Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed

The cherry on the pie July 2nd, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Conserving traditional varieties for future generations is worthwhile, yet challenging, especially when it comes to fruit trees, as my wife Marcella and I learned on a recent visit to the castle of Alden Biezen, in Belgium, where for the 20th year a special ā€œCherryā€ event was organized.

On the inner court of the 16th-century castle, in the municipality of Bilzen in the province of Limburg, Belgium, various local organizations had installed information booths, on bee-keeping, the juice mobile and traditional fruit varieties.

Belgium wouldnā€™t be Belgium if there werenā€™t also stands where you could taste cherry beer and local delicacies, such as thick pancakes stuffed with cherries. Information boards along the pathway offered interesting stories, testimonials and in-depth knowledge of late and retired cherry farmers.

As the temperature that Sunday rose to 31 degrees Celsius, we were happy that the organisers had installed a temporary exhibition in one of the castle halls. It was amazing to see so many cherry varieties on display, from pale yellow to deep red and almost black. We also learned that the cherry stems, which we normally discard on the compost pile, have anti-inflammatory and other medicinal properties, when dried and used in tea.

The real highlight was the guided tour by Paul Van Laer, coordinator at the non-profit association the National Orchard Foundation (Nationale Boomgaardenstichting). On the sloping grounds of the castle, the association had planted several hectares of traditional varieties of cherry trees to conserve the genetic diversity as well as the knowledge to grow them. Already six years ago, we were so inspired by the work of the Foundation that we bought about 30 young trees of traditional apple, pear, plum and cherry varieties from them to plant at home in our pasture.

Standing on a typical ladder used to pick cherries, Paul passionately speaks to the visitors. With his life-long experience he can tell stories about every single variety. Encouraging citizens to plant traditional fruit tree varieties helps to ensure that the genetic diversity is conserved in as many different locations as possible. And it quickly dawns on us how important this strategy is.

Paul points to the field where tall-stemmed cherry trees were planted about 20 years ago. We are all shocked to see that most of the trees had died. ā€œWhen you plant tall-stemmed varieties, you can normally harvest cherries for the next 70 years,ā€ Paul explains, ā€œbut with the disturbed climate that we are witnessing the past decade, many trees cannot survive. We used to have more than 80 cherry varieties, but we are really struggling to keep them alive.ā€ Heat stress, droughts, floods and new pests that have arrived with the changing climate (and without their natural enemies), such as the Asian fruit fly (Drosophilla suzukii), have made it so that current commercial farmers only grow cherries under highly controlled environments.

One of the visitors is curious to know whether, given the many challenges, it is still worthwhile to plant a cherry tree in your garden. ā€œWhen you live away from commercial farm or orchards where lots of cherry trees are grown, there is less presence of the fruit fly. Also, if you only have a few fruit trees around your house, you can easily water them, if need be,ā€ says Paul. For the National Orchard Foundation, having people grow cherry trees back home may become increasingly important in the long run.

As cherry trees are affected by the disturbed climate, gardeners and smallholders who have space could plant a single tree. Not only it would contribute to conserve the genetic diversity, it will also give you some delicious cherries to put on your pie.

Related blogs

European deserts, coming soon

The juice mobile

Training trees

Ignoring signs from nature

When the bees hit a brick wall

A farm in the city


De kers op de taart

Het behoud van traditionele variĆ«teiten voor toekomstige generaties is de moeite waard, maar ook een uitdaging, vooral als het gaat om fruitbomen, zoals mijn vrouw Marcella en ik leerden tijdens een recent bezoek aan het kasteel van Alden Biezen, in BelgiĆ«, waar voor het 20e jaar een speciaal “Kersen” evenement werd georganiseerd.

Op het binnenplein van het 16e-eeuwse kasteel, in de gemeente Bilzen in de provincie Limburg, Belgiƫ, hadden verschillende lokale organisaties informatiestands ingericht, waaronder ƩƩn over bijenteelt, de sapmobiel en een stand over traditionele fruitsoorten.

Belgiƫ zou Belgiƫ niet zijn als er niet ook stands waren waar je kersenbier kon proeven en lokale lekkernijen, zoals dikke pannenkoeken gevuld met kersen. Informatieborden langs het pad boden interessante verhalen, getuigenissen en diepgaande kennis van overleden en gepensioneerde kersenboeren.

Omdat de temperatuur die zondag opliep tot 31 graden Celsius, waren we blij dat de organisatoren een tijdelijke tentoonstelling hadden ingericht in een van de kasteelzalen. Het was verbazingwekkend om zoveel kersensoorten te zien, van lichtgeel tot dieprood en bijna zwart. We leerden ook dat de kersenstengels, die we normaal gesproken op de composthoop gooien, ontstekingsremmende en andere geneeskrachtige eigenschappen hebben als ze gedroogd worden en in thee worden gebruikt.

Het echte hoogtepunt was de rondleiding door Paul Van Laer, coƶrdinator van de Nationale Boomgaardenstichting. Op het glooiende terrein van het kasteel had de vereniging verschillende hectaren met traditionele variĆ«teiten van kersenbomen geplant om de genetische diversiteit en de kennis om ze te kweken te behouden. Al zes jaar geleden waren we zo geĆÆnspireerd door het werk van de Nationale Boomgaardenstichting dat we ongeveer 30 jonge bomen van traditionele appel-, peren-, pruimen- en kersenrassen van hen kochten om thuis in ons weiland te planten.

Staande op een typische ladder die gebruikt wordt om kersen te plukken, staat Paul de bezoekers hartstochtelijk te woord. Met zijn levenslange ervaring kan hij verhalen vertellen over elke variƫteit. Burgers aanmoedigen om traditionele fruitboomvariƫteiten te planten helpt om de genetische diversiteit op zoveel mogelijk verschillende locaties te behouden. En het wordt ons al snel duidelijk hoe belangrijk deze strategie is.

