WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

The times they are a changing April 17th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Talking with my neighbour farmers in Belgium, they all wonder how they will manage this year, as the cost of chemical fertilizers has risen by 500%. They now pay 1 Euro per kilogram of fertilizer. The recent Russian invasion of Ukraine will have serious consequences on the global food supply as Russia is the world’s top exporter of nitrogen fertilizers and the second leading supplier of both potassic and phosphorous fertilizers. While farmers across the globe are known to be creative and adaptive, the changes required in the near future will be of a scale unseen before. The spike in fuel and fertilizer prices may be a fundamental trigger.

In Belgium, 2018 and 2019 were extremely hot and dry. While some farmers thought it was necessary to start looking into growing other crops, most farmers pumped up more groundwater to irrigate their maize or pasture to feed their animals, even with signs of depleting groundwater reserves, which also affected the vitality and survival of trees.

The covid crisis during the following two years affected global trade and made everyone in the food sector realize how much we have become dependent on imports, be it for food, feed or materials needed to process and package food. To be less dependent on soya bean imports, many farmers in Belgium started to grow their own legume fodder like lucerne, a shift promoted by European policies.

While an acute crisis often makes people see things more clearly, some changes in our environment have been unnoticed to the public for decades; only now alarm bells are starting to go off. The long-term use of agrochemicals in monocrop farming has had a devastating effect on our biodiversity. In the beekeepers’ association of my eldest brother Wim in Flanders, in northern Belgium, all members, including those who had spent a lifetime caring for bees, reported that 3 out of 4 colonies died last winter. Jos Kerkhofs, my beekeeper friend in Erpekom in eastern Belgium where I live, told me the same trend is seen among the members of his association. While local honey has become a rare commodity this time of the year, the wider consequences on society are seriously worrying, as 84% of our crop species depend on honey bees and wild pollinators.

All above examples are what one refers to as external costs. An external cost is a cost not included in the market price of the goods and services being produced, or a cost that is not borne by those who create it. We have been pushing our economies beyond what our planet can cope with, beyond the so-called planetary boundaries. And as we start to realize, the external costs of climate change, depleting natural resources such as groundwater and loss of biodiversity will need to be paid by society.

Media plays a big role in sensitising people about these matters. In Belgium, the number of radio programmes and news items on these matters has sharply risen the last few months. Recently, a spokesperson from the food industry said that 3 out of 5 of the main food companies considered closing their doors. Because of the rising fuel prices and costs of raw materials, they were unable to continue providing food to supermarkets at the same rock bottom prices. Unless supermarkets showed some flexibility and are ready to pay more, food companies will go bankrupt.

Is this the era when cheap food will come to an end because it is no longer feasible to ignore the external costs? It definitely forces policy-makers, farmers and others in the food system to make drastic decisions and increasingly embrace natural farming, organic farming, home gardening, short food supply chains, and less processed food, all with full attention to caring for our environment and for our farmers. For sure, the sharp rise in costs of chemical fertilizer and other supplies will encourage more farmers across the globe to experiment with organic and ecological alternatives, like biofertilizers, organic growth promoters, intercropping, cover crops and mulch.

Related Agro-Insight blogs

Stuck in the middle

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Reviving soils

Soil for a living planet

Out of space

Ignoring signs from nature

Home delivery of organic produce

When local authorities support agroecology

Watch the videos on Access Agriculture

Human urine as fertilizer

Turning fish waste into fertiliser

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Organic growth promoter for crops

Healthier crops with good micro-organisms

Good microbes for plants and soil

Coir pith

The wonder of earthworms

Making a vermicompost bed

Vermiwash: an organic tonic for crops

Mulch for a better soil and crop

Compost from rice straw

 

De tijden veranderen

Als ik met mijn buurboeren in België praat, vragen zij zich allemaal af hoe zij het dit jaar zullen redden, nu de kosten van kunstmest met 500% zijn gestegen. Ze betalen nu 1 euro per kilo kunstmest. De recente Russische inval in Oekraïne zal ernstige gevolgen hebben voor de mondiale voedselvoorziening, aangezien Rusland ‘s werelds grootste exporteur van stikstofhoudende meststoffen is en de op één na grootste leverancier van zowel kaliumhoudende als fosforhoudende meststoffen. Hoewel landbouwers over de hele wereld bekend staan om hun creativiteit en aanpassingsvermogen, zullen de veranderingen die in de nabije toekomst nodig zullen zijn, van een nooit eerder geziene omvang zijn. De sterke stijging van de brandstof- en meststofprijzen kan een fundamentele trigger zijn.

