WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

The struggle to sell healthy food January 22nd, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Consumers are increasingly realizing the need to eat healthy food, produced without agrochemicals, but on our recent trip to Bolivia we were reminded once more that many organic farmers struggle to sell their produce at a fair price.

The last few days Jeff, Marcella and I have been filming with a group of agroecological farmers in Cochabamba, a city with 1.4 million inhabitants at an altitude of about 2,400 meters. Traditionally, local demand for flowers was high, to use as gifts and decorations at the many festivities, weddings, funerals and family celebrations. When we interview doña Nelly in front of the camera, she explains how many of the women of her agroecological group were into the commercial cut flower business until 5 years ago: “The main reason we abandoned the flower business was that various people in our neighbourhood became seriously sick from the heavy use of pesticides.”

As the women began to produce vegetables instead of flowers, they also took training on ecological farming. They realized that the only way to remain in good health is to care for the health of their soil and the food they consume. All of them being born farmers, the step to start growing organic food seemed a logical one. With the support of a Agrecol Andes, a local NGO that supports agroecological food systems, a group of 16 women embarked on a new journey, full of new challenges.

“Over these past years, we have seen our soil improve again, earthworms and other soil creatures have come back. But I think it will take 10 years before the soil will have fully recovered from the intense misuse of flower growing,” says Nelly.

On Friday morning, we visit the house of one of the members of the group. Various women arrive, carrying their produce in woven bags on their back. Their fresh produce was harvested the day before, washed, weighed, packed and labelled with their group certificate. Internationally recognized organic certification is costly and most farmers in developing countries cannot afford it. So, they use an alternative, more local certification scheme, called Participatory Guarantee System or PGS, whereby member producers evaluate each other. More recently, the group also gets certification from the national government, SENASAG.

Agrecol staff supports the women as they prepare food baskets for their growing number of customers that want their food delivered either at their home or office. Some customers also come and collect their weekly basket at the Agrecol office. Jeff’s wife, Ana, shows us one evening how every week she receives a list of about 4 pages with all produce available that week, and the prices. Until Wednesday noon, the 150 clients are free to select if and what they want to buy. The demand is processed, farmers harvest on Thursday and the fresh food is delivered on Friday morning: a really short food chain with food that has only been harvested the day before it was delivered.

Organizing personalised food baskets weekly is time-consuming. Most farmers also need institutional support as they lack a social network of potential clients in urban centres. Agrecol has invested a lot in sensitising consumers about the need to consume healthy food, using leaflets, social media, fairs and farm visits for consumers. Without support from Agrecol or someone who takes it up as a full-time business, it is difficult for farmers to sell their high-quality produce.

In her interview, Nelly explains that the home delivery was a recent innovation they introduced when the Covid crisis hit, as local markets had closed down, yet people still needed food. Now that public markets re-opened, demand strongly fluctuates from one week to the next, and with the tight profit margins, it might be a challenge to turn it into profitable business. NGOs like Agrecol play a crucial role in helping farmers produce healthy food, and raising the awareness of consumers, who learn to appreciate organic produce.

As Cochabamba is a large city, Agrecol has over the years helped agroecological farmer groups to negotiate with the local authorities to ensure they have a dedicated space on the weekly markets in various parts of the city.

Local authorities have a crucial role to play in supporting ecological and organic farmers that goes way beyond providing training and inspecting fields. Farmers need a fair price and a steady market to sell their produce. Being given a space at conventional, urban markets and dedicated agroecological markets is helping, but in low-income countries very few consumers are willing to pay a little extra for food that is produced free of chemicals. Public procurements by local authorities to provide schools with healthy food may provide a more stable source of revenue. It is no surprise that global movements such as the Global Alliance of Organic Districts (GAOD) have put this as a central theme.

Agroecological farmers who go the extra mile to nurture the health of our planet and the people who live on it, deserve a stable, fair income and peace of mind.

As Nelly concluded in her interview: “It is a struggle, but we have to fight it for the good of our children and those who come after them.”

Related blogs

Better food for better farming

Marketing as a performance

Choosing to farm

An exit strategy

Exit strategy 2.0

Look me in the eyes

Related training videos

Creating agroecological markets

Home delivery of organic produce

 

De strijd om gezond voedsel te verkopen

Consumenten worden zich steeds meer bewust van de noodzaak om gezond voedsel te eten, geproduceerd zonder landbouwchemicaliën, maar tijdens onze recente reis naar Bolivia werden we er opnieuw aan herinnerd dat veel biologische boeren moeite hebben om hun producten tegen een eerlijke prijs te verkopen.

De afgelopen dagen hebben Jeff, Marcella en ik gefilmd met een groep agro-ecologische boeren in Cochabamba, een stad met 1,4 miljoen inwoners op een hoogte van ongeveer 2.400 meter. Traditioneel was de lokale vraag naar bloemen groot, om te gebruiken als geschenk en decoratie bij de vele festiviteiten, bruiloften, begrafenissen en familiefeesten. Als we doña Nelly voor de camera interviewen, legt ze uit hoe veel van de vrouwen van haar agro-ecologische groep tot 5 jaar geleden in de commerciële snijbloemenhandel zaten: “De belangrijkste reden dat we de bloemenhandel hebben opgegeven was dat verschillende mensen in onze buurt ernstig ziek werden door het zware gebruik van pesticiden.”

