WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

Home delivery of organic produce March 27th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

While the financial crisis in 2007-2008 exposed the vulnerabilities of a global market system that put blind faith in the financial institutions, Covid has been another wakeup call: the more one depends on global trade, the more fragile local food supply becomes. In many countries weekly markets closed down and while the need for food had not diminished, many farmers struggled to harvest and sell their produce.

Online shopping got a boost across the world. A recently published video by one of our partners in India shows that when farmers are organised, they can combine the best of both worlds: build on the trust they established with clients during face-to-face interactions, and use digital marketing tools to promote and sell their farm produce.

The video shows how some organic farmers in Maharashtra, India, established a group, called Saad Agronics. They have between 80 and 200 clients a week who place orders via a digital platform. Customers receive farm produce, guaranteed to be fresh and healthy, at their doorstep, while the farmers get a higher price than they would earn in the market.

For a single farmer, it is not profitable to take a few vegetables to the homes of urban consumers. As Jalindar Jadhav, one of the group members, explains in the video: “Previously, I started a home delivery service for my organic farm produce. But consumers want different types of vegetables and other food. It was not possible for me to grow all types of vegetables. So, with only a few products to offer to customers, this home delivery service was not profitable for me.”

Before each planting season, Afrin Kale organises a meeting with 25 of her fellow organic farmers to plan who will grow what type of vegetables and other produce for the group. This avoids duplication and ensures that there is enough diversity to cater to the broad demands of their clients.

“We plan in such a way that two farmers in our group never grow the same vegetables and each of us practices crop rotation. At any given time, a farmer can grow 3, 4 or more types of crops. Not all farmers grow vegetables, some grow fruits, and some grow pulses and different rice varieties or other cereals. We also check how much water is available for each farm and for how many months each farmer can supply produce,” says Siddhesh Sakore, another group member.

While covid increased the demand for healthy organic food and for home delivery services, the organised farmers at Saad Agronics were ready to respond to these changing demands. They continue to strengthen relations with their home delivery customers through open farm visits and by using social media to expand their client base. To collect orders and delivery addresses of clients, the group also had an app developed.

As with any home delivery system, one has to avoid spending all the profits on fuel and labour costs. Saad Agronics decided to only deliver in parts of the city where they had a minimum set of orders. The young members of the group are very savvy with digital tools: they use GPS to ensure fast delivery using the shortest road; WhatsApp to inform clients of the time of delivery, and they have an e-wallet so clients can pay with their mobile upon delivery.

Many organic farmers want to join this group, so the future looks bright for farmers and consumers who are all concerned with healthy food, free of chemicals. Hopefully this video from India will inspire farmers across the world.

Related Agro-Insight blogs

When local authorities support agroecology

Marketing as a performance

A market to nurture local food culture

Marketing something nice

Strawberry fields once again

Watch the video on Access Agriculture

Home delivery of organic produce

 

Levering aan huis van biologische landbouwproducten

Terwijl de financiële crisis van 2007-2008 de kwetsbaarheden blootlegde van een mondiaal marktsysteem dat blind vertrouwen stelde in de financiële instellingen, heeft Covid een andere alarmbel doen rinkelen: hoe meer men afhankelijk is van de wereldhandel, hoe kwetsbaarder de lokale voedselvoorziening wordt. In veel landen gingen de wekelijkse markten dicht en hoewel de behoefte aan voedsel niet was afgenomen, hadden veel boeren het moeilijk om hun producten te oogsten en te verkopen.

Online winkelen kreeg over de hele wereld een impuls. Een onlangs gepubliceerde video van een van onze partners in India laat zien dat wanneer boeren georganiseerd zijn, ze het beste van twee werelden kunnen combineren: voortbouwen op het vertrouwen dat ze hebben opgebouwd met klanten tijdens persoonlijke interacties, en digitale marketingtools gebruiken om hun boerderijproducten te promoten en te verkopen.

De video laat zien hoe enkele biologische boeren in Maharashtra, India, een groep oprichtten, Saad Agronics genaamd. Zij hebben tussen 80 en 200 klanten per week die bestellingen plaatsen via een digitaal platform. De klanten krijgen de producten van de boerderij gegarandeerd vers en gezond aan huis geleverd, terwijl de boeren een hogere prijs krijgen dan ze op de markt zouden verdienen.

Voor een enkele boer is het niet rendabel om een paar groenten naar de huizen van stedelijke consumenten te brengen. Zoals Jalindar Jadhav, een van de groepsleden, in de video uitlegt: “Voorheen begon ik een thuisbezorgingsdienst voor mijn biologische boerderijproducten. Maar consumenten willen verschillende soorten groenten en ander voedsel. Het was voor mij niet mogelijk om alle soorten groenten te telen. Dus, met slechts een paar producten om aan klanten aan te bieden, was deze thuisbezorgdienst niet winstgevend voor mij.”

Voor elk plantseizoen organiseert Afrin Kale een bijeenkomst met 25 van haar collega bio-boeren om te plannen wie welk soort groenten en andere producten voor de groep zal telen. Dit voorkomt overlappingen en zorgt ervoor dat er genoeg diversiteit is om aan de brede vraag van hun klanten te voldoen.