In België waren 2018 en 2019 extreem warm en droog. Terwijl sommige boeren het nodig vonden om te gaan kijken naar het verbouwen van andere gewassen, pompten de meeste boeren meer grondwater op om hun maïs of grasland te irrigeren om hun dieren te voeden, zelfs met tekenen van uitputting van de grondwaterreserves, wat ook de vitaliteit en het overleven van bomen aantastte.

De covid crisis in de daaropvolgende twee jaar beïnvloedde de wereldhandel en deed iedereen in de voedingssector beseffen hoezeer we afhankelijk zijn geworden van invoer, of het nu gaat om voedsel, diervoeder of materialen die nodig zijn om voedsel te verwerken en te verpakken. Om minder afhankelijk te zijn van de invoer van sojabonen, zijn veel boeren in België begonnen met het verbouwen van hun eigen vlinderbloemige voedergewassen zoals luzerne, een verschuiving die werd gestimuleerd door Europees beleid.

Terwijl een acute crisis de mensen vaak dingen duidelijker doet inzien, zijn sommige veranderingen in ons milieu decennialang onopgemerkt gebleven voor het publiek; nu pas beginnen de alarmbellen te rinkelen. Het langdurige gebruik van landbouwchemicaliën in de landbouw met monoculturen heeft een verwoestend effect gehad op onze biodiversiteit. In de imkervereniging van mijn oudste broer Wim in Vlaanderen, in het noorden van België, meldden alle leden, ook zij die hun hele leven voor bijen hadden gezorgd, dat 3 van de 4 kolonies vorige winter waren gestorven. Jos Kerkhofs, mijn bevriende imker in Erpekom in Oost-België, waar ik woon, vertelde me dat dezelfde tendens wordt waargenomen bij de leden van zijn vereniging. Terwijl lokale honing in deze tijd van het jaar een schaars goed is geworden, zijn de bredere gevolgen voor de samenleving ernstig zorgwekkend, aangezien 84% van onze gewassen afhankelijk is van bijen en wilde bestuivers.

Alle bovenstaande voorbeelden zijn wat men noemt externe kosten. Externe kosten zijn kosten die niet zijn opgenomen in de marktprijs van de geproduceerde goederen en diensten, of kosten die niet worden gedragen door degenen die ze veroorzaken. Wij hebben onze economieën verder gedreven dan wat onze planeet aankan, voorbij de zogenaamde planetaire grenzen. En naarmate we ons dat beginnen te realiseren, zullen de externe kosten van de klimaatverandering, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen zoals grondwater en het verlies van biodiversiteit door de samenleving moeten worden betaald.

De media spelen een grote rol bij het sensibiliseren van mensen over deze zaken. In België is het aantal radioprogramma’s en nieuwsberichten over deze kwesties de laatste maanden sterk toegenomen. Onlangs zei een woordvoerder van de voedingsindustrie dat 3 van de 5 belangrijkste voedingsbedrijven overwegen hun deuren te sluiten. Door de stijgende brandstofprijzen en grondstofkosten konden zij niet tegen dezelfde bodemprijzen levensmiddelen aan de supermarkten blijven leveren. Tenzij de supermarkten enige flexibiliteit aan de dag leggen en bereid zijn meer te betalen, zullen de levensmiddelenbedrijven failliet gaan.

Is dit het tijdperk waarin goedkoop voedsel tot een einde zal komen omdat het niet langer haalbaar is de externe kosten te negeren? Het dwingt beleidsmakers, boeren en anderen in het voedselsysteem zeker om drastische beslissingen te nemen en steeds meer te kiezen voor natuurlijke landbouw, biologische landbouw, moestuinieren, korte voedselvoorzieningsketens en minder bewerkt voedsel, allemaal met de volle aandacht voor de zorg voor ons milieu en voor onze boeren. Zeker is dat de sterk stijgende kosten van kunstmest en andere benodigdheden meer boeren over de hele wereld zullen aanmoedigen om te experimenteren met biologische en ecologische alternatieven, zoals bio-meststoffen, biologische groeistimulatoren, intercropping, bodembedekkers en mulch.

Soil for a living planet January 30th, 2022 by

In a refreshingly optimistic book, The Soil Will Save Us, Kristin Ohlson explains how agriculture could stop emitting carbon, and instead remove it from the air and place it in the soil.

Soil life is complex. A teaspoon of soil may harbor between one and seven billion living things. Microorganisms like fungi and bacteria give mineral nutrients to plants in exchange for carbon-rich sugars. Predatory protozoa and nematodes (worms) then eat the fungi and bacteria, releasing the nutrients from their bodies back to the soil.

