WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

European deserts, coming soon June 11th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Not a single day passes without news of the increasing challenges farmers face in Europe and in much of the world. Rainfall has become more erratic and intense, and heatwaves are becoming the new normal. We should all be concerned about the speed at which climate change is affecting our planet. How we decide to live, what to eat, where to source our food, and how we spend our leisure time cut across all of society: agriculture, industry, tourism, transport, as well as urban planning and rural land use.

According to the main Spanish farmers’ association, the Coordinator of Farmers’ and Livestock Owners’ Organizations (COAG), drought affects 60% of Spain’s countryside and has destroyed crops across 3.5 million hectares. This is more than double the farm land we have in Belgium and six times that of Flanders.

Three years of very low rainfall and high temperatures have put Spain officially into long-term drought. This year, losses are not limited to wheat, barley and maize, but also expected for nuts, orchards, vineyards, olives, sunflower and vegetable farming. As vegetation is scarce, bees are failing to make honey. Beekeepers are facing a third consecutive season without a harvest. According to a recent CNN article Disappearing lakes, dead crops and trucked-in water, these conditions point to a new reality for parts of Europe, which is warming twice as fast as the global average.

Farms are not the only places in trouble. Municipal water systems are dryer across much of southern Europe. In Italy, in April this year extreme drought was already affecting Lombardy and Piedmont, with 19 towns experiencing the highest level of shortage. Some places have already started receiving water in tanker trucks.

As it takes 15,000 litres of water to produce 1 kilogram of beef and 3,000 litres of water to produce 1 kilogram of cheese, it is no wonder that livestock farming is also at risk. After all, farmers need pasture to feed their animals. When a choice has to be made between ensuring drinking water for its citizens or irrigating pasture and crops to feed animals, governments usually favour cities over farms, but countries need both.

Often governments come up with short-term solutions, such as asking people to stop watering their lawns or washing their cars, instead of planning for long-term measures to conserve water. Different food and fodder crops (and combinations) need to be promoted; more trees and living hedges need to be planted in and around fields to reduce evaporation by the hot sun and dry winds. Above all, measures are needed to store more carbon in the soil.

Enabling citizens to have online access to real-time monitoring of the depth of the groundwater, a natural resource that is invisible, could help to sensitise all of us about the need to conserve water.  Groundwater drops quickly due to continuous pumping yet rises only slowly as it is recharged by rainwater from the surface. While monitoring is needed, let us not be naïve and think that when the groundwater table is recharged, households, industry and farming can go back to using water in an unlimited way. Already in rural Belgium, even though we had the wettest spring since records began to be kept in 1833, in the countryside we see many old oak trees suffering from the three previous years of water and heat stress.

In many European countries, agricultural lobby groups aggressively sustain their opinion that the livestock sector should not shrink in order to survive. With all that is happening, how long will they be able to continue taking such an unrealistic position? Animals can be properly fed with technologies that use water and fossil fuels more efficiently , but technological solutions also have their limitations. If lobby groups do not help their members to adapt, the climate will soon dictate what is possible and what is not. The changes we see in southern Europe should set off alarms in the north as well.

If we are unable to quickly and drastically curb greenhouse gas emissions and invest in an agriculture that helps to cool the planet, rather than deplete its natural resources, we will soon no longer need to fly to the Sahara to see a desert. Climate refugees will come from Southern Europe, and we will scratch our heads and wonder why many of our favourite food products are no longer available or affordable.

Sources

Bertelli, Michele. 2023. ‘No water, no life’: Drought threatens farmers and food in Italy. https://www.context.news/climate-risks/no-water-no-life-drought-threatens-farmers-and-food-in-italy

CNN. 2023. Disappearing lakes, dead crops and trucked-in water: Drought-stricken Spain is running dry. https://edition.cnn.com/2023/05/02/europe/spain-drought-catalonia-heat-wave-climate-intl/index.html

Related Agro-Insight blogs

The times they are a changing

Capturing carbon in our soils

Gabe Brown, agroecology on a commercial scale

Hügelkultur

Rotational grazing

Soil for a living planet

A revolution for our soil

Recovering from the quinoa boom

From soil fertility to cheese

Creativity of the commons

Killing the soil with chemicals (and bringing it back to life)

The nitrogen crisis

Farmer learning videos on adaptation to climate change

Improved pasture for fertile soil

Rotational grazing

Living windbreaks to protect the soil

Mulch for a better soil and crop

Hydroponic fodder

Intercropping maize with pigeon peas

Growing azolla for feed

Water users’ associations

Drip irrigation for tomato

Pitcher irrigation

 

Europese woestijnen, binnenkort

Er gaat geen dag voorbij zonder nieuws over de toenemende uitdagingen waar boeren in Europa en een groot deel van de wereld voor staan. Regenval is grilliger en intenser geworden en hittegolven worden het nieuwe normaal. We zouden ons allemaal zorgen moeten maken over de snelheid waarmee klimaatverandering onze planeet beïnvloedt. De manier waarop we besluiten te leven, wat we eten, waar we ons voedsel vandaan halen en hoe we onze vrije tijd doorbrengen, heeft invloed op de hele maatschappij: landbouw, industrie, toerisme, transport, maar ook stadsplanning en landgebruik op het platteland.