“We plannen op zo’n manier dat twee boeren in onze groep nooit dezelfde groenten telen en dat elk van ons wisselteelt toepast. Op elk moment kan een boer 3, 4 of meer soorten gewassen telen. Niet alle boeren verbouwen groenten, sommige verbouwen fruit, en sommige verbouwen peulvruchten en verschillende rijstsoorten of andere graansoorten. We controleren ook hoeveel water er beschikbaar is voor elke boerderij en voor hoeveel maanden elke boer zijn producten kan leveren,” zegt Siddhesh Sakore, een ander groepslid.

Terwijl covid de vraag naar gezonde biologische voeding en naar thuisbezorgingsdiensten deed toenemen, waren de georganiseerde boeren van Saad Agronics klaar om op deze veranderende vraag in te spelen. Ze blijven de banden met hun thuisbezorgers aanhalen door open bedrijfsbezoeken en door gebruik te maken van sociale media om hun klantenbestand uit te breiden. Om bestellingen en leveringsadressen van klanten te verzamelen, liet de groep ook een app ontwikkelen.

Zoals bij elk thuisbezorgingssysteem moet worden voorkomen dat alle winst wordt besteed aan brandstof- en arbeidskosten. Saad Agronics besloot om alleen te leveren in delen van de stad waar ze een minimum aantal bestellingen hadden. De jonge leden van de groep zijn zeer handig met digitale hulpmiddelen: ze gebruiken GPS om snel te kunnen leveren via de kortste weg; WhatsApp om klanten te informeren over het tijdstip van levering, en ze hebben een e-wallet zodat klanten met hun mobiel kunnen betalen bij levering.

Veel biologische boeren willen zich bij deze groep aansluiten, dus de toekomst ziet er rooskleurig uit voor boeren en consumenten die allemaal belang hechten aan gezond voedsel, vrij van chemicaliën. Hopelijk zal deze video uit India boeren over de hele wereld inspireren.

Bekijk de video op Access Agriculture

Home delivery of organic produce

What is a women’s association about? March 20th, 2022 by

Vea la versión en español a continuación

When you write a story, you should know what it is about. According to this good old advice, if you know what your story is about, you’ll know what to put in and what to leave out.

In Ecuador, community organizer, Ing. Guadalupe Padilla, has told me that belonging to a group can help women gain leadership experience. Women become leaders as they work in a group, not in isolation. Guadalupe has helped to organize several such groups. Like a story, the group has to be about something. It has to have a purpose. And that purpose can easily be related to agriculture.

In Cotopaxi, Ecuador recently, while working with Paul and Marcella to film a video on women’s organizations, we met Juan Chillagana, vice-president of the parish (town) council. As an elected, local official, Mr. Chillagana has mentored several women’s organizations, each one organized around a specific product. We caught up with him on 4 February as he met with a group of women who were growing and exporting goldenberries. The fruit buyer was there, a man in a hair net explaining, “All we ask is that you don’t apply agro-chemicals.” The association members and the buyer weighed big, perfect goldenberries in clean, plastic trays, to take to the packing plant.

We talked with one of the members, Josefina Astudillo, who seemed pleased to be trying this new fruit crop. She guided us to her field, about a kilometer from the community center where the meeting was held. Doña Josefina proudly showed us her field where the fruit was ripening to a golden perfection. One woman could grow goldenberries by herself, but it takes a group to meet the buyer’s demand: 1,000 kilos a week, at a quality ready to export.

We also met Beatriz Padilla (Guadalupe’s sister), a small-scale dairy farmer, who leads 20 households as they pool their milk. The association sends a truck to each farm, collects the milk in big cans, transfers it to the group’s cold tank. Twice a day, about 1500 liters of milk is collected by two different buyers, including one who comes at 3 AM. It’s a lot of work. Doña Beatriz explained that she couldn’t do it without the group. She needs the other families so they can get a better price for their milk. A farmer with two cows has to take whatever price the dairy will give her. But an association can negotiate a price.

Margoth Naranjo is a woman in her 60s who has worked her whole adult life in associations, often in groups that included men as well. She started in her local parent-teachers’ association, helping to organize the children’s breakfast. Later, she was the secretary of a farmers’ insurance group, until she became the treasurer and then the president. Now, with the Corporation of Indigenous and Peasant Organizations (COIC), doña Margoth is helping several women’s organizations, which sell their own agroecological vegetables, to band together for added strength. Sadly, this work came to a standstill during the Covid lockdown, but doña Margoth has recently started organizing again.

All of the women’s leaders we met in Ecuador were part of a group. And each group was formed for a concrete purpose, whether for goldenberries, milk or vegetables. Like a good story, the groups were each about something, related to a dream they share: to have a quality product to sell, to improve their livelihoods.

And just as writing improves with practice, leadership sharpens with experience. The influential people we met said that any woman could be a leader if she joined a group and participated long enough.

Previous Agro-Insight blogs

Listening to what women don’t say

The goldenberry

Related videos

Women in extension

Farmers’ rights to seed: Experiences from Guatemala

Working together for healthy chicks

Helping women recover after childbirth

Acknowledgements

Thanks to Guadalupe Padilla and Sonia Zambrano for introducing us the farmers in Cotopaxi, and for sharing her knowledge with us. Thanks to Guadalupe and to Paul Van Mele for their valuable comments on a previous version of this blog. Guadalupe and Sonia work for EkoRural, an NGO. Our work was funded by the McKnight Foundation’s Collaborative Crop Research Program (CCRP).

