WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

The times they are a changing April 17th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Talking with my neighbour farmers in Belgium, they all wonder how they will manage this year, as the cost of chemical fertilizers has risen by 500%. They now pay 1 Euro per kilogram of fertilizer. The recent Russian invasion of Ukraine will have serious consequences on the global food supply as Russia is the world’s top exporter of nitrogen fertilizers and the second leading supplier of both potassic and phosphorous fertilizers. While farmers across the globe are known to be creative and adaptive, the changes required in the near future will be of a scale unseen before. The spike in fuel and fertilizer prices may be a fundamental trigger.

In Belgium, 2018 and 2019 were extremely hot and dry. While some farmers thought it was necessary to start looking into growing other crops, most farmers pumped up more groundwater to irrigate their maize or pasture to feed their animals, even with signs of depleting groundwater reserves, which also affected the vitality and survival of trees.

The covid crisis during the following two years affected global trade and made everyone in the food sector realize how much we have become dependent on imports, be it for food, feed or materials needed to process and package food. To be less dependent on soya bean imports, many farmers in Belgium started to grow their own legume fodder like lucerne, a shift promoted by European policies.

While an acute crisis often makes people see things more clearly, some changes in our environment have been unnoticed to the public for decades; only now alarm bells are starting to go off. The long-term use of agrochemicals in monocrop farming has had a devastating effect on our biodiversity. In the beekeepers’ association of my eldest brother Wim in Flanders, in northern Belgium, all members, including those who had spent a lifetime caring for bees, reported that 3 out of 4 colonies died last winter. Jos Kerkhofs, my beekeeper friend in Erpekom in eastern Belgium where I live, told me the same trend is seen among the members of his association. While local honey has become a rare commodity this time of the year, the wider consequences on society are seriously worrying, as 84% of our crop species depend on honey bees and wild pollinators.

All above examples are what one refers to as external costs. An external cost is a cost not included in the market price of the goods and services being produced, or a cost that is not borne by those who create it. We have been pushing our economies beyond what our planet can cope with, beyond the so-called planetary boundaries. And as we start to realize, the external costs of climate change, depleting natural resources such as groundwater and loss of biodiversity will need to be paid by society.

Media plays a big role in sensitising people about these matters. In Belgium, the number of radio programmes and news items on these matters has sharply risen the last few months. Recently, a spokesperson from the food industry said that 3 out of 5 of the main food companies considered closing their doors. Because of the rising fuel prices and costs of raw materials, they were unable to continue providing food to supermarkets at the same rock bottom prices. Unless supermarkets showed some flexibility and are ready to pay more, food companies will go bankrupt.

Is this the era when cheap food will come to an end because it is no longer feasible to ignore the external costs? It definitely forces policy-makers, farmers and others in the food system to make drastic decisions and increasingly embrace natural farming, organic farming, home gardening, short food supply chains, and less processed food, all with full attention to caring for our environment and for our farmers. For sure, the sharp rise in costs of chemical fertilizer and other supplies will encourage more farmers across the globe to experiment with organic and ecological alternatives, like biofertilizers, organic growth promoters, intercropping, cover crops and mulch.

Related Agro-Insight blogs

Stuck in the middle

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Reviving soils

Soil for a living planet

Out of space

Ignoring signs from nature

Home delivery of organic produce

When local authorities support agroecology

Watch the videos on Access Agriculture

Human urine as fertilizer

Turning fish waste into fertiliser

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Organic growth promoter for crops

Healthier crops with good micro-organisms

Good microbes for plants and soil

Coir pith

The wonder of earthworms

Making a vermicompost bed

Vermiwash: an organic tonic for crops

Mulch for a better soil and crop

Compost from rice straw

 

De tijden veranderen

Als ik met mijn buurboeren in BelgiĂ« praat, vragen zij zich allemaal af hoe zij het dit jaar zullen redden, nu de kosten van kunstmest met 500% zijn gestegen. Ze betalen nu 1 euro per kilo kunstmest. De recente Russische inval in OekraĂŻne zal ernstige gevolgen hebben voor de mondiale voedselvoorziening, aangezien Rusland ‘s werelds grootste exporteur van stikstofhoudende meststoffen is en de op Ă©Ă©n na grootste leverancier van zowel kaliumhoudende als fosforhoudende meststoffen. Hoewel landbouwers over de hele wereld bekend staan om hun creativiteit en aanpassingsvermogen, zullen de veranderingen die in de nabije toekomst nodig zullen zijn, van een nooit eerder geziene omvang zijn. De sterke stijging van de brandstof- en meststofprijzen kan een fundamentele trigger zijn.

In België waren 2018 en 2019 extreem warm en droog. Terwijl sommige boeren het nodig vonden om te gaan kijken naar het verbouwen van andere gewassen, pompten de meeste boeren meer grondwater op om hun maïs of grasland te irrigeren om hun dieren te voeden, zelfs met tekenen van uitputting van de grondwaterreserves, wat ook de vitaliteit en het overleven van bomen aantastte.

De covid crisis in de daaropvolgende twee jaar beïnvloedde de wereldhandel en deed iedereen in de voedingssector beseffen hoezeer we afhankelijk zijn geworden van invoer, of het nu gaat om voedsel, diervoeder of materialen die nodig zijn om voedsel te verwerken en te verpakken. Om minder afhankelijk te zijn van de invoer van sojabonen, zijn veel boeren in België begonnen met het verbouwen van hun eigen vlinderbloemige voedergewassen zoals luzerne, een verschuiving die werd gestimuleerd door Europees beleid.