Volgens de belangrijkste Spaanse boerenorganisatie COAG treft de droogte 60% van het Spaanse platteland en heeft het gewassen vernietigd op 3,5 miljoen hectare. Dat is meer dan het dubbele van de landbouwgrond in België en zes keer zoveel als in Vlaanderen.

Drie jaar van zeer weinig neerslag en hoge temperaturen hebben Spanje officieel in langdurige droogte gebracht. Dit jaar blijven de verliezen niet beperkt tot tarwe, gerst en maïs, maar worden ook verliezen verwacht voor noten, boomgaarden, wijngaarden, olijven, zonnebloemen en de groenteteelt. Omdat de vegetatie schaars is, lukt het bijen niet om honing te maken. Imkers worden geconfronteerd met een derde opeenvolgend seizoen zonder oogst. Volgens een recent CNN-artikel Verdwijnende meren, dode gewassen en aangevoerd water wijzen deze omstandigheden op een nieuwe realiteit voor delen van Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het wereldwijde gemiddelde.

Niet alleen boerderijen hebben problemen. Gemeentelijke watersystemen drogen in een groot deel van Zuid-Europa uit. In Italië werden Lombardije en Piemonte in april van dit jaar al getroffen door extreme droogte, waarbij 19 steden te kampen hadden met het grootste tekort. Sommige plaatsen zijn al begonnen met het aanvoeren van water in tankwagens.

Aangezien er 15.000 liter water nodig is om 1 kilo rundvlees te produceren en 3.000 liter water om 1 kilo kaas te produceren, is het geen wonder dat ook de veehouderij gevaar loopt. Boeren hebben immers weiland nodig om hun dieren te voeden. Als er een keuze moet worden gemaakt tussen het veiligstellen van drinkwater voor de burgers of het irrigeren van weilanden en gewassen om dieren te voeden, geven regeringen meestal de voorkeur aan steden boven boerderijen, maar landen hebben beide nodig.

Vaak komen regeringen met kortetermijnoplossingen, zoals mensen vragen om te stoppen met het besproeien van hun gazons of het wassen van hun auto’s, in plaats van langetermijn maatregelen te plannen om water te besparen. Verschillende voedsel- en voedergewassen (en combinaties daarvan) moeten worden gepromoot; er moeten meer bomen en levende heggen worden geplant in en rond akkers om de verdamping door de hete zon en droge wind te verminderen. Bovenal zijn er maatregelen nodig om meer koolstof in de bodem op te slaan.

Door burgers online toegang te geven tot realtime monitoring van de diepte van het grondwater, een natuurlijke hulpbron die onzichtbaar is, kunnen we ons allemaal bewust worden van de noodzaak om water te besparen.  Grondwater daalt snel als gevolg van voortdurend pompen, maar stijgt slechts langzaam als het wordt aangevuld door regenwater van het oppervlak. Hoewel monitoring nodig is, moeten we niet naïef zijn en denken dat wanneer het grondwaterpeil weer wordt aangevuld, huishoudens, industrie en landbouw weer onbeperkt water kunnen gebruiken. Hoewel we in België de natste lente sinds het begin van de metingen in 1833 hebben gehad, zien we op het platteland al veel oude eikenbomen die lijden onder de drie voorgaande jaren van water- en hittestress.

In veel Europese landen houden landbouwlobbygroepen agressief vol dat de veehouderij niet mag inkrimpen om te overleven. Hoe lang kunnen ze zo’n onrealistisch standpunt blijven innemen, nu er zoveel gebeurt? Dieren kunnen goed gevoed worden met technologieën die efficiënter gebruik maken van water en fossiele brandstoffen, maar technologische oplossingen hebben ook hun beperkingen. Als lobbygroepen hun leden niet helpen om zich aan te passen, zal het klimaat snel dicteren wat mogelijk is en wat niet. De veranderingen die we in Zuid-Europa zien, zouden ook in het noorden alarmbellen moeten doen rinkelen.

Als we er niet in slagen om de uitstoot van broeikasgassen snel en drastisch te beperken en te investeren in een landbouw die de planeet helpt afkoelen in plaats van haar natuurlijke hulpbronnen uit te putten, dan hoeven we binnenkort niet meer naar de Sahara te vliegen om een woestijn te zien. Klimaatvluchtelingen zullen uit Zuid-Europa komen en wij zullen ons op het hoofd krabben en ons afvragen waarom veel van onze favoriete voedingsproducten niet meer verkrijgbaar of betaalbaar zijn.