Toen de vrouwen groenten begonnen te produceren in plaats van bloemen, volgden ze ook een opleiding ecologisch tuinieren. Ze beseften dat de enige manier om gezond te blijven, is te zorgen voor de gezondheid van hun grond en het voedsel dat ze consumeren. Omdat ze allemaal geboren boeren zijn, leek de stap om biologisch voedsel te gaan verbouwen een logische. Met de steun van Agrecol Andes, een lokale NGO die agro-ecologische voedselsystemen ondersteunt, begon een groep van 16 vrouwen aan een nieuwe reis, vol nieuwe uitdagingen.

“De afgelopen jaren hebben we onze grond weer zien verbeteren, regenwormen en andere bodemorganismen zijn teruggekomen. Maar ik denk dat het 10 jaar zal duren voordat de grond volledig hersteld is van het intensieve misbruik van de bloementeelt,” zegt Nelly.

Op vrijdagochtend bezoeken we het huis van een van de leden van de groep. Verschillende vrouwen arriveren, met hun producten in geweven zakken op hun rug. Hun verse producten zijn de dag ervoor geoogst, gewassen, gewogen, verpakt en voorzien van hun groepscertificaat. Internationaal erkende biologische certificering is duur en de meeste boeren in ontwikkelingslanden kunnen zich dat niet veroorloven. Daarom gebruiken ze een alternatief, meer lokaal certificeringssysteem, het zogenaamde Participatory Guarantee System of PGS, waarbij de aangesloten producenten elkaar controleren. Sinds kort wordt de groep ook gecertificeerd door de nationale overheid, SENASAG.

De medewerkers van Agrecol ondersteunen de vrouwen bij het samenstellen van de voedselpakketten voor hun groeiende aantal klanten die hun voedsel thuis of op kantoor geleverd willen krijgen. Sommige klanten komen ook hun wekelijkse mand ophalen in het kantoor van Agrecol. Jeff’s vrouw, Ana, laat ons op een avond zien hoe zij elke week een lijst van ongeveer 4 pagina’s ontvangt met alle producten die die week beschikbaar zijn, en de prijzen. Tot woensdagmiddag zijn de 150 klanten vrij om te kiezen of en wat ze willen kopen. De vraag wordt verwerkt, de boeren oogsten op donderdag en het verse voedsel wordt op vrijdagochtend geleverd: een echt korte voedselketen met voedsel dat pas de dag voor de levering is geoogst.

Het wekelijks organiseren van gepersonaliseerde voedselmanden is tijdrovend. De meeste boeren hebben ook institutionele steun nodig omdat ze geen sociaal netwerk van potentiële klanten in stedelijke centra hebben. Agrecol heeft veel geïnvesteerd in het sensibiliseren van consumenten over de noodzaak van gezonde voeding, met behulp van folders, sociale media, beurzen en boerderijbezoeken voor consumenten. Zonder steun van Agrecol of iemand die er fulltime mee bezig is, is het voor boeren moeilijk om hun kwaliteitsproducten te verkopen.

In haar interview legt Nelly uit dat de thuisbezorging een recente innovatie was die ze introduceerde toen de Covid-crisis toesloeg, omdat de lokale markten gesloten waren, maar de mensen toch voedsel nodig hadden. Nu de openbare markten weer geopend zijn, schommelt de vraag sterk van week tot week, en met de krappe winstmarges kan het een uitdaging zijn om er een winstgevend bedrijf van te maken. NGO’s als Agrecol spelen een cruciale rol door de boeren te helpen gezond voedsel te produceren, en door de consumenten bewuster te maken van biologische producten.

Omdat Cochabamba een grote stad is, heeft Agrecol in de loop der jaren groepen agro-ecologische boeren geholpen bij de onderhandelingen met de lokale autoriteiten om ervoor te zorgen dat zij een speciale plaats krijgen op de wekelijkse markten in verschillende delen van de stad.

Lokale autoriteiten spelen een cruciale rol bij de ondersteuning van ecologische en biologische boeren, die veel verder gaat dan het geven van trainingen en het inspecteren van velden. Boeren hebben een eerlijke prijs en een vaste markt nodig om hun producten te verkopen. Een plaats krijgen op conventionele, stedelijke markten en speciale agro-ecologische markten helpt, maar in lage-inkomenslanden zijn maar weinig consumenten bereid een beetje extra te betalen voor voedsel dat zonder chemicaliën is geproduceerd. Openbare aanbestedingen door lokale overheden om scholen te voorzien van gezond voedsel kunnen een stabielere bron van inkomsten opleveren. Het is geen verrassing dat wereldwijde bewegingen zoals de Global Alliance for Organic Districts (GAOD) dit als een centraal thema stellen.

Agro-ecologische boeren die een stapje extra zetten om de gezondheid van onze planeet en de mensen die erop leven te voeden, verdienen een stabiel, eerlijk inkomen en gemoedsrust.

Zoals Nelly zei in haar interview: “het is een strijd, maar we moeten deze voeren voor het welzijn van onze kinderen en zij die na hen komen.”

Listen before you film December 4th, 2022 by

Listen before you film

Vea la versión en español a continuación

Smallholder farmers always have something thoughtful to say. At Agro-Insight when we film videos, we often start by holding a workshop where we write the scripts with local experts. We write the first draft of the script as a fact sheet. Then we share the fact sheet with communities, so they can validate the text, but also to criticize it, like a peer review.

This week in a peri-urban community on the edge of Cochabamba, Bolivia, we met eight farmers, seven women and a young man, who grow organic vegetables. Their feedback was valuable, and sometimes a little surprising.