Terwijl een acute crisis de mensen vaak dingen duidelijker doet inzien, zijn sommige veranderingen in ons milieu decennialang onopgemerkt gebleven voor het publiek; nu pas beginnen de alarmbellen te rinkelen. Het langdurige gebruik van landbouwchemicaliën in de landbouw met monoculturen heeft een verwoestend effect gehad op onze biodiversiteit. In de imkervereniging van mijn oudste broer Wim in Vlaanderen, in het noorden van België, meldden alle leden, ook zij die hun hele leven voor bijen hadden gezorgd, dat 3 van de 4 kolonies vorige winter waren gestorven. Jos Kerkhofs, mijn bevriende imker in Erpekom in Oost-België, waar ik woon, vertelde me dat dezelfde tendens wordt waargenomen bij de leden van zijn vereniging. Terwijl lokale honing in deze tijd van het jaar een schaars goed is geworden, zijn de bredere gevolgen voor de samenleving ernstig zorgwekkend, aangezien 84% van onze gewassen afhankelijk is van bijen en wilde bestuivers.

Alle bovenstaande voorbeelden zijn wat men noemt externe kosten. Externe kosten zijn kosten die niet zijn opgenomen in de marktprijs van de geproduceerde goederen en diensten, of kosten die niet worden gedragen door degenen die ze veroorzaken. Wij hebben onze economieën verder gedreven dan wat onze planeet aankan, voorbij de zogenaamde planetaire grenzen. En naarmate we ons dat beginnen te realiseren, zullen de externe kosten van de klimaatverandering, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen zoals grondwater en het verlies van biodiversiteit door de samenleving moeten worden betaald.

De media spelen een grote rol bij het sensibiliseren van mensen over deze zaken. In BelgiĂ« is het aantal radioprogramma’s en nieuwsberichten over deze kwesties de laatste maanden sterk toegenomen. Onlangs zei een woordvoerder van de voedingsindustrie dat 3 van de 5 belangrijkste voedingsbedrijven overwegen hun deuren te sluiten. Door de stijgende brandstofprijzen en grondstofkosten konden zij niet tegen dezelfde bodemprijzen levensmiddelen aan de supermarkten blijven leveren. Tenzij de supermarkten enige flexibiliteit aan de dag leggen en bereid zijn meer te betalen, zullen de levensmiddelenbedrijven failliet gaan.

Is dit het tijdperk waarin goedkoop voedsel tot een einde zal komen omdat het niet langer haalbaar is de externe kosten te negeren? Het dwingt beleidsmakers, boeren en anderen in het voedselsysteem zeker om drastische beslissingen te nemen en steeds meer te kiezen voor natuurlijke landbouw, biologische landbouw, moestuinieren, korte voedselvoorzieningsketens en minder bewerkt voedsel, allemaal met de volle aandacht voor de zorg voor ons milieu en voor onze boeren. Zeker is dat de sterk stijgende kosten van kunstmest en andere benodigdheden meer boeren over de hele wereld zullen aanmoedigen om te experimenteren met biologische en ecologische alternatieven, zoals bio-meststoffen, biologische groeistimulatoren, intercropping, bodembedekkers en mulch.

Ignoring signs from nature January 23rd, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Ignoring signs from nature

An eye-opening book by Mark Kurlansky helps readers to reflect on current societal choices by diving into the history of a topic that may at first seem uninspiring, the cod.

For more than a thousand years Europeans have fished in remote waters, thousands of kilometres from their homeland. Conflicts between nations over fishing have an equally long and dynamic history. Until the last century, rules and regulations in the industry only aimed at securing and protecting trade (and therefore political power), never on protecting the carrying capacity of our natural system.

The North Atlantic Cod, which is a fish that lives on the bottom of the ocean, was typically caught with fishing lines, and overfishing was never at stake, or at least not until last century.

Already by the 13th century, merchants from northern Germany organised trade across Europe through their Hanseatic League. Gradually, they expanded fishing regulations in the northern waters of the Atlantic, from the Baltic Sea all the way to Iceland. Even as relations between nations shifted over the centuries, the Basques in northern Spain and southwest France were little bothered by these rules. They caught whales and cod, mainly for the Mediterranean market, while avoiding fishing grounds where other nations were active.

As early as the year 1000, the Basques had greatly expanded the international cod trade. While they had the advantage of being able to dry sea salt by evaporation, something countries further north were not able to do, they were also remarkable ship builders. Some 500 years before Columbus, the Basques were already fishing the world’s richest cod grounds along the coast of Canada, in the waters now called the Grand Banks. While other countries were keen to claim the discovery of new lands, the Basques were pragmatic traders and preferred to keep their fishing ground secret for as long as possible.

But when there are riches to harvest, secrets get out sooner or later. The 16th century gold rush to the southern part of the Americas was soon followed by the cod rush to the northern part, at first by Portugal and Spain, later also by the English, French, Dutch and Scandinavians. Access to salt to preserve fish for the trip home became a necessity as sailors explored fishing grounds across the Atlantic. (The wars fought over salt and its role in the fish and other trade are described in Kurlansky’s other inspiring book, Salt.)

In an address to the International Fisheries Exhibition in London in 1883, British scientific philosopher Thomas Henry Huxley used Darwin’s theory to convince the world that over-fishing was an unscientific and unreasonable fear. Nature would send signals as fish stocks dropped. The bountiful harvests in the northwest Atlantic gave a false impression that cod could never be extinguished, notwithstanding the observations of fishermen. This blind belief in the ability of nature to cope with human interference and the arrogant attitude to dismiss local knowledge would be reflected in Canadian government policy for the next hundred years.

While discoveries such as the telegraph allowed fishermen to learn about market prices and receive warnings about storms, fishing vessels and methods also started to change, enabling greater catches year after year.

In fact, by the 1890s, just ten years after Huxley gave his convincing speech to world leaders, fish stocks were already showing signs of depletion in the North Sea. People turned a blind eye. Instead of thinking about conservation, European fleets moved on to richer waters around Iceland. As traditional fishing with fish lines had been replaced by trawlers, nets that sweep the ocean floor entangled any fish it encountered with devastating effect on ocean biodiversity. Trawlers require more energy than the muscles of seafarers can provide, so the new ships were made possible by the introduction of the steam engine.