¿DE QUÉ SE TRATA UNA ASOCIACIÓN DE MUJERES?

Por Jeff Bentley, 20 de marzo del 2022

Cuando escribes una historia, debes saber de qué trata. Según este viejo consejo, si sabes de qué trata tu historia, sabrás qué incluir y qué dejar fuera.

La Ing. Guadalupe Padilla organiza comunidades  en Ecuador, y me ha dicho que pertenecer a un grupo puede ayudar a las mujeres a adquirir experiencia de liderazgo. Las mujeres se convierten en lideresas cuando trabajan en grupo, no de forma aislada. Guadalupe ha ayudado a organizar varios grupos de este tipo. Al igual que una historia, el grupo tiene que tratar de algo. Tiene que tener un propósito, que puede estar tranquilamente relacionado con la agricultura.

Hace poco, en Cotopaxi, Ecuador, mientras yo trabajaba con Paul y Marcella para filmar un video sobre las organizaciones de mujeres, conocimos  a Juan Chillagana, vicepresidente de la junta parroquial. Como funcionario local electo, el Sr. Chillagana ha sido mentor de varias organizaciones de mujeres, cada una de ellas organizada en torno a un producto específico. Nos reunimos con él el 4 de febrero, en un encuentro con un grupo de mujeres que cultivan y exportan uvillas (uchuvas, o chiltos). El comprador de la fruta estaba allí, un hombre con su cabellera bien cubierta por una red. Explicó: “Todo lo que pedimos es que no apliquen agroquímicos”. Los miembros de la asociación y el comprador pesaron grandes y perfectas uvillas en bandejas de plástico limpias, para llevarlas a la planta de envasado.

Hablamos con una de las socias, Josefina Astudillo, que parecía encantada de probar este nuevo cultivo de fruta. Nos llevó hasta su campo, a un kilómetro de la sede comunitaria donde se celebraba la reunión. Doña Josefina nos mostró con orgullo su campo, donde su dorada fruta estaba madurándose a la perfección. Una sola mujer podría cultivar uvillas por sí sola, pero se necesita un grupo para satisfacer la demanda de los compradores: 1.000 kilos a la semana, con una calidad lista para exportar.

También conocimos a Beatriz Padilla (hermana de Guadalupe), pequeña productora de leche, que lidera 20 hogares que acopian su leche para venderla como grupo. La asociación envía un camión a cada granja, recoge la leche en grandes botes y la traslada al tanque de frío del grupo. Dos veces al día, dos distintos compradores recogen unos 1.500 litros de leche, incluido uno que viene a las 3 de la madrugada. Es mucho trabajo. Doña Beatriz explica que no podría hacerlo sin el grupo. Necesita a las otras familias para poder obtener un mejor precio por su leche. Una persona con dos vacas tiene que aceptar el precio que le dé la procesadora de leche. En cambio, una asociación puede negociar un mejor precio.

Margoth Naranjo es una mujer de 60 años que ha trabajado toda su vida adulta en asociaciones, a menudo en grupos que incluían también a los hombres. Empezó en la asociación local de padres de familia, ayudando a organizar el desayuno escolar. Más tarde, fue secretaria del Seguro Campesino, hasta llegar a ser la tesorera y luego la presidenta. Ahora, con la Corporación de Organizaciones Indígenas y Campesinas (COIC), doña Margoth está ayudando a varias organizaciones de mujeres, que venden sus propias verduras agroecológicas, a agruparse para tener más fuerza. Lamentablemente, este trabajo se paralizó durante el cierre de Covid, pero doña Margoth ha vuelto a organizarse recientemente.

Todas las mujeres líderes que conocimos en Ecuador formaban parte de un grupo. Y cada grupo se formó con un propósito concreto, ya sea para obtener fruta, leche o verduras. Como una buena historia, cada grupo trataba de algo, relacionado a un sueño conjunto: como tener un excelente producto para vender, para vivir mejor.

Y al igual que la redacción mejora con la práctica, el liderazgo es pulida con la experiencia. Las personas influyentes que conocimos decían que cualquier mujer podría llegar a ser líder si se unía a un grupo y participaba el tiempo suficiente.

Previamente en el blog de Agro-Insight

Listening to what women don’t say

El chilto, cultivo y maleza

Videos relacionados

Las mujeres en la extensión

Derechos de los agricultores a la semilla: Guatemala

Trabajando juntos por polillos sanos

Helping women recover after childbirth

Agradecimientos

Gracias a Guadalupe Padilla y Sonia Zambrano por presentarnos a la gente de Cotopaxi, por compartir su conocimiento con nosotros. Gracias a Guadalupe y a Paul Van Mele por sus valiosos comentarios sobre una versión previa de este blog. Guadalupe y Sonia trabajan para EkoRural, una ONG. Nuestro trabajo fue financiado por Programa Colaborativo de Investigación de Cultivos (CCRP) de la Fundación McKnight.

When local authorities support agroecology February 27th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

While making a training video on agroecology markets with SWISSAID, Jeff, Marcella and I have the chance to meet the young, well-spoken, Leonardo Maroto, mayor of Pelileo, a city in the Ecuadoran Andes with a population of over 50,000. Together with three women who manage the association of agroecological producers, we are granted 30 minutes, which ends up becoming nearly an hour of inspiring interactions.