Paul wijst naar het veld waar 20 jaar geleden hoogstam kersenbomen zijn geplant. We zijn allemaal geschokt als we zien dat de meeste bomen zijn doodgegaan. “Als je hoogstammige variĆ«teiten plant, kun je normaal gesproken de komende 70 jaar kersen oogsten,” legt Paul uit, “maar met het verstoorde klimaat van de afgelopen tien jaar kunnen veel bomen niet overleven. Vroeger hadden we meer dan 80 kersenvariĆ«teiten, maar we hebben echt moeite om ze in leven te houden.” Hittestress, droogte, overstromingen en nieuwe plagen die met het veranderende klimaat zijn gekomen (en zonder hun natuurlijke vijanden), zoals de Aziatische fruitvlieg (Drosophilla suzukii), hebben ervoor gezorgd dat de huidige commerciĆ«le boeren alleen kersen telen in zeer gecontroleerde omgevingen.

Een van de bezoekers is benieuwd of het, gezien de vele uitdagingen, nog steeds de moeite waard is om een kersenboom in je tuin te planten. “Als je niet in de buurt woont van commerciĆ«le boerderijen of boomgaarden waar veel kersenbomen worden gekweekt, is er minder aanwezigheid van de fruitvlieg. Als je maar een paar fruitbomen rond je huis hebt, kun je ze ook gemakkelijk water geven als dat nodig is,” zegt Paul. Voor de Nationale Boomgaarden Stichting kan het op de lange termijn steeds belangrijker worden om mensen thuis kersenbomen te laten kweken.

Omdat kersenbomen worden beĆÆnvloed door het verstoorde klimaat, zouden tuiniers en kleine boeren die ruimte hebben een enkele boom kunnen planten. Het zou niet alleen bijdragen aan het behoud van de genetische diversiteit, maar het zal je ook heerlijke kersen opleveren voor op je taart.

European deserts, coming soon June 11th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Not a single day passes without news of the increasing challenges farmers face in Europe and in much of the world. Rainfall has become more erratic and intense, and heatwaves are becoming the new normal. We should all be concerned about the speed at which climate change is affecting our planet. How we decide to live, what to eat, where to source our food, and how we spend our leisure time cut across all of society: agriculture, industry, tourism, transport, as well as urban planning and rural land use.

According to the main Spanish farmersā€™ association, the Coordinator of Farmersā€™ and Livestock Ownersā€™ Organizations (COAG), drought affects 60% of Spain’s countryside and has destroyed crops across 3.5 million hectares. This is more than double the farm land we have in Belgium and six times that of Flanders.

Three years of very low rainfall and high temperatures have put Spain officially into long-term drought. This year, losses are not limited to wheat, barley and maize, but also expected for nuts, orchards, vineyards, olives, sunflower and vegetable farming. As vegetation is scarce, bees are failing to make honey. Beekeepers are facing a third consecutive season without a harvest. According to a recent CNN article Disappearing lakes, dead crops and trucked-in water, these conditions point to a new reality for parts of Europe, which is warming twice as fast as the global average.

Farms are not the only places in trouble. Municipal water systems are dryer across much of southern Europe. In Italy, in April this year extreme drought was already affecting Lombardy and Piedmont, with 19 towns experiencing the highest level of shortage. Some places have already started receiving water in tanker trucks.

As it takes 15,000 litres of water to produce 1 kilogram of beef and 3,000 litres of water to produce 1 kilogram of cheese, it is no wonder that livestock farming is also at risk. After all, farmers need pasture to feed their animals. When a choice has to be made between ensuring drinking water for its citizens or irrigating pasture and crops to feed animals, governments usually favour cities over farms, but countries need both.

Often governments come up with short-term solutions, such as asking people to stop watering their lawns or washing their cars, instead of planning for long-term measures to conserve water. Different food and fodder crops (and combinations) need to be promoted; more trees and living hedges need to be planted in and around fields to reduce evaporation by the hot sun and dry winds. Above all, measures are needed to store more carbon in the soil.

Enabling citizens to have online access to real-time monitoring of the depth of the groundwater, a natural resource that is invisible, could help to sensitise all of us about the need to conserve water.Ā  Groundwater drops quickly due to continuous pumping yet rises only slowly as it is recharged by rainwater from the surface. While monitoring is needed, let us not be naĆÆve and think that when the groundwater table is recharged, households, industry and farming can go back to using water in an unlimited way. Already in rural Belgium, even though we had the wettest spring since records began to be kept in 1833, in the countryside we see many old oak trees suffering from the three previous years of water and heat stress.

In many European countries, agricultural lobby groups aggressively sustain their opinion that the livestock sector should not shrink in order to survive. With all that is happening, how long will they be able to continue taking such an unrealistic position? Animals can be properly fed with technologies that use water and fossil fuels more efficiently , but technological solutions also have their limitations. If lobby groups do not help their members to adapt, the climate will soon dictate what is possible and what is not. The changes we see in southern Europe should set off alarms in the north as well.

If we are unable to quickly and drastically curb greenhouse gas emissions and invest in an agriculture that helps to cool the planet, rather than deplete its natural resources, we will soon no longer need to fly to the Sahara to see a desert. Climate refugees will come from Southern Europe, and we will scratch our heads and wonder why many of our favourite food products are no longer available or affordable.