When people add chemical fertilizer to the soil, these living things die, essentially starved to death as the plants no longer need to interact with them. The plants become dependent on chemical fertilizer. Reading this in Ohlson’s book reminded me of farmers in Honduras and around the world, who have been telling me for over 30 years that soil quickly “becomes used to,” or “accustomed” to chemical fertilizers. Local knowledge is often ahead of the science.

When soil is plowed, it loses some of its carbon. The plow lets in air that binds with the carbon to become C02, which rises into the atmosphere. Plowed soil is broken, and more prone to erosion than natural, plant-covered earth. One of the many people Ohlson interviewed for her book, innovative North Dakota farmer Gabe Brown, grows a biodiverse mix of cover crops, including grasses and legumes. But instead of harvesting these crops, Brown lets his cows graze on them. Then he drills corn (maize) or other cash crops into the soil, instead of plowing it. No chemical fertilizers are applied. This soil is productive, while saving labor and expense, and absorbing carbon instead of giving it off. This healthy soil holds more water than plowed soil, so the crops resist droughts. Brown developed this system working with Innovative scientists like Jay Furhrer and Kristine Nichols of the US Department of Agriculture (USDA), an example of the power of collaborative research.

Brown is not the only farmer trying to conserve the soil, but when Ohlson was writing about a decade ago, only 4.3% of US farmland was enrolled in any kind of government land conservation program.

Encouraging more farmers to conserve the soil will require public universities to do more research on no-till farming i.e., forsaking the plow and encouraging cover crops and livestock grazing to boost soil fertility. Universities have to stop accepting grants from companies that produce the chemical fertilizer, the pesticides and the genetically modified crop seeds that tolerate them. Accepting corporate money diverts university research into chemical farming, even though taxpayers still pay the faculty members’ salaries and society pays the price for soils becoming unproductive in the long-term.

Fortunately, there is much that we can all do at home, in gardens, parks and even lawns. The biggest irrigated crop in the United States is not maize, but lawns, which take up three times as much space as corn. Lawns can be managed without chemicals: fertilized with compost, while clover and other legumes can be planted among the grass to improve the soil. Families can make compost at home and fertilize the garden with it. City parks can also sequester carbon. The Battery Park in Manhattan is fertilized entirely with compost and compost tea (a liquid compost).

I was encouraged by this book. Agriculture could be the solution to climate change, and even help to cool the planet, rather than being a major contributor to the problem.

Get involved

In 2015, just after Ohlson’s book was published, some 60 people from 21 countries met in Costa Rica and formed Regenerative Agriculture, an international movement united around a common goal: to reverse global warming and end world hunger by facilitating and accelerating the global transition to regenerative agriculture and land management. Click here to find a partner organization in your area.

Further reading

Ohlson, Kristin 2014 The Soil Will Save Us: How Scientists, Farmers and Foodies Are Healing the Soil to Save the Planet. New York: Rodale. 242 pp.

Related Agro-Insight blogs

Hügelkultur

Capturing carbon in our soils

Community and microbes

Living Soil: A film review

A revolution for our soil

Out of space

Videos on how to improve the soil

See some of the many videos on soil management hosted by Access Agriculture.

 

Capturing carbon in our soils December 12th, 2021 by

Nederlandse versie hieronder

Participants at the recent climate summit in Glasgow (COP26) spent considerable energy discussing about ways to further reduce carbon emissions and improve regulation of carbon markets. For the first time in history, fossil fuels have been officially recognised as the main cause of heating our planet. While investments in renewable energy have been long overdue, agriculture continues to be a net polluter and contributor to greenhouse gas (GHG) emissions. Yet, with some relatively modest investment agriculture could even become a net absorber of GHGs.

Few people realise that more carbon can be captured by soils than what is stored in the wood of trees. So, paying attention to what we do with our soils is as important as protecting our forests.

A high level of organic matter is the main indicator of soil health, determining the level of resilience of farms to cope with the effects of disruption in the climate. Carbon-rich soils are essential to secure future food production, because carbon feeds soil microorganisms and helps soils to retain water and nutrients, which are all essential for growing plants.

Adding compost to soils is one common way of enriching the soil with carbon. When plants die and decompose, the living organisms of the soil, such as bacteria, fungi or earthworms, transform the plants into forms of organic matter that the earth can absorb. But also living plants transfer lots of carbon from the air to the soil in a remarkable way. In the daytime, plants absorb carbon dioxide (CO2) from the air through the pores of their leaves. During photosynthesis, plants use water and sunlight to turn the carbon into leaves, stems, seeds and roots. However, as one third of the CO2 captured is released as sugars by plant roots to the soil, one may wonder why the plants are “leaking”.