The initial agreement between the mayor’s office and the farmers’ association was signed by his predecessor, but when Leonardo Maroto explains his vision about why and how they support this initiative, it dawns on me that support for smallholder and indigenous farmers can be quite diverse.

For example, once a week the agroecological farmers hold a market. On Wednesday, the day before the fair, we witness the city’s fire brigade hosing down the covered market square. Some 16 women from the group have joined, as a minga, or communal work which is part of the Andean tradition. This minga is part of the agreement between the mayor’s office and the women’s association to jointly clean the marketplace twice a month.

One other commitment of the mayor’s office is that it has permanently assigned two technical staff to support the farmers in their fields with technical advice, while also checking to guard against the use of agrochemicals. While the technician visits a member’s farm, he is always joined by various other members of the group. This official control adds credibility to the participatory guarantee system or PGS: peer-control of organic production based on monitoring by the group members.

On Thursday, we visit the agroecological farmers’ market on Plaza 12 Noviembre, which lasts from 8 AM to noon. All tables are covered with a bright orange cloth and the farmers all wear a green apron. While staff of the mayor’s office provide all stands with biodegradable bags for consumers to carry their fresh produce, by 11 AM a band starts to play. Along with the permanent banners reminding shoppers of the agroecological market every Thursday, this is an entertaining way to further draw in customers.

It is a lively event and all the customers we talk to are pleased with this initiative that has been running for over a decade now. Local people say that there is a high rate of cancer and other diseases, which they attribute to the excessive use of pesticides on fruits and vegetables. The people visiting the farmers’ market are fully convinced of the need to eat healthy food that is produced without chemicals. They are ready to pay a little extra, and they are pleased with the support of the mayor’s office to make this happen.

The city government uses social media, TV, radio and print to further sensitise citizens of the need to eat healthy, local food, and to visit the various agroecological markets that are set up across the city.  Consumers can also register at the weekly market to take part in guided visits of the farms of some of the group members.

Helping consumers appreciate what it takes to produce healthy food and creating opportunities for consumers to interact with farmers directly, whether in the market or on their farms, cannot be left to farmers alone. Local authorities are indispensable for promoting healthy, local food cultures, as we have seen in this inspiring example of the city of Pelileo.

“Across the world, representatives of the cities and the towns should understand that it is the countryside that gives life to the city. So, one must understand that support for our farmers strengthens the local economy and that by strengthening the local economy, there is development and progress for the towns, and even more so if the products are organic.” We are glad that we were able to capture this powerful statement from Pelileo’s mayor on camera.

The video we filmed in Pelileo, “Creating Agroecological Markets” will be published in Spanish, English and other languages on the Access Agriculture video platform by May 2022. Hopefully it will help to inspire mayors across the world.

Related Agro-Insight blogs

Marketing as a performance

A market to nurture local food culture

Marketing something nice

Strawberry fields once again

Acknowledgements

The visit in Ecuador to film various farmer-to-farmer training videos, including the one on “Agroecological Fairs”, was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. We thank SWISSAID for the tremendous support during our visit.

 

Wanneer lokale overheden agro-ecologie ondersteunen

Tijdens het maken van een trainingsvideo over agro-ecologie markten met SWISSAID, krijgen Jeff, Marcella en ik de kans om de jonge, welbespraakte Leonardo Maroto te ontmoeten, burgemeester van Pelileo, een stad in de Ecuadoraanse Andes met meer dan 50.000 inwoners. Samen met drie vrouwen die de vereniging van agro-ecologische producenten leiden, krijgen we 30 minuten, wat uiteindelijk bijna een uur van inspirerende interacties wordt.

De oorspronkelijke overeenkomst tussen het stadsbestuur en de boerenorganisatie is ondertekend door zijn voorganger, maar wanneer Leonardo Maroto zijn visie uiteenzet over waarom en hoe ze dit initiatief steunen, dringt het tot me door dat de steun voor kleine boeren en inheemse boeren heel divers kan zijn.

Zo houden de agro-ecologische boeren eens per week een markt. Op woensdag, de dag voor de kermis, zijn we getuige van het schoonspuiten van het overdekte marktplein door de brandweer van de stad. Een 16-tal vrouwen van de groep hebben zich er bij aangesloten, als minga, of gemeenschappelijk werk dat deel uitmaakt van de Andes-traditie. Deze minga maakt deel uit van de afspraak tussen het stadsbestuur en de vrouwenvereniging om twee keer per maand gezamenlijk het marktplein schoon te maken.

Een andere verbintenis van het stadsbestuur is dat het permanent twee technische medewerkers heeft aangesteld om de landbouwers op hun velden met technisch advies bij te staan, waarbij ook wordt gecontroleerd op het gebruik van landbouwchemicaliën. Wanneer de technicus de boerderij van een van de leden bezoekt, wordt hij altijd vergezeld door verschillende andere leden van de groep. Deze officiële controle maakt het participatief garantiesysteem of PGS geloofwaardiger: controle van de biologische productie door de leden van de groep.

