WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

Natural solutions November 26th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Before any of our workshops where we train local organisations to produce quality farmer-to-farmer training videos, we visit the farmers where the local trainees will develop their videos over the next two weeks. This time, we are set to train four local organisations from different regions in the Philippines.

As the training is held at the EcoPark in Bacolod on Negros Island in the Western Visayas of the Philippines, two highly experienced organic farmers were identified beforehand with very diverse integrated farms not too far from the venue.

Pastor Jerry Dionson grew up in the northern part of Negros, a region dominated by sugarcane plantations. When he decided to start growing organic food about two decades ago, he moved to Bacolod, further south. Farmers ridiculed him because his rice fields yielded only half of what they were harvesting. Three years later, he had cut back on expenses and harvested more than others in the community. He currently is elected president of one of the local irrigation associations, with 179 members.

‚ÄúEach family used to have 10 water buffaloes to prepare the fields and provide milk, but now they have machines and at most just one buffalo. Many buffaloes have also died, intoxicated by the glyphosate that farmers use to control weeds,‚ÄĚ Pastor Jerry says.

In 2010, the law on organic agriculture was passed in the Philippines, giving due recognition to this alternative farming system. Since then, Pastor Jerry’s reputation has steadily grown and he has received numerous national awards. Farmers now do take him seriously.

From his farmhouse, surrounded by banana plants, coconut palm trees, mango and jackfruit trees, we walk on narrow ditches between the paddy fields that are close to being harvested, pass by a 350 square-metre fishpond, to then arrive at some mixed vegetable fields that are on slightly higher ground.

‚ÄúIt is not just about refraining from the use of pesticides, herbicides and chemical fertilisers, but also to ensure that the family has healthy and diverse food throughout the year,‚ÄĚ says Pastor Jerry.

Pastor Jerry hosts intern agriculture students from the¬† University of Negros Occidental ‚Äď Recoletos. In one of his rice fields the students, as well as on occasion other fellow farmers, take part in his farmer field school where they learn to observe the effect of various home-made fermented liquid fertilisers made from crop, animal and fish waste.

Organic farming should not be about replacing chemical inputs with commercial organic inputs while continuing to spend a lot of money on them. In fact, while Pastor Jerry takes us on a tour on his farm, it becomes clear how all natural problems can be solved by natural solutions that are freely available. That is, if one has the right knowledge.

In one of the fields, our attention is drawn to two palm leaf fronds of which the bottoms stick out above the rice plants. In many countries, I have seen organic farmers placing sticks in their rice fields to attract birds, which eat caterpillars chewing away the leaves of rice plants. Never taking something for granted when seeing something unusual in a farmers’ field, I enquire about it.

‚ÄúThese are to control rats,‚ÄĚ Pastor Jerry says.

‚ÄúJust those two leaf fronds do the job?‚ÄĚ I ask a little puzzled, ‚Äúand the rats don‚Äôt move to other parts of the field?‚ÄĚ

‚ÄúWe place the leaf fronds there where we have observed rat damage. Once we have inserted them in the soil, the rats don‚Äôt come back. They really don‚Äôt like those leaf fronds. Don‚Äôt ask me why, but this is local knowledge that I learned from elderly farmers. And it works.‚ÄĚ

A little further, we observe small pinkish balls on the stem of one of the rice plants. They appear to be the egg masses of the infamous golden apple snail that causes serious damage to young rice seedlings. The biology and ecology of this pest is still little studied.

Native to South America, golden apple snails with their orange-yellow flesh were introduced in the Philippines between 1982 and 1984, with the intention to serve as a source of protein for low-income Filipino farmers. However, already by 1986 it became apparent that the snails thrived so prolifically in irrigated paddy fields that they became a major pest for rice farmers. Again, one of the solutions is found in nature.

Integrated rice-duck systems have a long tradition in Asia, but have had a major decline with the introduction of pesticides and herbicides since the 1960s. With the increased interest in organic rice, this integrated system is up for a revival.

Young, 3-week old ducks are released in rice fields about a week after transplanting or three weeks after direct sowing. The ducks feed on insects, such as rice planthoppers and leafrollers, as well as on small golden apple snails. Ducks control weeds and their droppings fertilise the field, resulting in better growth and yield. As a bonus, farmers can reduce their expenses for feed while the duck meat quality improves. Current research has also shown that the continuous puddling by ducks between rice plants helps to reduce methane emissions, an important greenhouse gas.

It is great that we can work with highly motivated, local partners and experienced organic farmers who are willing to share their knowledge and experience to develop some new videos in the years to come.

Photo credit: the first photograph is by John Samuels.

 

Natuurlijke oplossingen

Voorafgaand aan elk van onze workshops waar we lokale organisaties opleiden om boerentrainingsvideo’s te maken, bezoeken we boeren waar de lokale trainees de komende twee weken hun video’s zullen ontwikkelen. Deze keer trainen we vier lokale organisaties uit verschillende regio’s van de Filipijnen.

Omdat de training wordt gehouden in het EcoPark in Bacalod op Negros eiland in de Visayas, de centrale regio van de Filipijnen, zijn vooraf twee zeer ervaren biologische boeren ge√Įdentificeerd met zeer diverse, ge√Įntegreerde boerderijen, niet ver van de locatie.