Plants, like all living creatures, cannot live in isolation; they need others to survive. The liquid sugars released by plant roots are part of a symbiotic relationship between mycorrhizal fungi and 90% of all plants, an arrangement that has developed over the past 420 million years. In fact, plants cannot survive without these soil fungi and vice versa.

Mycorrhizal fungi cannot live without a host plant and, in exchange for the plant’s sugar, the fungi will absorb and transport nutrients and water back to its host.  For every cubic meter of soil, these fungi will send out as much as 20,000 km of fungal threads, also called hyphae, so that they infiltrate every area of soil.  Fungi can access nutrients and water unavailable to the larger plant roots.

Fungi can also use their acids to release nutrients from soils and even rocks — transforming rock minerals into formats that the plant can use. The complexity of interactions between plants and soil organisms goes even further. Certain nutrients can only be extracted from soils by bacteria and fungi will exchange sugar for the nutrients requested by the plant in a complex symbiotic exchange.

Studies have shown that soils under mature, perennial crops contain more available nutrients than soils treated with agricultural chemicals, which kill soil microbes, resulting in the net loss of soil carbon. Policies that promote agroecology, regenerative farming and organic agriculture are therefore directly contributing to soil carbon sequestration and hence help to fight against climate change. But more can be done.

It has long been thought that most of the soil carbon was contained in the top 30 centimetres of the soil in the form of the organic matter in humus. In 1996, Dr. Sara Wright discovered in the USA that soils contain large amounts of carbon up to more than a meter deep. Carbon is stored in the form of glomalin, a highly persistent protein produced by mycorrhizal fungi. As the mycorrhizal fungi go deeper into the soil to mine nutrients and water for the plant, they deposit more and more carbon in the form of glomalin. The more mature this relationship is between plant and microbe the more volume of soil is accessed on behalf of the plant and the better the crop will produce and be able to cope with harsh weather conditions.

Ploughing destroys soil organic matter by oxidation and releases much of the carbon stored in the top soil as CO2, which finds its way to the atmosphere. Ploughing also depletes the micro-organisms in the soil. Reduced tillage and ensuring more permanent soil coverage by plants is therefore crucial to build up a healthy soil life and keep carbon stored in the soil.

Permanent pasture soils with healthy microbial life have been increasing the amount of carbon that they sequester beneath the grasses each year. Practices such as agroforestry and establishing field hedges are other low-cost strategies that can help turn the tide of our warming planet.

In fact, an annual increase of soil organic carbon by 0.4% would neutralise the human-caused emissions of CO2 into the atmosphere. This scientific insight was at the basis of the “4 per 1000” initiative to which many governments, research institutes, civil society and companies already subscribed during the climate summit in Paris in 2015. While the European Green Deal has set a target to be climate-neutral by 2050, the increasing natural calamities we witness year after year shows us that we have no more time to lose.

Illustration credit

Mycorrhiza by Nefronus, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=80931388

Read more

The Liquid Carbon Pathway (LCP): http://www.carbon-drawdown.com/liquid-carbon-pathway.html

The 4 per 1000 Initiative: https://www.4p1000.org/

Related Agro-Insight blogs

Community and microbes

Experiments with trees

From Uniformity to Diversity

Living Soil: A film review

Inspiring knowledge platforms

Access Agriculture: https://www.accessagriculture.org is a specialised video platform with freely downloadable farmer training videos on ecological farming with a focus on the Global South.

EcoAgtube: https://www.ecoagtube.org is the alternative to Youtube where anyone from across the globe can upload their own videos related to ecological farming and circular economy.

 

Koolstof vastleggen in onze bodem

Deelnemers aan de recente klimaattop in Glasgow (COP26) besteedden veel energie aan het bespreken van manieren om de koolstofemissies verder te verminderen en de regulering van koolstofmarkten te verbeteren. Voor het eerst in de geschiedenis zijn fossiele brandstoffen officieel erkend als de belangrijkste oorzaak van de opwarming van onze planeet. Hoewel investeringen in hernieuwbare energie al lang op zich lieten wachten, blijft de landbouw een netto vervuiler en bijdrager aan de uitstoot van broeikasgassen (BKG). Maar met relatief bescheiden investeringen zou de landbouw zelfs een netto absorbeerder van broeikasgassen kunnen worden.

Weinig mensen realiseren zich dat er meer koolstof door de bodem kan worden vastgelegd dan er in het hout van bomen wordt opgeslagen. Aandacht besteden aan wat we met onze bodem doen, is dus net zo belangrijk als het beschermen van onze bossen.