Bertelli, Michele. 2023. ‘No water, no life’: Drought threatens farmers and food in Italy. https://www.context.news/climate-risks/no-water-no-life-drought-threatens-farmers-and-food-in-italy

CNN. 2023. Disappearing lakes, dead crops and trucked-in water: Drought-stricken Spain is running dry. https://edition.cnn.com/2023/05/02/europe/spain-drought-catalonia-heat-wave-climate-intl/index.html

Related Agro-Insight blogs

The times they are a changing

Capturing carbon in our soils

Gabe Brown, agroecology on a commercial scale


Rotational grazing

Soil for a living planet

A revolution for our soil

Recovering from the quinoa boom

From soil fertility to cheese

Creativity of the commons

Killing the soil with chemicals (and bringing it back to life)

The nitrogen crisis

Farmer learning videos on adaptation to climate change

Improved pasture for fertile soil

Rotational grazing

Living windbreaks to protect the soil

Mulch for a better soil and crop

Hydroponic fodder

Intercropping maize with pigeon peas

Growing azolla for feed

Water usersā€™ associations

Drip irrigation for tomato

Pitcher irrigation


Europese woestijnen, binnenkort

Er gaat geen dag voorbij zonder nieuws over de toenemende uitdagingen waar boeren in Europa en een groot deel van de wereld voor staan. Regenval is grilliger en intenser geworden en hittegolven worden het nieuwe normaal. We zouden ons allemaal zorgen moeten maken over de snelheid waarmee klimaatverandering onze planeet beĆÆnvloedt. De manier waarop we besluiten te leven, wat we eten, waar we ons voedsel vandaan halen en hoe we onze vrije tijd doorbrengen, heeft invloed op de hele maatschappij: landbouw, industrie, toerisme, transport, maar ook stadsplanning en landgebruik op het platteland.

Volgens de belangrijkste Spaanse boerenorganisatie COAG treft de droogte 60% van het Spaanse platteland en heeft het gewassen vernietigd op 3,5 miljoen hectare. Dat is meer dan het dubbele van de landbouwgrond in Belgiƫ en zes keer zoveel als in Vlaanderen.

Drie jaar van zeer weinig neerslag en hoge temperaturen hebben Spanje officieel in langdurige droogte gebracht. Dit jaar blijven de verliezen niet beperkt tot tarwe, gerst en maĆÆs, maar worden ook verliezen verwacht voor noten, boomgaarden, wijngaarden, olijven, zonnebloemen en de groenteteelt. Omdat de vegetatie schaars is, lukt het bijen niet om honing te maken. Imkers worden geconfronteerd met een derde opeenvolgend seizoen zonder oogst. Volgens een recent CNN-artikel Verdwijnende meren, dode gewassen en aangevoerd water wijzen deze omstandigheden op een nieuwe realiteit voor delen van Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het wereldwijde gemiddelde.

Niet alleen boerderijen hebben problemen. Gemeentelijke watersystemen drogen in een groot deel van Zuid-Europa uit. In Italiƫ werden Lombardije en Piemonte in april van dit jaar al getroffen door extreme droogte, waarbij 19 steden te kampen hadden met het grootste tekort. Sommige plaatsen zijn al begonnen met het aanvoeren van water in tankwagens.

Aangezien er 15.000 liter water nodig is om 1 kilo rundvlees te produceren en 3.000 liter water om 1 kilo kaas te produceren, is het geen wonder dat ook de veehouderij gevaar loopt. Boeren hebben immers weiland nodig om hun dieren te voeden. Als er een keuze moet worden gemaakt tussen het veiligstellen van drinkwater voor de burgers of het irrigeren van weilanden en gewassen om dieren te voeden, geven regeringen meestal de voorkeur aan steden boven boerderijen, maar landen hebben beide nodig.

Vaak komen regeringen met kortetermijnoplossingen, zoals mensen vragen om te stoppen met het besproeien van hun gazons of het wassen van hun auto’s, in plaats van langetermijn maatregelen te plannen om water te besparen. Verschillende voedsel- en voedergewassen (en combinaties daarvan) moeten worden gepromoot; er moeten meer bomen en levende heggen worden geplant in en rond akkers om de verdamping door de hete zon en droge wind te verminderen. Bovenal zijn er maatregelen nodig om meer koolstof in de bodem op te slaan.

Door burgers online toegang te geven tot realtime monitoring van de diepte van het grondwater, een natuurlijke hulpbron die onzichtbaar is, kunnen we ons allemaal bewust worden van de noodzaak om water te besparen.Ā  Grondwater daalt snel als gevolg van voortdurend pompen, maar stijgt slechts langzaam als het wordt aangevuld door regenwater van het oppervlak. Hoewel monitoring nodig is, moeten we niet naĆÆef zijn en denken dat wanneer het grondwaterpeil weer wordt aangevuld, huishoudens, industrie en landbouw weer onbeperkt water kunnen gebruiken. Hoewel we in BelgiĆ« de natste lente sinds het begin van de metingen in 1833 hebben gehad, zien we op het platteland al veel oude eikenbomen die lijden onder de drie voorgaande jaren van water- en hittestress.

In veel Europese landen houden landbouwlobbygroepen agressief vol dat de veehouderij niet mag inkrimpen om te overleven. Hoe lang kunnen ze zo’n onrealistisch standpunt blijven innemen, nu er zoveel gebeurt? Dieren kunnen goed gevoed worden met technologieĆ«n die efficiĆ«nter gebruik maken van water en fossiele brandstoffen, maar technologische oplossingen hebben ook hun beperkingen. Als lobbygroepen hun leden niet helpen om zich aan te passen, zal het klimaat snel dicteren wat mogelijk is en wat niet. De veranderingen die we in Zuid-Europa zien, zouden ook in het noorden alarmbellen moeten doen rinkelen.

Als we er niet in slagen om de uitstoot van broeikasgassen snel en drastisch te beperken en te investeren in een landbouw die de planeet helpt afkoelen in plaats van haar natuurlijke hulpbronnen uit te putten, dan hoeven we binnenkort niet meer naar de Sahara te vliegen om een woestijn te zien. Klimaatvluchtelingen zullen uit Zuid-Europa komen en wij zullen ons op het hoofd krabben en ons afvragen waarom veel van onze favoriete voedingsproducten niet meer verkrijgbaar of betaalbaar zijn.