Op donderdag bezoeken we de agroecologische markt op de Plaza 12 Noviembre, die duurt van 8 uur ‘s morgens tot 12 uur ‘s middags. Alle tafels zijn bedekt met een fel oranje doek en de boeren dragen allemaal een groene schort. Terwijl medewerkers van het stadsbestuur alle stands voorzien van biologisch afbreekbare zakken voor de consumenten om hun verse producten in mee te nemen, begint tegen 11 uur een band te spelen. Samen met de permanente banners die het winkelend publiek herinneren aan de agroecologische markt, is dit een leuke manier om nog meer klanten aan te trekken.

Het is een levendig evenement en alle klanten die we spreken zijn blij met dit initiatief dat nu al meer dan tien jaar loopt. Volgens de plaatselijke bevolking is er sprake van een hoog percentage kankergevallen en andere ziekten, die zij toeschrijven aan het buitensporige gebruik van bestrijdingsmiddelen op fruit en groenten. De mensen die de markt bezoeken zijn volledig overtuigd van de noodzaak om gezond voedsel te eten dat zonder chemicaliën is geproduceerd. Ze zijn bereid een beetje extra te betalen, en ze zijn blij met de steun van het stadsbestuur om dit mogelijk te maken.

Het stadsbestuur maakt gebruik van sociale media, tv, radio en gedrukte media om de burgers nog meer bewust te maken van de noodzaak om gezond, lokaal voedsel te eten, en om de verschillende agro-ecologische markten te bezoeken die overal in de stad zijn opgezet.  Consumenten kunnen zich ook inschrijven op de wekelijkse markt om deel te nemen aan geleide bezoeken aan de boerderijen van enkele van de groepsleden.

Consumenten bewust maken van wat er nodig is om gezond voedsel te produceren en mogelijkheden creëren voor consumenten om rechtstreeks in contact te treden met landbouwers, hetzij op de markt of op hun boerderij, kan niet aan landbouwers alleen worden overgelaten. Lokale overheden zijn onmisbaar voor het bevorderen van gezonde, lokale voedselculturen, zoals we hebben gezien in dit inspirerende voorbeeld van de stad Pelileo.

“Overal ter wereld moeten vertegenwoordigers van de steden en gemeenten begrijpen dat het het platteland is dat leven geeft aan de stad. Men moet dus begrijpen dat steun aan onze boeren de lokale economie versterkt en dat door het versterken van de lokale economie er ontwikkeling en vooruitgang is voor de steden, en nog meer als de producten biologisch zijn.” We zijn blij dat we deze krachtige uitspraak van de burgemeester van Pelileo op camera hebben kunnen vastleggen.

De video die we in Pelileo hebben gefilmd, “Creating Agroecological Fairs” zal in mei 2022 in het Spaans, Engels en andere talen worden gepubliceerd op het videoplatform Access Agriculture. Hopelijk zal het helpen om burgemeesters over de hele wereld te inspireren.

Marketing as a performance February 13th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Some 30 years ago, eminent anthropologist Paul Richards described the practices of smallholder farmers as a type of performance, similar to theatre or a musical act. Farmers acquire skills and competence through practice, rehearsal and improvisation. This week, I learned that the same applies to the marketing of farm produce.

In the Ecuadorean Andes, SWISSAID has been supporting women’s associations for 12 years to strengthen their skills on ecological farming. They taught farmers to produce various types of compost, including with manure of guinea pigs, as well as liquid biofertilizers or bioles with good microbes that farmers apply to their soil or spray as foliar fertilizer on the trees and vegetables. The highly mixed farms that we visit with abundant fruit and vegetables testify that these farmers master the art of agroecological farming.

But within a year, SWISSAID realised that, despite farmers’ improved knowledge and skills, indigenous and smallholder farmers had no real place to sell their produce in the cities, apart from improvised stalls on the pavement. Also, consumers were not willing to pay a bonus for food that was produced without toxic agrochemicals. Clearly, farmers also required training on marketing and needed to be organised in groups. And they needed help to liaise with other institutions, such as the university and local authorities.

While working with SWISSAID on a video about agroecological markets, I realized how much progress they have made on multiple fronts. By now, the local government of Pelileo in Tungurahua Province has given the farmers’ association a fixed day to sell their organic produce at a covered market, which they call the “Farm to Fork Agroecology Fair”.

They also advocate healthy food through TV, newspapers and social media. On Thursdays, consumers know that on this day, all produce sold at the farmers’ market is produced without chemicals, and they are now willing to pay a little extra.

Attending a training session on the grounds of the market one morning with some 30 women, including two who were spinning wool and one who was breastfeeding her baby, it strikes me that the various training sessions are all led by highly dynamic trainers who are clearly skilled to capture the attention of the audience. Several farmers have brought fresh produce and on some long tables, they start to work on the display, using local pottery and nicely woven baskets. The various containers serve as a unit of sales, after which they all agree on how much to sell the specific amounts of produce.

When it is the turn of Verónica López, a young theatre coach with a pink aerobic leggings, the training shifts into another gear. Soon all the women are walking around and act together. They pause whenever Verónica gives new instructions, as they act out emotions like “anger,” “happiness” or “love.” As in a play, the women learn how their body language matters when attending a client, or what difference it makes when they look each other in the eyes. They learn that they should be friendly, but they should also speak up. Overcoming shyness is something women learn by practicing in a playful, non-confrontational environment, with fellow women farmers whom they know well.

Like in a theatre or music concert, the better the actors engage with their audience the better the play. By practicing and rehearsing new skills such as looking the consumers in the eyes, engaging with them, being friendly and patient, the rural women in Ecuador have come a long way, and their efforts are paying off.