For example, one fact sheet on agroecological marketing stressed the importance of trust between growers and consumers, who cannot tell the difference between organic and conventional tomatoes just by looking at them. But these practiced farmers can. They told us that the organic tomatoes have little freckles, and are a bit smaller than conventional tomatoes. That’s the perspective that comes from a lot of experience.

The fact sheet on the potato tuber moth, a serious global pest, had background information and some ideas on control. The moth can be controlled by dusting seed potatoes with chalk (calcium carbonate), a natural, non-metallic mineral. The chalk contains small crystals that irritate and kill the eggs and larvae of the moth. This idea caught the farmers’ imagination. They wanted to know more about the chalk, and where to get it and how to apply it. (It is a white powder, that is commonly sold in hardware stores, as a building material). Our video will have to make carefully explain how to use chalk to control the tuber moth.

The reaction that surprised me the most was from the fact sheet on soil analysis. The fact sheet described two tests, one to analyze pH and another to measure soil carbon. The tests were a bit complex, and a lot to convey in one page. I was prepared for confusion, but instead, we got curiosity. The women wanted to know more about the pH paper, where could they buy it? What would pH tell them about managing their soils? Could we come back and give them a demonstration on soil analysis? Smallholders are interested in soil, and interested in learning more about it.

As we were leaving, we thanked the farmers for their time and help.

They replied that they also wanted to thank us: for listening to them, for taking them into account. “It should always be like this.” They said “New ideas should be developed with farmers, not in the office.”

Paul and Marcella and I will be back later to make videos on these topics, to share with farmers all over the world. Listening to smallholders early in the video-making, before getting out the camera, helps to make sure that other farmers will find the videos relevant when they come out.

 

ESCUCHAR ANTES DE FILMAR

Jeff Bentley, 4 de diciembre del 2022

Los pequeños agricultores siempre tienen algo interesante que decir. En Agro-Insight, cuando filmamos vídeos, solemos empezar por celebrar un taller donde escribimos los guiones con expertos locales. Escribimos el primer borrador del guion en forma de hoja volante. Luego compartimos la hoja volante con las comunidades, para que puedan validar el texto, pero también para que lo critiquen, como una revisión por pares.

Esta semana, en una comunidad periurbana de las afueras de Cochabamba, Bolivia, nos reunimos con ocho agricultores, siete mujeres y un joven, que cultivan verduras orgánicas. Sus comentarios fueron valiosos, y a veces un poco sorprendentes.

Por ejemplo, una hoja volante sobre la comercialización agroecológica destacaba la importancia de la confianza entre los productores y los consumidores, que no pueden diferenciar los tomates ecológicos de los convencionales con sólo mirarlos. Pero estas agricultoras experimentadas sí pueden. Nos dijeron que los tomates ecológicos tienen pequeñas pecas y son un poco más pequeños que los convencionales. Esa es la perspectiva que da la experiencia.

La hoja informativa sobre la polilla de la papa, una grave plaga a nivel mundial, tenía información de fondo y algunas ideas sobre su control. La polilla puede controlarse cubriendo las papas de siembra con tiza (carbonato cálcico), un mineral natural no metálico. La tiza contiene pequeños cristales que irritan y matan los huevos y las larvas de la polilla. Esta idea llamó la atención de los agricultores. Querían saber más sobre la tiza, dónde conseguirla y cómo aplicarla. (Se trata de un polvo blanco que se vende en las ferreterías como material de construcción). Nuestro video tendrá que explicar cuidadosamente cómo usar la tiza para controlar la polilla del tubérculo.

La reacción que más me sorprendió fue la de la hoja volante sobre el análisis del suelo. La hoja volante describía dos pruebas, una para analizar el pH y otra para medir el carbono del suelo. Las pruebas eran un poco complejas, y mucho para transmitir en una página. Yo estaba preparado para la confusión, pero en lugar de eso, obtuvimos curiosidad. Las mujeres querían saber más sobre el papel de pH, ¿dónde podían comprarlo? ¿Qué les diría el pH sobre el manejo de sus suelos? ¿Podríamos volver y hacerles una demostración sobre el análisis del suelo? Los pequeños agricultores se interesan por el suelo y quieren aprender más sobre ello.

Cuando nos íbamos, dimos las gracias a las agricultoras por su tiempo y su ayuda.

Ellas respondieron que también querían darnos las gracias a nosotros: por escucharles, por tenerles en cuenta. “Siempre debería ser así”. Dijeron: “Las nuevas ideas deben desarrollarse con los agricultores, no en la oficina”.

Paul, Marcella y yo volveremos más tarde a hacer videos sobre estos temas, para compartirlos con los agricultores de todo el mundo. Escuchar a los pequeños agricultores al principio de la realización del vídeo, antes de sacar la cámara, ayuda a asegurarse de que otros agricultores encontrarán los videos pertinentes cuando se publiquen.

Korean food culture October 23rd, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

In our weekly blogs, Jeff and I often write about food: how it is produced, processed or marketed. During a recent visit with my wife Marcella to South Korea, where I was invited to give a talk at the 5th Organic Asia Congress, we discover little by little what makes Korean food culture stand out from other places we have visited over the years.

Many of the local dishes contain a dozen or so little bowls and plates, each with a different salted and fermented vegetable, called kimchi. These are commonly combined with a bowl of sticky rice and a bowl of tasty seaweed soup. A healthy food, kimchi is rich in vitamins A, C, beta-carotene and other antioxidants, as well as lactic acid bacteria which are good for your guts.