The market mafia April 9th, 2023 by

The market mafia

Nederlandse versie hieronder

In a previous blog, I wrote how smallholder, organic farmers in Bolivia struggle to sell their healthy, natural produce to an urban and peri-urban audience that is only slowly awakening to the health risks of  food produced with agrochemicals.

While the weekly home delivery service is a new way to sell fresh produce directly to consumers, the age-proven, open-air markets offer a more obvious way to sell ecological food. As in much of the developing world, weekly neighbourhood markets are widespread in Bolivia, but they come with their own challenges when newcomers want to enter the scene.

The NGO Agrecol Andes has been working for years to help agroecological farmers sell their produce directly on local markets, rather than through middle men. To help farmers in the department of Cochabamba obtain a space to sell in existing markets, Agrecol obtained agreements with various local authorities to help their farmers sell at markets. But that seemed to be the easiest part.

From experience Agrecol Andes learned that if one of the ecological farmers did not have vegetables or fruits to sell during one week, their place would be snapped up by a conventional vendor, who would keep the spot forever. So Agrecol increased its efforts to strengthen farmer groups, which let members to supply each other with ecological produce and ensure weekly presence on the markets.

But competition among market vendors is a fierce. While local authorities may set market rules, the real power is held by a few influential vendors. If the old vendors object, the farmer-sellers may permanently be blocked from the market.

“In some cases, my colleagues have been negotiating with specific market vendors for several years, but until they obtain permission, they are never sure whether their efforts will bear any fruits,” explains Augusto Lizárraga, a young staff from Agrecol Andes who accompanied us during most of our filming days.

Clearly, for individual farmers to start selling ecological produce directly on markets, the challenges are huge. Working in groups helps, and so does the support of local authorities. But institutional support like the one offered by Agrecol Andes is essential to support agroecological farmers and trigger changes towards healthier and fairer food systems.

The market mafia may be invisible, but it does exist.

Watch our video on: How to sell ecological food

Related Agro-Insight blogs

The struggle to sell healthy food

Marketing as a performance

A young lawyer comes home to farm

An exit strategy

 

De markt maffia

In een vorig blog schreef ik hoe kleine, biologische boeren in Bolivia worstelen om hun gezonde, natuurlijke producten te verkopen aan een stedelijk en peri-stedelijk publiek dat zich maar langzaam bewust wordt van de gezondheidsrisico’s van voedsel dat met landbouwchemicaliën is geproduceerd.

Hoewel de wekelijkse thuisbezorging een nieuwe manier is om verse producten rechtstreeks aan de consument te verkopen, bieden de beproefde openluchtmarkten een meer voor de hand liggende manier om gezond, ecologisch voedsel te verkopen. Zoals in veel ontwikkelingslanden zijn ook in Bolivia wekelijkse buurtmarkten wijdverbreid, maar ze gaan gepaard met hun eigen uitdagingen wanneer nieuwkomers hun intrede willen doen.

De NGO Agrecol Andes zet zich al jaren in om agro-ecologische boeren te helpen hun producten rechtstreeks op lokale markten te verkopen, in plaats van via tussenpersonen. Om boeren in het departement Cochabamba te helpen een plek te krijgen op bestaande markten, verkreeg Agrecol overeenkomsten met verschillende lokale autoriteiten om hun boeren te helpen op markten te verkopen. Maar dat leek het gemakkelijkste deel.

Uit ervaring leerde Agrecol Andes dat als een van de ecologische boeren gedurende een week geen groenten of fruit had om te verkopen, haar plaats zou worden ingenomen door een conventionele verkoper, die de plaats voor altijd zou behouden. Dus verhoogde Agrecol haar inspanningen om boerengroepen te versterken, waardoor de leden elkaar ecologische producten kunnen leveren en een wekelijkse aanwezigheid op de markten kunnen garanderen.

Maar de concurrentie tussen de marktkooplui is hevig. Hoewel de plaatselijke autoriteiten de marktregels vaststellen, is de echte macht in handen van een paar invloedrijke verkopers. Als de oude verkopers bezwaar maken, kunnen de boerenverkopers permanent van de markt worden geweerd.

“In sommige gevallen onderhandelen mijn collega’s al jaren met bepaalde marktkooplui, maar zolang ze geen toestemming krijgen, weten ze nooit zeker of hun inspanningen vruchten zullen afwerpen,” legt Augusto Lizárraga uit, een jonge medewerker van Agrecol Andes die ons tijdens de meeste van onze filmdagen vergezelde.

