel beter water vasthouden. Omdat mijn vrouw Marcella en ik vaak voor langere periodes op reis waren voor ons werk, waren we er niet altijd zeker van dat we thuis zouden zijn om onze tuin water te geven, dus dachten we dat deze techniek goed bij ons zou passen. Vooral omdat onze grond erg zanderig is en niet goed water vasthoudt. Zo’n 3 jaar geleden zijn we dus begonnen met ons eerste hĂŒgelbed.

Eerst groeven we een sleuf van 10 meter lang en 1 meter breed tot een diepte van 40 cm. Daarna hebben we veel van de oude houten stammen en gesnoeide takken van zieke bomen opgeruimd. We bedekten de takken met omgedraaide graszoden en bedekten het bed met de bovenste laag aarde en compost. Het bed was ongeveer 1,2 meter hoog. We dachten dat het voortaan gemakkelijker zou zijn om groenten te kweken en minder water te moeten geven, maar dat pakte toch iets anders uit.

Omdat we nog geen duidelijk idee hadden wat we het eerste jaar zouden planten, besloten we een mix van wilde bloeiende planten te zaaien om voedsel te bieden aan bestuivers, zoals bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. In minder dan 2 maanden tijd was het bed een explosie van kleuren en het gezoem was een lust voor het oor. Dit was een geweldig idee, en het gaf ons wat tijd om na te denken over welke groenten en kruiden we het komende seizoen zouden planten, en hoe we de gewassen op het bed zouden rangschikken.

Nadat we het houten bed hadden geĂŻnstalleerd waren de volgende 2 zomers extreem droog, dus ook al dachten we dat we vanaf het tweede jaar de voordelen van het verhoogde bed zouden ervaren, het bleek dat we nog steeds wekelijks water moesten geven. Eerst was ik verbaasd dat het begraven hout geen water vasthield, maar toen realiseerde ik me dat we bovenop het hout een dubbele laag graszoden hadden gelegd (we hadden er gewoon te veel van). Hierdoor was een dikke laag ontstaan waar de wortels van onze tomaten en andere planten niet doorheen konden om de diepere delen van het bed te bereiken waar het vochtige hout langzaam aan het afbreken was.

Marcella realiseerde zich ook dat planten op een helling niet zo eenvoudig is als de vereenvoudigde tekeningen op permacultuur websites laten zien. Ook bij het bewateren stroomde het water gemakkelijk de helling af zonder tijd te hebben om te infiltreren. Het leek erop dat onze bodemstructuur nog steeds niet optimaal was, ook al was het hele bed bedekt met een mix van planten: zowel bloeiende wilde als gecultiveerde. Om te voorkomen dat het water langs de hellingen naar beneden stroomt, creëerde Marcella vaak kleine terrassen om jonge zaailingen te planten. Het verbeteren van de bodemstructuur kost tijd, en de noodzaak van continu mulchen werd duidelijk.

Vorige winter besloot ik enkele extra houten bedden te maken om mijn verschillende variëteiten van rode bessen, kruisbessen, honingbessen, frambozen en bramen te planten. Noord-zuid gericht om optimaal zonlicht op te vangen, begon ik met het graven van drie sleuven, elk ongeveer anderhalve meter uit elkaar. Om de afbraak van het houtachtige materiaal te stimuleren, besloot ik deze keer om elke laag van de bedden te doordrenken met een oplossing van goede microben (effectieve micro-organismen of EM) die ik had bereid uit plaatselijke materialen (zie blog: De bodem nieuw leven inblazen).

De bedden zagen er heel mooi en natuurlijk uit naast ons kleine berkenbosje, maar na twee maanden hadden de meerjarige grassen de vochtige en voedselrijke bedden al volledig ingenomen. Zoals je al doende leert, besloot ik om restjes tegels te gebruiken om een rand rond de bedden te maken, om te proberen de grassen buiten te houden.

Het kost tijd om uit te vinden wat voor jou het beste werkt, en de toekomst zal ons leren of deze hĂŒgelbedden aan onze verwachtingen zullen voldoen. Wat er op papier gemakkelijk en eenvoudig uitziet, vergt vaak enig geduld naarmate men het idee ter plaatse aanpast.

Design by Olean webdesign