Traditionally, kimchi was prepared in large earthenware pots at the onset of autumn to ensure there was enough healthy food during winter and spring. To avoid the pots getting damaged by severe frosts, the pots were buried in the soil, which was said to give a nice additional flavour to the vegetables.

Making kimchi used to be an annual, communal activity. Neighbouring housewives would rotate their schedules to help each other prepare large quantities. Each household had its own recipes, while the taste is also influenced by the region. Nowadays, as most people live in cities, few still prepare their own kimchi. Bought at the market or in shops, people now have a separate fridge to store different types of kimchi in closed glass jars.

During the first week of our stay, our host Jennifer Chang, explains about the origin of another dish, called bibimbap. To eat this dish, you need to transfer your rice into a large bowl with a mix of fermented and steamed vegetables, and stir it until all the ingredients are properly mixed. While in the past, this was a way to make use of all leftover food, without letting anything go to waste, it now has become like a national dish.

One of the interesting things to do when traveling is to visit a fresh market, as this often gives you a quick glimpse into local food culture. What struck us as unique when visiting Seongdong market in Gyeongju City was the shear amount of micro-enterprises processing food.

Soon after entering the covered, daily market, we are drawn like moths to a light to the smell of roasted sesame seed. When we reach the shop, we see that a lady in her fifties is operating various processing units. In one, sesame is roasted over a gas fire while it is slowly, mechanically stirred. Next to it, a small machine extracts sesame oil, another popular ingredient of many of the local dishes. Making optimal use of the small space in her shop, the woman uses yet another machine to process chilli into flakes. It is a mild variety of chilli that is a steady ingredient to make kimchi.

Another shop has small, stainless steel food processing equipment to make pastries, while yet another one is all set up to extract and pasteurize juices.

While raw fish is a common feature in most fresh markets across Asia, it was nice to see how a few entrepreneurial women were adding value to sea food. To cater for the demanding city dwellers, appealing plates were being prepared on the spot with a diversity of shrimps, mussels, cockles, squid and fish. Covered with a transparent foil, these artistically arranged dishes display all their goodies: a real pleasure to the eye.

One place in the market was devoted to serve customers prepared food. When we finally decide from which buffet to fill our plates, it struck me how local people carefully arranged the various ingredients, either by colour or some other way. Everybody’s plate looked really appealing, almost like a painting, where each colour is added with careful thought.

When local food culture is deeply engrained in a society, this shows in many different ways. Yet cultural erosion is also taking place in Korea, due to the encroaching fast-food culture and rise of supermarkets. This was one reason why the local authorities of Gyeongju City decided to renovate the fresh market and make it more attractive to the local community and foreign visitors. Even strong food cultures need the occasional support from local authorities and continued appreciation by the new generation in order to survive.

Related blogs

A market to nurture local food culture

When local authorities support agroecology

Marketing as a performance

 

Koreaanse eetcultuur

In onze wekelijkse blogs schrijven Jeff en ik vaak over voedsel: hoe het wordt geproduceerd, verwerkt of op de markt wordt gebracht. Tijdens een recent bezoek met mijn vrouw Marcella aan Zuid-Korea, waar ik was uitgenodigd om een ​​lezing te geven op een congres rond biologische landbouw in Azië, ontdekken we beetje bij beetje wat de Koreaanse eetcultuur onderscheidt van andere plaatsen die we in de loop der jaren hebben bezocht.

Veel van de lokale gerechten bevatten een tiental kommetjes en schaaltjes, elk met een andere gezouten en gefermenteerde groente, kimchi genaamd. Deze worden vaak gecombineerd met een kom plakkerige rijst en een kom lekkere zeewiersoep. Kimchi is een gezond voedingsmiddel en is rijk aan vitamine A, C, bètacaroteen en andere antioxidanten, evenals melkzuurbacteriën die goed zijn voor je darmen.

Traditioneel werd kimchi aan het begin van de herfst in grote aardewerken potten bereid om ervoor te zorgen dat er in de winter en de lente voldoende gezond voedsel was. Om te voorkomen dat de potten beschadigd raakten door strenge vorst, werden de potten in de grond begraven, wat een mooie extra smaak aan de groenten zou geven.

Vroeger was het maken van kimchi een jaarlijkse, gemeenschappelijke activiteit. Naburige huisvrouwen zouden hun schema’s roteren om elkaar te helpen grote hoeveelheden klaar te maken. Elk huishouden had zijn eigen recepten, terwijl de smaak ook beïnvloed wordt door de regio. Omdat de meeste mensen tegenwoordig in steden wonen, bereiden maar weinig mensen nog hun eigen kimchi. Gekocht op de markt of in winkels, bewaren mensen nu verschillende soorten kimchi in gesloten glazen potten in een aparte koelkast.

Tijdens de eerste week van ons verblijf vertelt onze gastheer Jennifer Chang over de oorsprong van een ander gerecht, bibimbap genaamd. Om dit gerecht te eten, moet je je rijst en saus in een grote kom doen met een mix van gefermenteerde en gestoomde groenten, en roeren tot alle ingrediënten goed gemengd zijn. Was dit vroeger een manier om alle etensresten te benutten, zonder iets verloren te laten gaan, is het nu een nationaal gerecht geworden.