Pastor Jerry Dionson groeide op in het noordelijke deel van Negros, een regio die gedomineerd wordt door suikerrietplantages. Toen hij zo’n twintig jaar geleden besloot om biologisch voedsel te gaan verbouwen, verhuisde hij naar Bacalod, meer naar het zuiden. Boeren maakten hem belachelijk omdat zijn rijstvelden maar de helft opbrachten van wat zij oogstten. Drie jaar later had hij op zijn uitgaven bezuinigd en meer geoogst dan anderen in de gemeenschap. Nu is hij gekozen tot voorzitter van een van de plaatselijke irrigatieverenigingen, met 179 leden.

“Elke familie had vroeger 10 waterbuffels om de velden te bewerken en voor hun melk, maar nu hebben ze machines en hooguit √©√©n buffel. Veel buffels zijn ook gestorven, bedwelmd door het glyfosaat dat boeren gebruiken om onkruid te bestrijden,” zegt pastor Jerry.

In 2010 werd de wet op biologische landbouw in de Filipijnen aangenomen, waardoor dit alternatieve landbouwsysteem de nodige erkenning kreeg. Sindsdien is de reputatie van pastor Jerry gestaag gegroeid en heeft hij talloze nationale prijzen ontvangen. Boeren nemen hem nu serieus.

“Het gaat niet alleen om het afzien van het gebruik van pesticiden, herbiciden en kunstmest, maar ook om ervoor te zorgen dat de familie het hele jaar door gezond en gevarieerd voedsel heeft,” zegt pastor Jerry.

Pastor Jerry is gastheer voor landbouwstudenten van de University of Negros Occidental ‚Äď Recoletos. In een van zijn rijstvelden nemen de studenten, en af en toe ook andere collega-boeren, deel aan zijn boerenveldschool waar ze het effect leren observeren van verschillende zelfgemaakte gefermenteerde vloeibare meststoffen gemaakt van gewas-, dier- en visafval.

Biologische landbouw moet niet gaan over het vervangen van chemische middelen door commerci√ęle, biologische middelen terwijl je er veel geld aan blijft uitgeven. In feite, terwijl pastor Jerry ons meeneemt op een rondleiding op zijn boerderij, wordt het duidelijk hoe alle natuurlijke problemen kunnen worden opgelost door natuurlijke oplossingen die kosteloos beschikbaar zijn. Tenminste, als je de juiste kennis hebt.

In een van de velden wordt onze aandacht getrokken door twee takken van palmbladeren waarvan de onderkant boven de rijstplanten uitsteekt. In veel landen heb ik gezien dat biologische boeren stokken in hun rijstvelden plaatsen om vogels aan te trekken, die rupsen eten die de bladeren van de rijstplanten wegvreten. Als ik iets ongewoons zie in het veld van een boer, neem ik dat nooit voor lief en vraag ernaar.

“Deze zijn om ratten te bestrijden,” zegt Pastor Jerry.

“Alleen die twee bladertakken doen het werk,” vraag ik een beetje verbaasd, “en de ratten verhuizen niet naar andere delen van het veld?”.

“We plaatsen de bladertakken daar waar we schade door ratten hebben waargenomen. Als we ze eenmaal in de grond hebben gestopt, komen de ratten niet meer terug. Ze houden echt niet van die bladertakken. Vraag me niet waarom, maar dit is lokale kennis die ik van oudere boeren heb geleerd. En het werkt.”

Iets verderop zien we kleine roze bolletjes op de stengel van √©√©n van de rijstplanten. Het blijken eiermassa’s te zijn van de beruchte gouden appelslak die ernstige schade toebrengt aan jonge rijstplantjes. De biologie en ecologie van deze plaag is nog weinig bestudeerd.

De grote, gouden appelslakken met hun oranje-gele vlees, die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komen, werden tussen 1982 en 1984 in de Filippijnen ge√Įntroduceerd met de bedoeling om als eiwitbron te dienen voor Filipijnse boeren met een laag inkomen. Maar al in 1986 werd duidelijk dat de slakken zo goed gedijden in ge√Įrrigeerde rijstvelden dat ze een grote plaag werden voor rijstboeren. Opnieuw is een van de oplossingen te vinden in de natuur.

Ge√Įntegreerde rijst-eend systemen hebben een lange traditie in Azi√ę, maar hebben een grote terugval gehad door de introductie van pesticiden en herbiciden sinds de jaren 1960. Met de toegenomen belangstelling voor biologische rijst is dit ge√Įntegreerde systeem toe aan een heropleving.

Jonge, drie weken oude eenden worden in de rijstvelden losgelaten als de plantjes minstens drie weken oud zijn. De eenden voeden zich met insecten en kleine gouden appelslakken. Eenden beheersen onkruid en hun uitwerpselen bemesten het veld, wat resulteert in een betere groei en opbrengst. Als bonus kunnen boeren hun uitgaven voor voer verlagen, terwijl de kwaliteit van het eenden vlees verbetert. Huidig onderzoek heeft tevens aangetoond dat het continue poelen door eenden tussen de rijstplanten helpt om de uitstoot van methaan, een belangrijk broeikasgas, te verminderen.

Het is geweldig dat we kunnen samenwerken met zeer gemotiveerde, lokale partners en ervaren biologische boeren die bereid zijn om hun kennis en ervaring te delen om de komende jaren een aantal nieuwe video’s te ontwikkelen.

Seeing the life in the soil June 25th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Earlier, Jeff and I have written various blogs about the importance of soil organic matter and soil life to support  thriving, sustainable food production. Soils that have many living organisms hold more carbon and nutrients and can better absorb and retain rainwater, all of which are crucial in these times of a disturbed climate.

But measuring life in soils can be a time-consuming activity depending on what one wants to measure. While bacteria and fungi cannot be seen by the naked eye, ants, grubs and earth worms can.