Het is duidelijk dat de uitdagingen voor individuele boeren om ecologische producten rechtstreeks op markten te gaan verkopen enorm zijn. Werken in groepen helpt, net als de steun van lokale autoriteiten. Maar institutionele steun zoals die van Agrecol Andes is essentieel om agro-ecologische boeren te ondersteunen en veranderingen in de richting van gezondere en eerlijkere voedselsystemen op gang te brengen.

De marktmaffia mag dan onzichtbaar zijn, ze bestaat wel degelijk.

Bekijk onze video: How to sell ecological food

Gerelateerde Agro-Insight blogs

The struggle to sell healthy food

Marketing as a performance

A young lawyer comes home to farm

An exit strategy

A love for nature March 19th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

When you ask 5-year-old kids what they want to be when they grow up, many respond veterinarian, pilot, football player, ballerina, or firefighter, depending on where in the world you ask the question. Fortunately, some also say they want to become a farmer, as a young father in Bangalore told me his inspiring story on my recent trip to India.

Naresh N.K. works as a senior administration assistant at the University of Trans-Disciplinary Health Sciences and Technology (TDU), a private university with a unique focus that I have never seen anywhere else in the world. TDU uses modern sciences such as ethnobotany, food technology, medical and veterinary sciences to optimally understand and integrate ancient Indian Ayurvedic wisdom into human and animal health practices, products and policies.

Naresh is involved in an Access Agriculture project, in collaboration with TDU, in which we assess the impact of some of our dairy farmer training videos, translated into the local Kannada language, on farmers’ knowledge and practices, and how this helps to promote natural livestock farming and reduce antibiotic residues in milk. When we meet Naresh in the canteen at 8.30 am, he spontaneously starts to talk about his earlier experiences with video.

“During Covid, buying food at the market became expensive and one didn’t know what chemicals were sprayed on the crop. As I have farmer’s blood running through my veins, even though I moved to the city 20 years ago, I started looking up things on Youtube and began to grow organic food in pots on my terrace. Whenever I needed advice, I also called farmers back home. They always gave me useful tips.”

By filling up buckets with red soil, and mixing it with coconut fibre and home-made vermicompost, Naresh created a healthy, rich soil to grow plants on his terrace. Flicking through his photos on his mobile phone, he shows me one amazing, thriving crop after another: there are tomatoes, green beans, snake gourds, bottle gourds and ridge gourds, sweet potatoes, passion fruit, and even grapes.

“One other reason why I wanted to set up a terrace garden,” Naresh continues, “is that during Covid the schools closed down, so I wanted to do something at home to keep my 4-year-old boy busy, as many kids were just hanging in front of the TV for hours. After we installed the terrace garden, Rishik would often take me by the hand and say: “Come dad, let’s go and water the plants”.”

When I ask Naresh what aspects of the terrace garden his son loves most, without blinking he says: “The birds, bees and other insects that have started to come to our terrace. Rishik observes the birds, collects insects and carefully studies them. It is like a whole new world he is discovering.”

I was really touched by his account. Naresh, a concerned young parent wanting to keep his child busy and feed him healthy, pesticide-free food, was not only able to grow diverse plants in the city, but through his terrace garden also instilled a passion for nature in his child.

Clearly excited about the topic, Naresh continues with twinkling eyes: “This was the first year my son goes to primary school and when the teacher asked the kids what they want to become later in life, my son stood up and surprised all when he answered “make compost and become a farmer”.

Naresh is so pleased with his experience that he will continue to spend quality time with his son planting seeds, watering plants, watching the birds and insects, and harvesting food.

“In a few decades, most of us will live in the cities and there will be few farmers, so those who will know how to grow food will be the kings (and queens) of this world,” he concludes.

School gardens can be a fantastic way to teach kids good attitudes towards the environment and eating healthy food. But Naresh reminded us how important the role of parents is. Parents have an enormous impact in creating an environment that allows their kids to thrive and live up to their dreams. Exposing children at a young age to nature, even if it is just a modest terrace garden in the city, can make a great difference in how people grow up to appreciate healthy food and cherish nature.

Related Agro-Insight blogs

Agroecology for kids

Videos to teach kids good attitudes

The school garden

Teaching the farmers of tomorrow with videos

Shopping with Mom

Related videos on the Access Agriculture video platform

Teaching agroecology in schools

All training videos in Kannada can be seen here: www.accessagriculture.org/search/all/kn

 

Liefde voor de natuur

Als je kinderen van 5 jaar vraagt wat ze later willen worden, antwoorden velen dierenarts, piloot, voetballer, ballerina of brandweerman, afhankelijk van waar ter wereld je de vraag stelt. Gelukkig zeggen sommigen ook dat ze boer willen worden, zoals een jonge vader in Bangalore mij zijn inspirerende verhaal vertelde tijdens mijn recente reis naar India.