In Canada, the fishing grounds of the Grand Banks were at first still spared from these technological developments partly because Canadian fishermen stuck to their traditional fishing lines which required far less investment. And because the expense of using coal discouraged the European fleets from crossing the Atlantic. But it was just matters of years. Coal was soon replaced by diesel and industrial fishing boats began trawling for cod.

Capture of the Atlantic northwest cod stock in million tonnes

In the 1950s, the frozen fish stick dealt a final blow to the seemingly endless cod stocks. The breaded, tasteless fish sticks in cardboard boxes became an instant commercial success, making it “a pleasure for families to prepare, serve and eat” according to one of the adverts of that time. This change in consumption behaviour led to such a sharp increase in unsustainable fishing practices that the cod stock completely collapsed in the 1990s.

We are currently facing tremendous challenges such as climate change and loss of biodiversity, because of the way we produce and consume our food. How many more signs do we need from nature before we start to take proper decisions? Debate is all well and good, unless one side is simply wrong. Environmental arguments should not continue until human greed causes natural disaster.

Credit

Photo of cod: © Gilbert Van Ryckevorsel / WWF-Canada.

Time series for the collapse of the Atlantic northwest cod stock, capture in million tonnes. Based on FishStat database FAO. Copyright by Epipelagic under Creative Commons license CC BY-SA 3.0.

Further reading 

Mark Kurlansky. 1999. Cod. A Biography of the Fish that Changed the World. Vintage: ‎ Random House UK, 304 pp.

Related Agro-Insight blogs

A history worth its salt

Fishing changes

When the bees hit a brick wall

From Uniformity to Diversity

 

Signalen van de natuur negeren

Mark Kurlansky heeft een boek geschreven dat de lezer helpt na te denken over de huidige maatschappelijke keuzes, door in de geschiedenis te duiken van een onderwerp dat op het eerste gezicht misschien weinig inspirerend lijkt: de kabeljauw.

Al meer dan duizend jaar vissen Europeanen in afgelegen wateren, duizenden kilometers van hun vaderland. Conflicten tussen naties over de visserij hebben een even lange en dynamische geschiedenis. Tot in de vorige eeuw waren de regels en voorschriften in de sector uitsluitend gericht op het veiligstellen en beschermen van de handel (en dus van de politieke macht), nooit op het beschermen van de draagkracht van ons natuurlijk systeem.

De Noord-Atlantische kabeljauw, een vis die op de bodem van de oceaan leeft, werd meestal gevangen met vislijnen, en overbevissing was nooit aan de orde, althans niet tot in de vorige eeuw.

Reeds in de 13e eeuw organiseerden kooplieden uit Noord-Duitsland via hun Hanzesteden de handel in heel Europa. Geleidelijk aan breidden zij de visserijvoorschriften in de noordelijke wateren van de Atlantische Oceaan uit, van de Oostzee helemaal tot IJsland. Zelfs toen de betrekkingen tussen de naties in de loop der eeuwen veranderden, hadden de Basken in Noord-Spanje en Zuidwest-Frankrijk weinig last van deze regels. Zij vingen walvissen en kabeljauw, hoofdzakelijk voor de mediterrane markt, en vermeden visgronden waar andere naties actief waren.

Reeds in het jaar 1000 hadden de Basken de internationale kabeljauwhandel sterk uitgebreid. Terwijl zij het voordeel hadden dat zij zeezout konden drogen door verdamping, iets waartoe landen verder naar het noorden niet in staat waren, waren zij ook opmerkelijke scheepsbouwers. Ongeveer 500 jaar vóór Columbus visten de Basken reeds op ‘s werelds rijkste kabeljauwgronden langs de kust van Canada, in de wateren die nu de Grand Banks worden genoemd. Terwijl andere landen graag de ontdekking van nieuwe landen opeisten, waren de Basken pragmatische handelaars en hielden zij hun visgronden liever zo lang mogelijk geheim.

Maar als er rijkdommen te oogsten zijn, komen geheimen vroeg of laat aan het licht. De 16e-eeuwse goudkoorts naar het zuidelijke deel van Amerika werd al snel gevolgd door de kabeljauwkoorts naar het noordelijke deel, eerst door Portugal en Spanje, later ook door de Engelsen, Fransen, Nederlanders en ScandinaviĂ«rs. Zout om de vis te bewaren voor de thuisreis werd een noodzaak toen de zeelieden de visgronden aan de overzijde van de Atlantische Oceaan verkenden. (De oorlogen die om zout werden uitgevochten en de rol die zout speelde in de handel in vis en andere producten worden beschreven in Kurlansky’s andere inspirerende boek, Salt).

In een toespraak tot de Internationale Visserij Tentoonstelling in Londen in 1883, gebruikte de Britse wetenschappelijke filosoof Thomas Henry Huxley de theorie van Darwin om de wereld ervan te overtuigen dat overbevissing een onwetenschappelijke en onredelijke angst was. De natuur zou signalen afgeven als de visbestanden afnamen. De overvloedige oogsten in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan wekten de valse indruk dat de kabeljauw nooit zou kunnen uitsterven, niettegenstaande de waarnemingen van de vissers. Dit blinde geloof in het vermogen van de natuur om met menselijke verstoringen om te gaan en de arrogante houding om plaatselijke kennis terzijde te schuiven, zouden de volgende honderd jaar hun weerslag vinden in het Canadese regeringsbeleid.

In feite vertoonden de visbestanden in de Noordzee in de jaren 1890, slechts tien jaar nadat Huxley zijn overtuigende toespraak voor de wereldleiders had gehouden, reeds tekenen van uitputting. Iedereen kneep een oogje dicht. In plaats van na te denken over natuurbehoud, verplaatsten de Europese vloten zich naar rijkere wateren rond IJsland. De traditionele visvangst met vislijnen was inmiddels vervangen door boten met sleepnetten die de oceaanbodem schoonvegen en alle vis verstrikken die ze tegenkomen, met verwoestende gevolgen voor de biodiversiteit in de oceanen.