In one of the training videos that we filmed in Bolivia last February, Eliseo Mamani from the PROINPA Foundation, a science and technology organization, shows us meticulously how you can measure the visible soil organisms with farmers. Using a standardised method to measure soil life is important if you want to evaluate how certain farming practices have an effect on the life of your soil.

One early morning, we pick up Ana Mamani and Rubén Chipana from their homes to take us to a field on the altiplano that has been cultivated for various years and that has not received any organic fertilizer. The farmers of Chiarumani, Patacamaya, about 100 kilometres south of La Paz, have learned through collaborative research that there are more living things in some parts of the field, and fewer in other parts, so they take samples from 3 parts of the field.

With a spade they remove a block of soil 20 centimetres wide, 20 centimetres long and 20 centimetres deep. They carefully put all this soil in a white bag and close it tightly, so that the living things do not escape, because the earthworms and other living things move quickly.

We then drive to another place, where they collect 3 more samples from a field that has received organic fertilizer and where organic vegetables are grown. All samples are put in blue bags, all nicely labelled.

Under the shade of a tree, some more farmers have gathered to start counting the living organisms. One handful of soil at a time, they empty each bag on a plastic tray. As they come across a living creature, they carefully pick it out and report it to Eliseo who takes notes: how many earthworms, how many ants, how many termites, how many beetles, how many spiders and how many grubs.

After an hour, the results are added up and samples compared: there are only many earthworms in the soil from the field that received organic fertilizer. The farmers discuss the findings in group and conclude: If your soil has few living things, you can bring your soil to life by adding animal manure or compost, by leaving crop residues in the field, and not burning them. You can also improve soil life by ploughing less, as ploughing disturbs bacteria, fungi, and animals that add fertility to the soil.

After returning back home from our trip to Bolivia, I am still reflecting on the many things we have learned from farmers and the organisations who do basic, yet relevant research with them, when Marcella points to the fields in front of our office. In March, at the onset of spring, moles are most active. It is striking: the field to the left that hasn’t been ploughed or fertilized for several years has many mole hills. The field on the right is intensively managed and does not have a single mole hill. Ploughing reduces organic matter, which is feed for earthworms. Herbicides and pesticides kill soil life, including earthworms. Also, liquid manure, which is used abundantly across Flanders and the Netherlands, can kill earthworms, especially when cows have received antibiotics and other drugs. Liquid manure may also contain heavy metals used for animal feed, such as zinc and copper.

Earthworms can be counted and used as soil health bioindicators. When done in collaborative research with farmer groups this helps farmers understand how certain farming practices affects the health of their soil and the long-term sustainability of their farm. However, if you don’t have time to go out with a spade to take soil samples, even above ground indicators such as mole hills can offer a quick alternative.

Acknowledgements

The visit to Bolivia to film various farmer-to-farmer training videos, including this one, was made possible with the generous support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to the Foundation for the Promotion and Research of Andean Products (PROINPA) who introduced us to the communities, and to Eliseo Mamani in particular who led the soil exercises with the farmers for this video.

Related videos

Seeing the life in the soil

Living windbreaks to protect the soil

Related Agro-Insight blogs

Soil science, different but right

Killing the soil with chemicals (and bringing it back to life)

Commercialising organic inputs

 

Het leven in de bodem zien

Jeff en ik hebben al eerder verschillende blogs geschreven over het belang van organische stof in de bodem en bodemleven om duurzame voedselproductie te ondersteunen. Bodems met veel levende organismen houden meer koolstof en voedingsstoffen vast en kunnen regenwater beter absorberen en vasthouden, wat allemaal cruciaal is in deze tijden van een verstoord klimaat.

Maar het meten van het leven in de bodem kan een tijdrovende bezigheid zijn, afhankelijk van wat men wil meten. Terwijl bacteri√ęn en schimmels niet met het blote oog te zien zijn, zijn mieren, larven en regenwormen dat wel.

In een van de trainingsvideo’s die we afgelopen februari in Bolivia hebben gefilmd, laat Eliseo Mamani van PROINPA, een wetenschappelijk en technologisch instituut, nauwkeurig zien hoe je samen met boeren de zichtbare bodemorganismen kunt meten. Het gebruik van een gestandaardiseerde methode om het bodemleven te meten is belangrijk als je wilt evalueren welk effect bepaalde landbouwpraktijken hebben op het bodemleven.

Op een vroege ochtend halen we Ana Mamani en Rubén Chipana op van hun huis om ons naar een veld op de altiplano te brengen dat al verschillende jaren wordt bewerkt en waar geen organische meststoffen zijn gebruikt. De boeren van Chiarumani, Patacamaya, ongeveer 100 kilometer ten zuiden van La Paz, hebben door gezamenlijk onderzoek geleerd dat er in sommige delen van het veld meer levende wezens zijn en in andere delen minder, dus nemen ze monsters van 3 delen van het veld.

Met een spade halen ze een blok grond weg van 20 centimeter breed, 20 centimeter lang en 20 centimeter diep. Ze doen al deze grond voorzichtig in een witte zak en sluiten deze goed af, zodat de levende wezens niet kunnen ontsnappen, want de regenwormen en andere levende wezens verplaatsen zich snel.

Daarna rijden we naar een andere plek, waar ze nog 3 monsters verzamelen van een veld dat organische mest heeft gekregen en waar organische groenten worden verbouwd. Alle monsters worden in blauwe zakken gedaan, allemaal netjes gelabeld.