Een hoog gehalte aan organische stof is de belangrijkste indicator voor de gezondheid van de bodem en bepaalt de mate van veerkracht van bedrijven om de effecten van verstoringen in het klimaat het hoofd te bieden. Koolstofrijke bodems zijn essentieel om de toekomstige voedselproductie veilig te stellen, omdat koolstof de bodemmicro-organismen voedt en de bodem helpt om water en voedingsstoffen vast te houden, die allemaal essentieel zijn voor het kweken van planten.

Het toevoegen van compost aan de bodem is een veelgebruikte manier om de bodem met koolstof te verrijken. Wanneer planten afsterven en uiteenvallen, transformeren de levende organismen van de bodem, zoals bacteriën, schimmels en regenwormen, ze in vormen van organisch materiaal dat de aarde kan opnemen. Maar ook levende planten brengen op opmerkelijke wijze veel koolstof uit de lucht naar de bodem. Overdag nemen planten koolstofdioxide (CO2) op uit de lucht via de poriën van hun bladeren. Tijdens de fotosynthese gebruiken planten water en zonlicht om de koolstof om te zetten in bladeren, stengels en wortels. Echter, aangezien een derde van de opgevangen CO2 als suikers door plantenwortels aan de bodem wordt afgegeven, kan men zich afvragen waarom de planten “lekken”.

Planten, zoals alle levende wezens, kunnen niet geïsoleerd leven; ze hebben anderen nodig om te overleven. De vloeibare suikers die door plantenwortels vrijkomen, maken deel uit van een symbiotische relatie tussen mycorrhiza-schimmels en 90% van alle planten, een arrangement dat zich in de afgelopen 420 miljoen jaar heeft ontwikkeld. Sterker nog, planten kunnen niet zonder deze bodemschimmels en vice versa.

Mycorrhiza-schimmels kunnen niet leven zonder een waardplant en in ruil voor de suiker van de plant zullen de schimmels voedingsstoffen en water opnemen en terugvoeren naar de gastheer. Voor elke kubieke meter grond sturen deze schimmels maar liefst 20.000 km schimmeldraden, ook wel hyfen genoemd, uit, zodat ze in elk gebied van de bodem infiltreren. Schimmels hebben toegang tot voedingsstoffen en water die niet beschikbaar zijn voor de grotere plantenwortels.

Schimmels kunnen hun zuren ook gebruiken om voedingsstoffen uit de bodem en zelfs uit rotsen vrij te maken, waardoor gesteentemineralen worden omgezet in nutrienten die de plant kan gebruiken. De complexiteit van interacties tussen planten en bodemorganismen gaat nog verder. Bepaalde voedingsstoffen kunnen alleen door bacteriën uit de bodem worden gehaald en schimmels wisselen suiker uit voor de voedingsstoffen die de plant nodig heeft in een complexe symbiotische uitwisseling.

Studies hebben aangetoond dat bodems onder volgroeide, meerjarige gewassen meer beschikbare voedingsstoffen bevatten dan bodems die zijn behandeld met landbouwchemicaliën, die bodemmicroben doden, wat resulteert in het netto verlies van bodemkoolstof. Beleid dat agro-ecologie, regeneratieve landbouw en biologische landbouw bevordert, draagt ​​daarom rechtstreeks bij aan de vastlegging van koolstof in de bodem en helpt zo de klimaatverandering tegen te gaan. Maar er kan meer gedaan worden.

Lange tijd werd gedacht dat de meeste bodemkoolstof zich in de bovenste 30 centimeter van de bodem bevond in de vorm van de organische stof in humus. In 1996 ontdekte Dr. Sara Wright in de VS dat bodems grote hoeveelheden koolstof bevatten tot meer dan een meter diep. Koolstof wordt opgeslagen in de vorm van glomaline, een zeer persistent eiwit dat wordt geproduceerd door mycorrhiza-schimmels. Naarmate de mycorrhiza-schimmels dieper de grond in gaan om voedingsstoffen en water voor de plant te ontginnen, zetten ze steeds meer koolstof af in de vorm van glomaline. Hoe volwassener deze relatie tussen plant en microbe is, hoe meer grond er voor de plant wordt aangesproken en hoe beter het gewas zal produceren en bestand is tegen barre weersomstandigheden.