Een van de interessante dingen om te doen tijdens het reizen is het bezoeken van een versmarkt, omdat dit je vaak een snelle blik geeft in de lokale eetcultuur. Wat ons als uniek opviel toen we de Seongdong-markt in Gyeongju-stad bezochten, was het groot aantal micro-ondernemingen die voedsel verwerken.

Al snel na het betreden van de overdekte, dagelijkse markt, worden we als motten naar een licht aangetrokken door de geur van geroosterd sesamzaad. Als we de winkel bereiken, zien we dat een dame van in de vijftig verschillende verwerkingseenheden bedient. In een daarvan wordt sesam geroosterd boven een gasvuur terwijl het langzaam, mechanisch wordt geroerd. Daarnaast extraheert een kleine machine sesamolie, een ander populair ingrediënt van veel van de lokale gerechten. De vrouw maakt optimaal gebruik van de kleine ruimte in haar winkel en gebruikt nog een andere machine om chilipeper tot vlokken te verwerken. Het is een milde chili-variëteit die een vast ingrediënt is om kimchi te maken.

Een andere winkel heeft kleine roestvrijstalen voedselverwerkingsapparatuur om gebak te maken, terwijl nog een andere helemaal is ingericht om sappen te extraheren en te pasteuriseren.

Hoewel rauwe vis een veelvoorkomend kenmerk is in de meeste versmarkten in Azië, was het leuk om te zien hoe een aantal ondernemende vrouwen voor de veeleisende stedelingen ter plekke aantrekkelijke borden bereiden met een diversiteit aan garnalen, mosselen, kokkels, inktvis en vis. Bedekt met een transparante folie, tonen deze artistiek opgestelde schalen al hun lekkers: een lust voor het oog.

Eén plaats op de markt was bestemd voor het serveren van bereide maaltijden aan klanten. Toen we eindelijk besloten van welk buffet we onze borden zouden vullen, viel het me op hoe de lokale bevolking de verschillende ingrediënten zorgvuldig, op kleur of op een andere manier, rangschikte. Het bord van iedereen zag er heel aantrekkelijk uit, bijna als een schilderij, waarbij elke kleur zorgvuldig is toegevoegd.

Wanneer de lokale eetcultuur diep geworteld is in een samenleving, blijkt dit op veel verschillende manieren. Maar ook in Korea vindt culturele erosie plaats door de oprukkende fastfoodcultuur en de opkomst van supermarkten. Dit was een van de redenen waarom de lokale autoriteiten van de stad Gyeongju besloten om de versmarkt te renoveren en aantrekkelijker te maken voor de lokale gemeenschap en buitenlandse bezoekers. Zelfs sterke eetculturen hebben af ​​en toe steun van de lokale autoriteiten en blijvende waardering van de nieuwe generatie nodig om te overleven.

Gerelateerde blogs

A market to nurture local food culture

When local authorities support agroecology

Marketing as a performance

Exit strategy 2.0 October 2nd, 2022 by

Vea la versión en español a continuación

I’ve written before that a program to support a network of local food producers and consumers needs an exit strategy (An exit strategy). I’ve seen various projects that do a good job at mentoring smallholders, to produce chemical-free food, package it attractively and distribute it to discriminating consumers in the city. This usually relies on hidden subsidies: the university-educated technical staff who broker the food, promote it and transport it in cars, also paid for out of the project budget. It’s a way to show that there is demand for agroecological food, but not a business model.

In the Tungurahua province of Ecuador, last February, I saw what it takes for farmers and consumers to come together in a robust, self-sustaining way.

In the municipality of Pelileo, a city of about 50,000 people, the NGO SWISSAID started 13 years ago to teach 600 farmers and gardeners about agroecology, according to the current country director, Oscar Quillupangui. The second year, SWISSAID organized the farmers to sell their produce in a fair in the city. This was only possible thanks to the mayor at the time, who understood the importance of a market for local, organic produce. As Fernando Jácome of SWISSAID told me, “you can’t run a market without local government support. If you set up a food fair in a public space, the mayor can ask the police to throw you out. In fact, farmer fairs in some other Ecuadorian cities did not thrive, because of this lack of municipal support.”

The current mayor, Ing. Leonardo Maroto, has a vision for healthy food systems: “the countryside gives life to the city.”

When Paul and Marcella and I visited the weekly agroecological fair in Pelileo, on Thursday, 10 February, we were delighted to see a living market, supported by a whole social structure. The space itself is the size of a large basketball court, with a cement floor and a high, awning roof, no walls, but with a stage on one end and step-like seats on the other. Seventy-seven farmer-sellers, almost all women (with two or three supportive husbands), set out their fresh produce on tables in neat rows. Each table was covered with an orange tablecloth. The sellers wore green smocks and orange caps, which helped the organized women (with some help from a couple of municipal cops) to keep out free riders trying to sell conventional food in the market.

The food is of great diversity: potatoes and other Andean roots and tubers, leafy vegetables, pulses like peas and broad beans, giant squash, butchered ducks, rabbits, chickens and guinea pigs. It’s all fresh off the farm and of the highest quality, attracting a steady stream of middle-class consumers who appreciate the value of local feed, free of toxic chemicals.

“Well, it is for our health, right? We always have to be natural. Because you know that now there are so many illnesses because of the chemicals that they put in the fruits and the vegetables. So, for us, for me, and for everyone it is very good that the food is natural, to avoid illnesses,” says Maricela Herrera, one of the consumers.

There are some touches of local personality, like the ten-man brass band, from the municipal government. They don’t play every week, but they come about once a month to attract customers with their beat. There is some free food tasting (potatoes with a slice of egg, peanut sauce and a bit of boiled pork skin).