Onder de schaduw van een boom hebben zich nog meer boeren verzameld om te beginnen met het tellen van de levende organismen. Een handvol grond per keer legen ze elke zak op een plastic dienblad. Als ze een levend wezen tegenkomen, pikken ze het er voorzichtig uit en rapporteren het aan Eliseo die aantekeningen maakt: hoeveel regenwormen, hoeveel mieren, hoeveel termieten, hoeveel kevers, hoeveel spinnen en hoeveel engerlingen.

Na een uur worden de resultaten opgeteld en de monsters vergeleken: er zitten alleen veel regenwormen in de grond van het veld dat organische mest heeft gekregen. De boeren bespreken de bevindingen in groep en concluderen: Als je bodem weinig levende wezens heeft, kun je je bodem tot leven brengen door dierlijke mest of compost toe te voegen, door gewasresten op het veld te laten liggen en ze niet te verbranden. Je kunt het bodemleven ook verbeteren door minder te ploegen, want ploegen verstoort bacteri√ęn, schimmels en dieren die vruchtbaarheid aan de bodem toevoegen.

Na terugkomst van onze reis naar Bolivia ben ik nog steeds aan het nadenken over de vele dingen die we hebben geleerd van boeren en de organisaties die samen met hen eenvoudig, maar relevant onderzoek doen, als Marcella naar de velden voor ons kantoor wijst. In maart, aan het begin van de lente, zijn de mollen het actiefst. Het is opvallend: het veld links, dat al een paar jaar niet geploegd of bemest is, heeft veel molshopen. Het veld rechts wordt intensief beheerd en heeft geen enkele molshoop. Door ploegen vermindert het organisch materiaal, dat voedsel is voor regenwormen. Herbiciden en pesticiden doden het bodemleven, waaronder regenwormen. Ook vloeibare mest, die in heel Vlaanderen en Nederland overvloedig wordt gebruikt, kan regenwormen doden, vooral wanneer koeien antibiotica en andere medicijnen hebben gekregen. Vloeibare mest kan ook zware metalen bevatten die worden gebruikt voor diervoeder, zoals zink en koper.

Regenwormen kunnen worden geteld en gebruikt als bio-indicatoren voor de gezondheid van de bodem. Wanneer dit in samenwerking met boerengroepen wordt gedaan, helpt dit boeren te begrijpen hoe bepaalde landbouwpraktijken de gezondheid van hun bodem en de duurzaamheid van hun boerderij op de lange termijn be√Įnvloeden. Maar indien je geen tijd hebt om bodemmonsters te nemen met een spade, bieden bovengrondse indicatoren zoals molshopen een snel alternatief.

Bekijk de video

Seeing the life in the soil

Soil science, different but right April 23rd, 2023 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

Soil may be the basis of farming, and therefore of almost all of our food, but farmers and soil scientists see the soil in completely different, if equally valid ways.

In Bolivia, I was recently making a video with Paul and Marcella on soil tests that extension agents can do with farmers. Our local expert was Eliseo Mamani, a gifted Bolivian agronomist.

Before our visit, Eliseo had prepared three soil tests in collaboration with soil scientist Steve Vanek. One of the tests uses bottles and sieves and cloth to separate out the ‚Äúparticulate organic matter‚ÄĚ, or POM ‚Ķ dark brown crumbs of carbon-rich, dead plant and animal litter that feed the plants. Good soil has more POM than poor soil.

In preparation for our visit, Eliseo had been practicing the soil tests with local farmers. He introduced us to Victoria Quispe, who farms and herds llamas and sheep with her husband. I asked do√Īa Victoria what made a good soil. I thought she might say something like its rich organic matter. She could have also said it has neutral pH, because one of the tests Eliseo had taught them was to use pH paper to see when soil is too acidic or too alkaline.

But no, do√Īa Victoria said, ‚ÄúWe know when the soil is good by the plants growing on it.‚ÄĚ The answer makes perfect sense. These communities on the high Altiplano grow potatoes for a year, then quinoa for a year, and then they fallow the land for at least six years. In that time, the high pampas become covered with native needle grass, and various species of native brush called t‚Äôula.

Later in the day, Eliseo led four farmers to do the POM test. They collected soil from a well-rested field and from one that had been recently cultivated. The group washed a sample of soil from each field and carefully sieved out the POM, little pieces about 2 mm across. Then Eliseo carefully arranged the particles into small disks on a piece of white paper. The soil from the tired soil yielded only enough POM to make a disk of 2 cm in diameter. But the circle from the rested soil was 6 cm across.

In other words, the well-rested soil was covered in native plants, and it had lots more particulate organic matter than the tired soil, which had only a light covering of plants. The scientific test and local knowledge had reached the same conclusion, that fallow can improve the soil. Soil scientists tend to look at what soil is made of. Farmers notice what will grow on it. Soil content, and its ecology are both important, but it is worth noting that scientists and local people can look at the world in different ways, and both can be right.

Previous Agro-Insight blog

Recovering from the quinoa boom

Further reading

For more details on the plants that grow on fallowed soil on the Altiplano, see:

Bonifacio, Alejandro, Genaro Aroni, Milton Villca & Jeffery W. Bentley (2022) Recovering from quinoa: Regenerative agricultural research in Bolivia, Journal of Crop Improvement, DOI: 10.1080/15427528.2022.2135155

A related video

Living windbreaks to protect the soil

Acknowledgements

Ing. Eliseo Mamani works for the Proinpa Foundation. This work was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation.

CIENCIAS DE SUELO, DIFERENTES PERO CORRECTOS

Jeff Bentley, 23 de abril del 2023

Puede que el suelo sea la base de la agricultura y, por tanto, de casi todos nuestros alimentos, pero los agricultores y los científicos de suelo ven el suelo de formas completamente distintas, aunque igualmente válidas.