Ploegen vernietigt organisch bodemmateriaal door oxidatie en geeft veel van de koolstof die in de bovenste bodem is opgeslagen vrij als CO2, dat zijn weg naar de atmosfeer vindt. Ploegen put ook de micro-organismen in de bodem uit. Minder grondbewerking en zorgen voor een meer permanente bodembedekking door planten is daarom cruciaal om een ​​gezond bodemleven op te bouwen en koolstof in de bodem vast te houden.

Bodems van blijvend grasland met gezond microbieel leven verhogen de hoeveelheid koolstof die ze elk jaar onder de grassen vastleggen. Praktijken zoals agroforestry en het aanleggen van heggen en houtkanten zijn andere goedkope strategieën die kunnen helpen het tij van onze opwarmende planeet te keren.

In feite zou een jaarlijkse toename van de organische koolstof in de bodem met 0,4% de door de mens veroorzaakte uitstoot van CO2 in de atmosfeer kunnen neutraliseren. Dit wetenschappelijke inzicht lag aan de basis van het “4 per 1000”-initiatief waar veel overheden, onderzoeksinstituten, het maatschappelijk middenveld en bedrijven al op intekenden tijdens de klimaattop in Parijs in 2015. Terwijl de Europese Green Deal een doelstelling heeft klimaat-neutraal te zijn tegen 2050, laten de toenemende natuurrampen waar we jaar na jaar getuige van zijn, ons zien dat we geen tijd meer te verliezen hebben.

Experimenting with intercrops November 28th, 2021 by

Nederlandse versie hieronder

For thousands of years, farmers have been mixing crops in their fields to meet the diverse needs of their families and to reduce the risk of crop failure. But to know which crops combine well with each other is not an easy matter, and often requires some experimentation to find out what works best for you, as I found out this year in our home garden.

Three years ago, when we moved into our renovated house in Peer, Belgium, we established a raised garden bed from partially rotted woody material and plant debris topped with compost and soil. As this so-called hügelkultur is a great way to keep the soil fertile and moist, we figured this was a good way for us to grow plants without the need for watering them, especially as we are often away from home for several weeks to produce training videos with farmers.

As with many people, Covid has kept us grounded for the past two years. Without international travels we decided we should spend more time growing our own food.

On our 10 meters long, 2 meters wide and 1.5-meter-high bed, my wife Marcella has been growing a diversity of herbs, spices, vegetables and sweet maize. While we tried to anticipate which plants would prefer to grow where exactly on the bed (on the lower end or on top, on the south or north-facing side, in partial shade of the nearby goat willow or in full sunlight), this was clearly something that needed us to try out and observe as we went along.

Last winter, I decided to establish three new raised beds, each aligned north-south and 1.5 meters apart. On one bed I would grow goose berries, blue honeysuckle and red currant; the middle bed would be for my red and yellow raspberries and on the bed closest to the little forest, I would grow a few varieties of blackberries. Unlike with annual plants which you can put in a different location each season, deciding on where to plant which shrub and which variety took some careful thinking. One needs to take into account the plant’s architecture, how vigorous it grows, how it copes with strong winds and what level of shade it tolerates.

Having planted all my shrubs, I felt we could do a little more. Leaving the soil bare while the shrubs were still young did not seem like a good idea. I still had some strawberry plants that I wanted to give a new location. The fast-growing raspberries would soon crowd out my strawberries. And strawberries do not  thrive well in shade, so I decided to plant them on the first bed.

A few months later, in the spring, Marcella thought that her tomato seedlings that she had raised in the warmth of the house were ready for transplanting. Again, we brainstormed around the kitchen table where best we could plant them. “Tomato plants have deep roots and tomatoes need a lot of sun, so let us plant them in between our strawberry plants,” I suggested. To keep the mature tomato plants from shading out the newly planted berry shrubs, we planted them on the north side of the shrubs.

Friends and family said it would not work: growing tomatoes outdoors is asking for trouble, as the tomatoes would rot before they ripen. This may have been true with our traditional wet summers, but given the changing climate I figured it could work. After all, we didn’t have a choice as we don’t have a greenhouse.

One day, I was discussing with Bram Moeskops who manages the Organic Farm Knowledge platform for IFOAM Organics Europe. While he was giving me a virtual guided tour on their excellent platform, it was a real coincidence that he showed me one particular factsheet:

“On this factsheet,” Bram explained, “we show a new technology that we are trying to promote, namely tomato-strawberry intercropping. As the strawberries provide a living mulch, it avoids splashing rainwater to get on the tomato plants”. This was a great new insight. This added benefit hadn’t occurred to me even though

I knew that spores of various soil fungi are typically spread by splashing rain and cause tomato diseases.