Mayor Maroto makes an appearance, offering encouraging words over the loudspeaker. The band starts again and people begin to dance, eventually dragging Paul and I onto the dance floor as well.

Through all of this, the staff from SWISSAID, including Fernando and Oscar, keep a low profile. They stand on the sidelines, but they are observant, and I would have missed one of the most important parts of the fair, if they had not pointed it out to me. The farmers who sell at the fair have elected a president, vice-president, secretary and treasurer, Martha Cunalata who quietly goes from one table to the next, collecting one dollar from each member, to meet the association’s expenses.

Self-financed, organized and supported by paying customers and the local government, this market could survive even without an NGO to nurture it. This is what a healthy, local food system looks like. Hopefully it will grow and plant seeds in other cities. As Paul told mayor Maroto of Pelileo, “you are an inspiration to other cities of the world.”

Watch the video

Creating agroecological markets

Related video

Home delivery of organic produce

Related blogs

Marketing as a performance

Marketing something nice

Home delivery of organic produce

Acknowledgement

Thanks to Oscar Quillupangui and Paul Van Mele for their helpful comments on a previous version of this blog.

ESTRATEGIA DE SALIDA 2.0

Jeff Bentley, 2 de octubre del 2022

Ya he escrito antes que un programa de apoyo a una red de productores y consumidores de alimentos locales necesita una estrategia de salida (Una estrategia de salida). He visto varios proyectos que hacen un buen trabajo de orientación a los pequeños productores para que produzcan alimentos sin productos químicos, los envasen de forma atractiva y los distribuyan a los consumidores exigentes de la ciudad. Esto suele tener subvenciones ocultas: el personal técnico con formación universitaria que se encarga ayudar con la venta de los alimentos, de su promoción y de su transporte en vehículos, también pagados con el presupuesto del proyecto. Es una forma de demostrar que hay demanda de alimentos agroecológicos, pero no un modelo de negocio.

En la provincia ecuatoriana de Tungurahua, el pasado mes de febrero, vi lo que hace falta para que agricultores y consumidores se unan de forma sólida y autosostenible.

En el municipio de Pelileo, una ciudad de unos 50.000 habitantes, la ONG SWISSAID empezó hace 13 años a enseñar agroecología a 600 agricultores y dueños de huertos, según el actual director nacional, Oscar Quillupangui. El segundo año, SWISSAID organizó a los agricultores para que vendieran sus productos en una feria en la ciudad. Esto sólo fue posible gracias al alcalde de la época, que comprendió la importancia de un mercado para los productos locales y ecológicos. Como me dijo Fernando Jácome, de SWISSAID, “no se puede hacer un mercado sin el apoyo del gobierno local. Si montas una feria de alimentos en un espacio público, el alcalde puede pedir a la policía que te boten. De hecho, las ferias agrícolas de otras ciudades ecuatorianas no prosperaron por esta falta de apoyo municipal”.

El actual alcalde, Ing. Leonardo Maroto, tiene una visión de los sistemas alimentarios saludables: “el campo da vida a la ciudad”.

Cuando Paul, Marcella y yo visitamos la feria agroecológica semanal de Pelileo, el jueves 10 de febrero, nos encantó ver un mercado vivo, apoyado por toda una estructura social. El espacio en sí tiene el tamaño de una gran cancha de baloncesto, con un piso de cemento y un techo alto de calamina, sin paredes, pero con un escenario en un extremo y asientos escalonados en el otro. Setenta y siete vendedores de productos agrícolas, casi todas mujeres (con dos o tres maridos colaboradores), colocaban sus productos frescos en mesas en hileras ordenadas. Cada mesa estaba cubierta con un mantel naranja. Las vendedoras usaban batas verdes y gorras naranjas, lo que ayudó a las mujeres organizadas (con algo de ayuda de un par de policías municipales) a mantener alejados a los que intentaban vender alimentos convencionales en el mercado.

La comida es muy variada: papas y otras raíces y tubérculos andinos, verduras de hoja, legumbres como frijoles y habas, calabazas gigantes, patos, conejos, pollos y cuyes. Todo está recién salido de la granja y es de la primera calidad, lo que atrae a un flujo constante de consumidores de clase media que aprecian el valor de los alimentos locales, libres de productos químicos tóxicos.

“Bueno, es que, por la salud ¿no? Siempre tenemos que estar a lo natural. Sabe que ahora hay tantas enfermedades por los químicos que ponen a las frutas, a las legumbres. Entonces, para nosotros, para mí, y para todos, es muy bueno que sea natural. Porque nos evitamos de muchas enfermedades”, dice Maricela Herrera, una de las consumidoras.

Hay algunos toques de personalidad local, como la banda de música de diez hombres, del gobierno municipal. No tocan todas las semanas, pero vienen una vez al mes para atraer a los clientes con su ritmo. Hay una degustación gratuita de comida (papas con una rodaja de huevo, salsa de maní y un poco de piel de cerdo hervida).

El alcalde Maroto hace su aparición, ofreciendo palabras de aliento por la megafonía. La banda vuelve a sonar y la gente empieza a bailar, arrastrándonos a Paul y a mí a la pista de baile.