Naresh N.K. werkt als senior administratief medewerker aan de Universiteit voor Trans-Disciplinaire Gezondheidswetenschappen en Technologie (TDU), een particuliere universiteit met een unieke focus die ik nergens anders ter wereld heb gezien. TDU gebruikt moderne wetenschappen zoals etnobotanie, voedseltechnologie, medische en veterinaire wetenschappen om de oude Indiase Ayurvedische wijsheid optimaal te begrijpen en te integreren in praktijken, producten en beleid voor de gezondheid van mens en dier.

Naresh is betrokken bij een Access Agriculture-project, in samenwerking met TDU, waarin we het effect beoordelen van enkele van onze trainingsvideo’s voor melkveehouders, vertaald in de lokale Kannada-taal, op de kennis en praktijken van boeren, en hoe dit helpt om natuurlijke veehouderij te bevorderen en antibioticaresiduen in melk te verminderen. Als we Naresh om 8.30 uur in de kantine ontmoeten, begint hij spontaan te vertellen over zijn eerdere ervaringen met video.

“Tijdens de Covid werd het kopen van voedsel op de markt duur en wist men niet welke chemicaliën op het gewas werden gespoten. Omdat ik boerenbloed door mijn aderen heb stromen, ook al ben ik 20 jaar geleden naar de stad verhuisd, begon ik dingen op te zoeken op Youtube en begon ik biologisch voedsel te verbouwen in potten op mijn terras. Als ik advies nodig had, belde ik ook boeren thuis. Zij gaven me altijd nuttige tips.”

Door emmers te vullen met rode aarde en die te mengen met kokosvezels en zelfgemaakte vermicompost, creëerde Naresh een gezonde, rijke grond om planten op zijn terras te laten groeien. Bladerend door zijn foto’s op zijn mobiele telefoon laat hij me de ene verbazingwekkende, bloeiende teelt na de andere zien: er zijn tomaten, groene bonen, slangenkalebassen, fles- en ribkalebassen, zoete aardappelen, passievruchten en zelfs druiven.

“Een andere reden waarom ik een terrastuin wilde aanleggen,” vervolgt Naresh, “is dat tijdens Covid de scholen dicht gingen, dus wilde ik thuis iets doen om mijn zoontje van 4 bezig te houden, want veel kinderen hingen urenlang voor de tv. Nadat we de terrastuin hadden aangelegd, nam Rishik me vaak bij de hand en zei: “Kom pap, we gaan de planten water geven.”

Als ik Naresh vraag van welke aspecten van de terrastuin zijn zoon het meest houdt, zegt hij zonder aarzelen: “De vogels, bijen en andere insecten die naar ons terras zijn gekomen. Rishik observeert de vogels, verzamelt insecten en bestudeert ze zorgvuldig. Het is alsof hij een hele nieuwe wereld ontdekt.”

Ik was echt geraakt door zijn verhaal. Naresh, een bezorgde jonge ouder die zijn kind bezig wilde houden en hem gezond, pesticidevrij voedsel wilde geven, was niet alleen in staat om diverse planten in de stad te kweken, maar door zijn terrastuin ook zijn kind een passie voor de natuur bij te brengen.

Naresh is duidelijk enthousiast over het onderwerp en vervolgt met twinkelende ogen: “Dit was het eerste jaar dat mijn zoon naar de lagere school gaat en toen de leraar de kinderen vroeg wat ze later in hun leven wilden worden, stond mijn zoon op en verbaasde iedereen toen hij antwoordde “compost maken en boer worden”.

Naresh is zo blij met zijn ervaring dat hij quality time met zijn zoon zal blijven doorbrengen met het planten van zaden, het water geven van planten, het kijken naar de vogels en insecten, en het oogsten van voedsel.

“Over een paar decennia zullen de meesten van ons in steden wonen en zullen er weinig boeren zijn, dus degenen die weten hoe ze voedsel moeten verbouwen zullen de koningen (en koninginnen) van deze wereld zijn,” besluit hij.

Schooltuinen kunnen een fantastische manier zijn om kinderen een goede houding tegenover het milieu en gezond eten bij te brengen. Maar Naresh herinnerde ons eraan hoe belangrijk de rol van de ouders is. Ouders hebben een enorme invloed op het creëren van een omgeving waarin hun kinderen kunnen gedijen en hun dromen kunnen waarmaken. Kinderen op jonge leeftijd blootstellen aan de natuur, al is het maar een bescheiden terrastuintje in de stad, kan een groot verschil maken in hoe mensen opgroeien om gezonde voeding te waarderen en de natuur te koesteren.