Our tomato plants thrived, and surprised every visitor. After three years of extremely warm and dry summers, this year turned out to be the opposite. And in the end, months of high humidity also affected our plants. It was of some comfort to hear that all gardeners had faced the same problem, even those with greenhouses.

As our climate is changing, we will need to continue to experiment with cropping patterns. And the more we learn the better. Experimenting with permanent crops can take years, so it will be all the more important to share the results widely. Innovative platforms such as the Organic Farm Knowledge platform and the Access Agriculture video platform offers great ideas and needed scientific insights to help us make better decisions.

Related Agro-Insight blogs

Experiments with trees

Repurposing farm machinery

From Uniformity to Diversity

The rules and the players

Inspiring knowledge platforms

The Organic Farm Knowledge platform: https://organic-farmknowledge.org contains a wide range of tools and resources about organic agriculture in Europe.

Access Agriculture: https://www.accessagriculture.org is a specialised video platform with freely downloadable training videos on ecological farming with a focus on the Global South.

EcoAgtube: https://www.ecoagtube.org is the alternative to Youtube where anyone from across the globe can upload their own videos related to ecological farming and circular economy.

 

Experimenteren met mengteelten

Al duizenden jaren mengen boeren gewassen op hun akkers om te voorzien in de uiteenlopende behoeften van hun gezinnen en om het risico op mislukte oogsten te verkleinen. Maar weten welke gewassen goed met elkaar combineren is geen eenvoudige zaak en vereist vaak wat experimenteren om uit te zoeken wat voor jou het beste werkt, zoals ik dit jaar in onze eigen tuin ontdekte.

Drie jaar geleden, toen we verhuisden naar ons gerenoveerde huis in Peer, België, hebben we een verhoogd tuinbed aangelegd van gedeeltelijk verrot houtmateriaal en plantenresten, aangevuld met compost en aarde. Aangezien deze zogenaamde hügelbedden de grond vruchtbaar en vochtig houden, vonden we dit een goede manier om planten te kweken zonder dat we ze water hoefden te geven, vooral omdat we vaak enkele weken van huis zijn om trainingsvideo’s met boeren te maken.

Zoals bij veel mensen heeft Covid ons de afgelopen twee jaar met beide voeten op de grond gehouden. Zonder internationale reizen besloten we dat we meer tijd moesten besteden aan het verbouwen van ons eigen voedsel.

Op ons 10 meter lange, 2 meter brede en 1,5 meter hoge hügelbed, heeft mijn vrouw Marcella een verscheidenheid aan kruiden, specerijen, groenten en zoete maïs gekweekt. Hoewel we probeerden in te schatten welke planten waar precies op het bed het liefst zouden groeien (onderaan of bovenaan, op het zuiden of op het noorden, in de halfschaduw van de nabijgelegen boswilg of in het volle zonlicht), was dit duidelijk iets dat we moesten uitproberen en gaandeweg observeren.

Afgelopen winter besloot ik drie nieuwe verhoogde bedden aan te leggen, elk noord-zuid gericht en 1,5 meter uit elkaar. Op het ene bed zou ik kruisbessen, honingbes en rode bes telen; het middelste bed zou bestemd zijn voor mijn rode en gele frambozen en op het bed dat het dichtst bij het bosje lag, zou ik een paar bramensoorten telen. Anders dan bij eenjarige planten, die je elk seizoen op een andere plaats kunt zetten, moet je goed nadenken over waar je welke struik en welk ras wilt planten. Je moet rekening houden met de architectuur van de plant, hoe sterk hij groeit, hoe hij tegen sterke wind kan en hoeveel schaduw hij verdraagt.

Nadat ik al mijn struiken had geplant, vond ik dat we nog wel wat meer konden doen. De grond kaal laten terwijl de struiken nog jong waren, leek me geen goed idee. Ik had nog een paar aardbeiplanten die ik een nieuwe plek wilde geven. De snelgroeiende frambozen zouden mijn aardbeien snel verdringen. En aardbeien gedijen niet goed in de schaduw, dus besloot ik ze op het eerste bed te planten.

In de lente, brainstormden we rond de keukentafel waar we het beste onze tomatenzaailingen konden uitplanten. “Tomatenplanten hebben diepe wortels en tomaten hebben veel zon nodig, dus laten we ze tussen onze aardbeienplanten planten,” stelde ik voor. Om te voorkomen dat de volgroeide tomatenplanten de pas geplante bessenstruiken in de schaduw zouden stellen, plantten we ze aan de noordkant van de struiken.