During covid, the markets closed for three months, yet the women had built such good relations with their clients, that some of the urban consumers found their way directly to the farms around the city. SWISSAID further supported this adaptation, for example putting up signs at the farmhouses, so consumers could find the agroecological producers.

While practicing, rehearsing and improvising proved necessary ingredients for successful adaptation of farming to a changing environment, it surely also determines the success of marketing healthy food.

While Paul Richards was right, agriculture is a type of performance, apparently marketing is as well, and the art of theatre can help farmers to act effectively with customers.

Related Agro-Insight blogs

Marketing something nice

Strawberry fields once again

Acknowledgements

The visit in Ecuador to film various farmer-to-farmer training videos, including the one on “Agroecological Fairs”, was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. We thank SWISSAID for the tremendous support during our visit.

 

Marketing als een voorstelling

Zo’n 30 jaar geleden beschreef de eminente antropoloog Paul Richards de praktijken van kleine boeren als een soort voorstelling, vergelijkbaar met theater of een muzikale act. Boeren verwerven vaardigheden en bekwaamheid door oefening, repetitie en improvisatie. Deze week heb ik geleerd dat hetzelfde geldt voor het vermarkten van landbouwproducten.

In de Ecuadoraanse Andes steunt SWISSAID al 12 jaar vrouwenorganisaties om hun vaardigheden op het gebied van ecologische landbouw te versterken. Zij leerden de boeren verschillende soorten compost te produceren, onder meer met mest van cavia’s, en ook vloeibare biofertilizers of bioles met goede microben die de boeren op hun grond aanbrengen of als bladmeststof op de bomen en groenten spuiten. De zeer gemengde boerderijen die we bezoeken met overvloedig fruit en groenten getuigen ervan dat deze boeren de kunst van de agro-ecologische landbouw beheersen.

Maar binnen een jaar realiseerde SWISSAID zich dat, ondanks de verbeterde kennis en vaardigheden van de boeren, inheemse en kleine boeren geen echte plaats hadden om hun producten in de steden te verkopen, afgezien van geïmproviseerde stalletjes op de stoep. Bovendien waren de consumenten niet bereid een premie te betalen voor voedsel dat zonder giftige landbouwchemicaliën was geproduceerd. Het is duidelijk dat de boeren ook marketingtraining nodig hadden en dat ze in groepen moesten worden georganiseerd. En ze hadden hulp nodig bij het leggen van contacten met andere instellingen, zoals de universiteit en de plaatselijke autoriteiten.

Toen we met SWISSAID werkten aan een video over agro-ecologische markten, realiseerde ik me hoeveel vooruitgang ze op verschillende fronten hebben geboekt. Inmiddels heeft de lokale overheid van Pelileo in de provincie Tungurahua de boerenvereniging een vaste dag gegeven om hun biologische producten te verkopen op een overdekte markt, die ze de “Farm to Fork Agroecologie Markt” noemen. Ze maken ook reclame voor gezonde voeding via tv, kranten en sociale media. Op donderdag weten de consumenten dat op die dag alle producten die op de markt worden verkocht, zonder chemicaliën zijn geproduceerd, en ze zijn nu bereid om een beetje extra te betalen.

Toen we op een ochtend op het terrein van de beurs een trainingssessie bijwoonden met ongeveer 30 vrouwen, waaronder twee die wol sponnen en één die haar baby borstvoeding gaf, valt het me op dat de verschillende trainingssessies allemaal worden geleid door zeer dynamische trainers die duidelijk de aandacht van het publiek weten te trekken. Verschillende boeren hebben verse produkten meegebracht en op enkele lange tafels beginnen ze te werken aan de uitstalling, gebruik makend van lokaal aardewerk en mooi gevlochten manden. De verschillende recipiënten dienen als verkoopeenheid, waarna ze met z’n allen afspreken voor hoeveel ze de specifieke hoeveelheden producten willen verkopen.

Als het de beurt is aan Verónica López, een jonge theatercoach met een roze aerobic legging, gaat de training in een andere versnelling. Al snel lopen alle vrouwen rond en acteren ze samen. Ze pauzeren telkens wanneer Verónica nieuwe instructies geeft, terwijl ze emoties uitbeelden als “woede”, “geluk” of “liefde”. Net als in een toneelstuk leren de vrouwen hoe belangrijk hun lichaamstaal is als ze een klant te woord staan, of welk verschil het maakt als ze elkaar in de ogen kijken. Ze leren dat ze vriendelijk moeten zijn, maar dat ze ook hun zegje moeten doen. Verlegenheid overwinnen leren vrouwen door te oefenen in een speelse, niet-confronterende omgeving, met collega-boerinnen die ze goed kennen.

Net als bij een theater- of muziekconcert geldt: hoe beter de acteurs zich met hun publiek engageren, hoe beter het stuk. Door nieuwe vaardigheden te oefenen en te repeteren, zoals de consumenten in de ogen kijken, met hen omgaan, vriendelijk en geduldig zijn, hebben de plattelandsvrouwen in Ecuador een lange weg afgelegd, en hun inspanningen werpen vruchten af.