Making farmers anonymous July 24th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Short food chains narrow the gap between producers and consumers, but when food is traded through wholesalers and when supermarkets sell their own brands, active efforts are undertaken to make farmers anonymous. This never really occurred to me until Vera Kuijpers, from the organic farm and farm shop Het Eikelenhof in north-eastern Limburg, told me about her latest experience with Biofresh, one of the major organic wholesalers in Belgium.

Every Thursday at 4.30 am, Vera and her husband Johan Hons, load their van with their freshly harvested vegetables and other produce and drive about 100 km to sell to Biofresh among a few other places. Last week they also took over 60 crates of new potatoes. Their red Aloette is a firm and delicious potato variety that withstands the common Phytophthora disease. Each crate is nicely labelled with the family name of Johan (Hons), and the variety. ā€œThe moment we deliver our crates, staff at Biofresh remove the labels and attach their own, so that other people who come and buy organic produce will not know who has produced it. But this time, they also removed the name of the variety,ā€ Vera says, ā€œthey just put ā€˜red potatoā€™. I really wonder why they would do that?ā€

Vera and Johan strongly disagree with this new development, as one cannot compare one red variety with all the others. ā€œIf customers in a supermarket want to buy the delicious Aloette, one week it may be this variety, but if the next week it is a different red variety that has a very different taste or is not tasty, they may stop buying red potatoes all together, and then the farmer who grows Aloette will no longer be able to sell their potatoes,ā€ Johan says. From a producerā€™s perspective he surely has a point.

When discussing this matter with my wife, Marcella, she points out that the contrast of how Oxfam markets Fairtrade products is very stark. On almost all packaging, you see the face of a farmer and often a personal story that goes with it. Supermarkets also sell Fairtrade products, and seemingly have no problem with an occasional personal touch. A coffee drinker in Europe is unlikely to meet many coffee growers in the distant African highlands or Latin America. The photo and the blurb on the coffee package are a mere virtual connection. There is no risk of consumers buying directly from producers, whereas a Belgian retailer or consumer would be able to contact a farmer in Belgium.

Naming the farmers and the varieties is important when selling produce, as it helps consumers relate to the food they eat and the people who produce it. As consumers increasingly turn to farm shops, farmersā€™ markets and other short food chains, wholesalers and supermarkets are now taking steps to make farmers and varieties anonymous. The farmers are potential competitors, and the big buyers want to make sure the customers never meet the farmers. It is like a trade secret to stay in business, but also yet another tactic whereby farmersā€™ ability to negotiate prices with middlepersons and supermarkets are undermined.

Related blogs

Food for outlaws

The next generation of farmers

Grocery shops and farm shops

Marketing something nice

The joy of business

Fighting farmers

Related videos

Creating agroecological markets

Home delivery of organic produce

Inspiring platforms

Access Agriculture: hosts over 230 training videos in over 95 languages on a diversity of crops and livestock, soil and water management, food processing etc. Each video describes underlying principles, as such encouraging people to experiment and adapt new ideas to their context.

EcoAgtube: a social media video platform where anyone from across the globe can upload their own videos related to natural farming and circular economy.


Landbouwers anoniem maken

Korte voedselketens verkleinen de kloof tussen producent en consument, maar als voedsel via de groothandel wordt verhandeld en als supermarkten hun eigen merken verkopen, wordt er actief geprobeerd om boeren anoniem te maken. Dit was nooit echt bij me opgekomen totdat Vera Kuijpers, van de biologische boerderij en boerderijwinkel Het Eikelenhof in Noordoost-Limburg, me vertelde over haar laatste ervaring met Biofresh, een van de grote biologische groothandels in Belgiƫ.

Elke donderdag om 4.30 uur laden Vera en haar man Johan Hons hun bestelwagen vol met hun vers geoogste groenten en andere producten en rijden dan zo’n 100 km om te verkopen aan onder andere Biofresh. Vorige week namen ze ook meer dan 60 kratten nieuwe aardappelen mee. Hun rode Aloette is een vast en lekker aardappelras dat bestand is tegen de veel voorkomende schimmelziekte Phytophthora. Elke krat is mooi geĆ«tiketteerd met de familienaam van Johan (Hons), en het ras. “Op het moment dat wij onze kratten afleveren, verwijderen de medewerkers van Biofresh de etiketten en plakken hun eigen etiketten erop, zodat andere mensen die biologische producten komen kopen, niet weten wie ze heeft geproduceerd. Maar deze keer hebben ze ook de naam van het ras verwijderd,” zegt Vera, “ze hebben er alleen ‘rode aardappel’ op gezet. Ik vraag me echt af waarom ze dat doen?”

Vera en Johan zijn het absoluut niet eens met deze nieuwe ontwikkeling, want je kunt het ene rode ras niet vergelijken met alle andere. “Als klanten in een supermarkt de lekkere Aloette willen kopen, kan dat de ene week dit ras zijn, maar als het de volgende week een ander rood ras is dat heel anders smaakt of niet lekker is, zullen ze misschien helemaal geen rode aardappelen meer kopen, en dan kan de boer die Aloette teelt zijn aardappelen niet meer verkopen”, zegt Johan. Vanuit het oogpunt van de teler heeft hij zeker een punt.