In Canada bleven de visgronden van de Grand Banks aanvankelijk nog gespaard van deze technologische ontwikkelingen, deels omdat de Canadese vissers vasthielden aan hun traditionele vislijnen die veel minder investeringen vergden. En omdat de kosten van het gebruik van steenkool de Europese vloten ervan weerhielden de Atlantische Oceaan over te steken. Maar het was slechts een kwestie van jaren. Steenkool werd al snel vervangen door diesel en industriële vissersboten begonnen met de sleepnetvisserij op kabeljauw.

Vangst van noordwest Atlantische kabeljauw in millioen ton

In de jaren 1950 deelde de bevroren visstick een laatste klap uit aan de schijnbaar eindeloze kabeljauwbestanden. De gepaneerde, smaakloze vissticks in kartonnen dozen werden een onmiddellijk commercieel succes, waardoor het “voor gezinnen een plezier werd om te bereiden, op te dienen en te eten” volgens een van de advertenties uit die tijd. Deze verandering in het consumptiegedrag leidde tot zo’n sterke toename van niet-duurzame visserijpraktijken dat het kabeljauwbestand in de jaren negentig volledig instortte.

Door de manier waarop wij ons voedsel produceren en consumeren, staan wij momenteel voor enorme uitdagingen, zoals de klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit. Hoeveel signalen van de natuur hebben we nog nodig voordat we de juiste beslissingen gaan nemen? Debatteren is allemaal goed en wel, tenzij Ă©Ă©n partij het gewoon bij het verkeerde eind heeft. De milieudiscussie moet niet worden voortgezet tot de hebzucht van de mens een natuurramp veroorzaakt.

Experimenting with intercrops November 28th, 2021 by

Nederlandse versie hieronder

For thousands of years, farmers have been mixing crops in their fields to meet the diverse needs of their families and to reduce the risk of crop failure. But to know which crops combine well with each other is not an easy matter, and often requires some experimentation to find out what works best for you, as I found out this year in our home garden.

Three years ago, when we moved into our renovated house in Peer, Belgium, we established a raised garden bed from partially rotted woody material and plant debris topped with compost and soil. As this so-called hĂŒgelkultur is a great way to keep the soil fertile and moist, we figured this was a good way for us to grow plants without the need for watering them, especially as we are often away from home for several weeks to produce training videos with farmers.

As with many people, Covid has kept us grounded for the past two years. Without international travels we decided we should spend more time growing our own food.

On our 10 meters long, 2 meters wide and 1.5-meter-high bed, my wife Marcella has been growing a diversity of herbs, spices, vegetables and sweet maize. While we tried to anticipate which plants would prefer to grow where exactly on the bed (on the lower end or on top, on the south or north-facing side, in partial shade of the nearby goat willow or in full sunlight), this was clearly something that needed us to try out and observe as we went along.

Last winter, I decided to establish three new raised beds, each aligned north-south and 1.5 meters apart. On one bed I would grow goose berries, blue honeysuckle and red currant; the middle bed would be for my red and yellow raspberries and on the bed closest to the little forest, I would grow a few varieties of blackberries. Unlike with annual plants which you can put in a different location each season, deciding on where to plant which shrub and which variety took some careful thinking. One needs to take into account the plant’s architecture, how vigorous it grows, how it copes with strong winds and what level of shade it tolerates.

Having planted all my shrubs, I felt we could do a little more. Leaving the soil bare while the shrubs were still young did not seem like a good idea. I still had some strawberry plants that I wanted to give a new location. The fast-growing raspberries would soon crowd out my strawberries. And strawberries do not  thrive well in shade, so I decided to plant them on the first bed.

A few months later, in the spring, Marcella thought that her tomato seedlings that she had raised in the warmth of the house were ready for transplanting. Again, we brainstormed around the kitchen table where best we could plant them. “Tomato plants have deep roots and tomatoes need a lot of sun, so let us plant them in between our strawberry plants,” I suggested. To keep the mature tomato plants from shading out the newly planted berry shrubs, we planted them on the north side of the shrubs.

Friends and family said it would not work: growing tomatoes outdoors is asking for trouble, as the tomatoes would rot before they ripen. This may have been true with our traditional wet summers, but given the changing climate I figured it could work. After all, we didn’t have a choice as we don’t have a greenhouse.

One day, I was discussing with Bram Moeskops who manages the Organic Farm Knowledge platform for IFOAM Organics Europe. While he was giving me a virtual guided tour on their excellent platform, it was a real coincidence that he showed me one particular factsheet:

“On this factsheet,” Bram explained, “we show a new technology that we are trying to promote, namely tomato-strawberry intercropping. As the strawberries provide a living mulch, it avoids splashing rainwater to get on the tomato plants”. This was a great new insight. This added benefit hadn’t occurred to me even though

I knew that spores of various soil fungi are typically spread by splashing rain and cause tomato diseases.

Our tomato plants thrived, and surprised every visitor. After three years of extremely warm and dry summers, this year turned out to be the opposite. And in the end, months of high humidity also affected our plants. It was of some comfort to hear that all gardeners had faced the same problem, even those with greenhouses.

As our climate is changing, we will need to continue to experiment with cropping patterns. And the more we learn the better. Experimenting with permanent crops can take years, so it will be all the more important to share the results widely. Innovative platforms such as the Organic Farm Knowledge platform and the Access Agriculture video platform offers great ideas and needed scientific insights to help us make better decisions.

Related Agro-Insight blogs

Experiments with trees

Repurposing farm machinery

From Uniformity to Diversity

The rules and the players

Inspiring knowledge platforms

The Organic Farm Knowledge platform: https://organic-farmknowledge.org contains a wide range of tools and resources about organic agriculture in Europe.