Durante todo esto, el personal de SWISSAID, incluidos Fernando y Óscar, mantienen un perfil bajo. Se mantienen al margen, pero son observadores, y me habría perdido una de las partes más importantes de la feria si no me la hubieran señalado. Los agricultores que venden en la feria han elegido un presidente, un vicepresidente, un secretario y un tesorero, Martha Cunalata, que va tranquilamente de una mesa a otra, recogiendo un dólar de cada miembro, para hacer frente a los gastos de la asociación.

Autofinanciado, organizado y apoyado por los clientes que pagan y por el gobierno local, este mercado podría sobrevivir incluso sin una ONG que lo alimente. Este es el aspecto de un sistema alimentario local saludable. Esperemos que crezca y siembre semillas en otras ciudades. Como dijo Paul al alcalde Maroto de Pelileo, “ustedes son una inspiración para otras ciudades del mundo”.

Vea el video

Creando ferias agroecológicas

Otro video relacionado

Previamente en el blog de Agro-Insight

Marketing as a performance

Algo bonito para vender

Home delivery of organic produce

Agradecimientos

Gracias a Oscar Quillupangui y Paul Van Mele por sus valiosos comentarios sobre una versión previa de este blog.

 

 

Look me in the eyes September 25th, 2022 by

Vea la versión en español a continuación

In Ecuador recently, I saw some of the best extension work I have ever seen. Fernando Jácome, an agronomist with SWISSAID took us to meet farmers, almost all women, who have been working with him and his colleagues for over ten years. 85 smallholders from different communities of Pelileo, in Tungurahua, in the Andes, are organized into seven small associations. They have learned to produce an impressive assortment of fruits and vegetables, from tomatoes to strawberries, cabbage, lettuce, avocadoes, lemons, blackberries and many more, as well as rabbits and guinea pigs. It’s all grown ecologically.

With Paul and Marcella, filming a video on agroecological fairs, we accompanied Ing. Alex Recalde, an agronomist working for the Pelileo municipality, as he inspected farms to make sure that they were really producing ecologically. Alex’s visits are largely about teaching and encouraging, with little policing, since the women all seem convinced about agroecology.

First, Alex registers what the farmers are growing. That way he knows what each one will harvest, to later verify in the fair that they are only selling their own produce, and in plausible amounts.

During the farm visits, often accompanied by leaders of the Agroecological Associations of Pelileo, Alex looks for signs of chemicals, such as discoloration on the leaves, or residues of synthetic fertilizer on the soil, or discarded chemical containers. He also looks at the insects on the farm. A diverse insect community with many beneficials and few pests is a sign that toxic chemicals have not been used.

If the farmer has any pests and diseases, Alex advises her on what to do. We were with him while he explained to farmer Korina Quille that the unsightly scabs on her avocados were not actually a disease at all, but they were simply scars formed because the wind had rubbed the tender fruits against a branch. Realizing that cosmetic damage is not caused by a pathogen can also reassure farmers that agroecology is working for them. It also helps them explain to customers that there is nothing wrong with their avocados.

Later that afternoon, we attended a meeting of the agroecological association. The organized women began by taking attendance (roll call). They had brought samples of their produce, for an exercise on displaying it attractively and in standard sized pots and baskets, so they could all sell the same measure at the same price, one that would be fair for farmers and consumers.

SWISSAID’s Mario Porres led a lively discussion, asking the audience: “How can you have a standard measure, if the customers all insist on the yapa (a little bit extra)?” He held up a basket of berries and said “measure it, take a few out, and when the customer asks for the yapa, put them back in.” The audience laughed in appreciation.

The meeting ended with a drama coach, Verónica López, who used theatrical exercises to build the women’s self-confidence. Poor, peasant and indigenous women can be afraid to be assertive, but Verónica was teaching them to be bold and to have fun at the same time. The women knew Verónica, and as soon as she took the floor, everyone stood up. “Walk angry!” Verónica shouted, “your husband has been telling you what to do!” The women stomped around the courtyard, arms swinging, recalling their anger, over-acting and loving every minute of it.

“Now, imagine that you bring that anger to the market, and you are angry with the customers. Will they want to buy from you?” Verónica asked.

In another exercise, on love, the women hugged each other, and they learned to walk happy, not angry. The drama coach also had the women shout, part of an exercise where they learned to speak loudly, but kindly, looking customers in the eye, to win them over.

This training, encouragement and organization has opened a space where indigenous women can sell their beautiful produce in the local, open-air markets, in small cities like Pelileo, and in big ones like Ambato.

Later, we found out how well the training had paid off. One morning before dawn, I was with Paul and Marcella in the wholesale market in Ambato. This is the biggest market in Ecuador, a sprawling complex of pavilions with roofs, but no walls, where trucks loaded and unloaded produce. Fernando Jácome, the extensionist had brought us here, to the heart of the country’s commercial food system, but he left us for a while with Anita Quille, one of the women leaders of the association. When a local official approached us to ask why we were there with a big camera, doña Anita stepped forward, and looked him in the eye. She spoke gently but firmly, in a self-confident tone of voice, explaining who we were, and that we were there making a video on local farmers, and markets.

All of the organization, training and acting classes on assertiveness had paid off.

Related Agro-Insight blogs

Marketing as a performance

When local authorities support agroecology

Watch the video

Creating agroecological markets

Acknowledgement

Thanks to Fernando Jácome and Paul Van Mele for their helpful comments on a previous version of this blog.