Gerelateerde Agro-Insight blogs

Agroecology for kids

Videos to teach kids good attitudes

The school garden

Teaching the farmers of tomorrow with videos

Shopping with Mom

Gerelateerde videos op het Access Agriculture video platform

Teaching agroecology in schools

Don’t eat the peels March 12th, 2023 by

Vea la versión en español a continuación

Smallholders are sometimes thought to be conservative, fearful of change, when the opposite is true. I was in Colomi, a potato-growing municipality in the Bolivian Andes, making a video with Paul and Marcella. Local farmer, don Isidro, was kindly helping us find tuber moths to star in the video. Don Isidro was an expert at spotting this serious potato pest, instantly recognizing the entrance tunnels of the tiny larvae in the skin of the discarded potatoes. In the field, he easily saw the difference between the frost-damaged potato plants and those that were wilted because the moth’s larvae had tunneled through the center of the stalk.

As don Isidro and I work our way across his field, he casually remarked that he no longer had problems with the Andean potato weevil, once the nemesis of Bolivian farmers. Don Isidro explained that now, farmers simply douse the potato plants with lots of insecticide. While don Isidro was happy to be rid of the weevil, he added offhand that when his family fed the potato peelings to their guinea pigs (kept for meat), the little animals died.

“Aren’t you afraid to eat those potatoes yourselves?” I asked.

“No,” don Isidro said. “We don’t eat the peels.”

“But don’t you think that the whole potato might be poisoned by the insecticide?”

“No, I asked the ingeniero (who runs the farm supply shop) and he said it was fine to eat the potatoes,” don Isidro said.

This stunned me, since I have been eating Bolivian potatoes for a long time. At my house, we often boil potatoes in the peel. Now I had just learned that at least some farmers are producing potatoes so poisonous that they will kill that quintessential lab animal, the guinea pig.

The guinea pig and the potato are both native to the Andes. Farmers here have thousands of years’ experience using this crop and this animal together. Observant smallholders should know that an insecticide that will kill guinea pigs has to be bad for the health of their families, and their consumers.

It’s not just that the farmer believes some oaf who works in an agrochemical shop. Peasant farmers sometimes have too much faith in the word of educated people. Then there is the profit motive, to get rid of a pest like the Andean potato weevil completely, because in the 1990s it was wiping out the potato harvest. These weevils are also disgusting; carving shit-filled tunnels through the tuber. Government policy in most countries also lets the public buy dangerous insecticides over the counter, and there is not enough education or support for alternative technologies. Few agrochemical dealers have training in agriculture. All of that influences farmers’ decisions to use dangerous levels of insecticide. Still, farmers are far from conservative. They are eager to adopt innovations, sometimes even the bad ones.

Acknowledgements

Thanks to Juan Almanza (an agronomist with the Proinpa Foundation) and Paul Van Mele for their comments on a previous version of this story.

Related Agro-Insight blog stories

Toxic chemicals and bad advice

NO TE COMAS LAS CÁSCARAS

Jeff Bentley, 12 de marzo del 2023

A veces se piensa que los pequeños agricultores son conservadores, temerosos del cambio, cuando es todo lo contrario. Hace poco, yo estaba en Colomi, un municipio productor de papas en los Andes bolivianos, grabando un video con Paul y Marcella. El agricultor local, don Isidro, nos ayudaba amablemente a encontrar polillas de la papa para protagonizar el vídeo. Don Isidro era un experto en detectar esta grave plaga de la papa, reconociendo al instante los túneles de entrada de las diminutas larvas en la piel de las papas botadas. En el campo, veía fácilmente la diferencia entre las plantas de papa dañadas por las heladas y las que se habían marchitado porque las larvas de la polilla habían hecho un túnel por el centro del tallo.

Mientras don Isidro y yo recorríamos su campo, comentó casualmente que ya no tenía problemas con el gorgojo de los Andes, antaño la némesis de los agricultores bolivianos. Don Isidro explicó que ahora los agricultores se limitan a fumigar las plantas de la papa con mucho insecticida. Aunque don Isidro estaba contento de haberse librado del gorgojo, añadió que cuando su familia daba las cáscaras de la papa a sus cuyes (criados para carne), los animalitos morían.

“¿No tienen miedo de comerse ustedes esas papas?” le pregunté.

“No”, respondió don Isidro. “Nosotros no comemos las cáscaras”.

“¿Pero no cree que la papa entera podría estar envenenada por el insecticida?”

“No, le pregunté al ingeniero (que trabajaba en la tienda agropecuaria) y me dijo que no había problema en comer las papas”, dijo don Isidro.

Me quedé estupefacto, porque llevo mucho tiempo comiendo papas bolivianas. En mi casa, a menudo hervimos las papas en la cáscara, lo que en Bolivia se llama papa wayk’u. Ahora acababa de enterarme de que al menos algunos agricultores producen papas tan venenosas que matan a ese animal de laboratorio por excelencia que es el conejillo de Indias.