Tijdens covid waren de markten drie maanden gesloten, maar de vrouwen hadden zo’n goede band met hun klanten opgebouwd, dat een deel van de stedelijke consumenten rechtstreeks de weg vond naar de boerderijen rond de stad. SWISSAID ondersteunde deze aanpassing verder, bijvoorbeeld door borden op te hangen bij de boerderijen, zodat de consumenten de agro-ecologische producenten konden vinden.

Oefenen, repeteren en improviseren bleken noodzakelijke ingrediënten voor een succesvolle aanpassing van de landbouw aan een veranderende omgeving, maar het is zeker ook bepalend voor het succes van het vermarkten van gezond voedsel.

Paul Richards had gelijk, landbouw is een soort performance, maar blijkbaar is marketing dat ook, en de kunst van het theater kan boeren helpen om effectief met klanten om te gaan.

Community and microbes December 5th, 2021 by

Vea la versión en español a continuación

“In grad school they taught us budding plant pathologists that the objective of agriculture was to ’feed the plants and kill the bugs,” my old friend Steve Sherwood explained to me on a visit to his family farm near Quito, Ecuador. “But we should have been feeding the microbes in the soil, so they could take care of the plants,”

When Steve and his wife, Myriam Paredes, bought their five-hectare farm, Granja Urkuwayku, in 2000, it was a moonscape on the flanks of the highly eroded Ilaló Volcano. The trees had been burned for charcoal and the soil had been stripped down to the bedrock, a hardened volcanic ash locally called cangahua that looked and felt like concrete. A deep erosion gulley was gouging a wound through the middle of the farm. It was a fixer-upper, which was why Steve and Myriam could afford it.

Now, twenty years later, the land is covered in rich, black soil, with green vegetable beds surrounded by fruit trees and native vegetation.

The first step to this rebirth was to take a tractor to the cangahua, to break up the bedrock so that water and compost could penetrate it. This was the only time Steve plowed the farm.

To build the broken stone into soil, Steve and Myriam added manure, much of it coming from some 100 chickens and 300 guinea pigs – what they describe as the “sparkplugs of the farm’s biological motor.”

By 2015, Urkuwayku seemed to be doing well. The farm has attracted over 300 partners, families that regularly buy a produce basket from the farm, plus extras like bread, eggs, mushrooms, honey, and firewood, in total bringing in about $1,000 a week. Besides their four family members, the farm also employs four people from the neighborhood, bringing in enough money to pay for itself, so Steve and Myriam don’t have to subsidize the farm with their salaries, from teaching. The nasty gulley is now filled in with grass-covered soil, backed up behind erosion dams. Runoff water collects into a 500,000-liter pond, used to irrigate the crops during the dry season.

But in 2015 Myriam and Steve tested the soil and were surprised to see that it was slowly losing its fertility.

They think that the problem was too much tillage and not enough soil cover. Hoeing manure into the vegetable beds was breaking down the soil structure and drying out the beds, killing the beneficial fungi. As Steve explains, “the fungi are largely responsible for building soil particles through their mycelia and sweat, also known as glomalin, a carbon-rich glue that is important for mitigating climate change.” The glomalin help to remove carbon from the air, and store it in the soil.

Then Steve befriended the administrator of a local plywood factory. The mill had collected a mountain of bark that the owner couldn’t get rid of. Steve volunteered to take it off their hands. The two top advantages of peri-urban farming are greater access to customers, and some remarkable sources of organic matter.

So the plywood factory started sending Steve dump-truck loads of bark (mostly eucalyptus). To get the microbes to decompose the bark, Steve composts sawdust with some organic matter from the floor of a local native forest. The microbe-rich sawdust is then mixed with the bark and carefully spread in deep layers between the rows of vegetables, which were now tilled as little as possible. The vegetables are planted in trays, and then transplanted to the open beds.

No matter how much bark and sawdust Steve and his team lay down, the soil always absorbs it. The soil seems to eat the bark, just as in a forest. The soil microbes thrive on the bark to create living structures, like mycelia: fungal threads that reach all the way through the vegetable beds, in between the bark-filled paths. Steve and Myriam have learned that the microbes have a symbiotic relationship with plants; microbes help a plant’s roots find moisture and nutrients, and in turn, the plant gives about a third of all of its energy from photosynthesis back to the microbes.

Myriam and Steve have seen that as the soil becomes healthier, their crops have fewer problems from insect pests and diseases. In large part, this is because of the successful marriage between plants and the ever-growing population of soil microbes. Urkuwayku is greener every year. It produces enough to feed a family and employ four people, while regularly supplying 300 families with top-notch vegetables, fruits, and other produce. A community of consumers supports the farm with income, while a community of microorganisms builds the soil and feeds the plants.

Previous Agro-Insight blog stories

Reviving soils

A revolution for our soil

Enlightened agroecology, about Pacho Gangotena, ecological farmer in Ecuador who influenced Steve and Myriam

The guinea pig solution

Living Soil: A film review

Dung talk

A market to nurture local food culture

Experiments with trees

Related training videos on the Access Agriculture platform

Good microbes for plants and soil

Turning fish waste into fertiliser

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Mulch for a better soil and crop

COMUNIDAD Y MICROBIOS

“En la escuela de posgrado nos enseñaron a los futuros fitopatólogos que el objetivo de la agricultura era ‘alimentar a las plantas y matar a los bichos’”, me explicó mi viejo amigo Steve Sherwood durante una visita a su granja familiar cerca de Quito, Ecuador. “Pero deberíamos haber alimentado a los microbios del suelo, para que ellos cuidaran a las plantas”.