Als ik deze kwestie met mijn vrouw Marcella bespreek, wijst zij erop dat het contrast met de manier waarop Oxfam Fairtrade-producten op de markt brengt, erg groot is. Op bijna alle verpakkingen zie je het gezicht van een boer en vaak een persoonlijk verhaal dat erbij hoort. Supermarkten verkopen ook Fairtrade-producten, en lijken geen probleem te hebben met af en toe een persoonlijk tintje. Een koffiedrinker in Europa zal waarschijnlijk niet veel koffietelers in de verre Afrikaanse hooglanden of Latijns-Amerika ontmoeten. De foto en de verhaaltjes op de koffieverpakking zijn niet meer dan een virtuele verbinding. Er is geen risico dat de consument rechtstreeks bij de producent koopt, terwijl een Belgische detailhandelaar of consument wel contact kan opnemen met een boer in Belgiƫ.

Het noemen van de boeren en de rassen is belangrijk bij de verkoop van producten, omdat het de consumenten helpt een band te krijgen met het voedsel dat zij eten en de mensen die het produceren. Nu consumenten zich steeds meer wenden tot boerderijwinkels, boerenmarkten en andere korte voedselketens, nemen groothandelaren en supermarkten maatregelen om boeren en rassen anoniem te maken. De boeren zijn potentiƫle concurrenten, en de grote inkopers willen er zeker van zijn dat de klanten de boeren nooit ontmoeten. Het is als een handelsgeheim om in business te blijven, maar ook de zoveelste tactiek waardoor het vermogen van boeren om met tussenpersonen en supermarkten over prijzen te onderhandelen wordt ondermijnd.

The nitrogen crisis July 3rd, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

The European Union, along with most countries across the world, has agreed to reduce the emission of greenhouse gases to curb the negative effects of climate change, which are already apparent. Under the Green Deal, the EU aims to be climate neutral by 2050. Besides investments in more sustainable energy production and consumption (transport, housing ā€¦), further improvements are also needed in the food sector. But there is little consensus on how farmers should be supported.

Looking at the demographic trends in rural Europe, the proposed solutions will need to consider farm size. From 2005 to 2013, across Europe the number of farms with less than 50 hectares of land steadily decreased, while those between 50 and 100 hectares remained more or less stable. Those over 100 hectares slightly increased. Yet more than half of the farming population in Europe is older than 55 years (EuroStat, 2021). Meanwhile, the younger farmers have invested in labour-saving equipment, for example to work the larger holdings, acquiring high debts along the way. Further investment in climate mitigation will require proper support so that when the older farmers retire, the next generation will be able cope with the ever-increasing pressure of bank loans.

The war in Ukraine has triggered a sharp rise in the price of artificial fertilizers, making chemical-based farming less profitable. It is estimated that globally only one third of the applied nitrogen from chemical fertilizers is used by crops. Combined with the mounting pressure on farmers to help mitigate climate change by reducing carbon and nitrogen emissions, farmers are keen to optimise the use of animal manure.

While animal and human manure has been used to keep soils fertile for thousands of years, something has gone wrong in the recent past.

In a German documentary on the Aztecs, called Children of the Sun, ethnologist Antje Gunsenheimer describes some ancient human manure management. The central market in TenochtitlƔn, the Aztec capital, had public toilets where urine and faeces were collected separately in clay pots. Dung traders sold the composted dung as fertilizer, while the urine was used for dying fabric and leather tanning.

From the earliest days of farming in Europe, animals were kept on deep bedding of straw. But nowadays most animals in Europe are kept on a metal grid, and the mix of urine and dung is collected in large, underground reservoirs. When excrement and urine from cows or pigs mix, a lot of methane gas (CH4) and ammonia (NH4) is produced. The old practices of using straw as bedding, as well as innovative designs to separate the dung form the urine, is getting some renewed attention in livestock farming, because when separated, greenhouse gas emissions can be reduced by up to 75%.

Bedding with crop residues such as wheat straw may provide substantial benefits.

Engineers in the Netherlands, the USA, Israel and various other countries are researching how best to adjust modern livestock sheds. Some promising examples include free walk housing systems that operate with composting bedding material or artificial permeable floors as lying and walking areas. Other sustainable techniques that are being explored include the CowToilet, which separates faeces and urine. As converting housing systems may be costly and therefore only adopted slowly by farmers, it is important to also experiment with better ways of applying liquid manure.

In modern livestock systems, urine and manure are mixed with the water used to wash the pens. Getting rid of this slurry, or liquid manure, has become a main environmental concern. When liquid manure is applied to the soil, much of the nitrogen evaporates as nitrous oxide or N2O, a greenhouse gas 300 times more powerful than carbon dioxide. Another fraction is converted to nitrates (NO3), which seep through the soil and pollute the ground water. While manure used to be a crucial resource, it has now become a waste product and an expense for farmers.

Making better use of animal waste will be crucial for the future of our food. One key factor is the lack of soil organic matter and good microbes, that can help capture nitrogen and release this more slowly to benefit crops.

Solutions that are financially feasible for farmers will require the best of ideas, with inputs from farmers, soil scientists, microbiologists, ecologists, chemical and mechanical engineers, as well as social scientists.

Practices that help to build up soil carbon will be crucial to reduce the environmental impact of animal manure and fertilizers. Ploughing is known to have a detrimental effect on soil organic matter, as it induces oxidation of soil carbon. Reduced tillage or zero tillage for crop cultivation, and regenerative farming to make animal farming more sustainable, has been promoted and used in the USA and other parts of the world, and could be explored more intensively in Europe.

Also, there will be a need to revive soil micro-organisms, as these have been seriously affected by the use of agrochemicals and the reduced availability of soil organic matter. The expensive machines that are currently used by service providers to spread or inject liquid manure in farmersā€™ fields could equally be used to inject solutions with good micro-organisms that will help to capture nitrogen to then release it to crops, and build up a healthy soil.

Human creativity will be required to help come up with solutions that are economically feasible for farmers in the near future. To make this happen as fast as possible, more investments are required in research that truly addresses the fundamentals of the problems. Still, far too much public money is invested in research on new crop varieties, livestock feed, and the application of agrochemicals, all of which are to the benefit of large corporations.