Access Agriculture: https://www.accessagriculture.org is a specialised video platform with freely downloadable training videos on ecological farming with a focus on the Global South.

EcoAgtube: https://www.ecoagtube.org is the alternative to Youtube where anyone from across the globe can upload their own videos related to ecological farming and circular economy.

 

Experimenteren met mengteelten

Al duizenden jaren mengen boeren gewassen op hun akkers om te voorzien in de uiteenlopende behoeften van hun gezinnen en om het risico op mislukte oogsten te verkleinen. Maar weten welke gewassen goed met elkaar combineren is geen eenvoudige zaak en vereist vaak wat experimenteren om uit te zoeken wat voor jou het beste werkt, zoals ik dit jaar in onze eigen tuin ontdekte.

Drie jaar geleden, toen we verhuisden naar ons gerenoveerde huis in Peer, BelgiĂ«, hebben we een verhoogd tuinbed aangelegd van gedeeltelijk verrot houtmateriaal en plantenresten, aangevuld met compost en aarde. Aangezien deze zogenaamde hĂŒgelbedden de grond vruchtbaar en vochtig houden, vonden we dit een goede manier om planten te kweken zonder dat we ze water hoefden te geven, vooral omdat we vaak enkele weken van huis zijn om trainingsvideo’s met boeren te maken.

Zoals bij veel mensen heeft Covid ons de afgelopen twee jaar met beide voeten op de grond gehouden. Zonder internationale reizen besloten we dat we meer tijd moesten besteden aan het verbouwen van ons eigen voedsel.

Op ons 10 meter lange, 2 meter brede en 1,5 meter hoge hĂŒgelbed, heeft mijn vrouw Marcella een verscheidenheid aan kruiden, specerijen, groenten en zoete maĂŻs gekweekt. Hoewel we probeerden in te schatten welke planten waar precies op het bed het liefst zouden groeien (onderaan of bovenaan, op het zuiden of op het noorden, in de halfschaduw van de nabijgelegen boswilg of in het volle zonlicht), was dit duidelijk iets dat we moesten uitproberen en gaandeweg observeren.

Afgelopen winter besloot ik drie nieuwe verhoogde bedden aan te leggen, elk noord-zuid gericht en 1,5 meter uit elkaar. Op het ene bed zou ik kruisbessen, honingbes en rode bes telen; het middelste bed zou bestemd zijn voor mijn rode en gele frambozen en op het bed dat het dichtst bij het bosje lag, zou ik een paar bramensoorten telen. Anders dan bij eenjarige planten, die je elk seizoen op een andere plaats kunt zetten, moet je goed nadenken over waar je welke struik en welk ras wilt planten. Je moet rekening houden met de architectuur van de plant, hoe sterk hij groeit, hoe hij tegen sterke wind kan en hoeveel schaduw hij verdraagt.

Nadat ik al mijn struiken had geplant, vond ik dat we nog wel wat meer konden doen. De grond kaal laten terwijl de struiken nog jong waren, leek me geen goed idee. Ik had nog een paar aardbeiplanten die ik een nieuwe plek wilde geven. De snelgroeiende frambozen zouden mijn aardbeien snel verdringen. En aardbeien gedijen niet goed in de schaduw, dus besloot ik ze op het eerste bed te planten.

In de lente, brainstormden we rond de keukentafel waar we het beste onze tomatenzaailingen konden uitplanten. “Tomatenplanten hebben diepe wortels en tomaten hebben veel zon nodig, dus laten we ze tussen onze aardbeienplanten planten,” stelde ik voor. Om te voorkomen dat de volgroeide tomatenplanten de pas geplante bessenstruiken in de schaduw zouden stellen, plantten we ze aan de noordkant van de struiken.

Vrienden en familie zeiden dat dit niet zou werken: tomaten in de openlucht kweken is vragen om problemen, omdat de tomaten zouden rotten voordat ze rijp waren. Dat was misschien waar met onze traditionele natte zomers, maar gezien het veranderende klimaat dacht ik dat het zou kunnen werken. We hadden tenslotte geen keus, want we hebben geen serre.

Op een dag was ik in gesprek met Bram Moeskops, die het platform voor biologische landbouwkennis van IFOAM Organics Europe beheert. Terwijl hij me een virtuele rondleiding gaf op hun uitstekende platform, was het een echt toeval dat hij me Ă©Ă©n specifieke factsheet liet zien:

“Op deze factsheet,” legde Bram uit, “laten we een nieuwe technologie zien die we proberen te promoten, namelijk de tomaat-aardbei mengteelt. Omdat de aardbeien een levende mulch vormen, wordt vermeden dat opspattend regenwater op de tomatenplanten terechtkomt”. Dit was een geweldig nieuw inzicht. Dit extra voordeel was niet bij me opgekomen, hoewel ik wist dat sporen van verschillende bodemschimmels gewoonlijk worden verspreid door opspattend regenwater en alzo tomatenziektes veroorzaken.

Onze tomatenplanten floreerden, en verrasten iedere bezoeker. Na drie jaren van extreem warme en droge zomers, was dit jaar het tegenovergestelde. En jammer genoeg hebben de maanden van hoge vochtigheid uiteindelijk ook onze planten aangetast. Het was een troost te horen dat alle tuiniers met hetzelfde probleem te kampen hadden gehad, zelfs die met serres.

Aangezien ons klimaat verandert, zullen we moeten blijven experimenteren met teeltpatronen. En hoe meer we leren, hoe beter. Experimenteren met blijvende teelten kan jaren duren, dus is het des te belangrijker om de resultaten op grote schaal te delen. Innovatieve platforms zoals het platform Organic Farm Knowledge en het videoplatform Access Agriculture bieden goede ideeën en de nodige wetenschappelijke inzichten om ons te helpen betere beslissingen te nemen.

Inspirerende kennisplatformen

The Organic Farm Knowledge platform: https://organic-farmknowledge.org met informatie over biolandbouw in Europe.