Cuando Steve y su esposa, Myriam Paredes, compraron su finca de cinco hectáreas, Granja Urkuwayku, en el año 2000, era un paisaje lunar en las faldas del erosionado volcán Ilaló. Los árboles habían sido quemados para hacer carbón y del suelo no quedaba más que la roca madre, una dura ceniza volcánica llamada “cangahua” que parecía hormigón. Una profunda cárcava erosionaba un gran hueco en el centro de la granja. La propiedad necesitaba mucho trabajo, y por eso Steve y Myriam podían acceder a comprarla.

Ahora, veinte años después, el terreno está cubierto de una rica tierra negra, con camellones verdes rodeados de árboles frutales y nativos.

El primer paso de este renacimiento fue meter un tractor a la cangahua, para romper la roca para que el agua y el abono pudieran penetrarla. Esta fue la única vez que Steve aró la finca.

Para convertir la piedra rota en suelo, Steve y Myriam añadieron estiércol; mucho venía de unas 100 gallinas y 300 cuyes, lo que la pareja describe como las “bujías del motor biológico de la granja.”

En 2015, Urkuwayku parecía ir bien. La granja ha atraído a más de 300 socios, familias que compran regularmente una canasta de productos de la granja, además de extras como pan, huevos, champiñones, miel y leña, en total aportando unos 1.000 dólares a la semana. Además de los cuatro miembros de su familia, la granja también da trabajo a cuatro personas locales. Ya que los ingresos a la granja pagan sus gastos, Steve y Myriam no tienen que subvencionarla con los sueldos que ganan como docentes. Barreras de conservación han llenado el barranco con tierra, ahora cubierta de pasto. El agua de escorrentía se acumula en un estanque de 500.000 litros, usado para regar los cultivos durante la época seca.

Pero en 2015 Myriam y Steve analizaron el suelo y se sorprendieron al ver que lentamente perdía su fertilidad.

Creen que el problema era el exceso de labranza y la falta de cobertura del suelo. La introducción de estiércol en los camellones hortalizas estaba rompiendo la estructura del suelo y secando el suelo, matando los hongos beneficiosos. Como explica Steve, “los hongos se encargan en gran medida de construir las partículas del suelo a través de sus micelios y su sudor, también conocido como glomalina, un pegamento rico en carbono que es importante para mitigar el cambio climático”. La glomalina ayuda a eliminar el carbono del aire y a almacenarlo en el suelo.

Entonces Steve se hizo amigo del administrador de una fábrica local de madera contrachapada (plywood). La fábrica había acumulado un montonazo de corteza y el dueño no sabía cómo deshacerse de ello. Steve se ofreció a quitárselo de encima. Las dos grandes ventajas de la agricultura periurbana son un mayor acceso a los clientes y algunas fuentes fabulosas de materia orgánica.

Así que la fábrica de contrachapados empezó a enviar a Steve volquetadas de corteza (sobre todo de eucalipto). Para hacer que los microbios descompongan la corteza, primero Steve descompone aserrín con un poco de materia orgánica del suelo de un bosque nativo local. Luego, el aserrín rico en microbios se mezcla con la corteza y se esparce cuidadosamente en capas profundas entre los camellones de hortalizas, donde ahora se mueve el suelo lo menos posible. Las hortalizas se siembran en bandejas y luego se trasplantan al campo abierto.

No importa cuánta corteza y aserrín que Steve y su equipo pongan, la tierra siempre la absorbe. El suelo parece comerse la corteza, como en un bosque. Los microbios del suelo se alimentan de la corteza para crear estructuras vivas, como micelios: hilos de hongos que llegan hasta los camellones, entre los senderos llenos de corteza. Steve y Myriam han aprendido que los microbios tienen una relación simbiótica con las plantas; los microbios ayudan a las raíces de las plantas a encontrar humedad y nutrientes y, a su vez, la planta devuelve a los microbios la tercera parte de toda la energía que obtiene de la fotosíntesis.

Myriam y Steve han comprobado que a medida que el suelo se vuelve más sano, sus cultivos tienen menos problemas de plagas de insectos y enfermedades. En gran parte, esto se debe al exitoso matrimonio entre las plantas y la creciente población de microbios del suelo. Urkuwayku es más verde cada año. Produce lo suficiente para alimentar a una familia y emplear a cuatro personas, al tiempo que provee regularmente verduras, frutas y otros productos de primera calidad a 300 familias. Una comunidad de consumidores apoya a la granja con ingresos, mientras que una comunidad de microorganismos construye el suelo y alimenta a las plantas.

Previos blogs de Agro-Insight

Una revolución para nuestro suelo

La luz de la agroecología, acerca de Pacho Gangotena, agricultor ecológico en el Ecuador quien ha sido una influencia para Steve y Myriam

Experimentos con árboles

Reviving soils

The guinea pig solution

Living Soil: A film review

Dung talk

A market to nurture local food culture

Videos sobre temas relacionados en la plataforma de Access Agriculture

Buenos microbios para plantas y suelo

El mulch mejora el suelo y la cosecha

Turning fish waste into fertiliser

Organic biofertilizer in liquid and solid form

 

Design by Olean webdesign