Photo credit: The photo on the straw bedding is by Herbert Wiggerman.

More reading

Galama, P. J., Ouweltjes, W., Endres, M. I., Sprecher, J. R., Leso, L., Kuipers, A., Klopčič, M. 2020. Symposium review: Future of housing for dairy cattle. Journal of Dairy Science, 103(6), pp. 5759-5772. Available at: Ā https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0022030220302988

Related blogs

Capturing carbon in our soils

Reviving soils

Effective micro-organisms

A revolution for our soil

Repurposing farm machinery

Related videos

Good microbes for plants and soil

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Coir pith

Mulch for a better soil and crop

Vermiwash: an organic tonic for crops

Inspiring platforms

Access Agriculture: hosts over 220 training videos in over 90 languages on a diversity of crops and livestock, sustainable soil and water management, basic food processing, etc. Each video describes underlying principles, as such encouraging people to experiment with new ideas.

EcoAgtube: a social media video platform where anyone from across the globe can upload their own videos related to natural farming and circular economy.


De stikstofcrisis

De Europese Unie heeft, samen met de meeste landen in de wereld, afgesproken de uitstoot van broeikasgassen te verminderen om de negatieve gevolgen van de klimaatverandering, die nu al merkbaar zijn, te beperken. In het kader van de Green Deal streeft de EU ernaar tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. Naast investeringen in duurzamere energieproductie en -consumptie (vervoer, huisvesting …) zijn ook verdere verbeteringen nodig in de voedselsector. Maar er is weinig consensus over hoe landbouwers moeten worden ondersteund.

Als we kijken naar de demografische tendensen op het Europese platteland, moet bij de voorgestelde oplossingen rekening worden gehouden met de omvang van de landbouwbedrijven. Tussen 2005 en 2013 is in heel Europa het aantal landbouwbedrijven met minder dan 50 hectare gestaag gedaald, terwijl het aantal bedrijven tussen 50 en 100 hectare min of meer stabiel is gebleven. Het aantal bedrijven met meer dan 100 hectare is licht gestegen. Toch is meer dan de helft van de landbouwbevolking in Europa ouder dan 55 jaar (EuroStat, 2021). Ondertussen hebben de jongere boeren geĆÆnvesteerd in arbeidsbesparende apparatuur, bijvoorbeeld om de grotere bedrijven te bewerken, waarbij ze onderweg hoge schulden hebben gemaakt. Voor verdere investeringen in klimaatmitigatie is goede ondersteuning nodig, zodat wanneer de oudere boeren met pensioen gaan, de volgende generatie het hoofd kan bieden aan de almaar toenemende druk van bankleningen.

De oorlog in OekraĆÆne heeft geleid tot een sterke stijging van de prijs van kunstmest, waardoor landbouw op basis van chemische stoffen minder winstgevend is geworden. Bovendien wordt naar schatting wereldwijd slechts een derde van de stikstof uit kunstmest door de gewassen gebruikt. In combinatie met de toenemende druk op landbouwers om de klimaatverandering te helpen beperken door de uitstoot van koolstof en stikstof te verminderen, zijn landbouwers erop gebrand het gebruik van dierlijke mest te optimaliseren.

Hoewel dierlijke en menselijke mest al duizenden jaren wordt gebruikt om de bodem vruchtbaar te houden, is er in het recente verleden iets misgegaan.

In een Duitse documentaire over de Azteken, genaamd Children of the Sun, beschrijft etnologe Antje Gunsenheimer hoe men in de oudheid met menselijke mest omging. De centrale markt in TenochtitlƔn, de Azteekse hoofdstad, had openbare toiletten waar urine en uitwerpselen gescheiden werden opgevangen in kleipotten. Mesthandelaren verkochten de gecomposteerde mest als meststof, terwijl de urine werd gebruikt voor het verven van stoffen en het looien van leer.

Vanaf de begindagen van de landbouw in Europa werden dieren gehouden op een diep strobed. Maar tegenwoordig worden de meeste dieren in Europa op een metalen rooster gehouden, en wordt het mengsel van urine en mest opgevangen in grote, ondergrondse reservoirs. Wanneer uitwerpselen en urine van koeien of varkens zich vermengen, ontstaat er veel methaangas (CH4) en ammoniak (NH4).

De oude praktijk van het gebruik van stro als strooisel en innovatieve ontwerpen om de mest van de urine te scheiden, krijgt hernieuwde aandacht in de veehouderij, omdat bij scheiding de uitstoot van broeikasgassen tot 75% kan worden verminderd.

Bedding with crop residues such as wheat straw may provide substantial benefits.

Ingenieurs in Nederland, de VS, Israƫl en diverse andere landen onderzoeken hoe moderne stallen het best kunnen worden aangepast. Enkele veelbelovende voorbeelden zijn huisvestingssystemen met vrije uitloop die werken met composterend strooiselmateriaal of kunstmatige doorlaatbare vloeren als lig- en loopruimte. Andere duurzame technieken die worden onderzocht zijn onder meer het CowToilet, dat uitwerpselen en urine scheidt. Aangezien het ombouwen van stalsystemen kostbaar kan zijn en daarom slechts langzaam door boeren wordt overgenomen, is het belangrijk om ook te experimenteren met betere manieren om vloeibare mest toe te dienen.