El cuy y la papa son originarios de los Andes. Los agricultores tienen miles de años de experiencia en el uso conjunto de este cultivo y este animal. Los pequeños agricultores observadores deberían saber que un insecticida que mate a los cuyes tiene que ser peligroso para la salud de sus familias y de sus consumidores.

No se trata sólo de que el campesino crea a un fulano que trabaja en una tienda agropecuaria. Los campesinos a veces dan demasiada importancia a la palabra de personas estudiadas. Luego quieren ganar dinero, y de deshacerse por completo de una plaga como el gorgojo de los Andes, porque en los años noventa estaba acabando con la cosecha de la papa. Estos gorgojos también son repugnantes, pues excavan túneles llenos de mierda por todo el tubérculo. La política gubernamental en la mayoría de los países también permite que el público compre insecticidas peligrosos sin receta, y no hay suficiente educación o apoyo a las tecnologías alternativas. Pocos vendedores de agroquímicos tienen formación en agronomía. Todo ello influye en la decisión de los agricultores de usar insecticidas peligrosos. Aun así, los agricultores no son nada conservadores. Más bien quieren adoptar innovaciones, a veces hasta las malas.

Agradecimiento

Gracias al Ing. Juan Almanza (de la Fundación Proinpa) y a Paul Van Mele por sus comentarios sobre una versión previa de este relato.

Artículos relacionados del blog Agro-Insight

Químicos tóxicos y consejos malos

Naturally affordable March 5th, 2023 by

Certified organic farmers often complain that they need higher prices for their produce, but this means that they will only sell to rich people. The poor won’t have access to this healthy food.

I learned this recently from Mariana Alem, a Bolivian biologist of the AGRECOL Andes Foundation, which is working with smallholder producers to grow and sell affordable organic food in low and middle income areas in the Cochabamba Valley, in Bolivia.

Since 2019, Mariana and her colleague María Omonte, an agronomist, have worked with 36 farmers, mostly women, who were already selling produce in local fairs. The farmers self-declared that their produce was free of agrochemicals. The farmers self-declared that their produce was free of agrochemicals. To build rapport in the group, the women organized themselves to visit each other for a peer review. It started as a kind of inspection, but as the women get to know each other, these visits became a chance to exchange seeds or to share information about topics like recipes for controlling pests without chemicals.

Mariana and María found one group of these farmers at a market called El Playón, in a low-income neighborhood on the edge of the urban sprawl of metropolitan Cochabamba. At this market, buyers and sellers are dressed in work cloths, wearing broad brimmed hats of rural women. They are speaking Quechua, as country people do, rather than Spanish as is spoken in the city.

Since the market only started in 2019 it still has an unfinished look. The stalls are handmade from rough lumber.

Paul and Marcella and I meet doña Gladys, who is selling tomatoes for 8 Bolivianos ($1.15) per kilo, a competitive price. Most of the other women try to sell their locotos (hot peppers) or cucumbers in small piles for 5 Bolivianos each, units that poor people are used to  buying.

Others are selling cut flowers and fruit. One of the older women, doña Saturnina, is selling organic peaches, for the same price as conventional ones. Doña Saturnina, who is joined at her stall by her granddaughters, also give us a glass of juice, made from fresh peaches boiled in water, so refreshing.

To offer organic produce at affordable prices, one trick is for farmers to sell directly to consumers. This way, the farmer can charge the retail price. It is easier said than done, because selling is work.

Mariana and María have mentored the women, helping them to make aprons and to identify themselves as self-declared ecological producers. They are not formally certified, but they are producing without agrochemicals.

To sell to retail customers, you have to be at the fair on every market day with a good diversity of products. This group plants many different crops, rather than each person planting the same thing. Then, by sitting near each other the women can attract and share customers. They also increase their range of produce by buying from their neighbor farmers and from wholesalers to sell. Unfortunately, that means that not all of their produce is organic.

With the wisdom of hindsight, Mariana and María insist that the main thing is to be transparent with the consumers when farmers adopt these strategies to supply their stall. . When the women come to sell, each one has a green cloth where they pile up their organic produce. They also have an orange cloth where they are supposed to display any vegetables that they are reselling. The distinction has been a bit too subtle for consumers and a little too hard for the farmer-sellers to manage.

“Did you forget your orange cloth today,” some vendors will chide their neighbors who are selling produce they didn’t grow, as though it were organic.

These are the kinds of learning experiences that one may have while setting up something new. These growing pains aside, the point is that selling healthy, organic food should be for everyone, not just for people who can afford to pay extra. It is important for farmers to get a fair price, while making organic food affordable. Healthy eating shouldn’t be a luxury.