Access Agriculture: https://www.accessagriculture.org  is een gespecialiseerd videoplatform met gratis te downloaden opleidingsvideo’s over ecologische landbouw met een focus op het Zuiden.

A market to nurture local food culture October 3rd, 2021 by

Nederlandse versie hieronder

Last week, I wrote about what can happen when local authorities support local food producers. La Tablée was a one-off event to inform and build a relationship with urban consumers, but there can also be more formal ways of supporting local producers.

Every city in Europe and many other places has its fresh market, with food being brought in by traders and occasionally some farmers. The food being sold can come from anywhere. Not so, in Rennes. This historic capital of Brittany in France has taken a bold decision to promote local food as much as possible.

On Saturday mornings, people flood to the Marché des Lices, happily strolling in, on the many narrow cobblestone streets, like bees drawn to a field of flowers. My wife Marcella and I immediately realize that this is not like any other fresh market.

The diversity of produce is striking. We see market stalls with plenty of leafy vegetables and fresh herbs; others sell homemade pear and apple juice, along with cider, a traditional fermented apple beverage that is currently enjoying an amazing revival. For decades, cider had lost popularity because it could not compete against the strong marketing campaigns of the wine and beer industry. Now, this tart, fruity drink is served in every bar and restaurant. Here, in the Rennes market, a bubbly cider that will pop the cork out of the bottle is presented with a certain prestige, as if it were champagne.

There is a great atmosphere and many people have a quick chat with the person selling the produce, whether it is cheese, a diversity of fish and other seafood, freshly chopped meat, mushrooms and other fungi, walnuts, fruit or vegetables.

One stand catches my eye. I take a closer look at one of the breads on display and ask the man what it is made of. “Buckwheat,” he says, “this is grown locally and contains no gluten in case you are allergic. You can keep the bread for days without it going stale.” We buy a chunk of this dark bread, which he wraps in paper. Despite the word “wheat” in its name, buckwheat is not a cereal but it is a seed. Buckwheat is related to rhubarb, and it is rich in fibre and proteins.

Buckwheat grows on light, well-drained soils, and has also been a traditional crop where we live in Limburg, in northeast Belgium, but I had never seen bread made from it. On special occasions and in a few restaurants one can eat buckwheat pancakes in Belgium, but in this part of France, it is on every single menu, presented as a local specialty. During the week that we spent in Rennes we discover various restaurants that sell uniquely buckwheat pancakes, often served with a jar of cider.

Before we leave the market, we pass through a narrow street lined on both sides with food trucks. All of them serve buckwheat pancakes. There is the option to add a sausage, with mustard or another sauce, rolled up and eaten like a hot dog. It strikes us that the least flashy food truck has the longest cue. It is the only one that serves galettes made from organic buckwheat!

Later on, I learn that during the Covid crisis local producers were being pushed out from the market by middlemen and that the Rennes city council committed to changes after Olivier Marie, a respected Breton culinary journalist, made a case to boost the presence of local farmers and artisans and curb unethical merchants!

Because farmers can sell so much of their produce at this weekly market, it seems to give them enough added income to stay in farming.

Local authorities can stimulate local food production and local food processing by creating a favourable market environment. Overly rigid food regulations, as we have in Belgium, do not leave any space for such initiatives that allow local food culture to flourish. It is time we take a better look across our borders and learn from inspiring examples across the globe.

Related Agro-Insight blogs

La Tablée

The baker farmers

Better food for better farming

Marketing something nice

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

The juice mobile

Formerly known as food

Forgotten vegetables

Not sold in stores

An exit strategy

 

Een markt om de lokale voedselcultuur te stimuleren

Vorige week schreef ik over wat er kan gebeuren als lokale overheden lokale voedselproducenten ondersteunen. La Tablée was een eenmalig evenement om de stedelijke consument te informeren en een relatie tussen hem en de boeren uit de streek op te bouwen, maar er kunnen ook formelere manieren zijn om lokale producenten te ondersteunen.

Elke stad in Europa heeft hun vers-markt, waar voedsel wordt aangevoerd door handelaars en af en toe enkele boeren. Het verkochte voedsel kan overal vandaan komen. Niet zo in Rennes. Deze historische hoofdstad van Bretagne in Frankrijk heeft een moedig besluit genomen om lokale levensmiddelen zoveel mogelijk te promoten.

Op zaterdagochtend stromen de mensen naar de Marché des Lices, blij slenterend door de vele smalle geplaveide straatjes, als bijen aangetrokken door een veld vol bloemen. Mijn vrouw Marcella en ik beseffen onmiddellijk dat dit geen gewone vers-markt is.

De verscheidenheid aan producten is opvallend. We zien marktkraampjes met veel bladgroenten en verse kruiden; anderen verkopen zelfgemaakt peren- en appelsap, samen met cider, een traditionele gefermenteerde appeldrank die momenteel een verbazingwekkende revival beleeft. Decennialang had cider aan populariteit ingeboet omdat het niet kon opboksen tegen de sterke marketingcampagnes van de wijn- en bierindustrie. Nu wordt deze zure, fruitige drank in elke bar en elk restaurant geserveerd. Hier, op de markt van Rennes, wordt een bruisende cider die de kurk uit de fles laat springen, gepresenteerd met een zeker prestige, als ware het champagne.

Er heerst een gezellige sfeer en veel mensen maken snel een praatje met degene die de producten verkoopt, of het nu gaat om kaas, diverse soorten vis en andere zeevruchten, vers gehakt vlees, paddenstoelen en andere zwammen, walnoten, fruit of groenten.

EĂ©n kraam valt me op. Ik bekijk een van de uitgestalde broden van dichtbij en vraag de man waar het van gemaakt is. “Boekweit”, zegt hij, “dit wordt lokaal verbouwd en bevat geen gluten voor het geval je allergisch bent. Je kunt het brood dagenlang bewaren zonder dat het oudbakken wordt.” We kopen een brok van dit donkere brood, dat hij in papier wikkelt. Boekweit is geen graansoort maar een zaad. Boekweit is verwant aan rabarber, en het is rijk aan vezels en eiwitten.