Hace poco estuve en Bolivia grabando un vídeo con Paul y Marcella sobre las pruebas de suelo que los agentes de extensión pueden hacer con los agricultores. Nuestro experto local era Eliseo Mamani, un talentoso ingenieroagrónomo boliviano.

Antes de nuestra visita, Eliseo hab√≠a preparado tres pruebas de suelo en colaboraci√≥n con el edaf√≥logo Steve Vanek. Una de las pruebas usa botellas, tamices y telas para separar la “materia org√°nica particulada”, o MOP… migajas de color marr√≥n oscuro de hojarasca vegetal y animal muerta. Las part√≠culas son ricas en carbono, y alimentan a las plantas. La tierra buena tiene m√°s MOP que la tierra pobre.

Para preparar nuestra visita, Eliseo hab√≠a practicado las pruebas de suelo con agricultores locales. Nos present√≥ a Victoria Quispe, que cr√≠a llamas y ovejas con su marido. Le pregunt√© a do√Īa Victoria qu√© era un buen suelo. Pens√© que dir√≠a algo como que tiene mucha materia org√°nica. Tambi√©n podr√≠a haber dicho que tiene un pH neutro, porque una de las pruebas que Eliseo les hab√≠a ense√Īado era usar papel de pH para ver cu√°ndo el suelo es demasiado √°cido o demasiado alcalino.

Pero no, do√Īa Victoria dijo: “Sabemos cu√°ndo la tierra es buena por las plantas que crecen en ella”. La respuesta tiene mucho sentido. Estas comunidades del Altiplano cultivan papas durante un a√Īo, luego quinua durante otro, y despu√©s dejan la tierra en barbecho durante al menos seis a√Īos. En ese tiempo, la pampa alta se cubre de paja brava nativa, y de varias especies de arbustos nativos llamados t’ula.

M√°s tarde, Eliseo llev√≥ a cuatro agricultoras a hacer la prueba de la MOP. Recogieron tierra de un campo bien descansado y de una parcela que hab√≠a sido cultivada recientemente. El grupo lav√≥ una muestra de tierra de cada campo y tamiz√≥ cuidadosamente la MOP, peque√Īos trozos de unos 2 mm de di√°metro. A continuaci√≥n, Eliseo dispuso cuidadosamente las part√≠culas en peque√Īos discos sobre un trozo de tela blanca. La tierra del suelo cansado s√≥lo dio suficiente MOP para hacer un disco de 2 cm de di√°metro. Pero el c√≠rculo de la tierra descansada ten√≠a 6 cm de di√°metro.

En otras palabras, el suelo bien descansado estaba cubierto de plantas nativas y tenía muchas más partículas de materia orgánica que el suelo cansado, que sólo tenía una ligera capa de plantas. La prueba científica y el conocimiento local habían llegado a la misma conclusión: que el barbecho puede mejorar el suelo. Los científicos de suelo tienden a fijarse en de qué está hecho el suelo. Los agricultores se fijan en lo que crece en él. Tanto el contenido del suelo como su ecología son importantes, pero hay que tener en cuenta que los científicos y la población local pueden ver el mundo de formas distintas, y ambos pueden tener razón.

Previamente en el blog de Agro-Insight

Recuper√°ndose del boom de la quinua

Lectura adicional

Bonifacio, Alejandro, Genaro Aroni, Milton Villca & Jeffery W. Bentley (2022) Recovering from quinoa: Regenerative agricultural research in Bolivia, Journal of Crop Improvement, DOI: 10.1080/15427528.2022.2135155

Un video relacionado al tema

Barreras vivas para proteger el suelo

Agradecimiento

El Dr. Ing. Eliseo Mamani trabaja para la Fundación Proinpa. Este trabajo se hizo con el generoso apoyo del Programa Colaborativo de Investigación de Cultivos (CCRP) de la Fundación McKnight.

Organic leaf fertilizer April 16th, 2023 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

Prosuco is a Bolivian organization that teaches farmers organic farming. Few things are more important than encouraging alternatives to chemical pesticides and fertilizers.

So Prosuco teaches farmers to make two products, 1) sulfur lime: water boiled with sulfur and lime and used as a fungicide. Some farmers also find that it is useful as an insecticide. 2) Biofoliar, a fermented solution of cow and guinea pig manure, chopped alfalfa, ground egg shells, ash, and some storebought ingredients: brown sugar, yoghurt, and dry active yeast. After a few months of fermenting in a barrel, the biofoliar is strained and can be mixed in water to spray onto the leaves of plants.

Conventional farmers often buy chemical fertilizer, designed to spray on a growing crop. But this foliar (leaf) chemical fertilizer is another source of impurities in our food, because the chemical is sprayed on the leaves of growing plants, like lettuce and broccoli.

Paul and Marcella and I were with Prosuco recently, making a video in Cebollullo, a community in a narrow, warm valley near La Paz. These organic farmers usually mix biofoliar together with sulfur lime. They rave about the results. The plants grow so fast and healthy, and these home-made remedies are much cheaper than the chemicals from the shop.

The mixture does seem to work. One farmer, do√Īa Ninfa, showed us her broccoli. There were cabbage moths (plutella) flying around it and landing on the leaves. These little moths are the greatest cabbage pest worldwide, and also a broccoli pest. Do√Īa Ninfa has sprayed her broccoli with sulfur lime and biofoliar. I saw very few holes in the plant leaves, typical of plutella damage, but I couldn‚Äôt find any of their larvae, little green worms. So whatever do√Īa Ninfa was doing, it was working.