Acknowledgements

Thanks to Mariana Alem and Paul Van Mele for valuable comments on a previous version of this blog. Mariana Alem and María Omonte work for the Fundación Agrecol Andes.

Related Agro-Insight blogs

Shopping with Mom

The struggle to sell healthy food

At home with agroforestry

NATURALMENTE ACCESIBLE

Los agricultores ecológicos certificados a veces se quejan de que necesitan precios más altos por sus productos, pero esto significa que sólo venderán a la gente rica. Los pobres no tendrán acceso a estos alimentos sanos.

Esto lo aprendí recientemente de Mariana Alem, una bióloga boliviana de la Fundación AGRECOL Andes, que trabaja con pequeños productores para cultivar y vender alimentos orgánicos asequibles en áreas de bajos ingresos en el Valle de Cochabamba, en Bolivia.

Desde 2019, Mariana y su colega María Omonte, agrónoma, han trabajado con 36 agricultores, en su mayoría mujeres, que se auto declaran producir sin agroquímicos. Para generar confianza entre ellas, han organizado que se visiten unas a otras para una revisión entre pares. Comenzó como una especie de inspección, pero a medida que las mujeres se fueron conociendo, estas visitas se convirtieron en una oportunidad para intercambiar semillas o para compartir información sobre cómo controlar las plagas sin agroquímicos.

Mariana y María encontraron a un grupo de éstas productoras en un mercado popular que se llama El Playón, al borde de la expansión urbana de Cochabamba metropolitana. En este mercado, compradores y vendedores usan ropa de trabajo y llevan sombreros de ala ancha de mujer rural. Hablan quechua, como la gente del campo, en lugar de español, como se habla en la ciudad.

Como el mercado no empezó hasta 2019, aún tiene un aspecto inacabado. Los puestos están hechos a mano con madera áspera.

Paul, Marcella y yo nos encontramos con doña Gladys, que vende tomates a 8 bolivianos (1,15 dólares) el kilo, un precio competitivo. La mayoría de las demás mujeres intentan vender sus locotos (chiles) o pepinos en pequeños montones por 5 bolivianos cada uno, unidades que la gente pobre está acostumbrada a comprar.

Otras venden flores cortadas y fruta. Una de las mujeres mayores, doña Saturnina, vende duraznos ecológicos al mismo precio que los convencionales. Doña Saturnina, a quien acompañan en su puesto sus nietas, también nos da un vaso de jugo, hecho con duraznos frescos hervidos en agua, tan refrescante.

Para ofrecer productos ecológicos a precios asequibles, un truco es que los agricultores vendan directamente a los consumidores. De este modo, el agricultor puede cobrar el precio de venta al público. Es más fácil decirlo que hacerlo, porque vender es un trabajo.

Mariana y María han asesorado a las mujeres, ayudándolas a confeccionar mandiles y a identificarse como productoras ecológicas auto-declaradas. No están certificadas formalmente, pero producen sin agroquímicos.

Para vender directo al consumidor, hay que estar en el mercado todos los días de feria con una buena diversidad de productos. Este grupo siembra muchos cultivos diferentes, en lugar de que cada persona plante lo mismo. Así, al sentarse cerca unas de otras, las mujeres pueden atraer y compartir clientes. También aumentan su gama de productos comprando a sus vecinas agricultoras y a mayoristas para revender. Por desgracia, eso significa que no todos sus productos son ecológicos.

En retrospectiva, Mariana y María insisten en que la transparencia al consumidor es lo más importante cuando las productoras realizan este tipo de estrategias para surtir sus puestos. Cuando las mujeres vienen a vender, cada una tiene una manta verde donde amontonan sus productos ecológicos. También tienen una manta anaranjada donde se supone que exponen las verduras que revenden. La distinción ha sido un poco sutil para los consumidores y un poco difícil de manejar para las agricultoras-vendedoras.

“¿Se te ha olvidado hoy la manta anaranjada?, regañan algunas vendedoras a sus vecinas que venden productos que no han cultivado, como si fueran ecológicos.

Así se aprende sobre la marcha cuando uno pone en práctica algo nuevo. Dejando a un lado estos problemas, la cuestión es que la venta de alimentos sanos y ecológicos debería ser para todos, no sólo para quienes pueden permitirse pagar más. Es importante que los agricultores obtengan un precio justo y que los alimentos ecológicos sean accesibles. Comer sano no debería ser un lujo.

Agradecimientos

Gracias a Mariana Alem y a Paul Van Mele por sus valiosos comentarios sobre una versión previa de este blog. Mariana Alem y María Omonte trabajan para la Fundación AGRECOL Andes.

Previamente en el blog de Agro-Insight

De compras con mamá

The struggle to sell healthy food

En casa con la agroforestería

 

 

Design by Olean webdesign