Boekweit groeit op lichte, goed gedraineerde grond, en is ook een traditioneel gewas waar wij wonen in Limburg, in het noordoosten van België, maar ik had er nog nooit brood van zien maken. In België kan men bij speciale gelegenheden en in enkele restaurants boekweitpannenkoeken eten, maar in dit deel van Frankrijk staat het op elke menukaart, gepresenteerd als een plaatselijke specialiteit. Tijdens de week die we in Rennes doorbrachten, ontdekken we verschillende restaurants die uitsluitend boekweitpannenkoeken verkopen, vaak geserveerd met een kruik cider.

Voordat we de markt verlaten, komen we door een smal straatje dat aan beide kanten is afgezet met foodtrucks. Ze serveren allemaal boekweitpannenkoeken. Er kan een worstje bij, met mosterd of een andere saus, opgerold en gegeten als een hot dog. Het valt ons op dat de minst flitsende foodtruck de langste rij wachtenden heeft. Het is de enige die galettes van biologische boekweit serveert!

Later hoor ik dat tijdens de Covid-crisis lokale producenten door tussenhandelaren van de markt werden verdrongen en dat het stadsbestuur van Rennes veranderingen heeft toegezegd nadat Olivier Marie, een gerespecteerd Bretons culinair journalist, een pleidooi had gehouden om de aanwezigheid van lokale boeren en ambachtslieden te stimuleren en onethische handelaren aan banden te leggen!

Omdat de boeren op deze wekelijkse markt zoveel van hun producten kunnen verkopen, lijkt het erop dat dit hen genoeg extra inkomsten oplevert om in de landbouw te blijven.

Lokale overheden kunnen de lokale voedselproductie en lokale voedselverwerking stimuleren door een gunstig marktklimaat te scheppen. Een al te rigide voedselreglementering, zoals we die in België hebben, laat geen ruimte voor dergelijke initiatieven die de lokale voedselcultuur tot bloei laten komen. Het is tijd dat we eens wat meer voorbij onze grenzen kijken en leren van inspirerende voorbeelden over de hele wereld.

La Tablée September 26th, 2021 by

Nederlandse versie hieronder

The choice to eat healthy, organic food cannot be left to consumers alone. While organising farm visits to inform and build trust among consumers is important, too often such initiatives are left to individual farmers. But when this is coordinated at a higher level with multiple stakeholders, including local authorities, an amazing dynamism can be created, as I recently learned during a visit to France.

With my wife Marcella and colleagues from Access Agriculture, we decided to stay a few days longer in Rennes, after we attended the Organic World Congress in September 2021. Strolling through the historic city centre towards the old church of Saint George, we are pleasantly surprised to discover La Tablée (Table Guests), a festive open-air event on the grounds around the ruins where people are invited to taste local products laid out on long lines of picnic tables.

The TablĂ©e and various other events we attended were all organised by the collegial group created by those involved from the initial application of Rennes city to host the Organic World Congress. They called their group ‘Voyage to Organic Lands’.

After some friendly volunteers explained the concept, we took a seat and started to taste some of the apple juices, which are all delicious and remarkably distinct. Each bottle has a name printed on the bottle screw cap (Arthur, Lancelot, Merlin, Gauvain, Vivianne, Perceval and Excalibur). Before France was unified in 843 AD, Britain (la Grande Bretagne) and Brittany (la Petite Bretagne) had close ties and historians increasingly believe that the legend of the hero king Arthur and his brave knights have their roots in France, in the forests near Rennes. Perhaps French apple juice or cider was served at the round table.

When I heard someone speaking about apples over the loudspeakers, I realized that there was a live radio show taking place on one of the corners. Radio Rennes was interviewing the organic apple grower, Arnaud Lebrun. In full honesty, Arnaud explained how he started his career as a salesman for a pesticide company.

“After more than a decade, I began to see all the damage this was doing to the environment, and I could no longer find peace with myself. I decided to quit my job and make a 180-degree shift. My wife and I bought a neglected apple orchard with trees that were already 40 years old and we converted it into an organic apple orchard. We had to learn everything,” Arnaud explains live on air, “I did not even know how to drive a tractor.”

In the shade of an old oak tree, interviews went on all day long with local farmers and food producers. While we only stayed on for an hour or so, I could still hear Arnaud’s wife profess: “our customers truly appreciate all the products we make from our apples. What gives me the most satisfaction is to see the smiles on people’s faces.”

Brittany has the richest diversity of apple varieties in the country and a long tradition of producing cider and pomée, a thick sweet to spread on bread. Preparing the pomée is a community event that celebrates harvest, as the women clean the apples while men take turns all night long stirring the thickening pomade in a huge copper pot over a fire.

Another remarkable traditional product on the picnic tables is gwell, a creamy type of yoghurt made by fermenting raw milk from the pie noire, a breed of local cow that almost went extinct in the 1970s. Gwell is traditionally eaten with flat round buckwheat cakes (galette) or potatoes, and is an excellent ingredient for desserts.

As we are having a great culinary experience, Lisa and Olivier, the sympathetic local baker farmers whom we just got to know at the Organic World Congress, arrive and join our table. They brought with them some more fresh bread and other traditional goodies.

Small leaflets, each one with a little quiz, invite people to reflect on one particular aspect of making and eating food. This pleasant event brings consumers and producers closer to each other, and with the radio reaches a much wider audience.

For over 60 years, consumers have been influenced by marketeers to eat and drink over-processed foods, stripped of their nutrients. It will take time for people to switch from flavour-enhanced junk to real food. Through joint efforts between organic and biodynamic farmer associations, researchers, restaurant owners, as well as authorities from cities and regions, changing consumer behaviour towards healthy, natural food can become a continuous concerted effort.