I do have a couple of questions. I wonder if, besides the nutrients in the biofoliar, if there are also beneficial microorganisms that help the plants? To know that, we would have to assay the microorganisms in the biofoliar, before and after fermenting it. Then we would need to know which microbes are still alive after being mixed with sulfur lime, which is designed to be a fungicide, i.e., to kill disease-causing fungi. The mixture may reduce the number of microorganisms, but this would not affect the quantity of nutrients for the plants. Farmer-researchers of Cebollullo have been testing different ratios of biofoliar and sulfur lime to develop the most efficient control while reducing the number of sprays, to save time and labor. This is important to them because their fields are often far from the road and far from water.

This is not a criticism of Prosuco, but there needs to be more formal research, for example, from universities, on safe, inexpensive, natural fungicides and fertilizers that farmers can make at home, and on the combinations of these inputs.

Agrochemical companies have all the advantages. They co-opt university research. They have their own research scientists as well. They have advertisers and a host of shopkeepers, motivated by the promise of earning money.

Organic agriculture has the good will of the NGOs, working with local people, and the creativity of the farmers themselves. Even a little more support would make a difference.

Previous Agro-Insight blog

Friendly germs

Related videos

Good microbes for plants and soil

Vermiwash: an organic tonic for crops

Acknowledgement

Thanks to Roly Cota, Maya Apaza, and Renato Pardo of Prosuco for introducing us to the community of Cebollullo, and for sharing their thoughts on organic agriculture with us. Thanks to María Quispe, the Director of Prosuco, and to Paul Van Mele, for their valuable comments on previous versions of this story. This work was sponsored by the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation.

ABONO FOLIAR ORG√ĀNICO

Jeff Bentley, 9 de abril del 2023

Prosuco es una organizaci√≥n boliviana que ense√Īa la agricultura ecol√≥gica a los agricultores. Pocas cosas son m√°s importantes que fomentar alternativas a los plaguicidas y fertilizantes qu√≠micos.

As√≠, Prosuco ense√Īa a los agricultores a hacer dos productos: 1) sulfoc√°lcico: agua hervida con azufre y cal que se usa como fungicida. Algunos agricultores tambi√©n ven que es √ļtil como insecticida. 2) Biofoliar, una soluci√≥n fermentada de esti√©rcol de vaca y cuyes, alfalfa picada, c√°scaras de huevo molidas, ceniza y algunos ingredientes comprados en la tienda: az√ļcar moreno, yogurt y levadura seca activa. Tras unos meses de fermentaci√≥n en un barril, el biofoliar se cuela y puede mezclarse con agua para fumigarlo sobre las hojas de las plantas.

Los agricultores convencionales suelen comprar fertilizantes qu√≠micos, dise√Īados para fumigar sobre un cultivo en crecimiento. Pero este fertilizante qu√≠mico foliar es otra fuente de contaminaci√≥n en nuestros alimentos, porque el producto qu√≠mico se fumiga sobre las hojas de las plantas en crecimiento, como la lechuga y el br√≥coli.

Paul, Marcella y yo estuvimos hace poco con Prosuco haciendo un video en Cebollullo, una comunidad ubicada en un valle estrecho y cálido cerca de La Paz. Estos agricultores ecológicos suelen mezclar biofoliar con sulfocálcio. Están encantados con los resultados. Las plantas crecen muy rápido y sanas, y estos remedios caseros son mucho más baratos que los productos químicos de la tienda.

La mezcla parece funcionar. Una agricultora, do√Īa Ninfa, nos ense√Ī√≥ su br√≥coli. Hab√≠a polillas del repollo (plutella) volando alrededor y pos√°ndose en las hojas. Estas peque√Īas polillas son la mayor plaga del repollo en todo el mundo, y tambi√©n del br√≥coli. Do√Īa Ninfa ha fumigado su br√≥coli con sulfoc√°lcico y biofoliar. Vi muy pocos agujeros en las hojas de la planta, t√≠picos de los da√Īos de la plutella, pero no encontr√© ninguna de sus larvas, peque√Īos gusanos verdes. Sea lo que sea, lo que do√Īa Ninfa hac√≠a, le daba buenos resultados.

Tengo un par de preguntas. Me pregunto si, adem√°s de los nutrientes del biofoliar ¬Ņhay tambi√©n microorganismos buenos que ayuden a las plantas? Para saberlo, tendr√≠amos que analizar los microorganismos del biofoliar, antes y despu√©s de fermentarlo. Entonces necesitar√≠amos saber qu√© microorganismos siguen vivos despu√©s de ser mezclados con el sulfoc√°lcico, que est√° dise√Īada para ser un fungicida, es decir, para matar hongos causantes de enfermedades. La mezcla puede que reduzca microorganismos, pero eso no debe bajar la cantidad de nutrientes favorables para las plantas. Agricultores investigadores de Cebollullo han estado probando relaciones de biofoliar y caldo sulfoc√°lcico para desarrollar un control m√°s eficiente y reducir el n√ļmero de fumigaciones, para ahorrar tiempo y trabajo, ya que sus parcelas son de dif√≠cil acceso, y lejos de las fuentes de agua. ¬†¬†.

Esto no es una crítica a Prosuco, pero es necesario que haya más investigación formal, por ejemplo, de las universidades, sobre los fungicidas y abonos seguros, baratos y naturales que los agricultores puedan hacer en casa y sobre las combinaciones de estos insumos.