In moderne veeteeltsystemen worden urine en mest vermengd met het water dat wordt gebruikt om de boxen te wassen. Het wegwerken van deze gier, of vloeibare mest, is een belangrijk milieuprobleem geworden. Wanneer vloeibare mest op de bodem wordt gebracht, verdampt een groot deel van de stikstof in de vorm van stikstofoxide of N2O, een broeikasgas dat 300 keer krachtiger is dan koolstofdioxide. Een ander deel wordt omgezet in nitraten (NO3), die door de bodem sijpelen en het grondwater verontreinigen. Terwijl mest vroeger een cruciale hulpbron was, is het nu een afvalproduct en een kostenpost voor de landbouwers geworden.

Een beter gebruik van dierlijk afval zal van cruciaal belang zijn voor de toekomst van ons voedsel. Een belangrijke factor is het gebrek aan organisch materiaal en goede microben in de bodem, die kunnen helpen stikstof vast te leggen en langzamer vrij te geven ten voordele van de gewassen.

Om oplossingen te vinden die voor de landbouwers financieel haalbaar zijn, zullen de beste ideeƫn moeten worden uitgewisseld, met bijdragen van landbouwers, bodemwetenschappers, microbiologen, ecologen, chemische en mechanische ingenieurs en sociale wetenschappers.

Praktijken die helpen bij de opbouw van koolstof in de bodem zullen van cruciaal belang zijn om de milieueffecten van dierlijke mest en meststoffen te verminderen. Het is bekend dat ploegen een nadelig effect heeft op het organisch materiaal in de bodem, aangezien het de oxidatie van koolstof in de bodem induceert. Verminderde grondbewerking of nulgrondbewerking voor de teelt van gewassen, en regeneratieve landbouw om de veehouderij duurzamer te maken, worden in de VS en andere delen van de wereld gestimuleerd en toegepast, en zouden in Europa intensiever kunnen worden onderzocht.

Ook zullen de micro-organismen in de bodem nieuw leven moeten worden ingeblazen, aangezien deze ernstig zijn aangetast door het gebruik van landbouwchemicaliƫn en de verminderde beschikbaarheid van organisch materiaal in de bodem. De dure machines die momenteel door dienstverleners worden gebruikt om vloeibare mest over de akkers van de landbouwers uit te strooien of te injecteren, zouden ook kunnen worden gebruikt om oplossingen met goede micro-organismen te injecteren die stikstof helpen vastleggen om het vervolgens aan de gewassen af te geven, en een gezonde bodem op te bouwen.

Menselijke creativiteit zal nodig zijn om in de nabije toekomst oplossingen te vinden die economisch haalbaar zijn voor landbouwers. Om dit zo snel mogelijk te laten gebeuren, zijn meer investeringen nodig in onderzoek dat de fundamentele problemen echt aanpakt. Nog steeds wordt veel te veel overheidsgeld geĆÆnvesteerd in onderzoek naar nieuwe gewasvariĆ«teiten, veevoer en de toepassing van landbouwchemicaliĆ«n, die allemaal in het voordeel zijn van grote bedrijven.

The times they are a changing April 17th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Talking with my neighbour farmers in Belgium, they all wonder how they will manage this year, as the cost of chemical fertilizers has risen by 500%. They now pay 1 Euro per kilogram of fertilizer. The recent Russian invasion of Ukraine will have serious consequences on the global food supply as Russia is the worldā€™s top exporter of nitrogen fertilizers and the second leading supplier of both potassic and phosphorous fertilizers. While farmers across the globe are known to be creative and adaptive, the changes required in the near future will be of a scale unseen before. The spike in fuel and fertilizer prices may be a fundamental trigger.

In Belgium, 2018 and 2019 were extremely hot and dry. While some farmers thought it was necessary to start looking into growing other crops, most farmers pumped up more groundwater to irrigate their maize or pasture to feed their animals, even with signs of depleting groundwater reserves, which also affected the vitality and survival of trees.

The covid crisis during the following two years affected global trade and made everyone in the food sector realize how much we have become dependent on imports, be it for food, feed or materials needed to process and package food. To be less dependent on soya bean imports, many farmers in Belgium started to grow their own legume fodder like lucerne, a shift promoted by European policies.

While an acute crisis often makes people see things more clearly, some changes in our environment have been unnoticed to the public for decades; only now alarm bells are starting to go off. The long-term use of agrochemicals in monocrop farming has had a devastating effect on our biodiversity. In the beekeepersā€™ association of my eldest brother Wim in Flanders, in northern Belgium, all members, including those who had spent a lifetime caring for bees, reported that 3 out of 4 colonies died last winter. Jos Kerkhofs, my beekeeper friend in Erpekom in eastern Belgium where I live, told me the same trend is seen among the members of his association. While local honey has become a rare commodity this time of the year, the wider consequences on society are seriously worrying, as 84% of our crop species depend on honey bees and wild pollinators.

All above examples are what one refers to as external costs. An external cost is a cost not included in the market price of the goods and services being produced, or a cost that is not borne by those who create it. We have been pushing our economies beyond what our planet can cope with, beyond the so-called planetary boundaries. And as we start to realize, the external costs of climate change, depleting natural resources such as groundwater and loss of biodiversity will need to be paid by society.

Media plays a big role in sensitising people about these matters. In Belgium, the number of radio programmes and news items on these matters has sharply risen the last few months. Recently, a spokesperson from the food industry said that 3 out of 5 of the main food companies considered closing their doors. Because of the rising fuel prices and costs of raw materials, they were unable to continue providing food to supermarkets at the same rock bottom prices. Unless supermarkets showed some flexibility and are ready to pay more, food companies will go bankrupt.

Is this the era when cheap food will come to an end because it is no longer feasible to ignore the external costs? It definitely forces policy-makers, farmers and others in the food system to make drastic decisions and increasingly embrace natural farming, organic farming, home gardening, short food supply chains, and less processed food, all with full attention to caring for our environment and for our farmers. For sure, the sharp rise in costs of chemical fertilizer and other supplies will encourage more farmers across the globe to experiment with organic and ecological alternatives, like biofertilizers, organic growth promoters, intercropping, cover crops and mulch.