As I learned that week in Rennes around the table, consumers and farmers need more than connections, they need to form communities, and a bit of fun can help.

Discover more

Voyage to Organic Lands / Voyage en Terre Bio: https://www.voyageenterrebio.org

Related Agro-Insight blogs

The baker farmers

Better food for better farming

Marketing something nice

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

The juice mobile

Formerly known as food

Forgotten vegetables

Not sold in stores

An exit strategy

 

De tafelgasten

De keuze om gezond, biologisch voedsel te eten kan niet alleen aan de consument worden overgelaten. Hoewel het belangrijk is boerderijbezoeken te organiseren om de consumenten te informeren en vertrouwen te wekken, worden dergelijke initiatieven maar al te vaak overgelaten aan individuele landbouwers. Maar wanneer dit op een hoger niveau wordt gecoördineerd met meerdere belanghebbenden, waaronder lokale overheden, kan een verbazingwekkende dynamiek ontstaan, zoals ik onlangs leerde in Frankrijk.

Met mijn vrouw Marcella en collega’s van onze vzw Access Agriculture besloten we een paar dagen langer in Rennes te blijven, nadat we in september 2021 het Organic World Congress hadden bijgewoond. Wandelend door het historische stadscentrum in de richting van de oude kerk Saint George, worden we aangenaam verrast als we La TablĂ©e (Tafelgasten) ontdekken, een feestelijk openluchtevenement op het terrein rond de ruĂŻne waar mensen worden uitgenodigd om lokale producten te proeven die op lange rijen picknicktafels zijn neergezet.

Nadat enkele vriendelijke vrijwilligers het concept hadden uitgelegd, namen we plaats en begonnen we met het proeven van enkele van de appelsappen, die allemaal heerlijk en opmerkelijk verschillend zijn. Op elk flesje staat een naam gedrukt op de schroefdop (Arthur, Lancelot, Merlijn, Gauvain, Vivianne, Perceval en Excalibur). Voordat Frankrijk in het jaar 843 werd verenigd, hadden Groot-Brittannië (la Grande Bretagne) en Bretagne (la Petite Bretagne) nauwe banden en historici geloven steeds meer dat de legende van koning Arthur en zijn dappere ridders hun wortels hebben in Frankrijk, in de bossen bij Rennes. Misschien werd er aan de ronde tafel wel Frans appelsap of cider geserveerd.

Toen ik iemand over appels hoorde praten via de luidsprekers, realiseerde ik me dat er een live radioprogramma aan de gang was op het terrein. Radio Rennes interviewde de biologische appelteler, Arnaud Lebrun. In alle eerlijkheid legde Arnaud uit hoe hij zijn carriĂšre was begonnen als verkoper bij een pesticidenbedrijf.

“Na meer dan tien jaar begon ik de schade aan het milieu in te zien, en ik kon geen vrede meer met mezelf vinden. Ik besloot mijn baan op te zeggen en een ommezwaai van 180 graden te maken. Mijn vrouw en ik kochten een verwaarloosde appelboomgaard met bomen die al 40 jaar oud waren en we bouwden die om tot een biologische appelboomgaard. We hebben alles moeten leren”, vertelt Arnaud live in de uitzending, “ik wist niet eens hoe ik een tractor moest besturen.”

In de schaduw van een oude eik gingen de interviews de hele dag door met lokale boeren en voedselproducenten. Hoewel we maar een uurtje aanhielden, kon ik Arnauds vrouw nog horen uitroepen: “onze klanten waarderen echt alle producten die we van onze appels maken. Wat mij de meeste voldoening geeft, is de glimlach op de gezichten van de mensen te zien.”

Bretagne heeft de rijkste verscheidenheid aan appelvariëteiten van het land en een lange traditie in de productie van cider en pomée, een dik snoepje om op brood te smeren. Het bereiden van de pomée is een gemeenschapsgebeuren dat de oogst viert, waarbij de vrouwen de appels schoonmaken terwijl de mannen om beurten de hele nacht lang de indikkende pomée in een enorme koperen pot boven een vuur roeren.

Een ander opmerkelijk traditioneel product op de picknicktafels is gwell, een romige soort yoghurt die wordt gemaakt door rauwe melk van de pie noire te laten gisten, een lokaal koeienras dat in de jaren zeventig bijna was uitgestorven. Gwell wordt traditioneel gegeten met platte ronde boekweitkoeken of aardappelen, en is een uitstekend ingrediënt voor desserts.

Terwijl we aan het genieten zijn van onze culinaire ervaring, komen Lisa en Olivier, de sympathieke lokale bakkers-boeren die we net hebben leren kennen op het Organic World Congress, aan onze tafel zitten. Ze hebben nog wat vers brood en andere traditionele lekkernijen bij zich.

Kleine folders, elk met een korte quiz, nodigen uit om na te denken over een bepaald aspect van het produceren en eten van voedsel. Dit gezellige evenement brengt consumenten en producenten dichter bij elkaar, en bereikt met de radio een veel breder publiek.

Al meer dan 60 jaar worden consumenten door marketeers beĂŻnvloed om overbewerkte voedingsmiddelen te eten en te drinken, ontdaan van hun voedingsstoffen. Het zal tijd vergen voordat de mensen overschakelen van smaakversterkende junk naar echt voedsel. Door gezamenlijke inspanningen van verenigingen van biologische en biodynamische landbouwers, onderzoekers, restauranthouders en autoriteiten van steden en regio’s kan het veranderen van het consumentengedrag in de richting van gezond, natuurlijk voedsel een continue gezamenlijke inspanning worden.

Die week in Rennes aan de tafel heb ik geleerd dat consumenten en boeren meer nodig hebben dan verbindingen, ze moeten gemeenschappen vormen, en een beetje plezier kan daarbij helpen.

Design by Olean webdesign