MÍRENME A LOS OJOS

Jeff Bentley, 25 de septiembre del 2022

Hace poco, en Ecuador, vi uno de los mejores trabajos de extensión que he visto jamás. Fernando Jácome, agrónomo de SWISSAID, nos llevó a conocer a los agricultores, casi todas mujeres, que trabajan con él y sus colegas desde hace más de diez años. 85 pequeñas propietarias de diferentes comunidades de Pelileo, en Tungurahua, en los Andes, están organizados en siete pequeñas asociaciones. Han aprendido a producir un impresionante surtido de frutas y verduras, desde tomates a fresas, repollo, lechugas, aguacates, limones, moras y muchas más, así como conejos y cuyes. Todo se cultiva de forma ecológica.

Con Paul y Marcella, filmando un video sobre ferias agroecológicas, acompañamos al Ing. Alex Recalde, un agrónomo que trabaja para el municipio de Pelileo, mientras inspeccionaba las granjas para asegurarse de que realmente producían de forma ecológica. Las visitas de Alex consisten en gran medida en enseñar y animar, no como policía sino como profesor, ya que todas las mujeres parecen convencidas de la agroecología.

En primer lugar, Alex registra los cultivos que las agriculturas tienen en sus granjas. Así sabe lo que cada una va a cosechar, para luego verificar en la feria que solo se venda productos cultivados por ellas, y en cantidades creíbles.

En sus visitas, Alex a menudo es acompañado por dirigentas de las Asociaciones Agroecológicas de Pelileo. Buscan signos de productos químicos, como decoloración en las hojas, o residuos de fertilizantes sintéticos en el suelo, o envases de químicos desechados. También se fija en los insectos en la parcela. Una diversa comunidad de insectos, muchos benéficos y pocas plagas, es señal de que no se han usado químicos tóxicos.

Si la productora tiene alguna plaga o enfermedad, Alex le aconseja qué hacer. Estuvimos con él mientras explicaba a Korina Quille que las desagradables costras de sus aguacates no eran en realidad una enfermedad, sino que eran simplemente cicatrices formadas porque el viento había rozado los tiernos frutos contra una rama. Darse cuenta de que los daños estéticos no están causados por un patógeno también puede tranquilizar a las agricultoras, y confirmar que las prácticas agroecológicas les están funcionando. También les ayuda a explicar a los clientes que no hay nada malo en sus aguacates.

Esa misma tarde, asistimos a una reunión de la asociación agroecológica local. Las mujeres organizadas empezaron pasando lista. Habían traído muestras de sus productos, para hacer un ejercicio de exposición atractiva, en macetas y cestas de tamaño estándar, de manera que todas pudieran vender la misma medida al mismo precio, uno que fuera justo para productoras y consumidores.

Mario Porres, de SWISSAID, dirigió un animado debate, preguntando a las asistentes: “¿Cómo se puede tener una medida estándar, si todos los clientes insisten en la yapa (un poco más)?”. Levantó una cesta de bayas y dijo: “mídela, quita algunas y cuando el cliente pida la yapa, vuelve a ponerlas”. El público se rio en señal de empatía.

La reunión terminó con una lección de una maestra de teatro, Verónica López, que usó varios ejercicios para aumentar la confianza de las mujeres en sí mismas. Las mujeres pobres, campesinas e indígenas pueden tener miedo de ser asertivas, pero Verónica les enseñaba a ser audaces y a divertirse al mismo tiempo. Las señoras conocían a Verónica y, en cuanto tomaba la palabra, todas se pusieron de pie. “¡Caminen enfadadas!” gritó Verónica, “¡tu marido te ha dicho lo que tienes que hacer!”. Las mujeres caminaban por el patio, moviendo los brazos, recordando su enojo, sobreactuando y disfrutando de cada minuto.

“Ahora, imagina que llevas ese enfado al mercado y te enfadas con los clientes. ¿Querrán comprarte?” preguntó Verónica.

En otro ejercicio, sobre el amor, las mujeres se abrazaron y aprendieron a caminar felices, no enfadadas. La teatrera también hizo que las mujeres gritaran, parte de un ejercicio en el que aprendieron a hablar en voz alta, pero con amabilidad, mirando a los clientes a los ojos, para ganárselos.

Esta formación, el estímulo y la organización, han abierto un espacio en el que las mujeres campesinas pueden vender sus hermosos productos en los mercados locales al aire libre, en ciudades pequeñas como Pelileo, y en las grandes como Ambato.

Más tarde, nos dimos cuenta de lo bien que había dado resultado la formación. Una mañana, antes del amanecer, estaba con Paul y Marcella en el mercado mayorista de Ambato. Es el mercado más grande de Ecuador, un complejo de pabellones con techo, pero sin paredes, donde los camiones cargan y descargan productos. Fernando Jácome, el extensionista, nos había traído hasta aquí, al corazón del sistema comercial de alimentos del país, pero nos dejó un rato con Anita Quille, una de las mujeres líderes de la asociación. Cuando un funcionario local se acercó a preguntarnos por qué estábamos allí con una cámara grande, doña Anita se adelantó y le miró a los ojos. Habló con suavidad, pero con firmeza, con un tono de voz seguro de sí misma, explicando quiénes éramos, y que estábamos allí haciendo un video sobre los agricultores locales, y los mercados.

Toda la organización, el entrenamiento y las clases de actuación sobre asertividad habían dado sus frutos.

Previamente en el blog de Agro-Insight

Marketing as a performance

When local authorities support agroecology

Vea el video

Creando ferias agroecológicas

Agradecimientos

Gracias a Fernando Jácome y Paul Van Mele por sus valiosos comentarios sobre una versión previa de este blog.

Design by Olean webdesign