Related Agro-Insight blogs

Stuck in the middle

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Reviving soils

Soil for a living planet

Out of space

Ignoring signs from nature

Home delivery of organic produce

When local authorities support agroecology

Watch the videos on Access Agriculture

Human urine as fertilizer

Turning fish waste into fertiliser

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Organic growth promoter for crops

Healthier crops with good micro-organisms

Good microbes for plants and soil

Coir pith

The wonder of earthworms

Making a vermicompost bed

Vermiwash: an organic tonic for crops

Mulch for a better soil and crop

Compost from rice straw


De tijden veranderen

Als ik met mijn buurboeren in BelgiĆ« praat, vragen zij zich allemaal af hoe zij het dit jaar zullen redden, nu de kosten van kunstmest met 500% zijn gestegen. Ze betalen nu 1 euro per kilo kunstmest. De recente Russische inval in OekraĆÆne zal ernstige gevolgen hebben voor de mondiale voedselvoorziening, aangezien Rusland ‘s werelds grootste exporteur van stikstofhoudende meststoffen is en de op Ć©Ć©n na grootste leverancier van zowel kaliumhoudende als fosforhoudende meststoffen. Hoewel landbouwers over de hele wereld bekend staan om hun creativiteit en aanpassingsvermogen, zullen de veranderingen die in de nabije toekomst nodig zullen zijn, van een nooit eerder geziene omvang zijn. De sterke stijging van de brandstof- en meststofprijzen kan een fundamentele trigger zijn.

In BelgiĆ« waren 2018 en 2019 extreem warm en droog. Terwijl sommige boeren het nodig vonden om te gaan kijken naar het verbouwen van andere gewassen, pompten de meeste boeren meer grondwater op om hun maĆÆs of grasland te irrigeren om hun dieren te voeden, zelfs met tekenen van uitputting van de grondwaterreserves, wat ook de vitaliteit en het overleven van bomen aantastte.

De covid crisis in de daaropvolgende twee jaar beĆÆnvloedde de wereldhandel en deed iedereen in de voedingssector beseffen hoezeer we afhankelijk zijn geworden van invoer, of het nu gaat om voedsel, diervoeder of materialen die nodig zijn om voedsel te verwerken en te verpakken. Om minder afhankelijk te zijn van de invoer van sojabonen, zijn veel boeren in BelgiĆ« begonnen met het verbouwen van hun eigen vlinderbloemige voedergewassen zoals luzerne, een verschuiving die werd gestimuleerd door Europees beleid.

Terwijl een acute crisis de mensen vaak dingen duidelijker doet inzien, zijn sommige veranderingen in ons milieu decennialang onopgemerkt gebleven voor het publiek; nu pas beginnen de alarmbellen te rinkelen. Het langdurige gebruik van landbouwchemicaliƫn in de landbouw met monoculturen heeft een verwoestend effect gehad op onze biodiversiteit. In de imkervereniging van mijn oudste broer Wim in Vlaanderen, in het noorden van Belgiƫ, meldden alle leden, ook zij die hun hele leven voor bijen hadden gezorgd, dat 3 van de 4 kolonies vorige winter waren gestorven. Jos Kerkhofs, mijn bevriende imker in Erpekom in Oost-Belgiƫ, waar ik woon, vertelde me dat dezelfde tendens wordt waargenomen bij de leden van zijn vereniging. Terwijl lokale honing in deze tijd van het jaar een schaars goed is geworden, zijn de bredere gevolgen voor de samenleving ernstig zorgwekkend, aangezien 84% van onze gewassen afhankelijk is van bijen en wilde bestuivers.

Alle bovenstaande voorbeelden zijn wat men noemt externe kosten. Externe kosten zijn kosten die niet zijn opgenomen in de marktprijs van de geproduceerde goederen en diensten, of kosten die niet worden gedragen door degenen die ze veroorzaken. Wij hebben onze economieƫn verder gedreven dan wat onze planeet aankan, voorbij de zogenaamde planetaire grenzen. En naarmate we ons dat beginnen te realiseren, zullen de externe kosten van de klimaatverandering, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen zoals grondwater en het verlies van biodiversiteit door de samenleving moeten worden betaald.

De media spelen een grote rol bij het sensibiliseren van mensen over deze zaken. In BelgiĆ« is het aantal radioprogramma’s en nieuwsberichten over deze kwesties de laatste maanden sterk toegenomen. Onlangs zei een woordvoerder van de voedingsindustrie dat 3 van de 5 belangrijkste voedingsbedrijven overwegen hun deuren te sluiten. Door de stijgende brandstofprijzen en grondstofkosten konden zij niet tegen dezelfde bodemprijzen levensmiddelen aan de supermarkten blijven leveren. Tenzij de supermarkten enige flexibiliteit aan de dag leggen en bereid zijn meer te betalen, zullen de levensmiddelenbedrijven failliet gaan.

Is dit het tijdperk waarin goedkoop voedsel tot een einde zal komen omdat het niet langer haalbaar is de externe kosten te negeren? Het dwingt beleidsmakers, boeren en anderen in het voedselsysteem zeker om drastische beslissingen te nemen en steeds meer te kiezen voor natuurlijke landbouw, biologische landbouw, moestuinieren, korte voedselvoorzieningsketens en minder bewerkt voedsel, allemaal met de volle aandacht voor de zorg voor ons milieu en voor onze boeren. Zeker is dat de sterk stijgende kosten van kunstmest en andere benodigdheden meer boeren over de hele wereld zullen aanmoedigen om te experimenteren met biologische en ecologische alternatieven, zoals bio-meststoffen, biologische groeistimulatoren, intercropping, bodembedekkers en mulch.

Design by Olean webdesign