Las empresas agroquímicas tienen todas las ventajas. Cooptan la investigación universitaria. También tienen sus propios investigadores. Tienen propaganda en los medios masivos y una gran red de distribución comercial, con vendedores motivados por la meta de ganar dinero.

La agricultura ecológica tiene la buena voluntad de las ONGs, que trabajan con la población local, y con la creatividad de los propios agricultores. Un poco más de apoyo haría la diferencia.

Previamente en el blog de Agro-Insight

Microbios amigables

Videos relacionados

Buenos microbios para plantas y suelo

Vermiwash: an organic tonic for crops

Agradecimiento

Gracias a Roly Cota, Maya Apaza, y Renato Pardo de Prosuco por presentarnos a la comunidad de Cebollullo, y por compartir sus ideas sobre la agricultura orgánica con nosotros. Gracias a María Quispe, Directora de Prosuco, y Paul Van Mele, por leer y hacer valiosos comentarios sobre versiones previas de este relato. Este trabajo fue auspiciado por el Programa Colaborativo de Investigación de Cultivos (CCRP) de la Fundación McKnight.

 

At home with agroforestry February 26th, 2023 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

I’ve written about Serafín Vidal before, an agronomist who spends his free time developing an innovative agroforestry system at home. On week days, he works as an extensionist, teaching agroforestry to about 250 farmers around the three main valleys of Cochabamba, Bolivia. These farmers grow mixed orchards of apple and forest trees. The apples provide a crop to sell, and the forest trees provide organic matter and bring up nutrients from deep in the soil. As the trees shed their leaves, they form a mulch that fertilizes the apples and vegetable crops growing on the ground.

Previously, I had visited two of the farmers who Serafín teaches, and I sensed their enthusiasm, but recently, Paul, Marcella, Ana and I got a chance to visit Serafín at his own home, where he planted his first forest, about ten years ago.

Serafín lives in the small town of Arani, about an hour’s drive from Cochabamba. Arani has grown slowly since colonial times, and still has house lots with large garden plots near the central plaza. When Serafín took over one of these plots, there was 700 square meters of grass behind the house. The lifeless soil was crusted with salt.

Working on the weekends, Seraf√≠n tore out the lawn and planted trees, including peaches, figs, plums, prickly pear cactus, apples, avocados, roses, dahlias, gladioli, date palms and native molles, chacatea, trumpetbush, jacaranda, ash, poplar, lloq‚Äôe, and qhewi√Īa. He now has about 100 species of herbs, vegetables, fruit trees and climbing vines, including the tastiest grapes I‚Äôve ever eaten. Seraf√≠n leaves logs and leaf litter on the surface of the earth, as in a natural forest, to decay slowly and fertilize the soil, while providing a habitat for earthworms and other beneficial creatures.

When Serafín establishes an agroforest, in the early years he adds a bit of organic matter on top of the soil. But with time, the trees fertilize the earth on their own, just as in a wild forest, where the soil is dark, and naturally fragrant.

Seraf√≠n scooped up a handful of soil, to show us how it was full of life: earthworms, sow bugs, and larvae of wood-eating beetles. Seraf√≠n explained: ‚ÄúThese larvae have bacteria and fungi in their digestive tract. This is mixed with the dead wood that they eat, enriching the soil.‚ÄĚ

Serafín explains that one of the key principles of agroforestry is to imitate the local forest. This diversity keeps plant healthy. In his planted forest, there are no plant diseases, and no weeds, only self-seeding plants that he keeps. The only pests are birds, attracted to the ripe fruit. Serafín keeps them out with nets. He controls the persistent fruit fly with traps and natural remedies he makes himself (sulphur-lime, caldo de ceniza and fosfito, which we have described in an earlier blog).

Unlike many extensionists, Serafín practices what he teaches. He works out his ideas at home, on his own land, before sharing the principles with farmers, strategically located around the three large valleys of Cochabamba.

Each of these farmers adopts the basic principles of agroforestry, and then becomes an example in their own community. This is important in a system that includes trees, which take years to mature.

Seraf√≠n maintains that agroforestry is less work than other farming styles. ‚ÄúIf we make farming easy, maybe more people will want to be farmers,‚ÄĚ he says.

The 4 principles of agroforestry

  1. Do not disturb the earth. Do not plow it. Plant by making a small hole in the earth with a sharp stick.
  2. Keep the soil permanently covered. E.g. with fallen leaves, branches, logs and living plants.
  3. Imitate the local forest. Combine many plant species of different sizes and different live cycles.
  4. In an agroforestry system, the species live together. They do not compete for nutrients or for light.

Previous Agro-Insight blog stories

Experiments with trees

Apple futures

Friendly germs

Watch the video

Seeing the life in the soil

Acknowledgements

Agronomist Serafín Vidal works for the Fundación Agrecol Andes. He directs the Agroforestería Dinámica project, sponsored by NATUREFUND. Serafín read and commented on a previous version of this blog.

Scientific names of native species

Molle Schinus molle

Chacatea Dodonaea viscosa

Trumpetbush (lluvia de oro) Tecoma sp.

Jacaranda Jacaranda mimosifolia

Ash (fresno) Fraxinus sp.

Poplar (aliso) Populus sp.

Lloq’e Kageneckia lanceolata

Qhewi√Īa Polylepis spp.

EN CASA CON LA AGROFORESTER√ćA

26 de febrero del 2023, por Jeff Bentley

Ya he escrito antes sobre Seraf√≠n Vidal, un ingeniero agr√≥nomo que dedica su tiempo libre a desarrollar un innovador sistema agroforestal en casa. Los d√≠as h√°biles, √©l trabaja como asistente t√©cnico, ense√Īando agroforester√≠a din√°mica a unos 250 agricultores de los tres valles principales de Cochabamba, Bolivia. Estos agricultores cultivan huertos combinados de manzanos y √°rboles forestales. Los manzanos proporcionan una cosecha que vender, y los √°rboles forestales aportan materia org√°nica y nutrientes desde las profundidades del suelo. Cuando los √°rboles se desprenden de sus hojas, forman un mulch que fertiliza los manzanos y las hortalizas sembrados en el suelo.

Anteriormente, yo hab√≠a visitado a dos de los agricultores que Seraf√≠n ense√Īa, y percib√≠ su entusiasmo, pero hace poco, Paul, Marcella, Ana y yo tuvimos la oportunidad de visitar a Seraf√≠n en su propia casa, donde plant√≥ su primer bosque, hace unos diez a√Īos.

Serafín vive en el pueblo de Arani, a una hora en coche de Cochabamba. Arani ha crecido lentamente desde la época colonial, y todavía tiene parcelas de casas con grandes huertos cerca de la plaza central. Cuando Serafín se hizo cargo de una de estas parcelas, había 700 metros cuadrados de grama detrás de la casa. La tierra, sin vida, tenía afloramientos de sal.

Trabajando los fines de semana, Seraf√≠n arranc√≥ el c√©sped y plant√≥ √°rboles, entre ellos durazneros, higos, ciruelos, tunas, manzanos, paltos, rosas, dalias, gladiolos, palma d√°til y los nativos molles, chacatea, lluvia de oro, jacaranda, fresno, aliso, lloq‚Äôe, y qhewi√Īa. Ahora tiene unas 100 especies de hierbas, verduras, √°rboles frutales y vides trepadoras, incluidas las uvas m√°s sabrosas que jam√°s he comido. Seraf√≠n deja troncos y hojarascas en la superficie de la tierra, como en un bosque natural, para que se descompongan lentamente y fertilicen el suelo, al tiempo que dan un h√°bitat para las lombrices de tierra y otras criaturas beneficiosas.

Cuando Seraf√≠n establece un sistema agroforestal, en los primeros a√Īos a√Īade un poco de materia org√°nica sobre el suelo. Pero con el tiempo, los √°rboles fertilizan la tierra por s√≠ solos, como en un bosque silvestre, donde el suelo es oscuro y tiene un rico olor de forma natural.

Seraf√≠n recogi√≥ un pu√Īado de tierra para mostrarnos que estaba llena de vida: lombrices, chanchitos y larvas de escarabajos comedores de madera. Seraf√≠n nos lo explic√≥: “Estas larvas tienen bacterias y hongos en su tracto digestivo. Esto se mezcla con la madera muerta que comen, enriqueciendo el suelo”.

Seraf√≠n explica que uno de los principios clave de la agroforester√≠a es imitar el bosque local. Esta diversidad mantiene sanas las plantas. En su bosque plantado no hay enfermedades de las plantas, ni malezas, s√≥lo plantas que se auto-siembran y que √©l valora. Las √ļnicas dificultades son los p√°jaros, atra√≠dos por la fruta madura. Seraf√≠n los mantiene alejados con redes. Controla la persistente mosca de la fruta con trampas y remedios naturales que √©l mismo fabrica (sulfoc√°lcico, caldo de ceniza, biol y fosfito, que ya hemos descrito en un blog anterior).

A diferencia de muchos t√©cnicos, Seraf√≠n practica lo que ense√Īa. Da vida a sus ideas en casa, en su propia tierra, antes de compartir los principios con los agricultores, ubicados estrat√©gicamente alrededor de los tres grandes valles de Cochabamba (el Valle Alto, el Valle Bajo, y el Valle de Sacaba).

Cada uno de estos agricultores adopta los principios b√°sicos de la agroforester√≠a, y luego se convierte en un ejemplo en su propia comunidad. Esto es importante en un sistema que incluye √°rboles, que tardan a√Īos en madurar.

Seraf√≠n sostiene que la agroforester√≠a da menos trabajo que otros estilos de cultivo. “Si hacemos que la agricultura sea f√°cil, quiz√° m√°s gente quiera ser agricultor”, afirma.

Los 4 principios de la agroforestería

  1. No mover el suelo. No ararlo. Sembrar haciendo un peque√Īo agujero en la tierra con un palo puntiagudo.
  2. Tener cobertura permanente sobre el suelo. Por ejemplo, con hojas caídas, ramas, troncos y plantas vivas.
  3. Imitar el bosque del lugar. Combinar muchas especies de plantas de diferentes tama√Īos y diferentes ciclos de vida.
  4. En el sistema agroforestal, hay convivencia entre todas las especies. No hay competencia por nutrientes ni luz.

Previamente en el blog de Agro-Insight

Experimentos con √°rboles

Manzanos del futuro

Microbios amigables

Mirar el video

Ver la vida en el suelo

Agradecimientos

El ingeniero Serafín Vidal trabaja para la Fundación Agrecol Andes. Conduce el proyecto de Agroforestería Dinámica, financiada por NATUREFUND. Serafín leyó e hizo comentarios sobre una versión previa de este blog.

Nombres científicos de especies nativas

Molle Schinus molle

Chacatea Dodonaea viscosa

Lluvia de oro Tecoma sp.

Jacaranda Jacaranda mimosifolia

Fresno Fraxinus sp.

Aliso Populus sp.

Lloq’e Kageneckia lanceolata

Qhewi√Īa Polylepis spp.

 

 

Design by Olean webdesign