Vrienden en familie zeiden dat dit niet zou werken: tomaten in de openlucht kweken is vragen om problemen, omdat de tomaten zouden rotten voordat ze rijp waren. Dat was misschien waar met onze traditionele natte zomers, maar gezien het veranderende klimaat dacht ik dat het zou kunnen werken. We hadden tenslotte geen keus, want we hebben geen serre.

Op een dag was ik in gesprek met Bram Moeskops, die het platform voor biologische landbouwkennis van IFOAM Organics Europe beheert. Terwijl hij me een virtuele rondleiding gaf op hun uitstekende platform, was het een echt toeval dat hij me één specifieke factsheet liet zien:

“Op deze factsheet,” legde Bram uit, “laten we een nieuwe technologie zien die we proberen te promoten, namelijk de tomaat-aardbei mengteelt. Omdat de aardbeien een levende mulch vormen, wordt vermeden dat opspattend regenwater op de tomatenplanten terechtkomt”. Dit was een geweldig nieuw inzicht. Dit extra voordeel was niet bij me opgekomen, hoewel ik wist dat sporen van verschillende bodemschimmels gewoonlijk worden verspreid door opspattend regenwater en alzo tomatenziektes veroorzaken.

Onze tomatenplanten floreerden, en verrasten iedere bezoeker. Na drie jaren van extreem warme en droge zomers, was dit jaar het tegenovergestelde. En jammer genoeg hebben de maanden van hoge vochtigheid uiteindelijk ook onze planten aangetast. Het was een troost te horen dat alle tuiniers met hetzelfde probleem te kampen hadden gehad, zelfs die met serres.

Aangezien ons klimaat verandert, zullen we moeten blijven experimenteren met teeltpatronen. En hoe meer we leren, hoe beter. Experimenteren met blijvende teelten kan jaren duren, dus is het des te belangrijker om de resultaten op grote schaal te delen. Innovatieve platforms zoals het platform Organic Farm Knowledge en het videoplatform Access Agriculture bieden goede ideeën en de nodige wetenschappelijke inzichten om ons te helpen betere beslissingen te nemen.

Inspirerende kennisplatformen

The Organic Farm Knowledge platform: https://organic-farmknowledge.org met informatie over biolandbouw in Europe.

Access Agriculture: https://www.accessagriculture.org  is een gespecialiseerd videoplatform met gratis te downloaden opleidingsvideo’s over ecologische landbouw met een focus op het Zuiden.

Different ways to learn November 21st, 2021 by

Vea la versión en español a continuación

In June I wrote a story about a virtual meeting with some farmers in Iquicachi, on the shores of Lake Titicaca (Zoom to Titicaca), where they discussed how to manage what was (for them) a new pest: the potato tuber moth. Later, several people wrote to me to say that they hoped these farmers could solve their problem. So I’m writing an update.

I went to Lake Titicaca on 16 November to meet the farmers in person, and they’re doing well.

The agronomists they work with taught them to use ground chalk from a building supply shop to coat the seed potatoes. The chalk discourages the tiny larva of the moth from burrowing into the potato. This and some other techniques are helping to keep the tuber moth down.

At our recent meeting, I was impressed (as I often am) how scientists and farmers have different ways of seeing the world. There’s nothing mystical about his. It’s because they use different methods of observation.

An entomologist sees an insect by killing some specimens and looking at them under the microscope. It is an excellent way to see the details of nature that cannot be readily seen with the naked eye. For example, one of the three species of tuber moths has triangular markings on its wings.

But the farmers of Titicaca were less interested in comparing each species of moth, and more intent on comparing them to another pest, one they have had for ages: the Andean potato weevil.

These Yapuchiris (expert farmers) and their neighbors noticed that the moths’ larvae are much smaller than the worms that hatch from weevil eggs. Second, the weevil only eats a part of the tuber, while the larvae of the moth “have no respect for the potato” and destroy the whole thing. Third, the weevil can’t fly, but the moth “flies in jumps” (it takes short flights).

In all fairness, entomologists have also noticed these behaviors, and the Yapuchiris have recently observed that one species of moth is darker than the other. But the farmers emphasize behavior more, and have their own rhetoric for discussing it (e.g. as jumping). Note that this is not ancestral knowledge, because this pest is new on the Altiplano. These Yapuchiris only noticed the moth 10 years ago, and they have been observing it since then. The farmers learn about insects while farming and processing food. They watch while they work. They don’t set up lab experiments.

The Yapuchiris have strengthened their observations by interacting with agronomists. In this case the extensionists explained that the moths are the adults of the worms, so the farmers then began to pay more attention to the moths.

These improved observations have paid off.

While I was in Iquicachi, one of the Yapuchiris, Martín Condori, suggested that since the tuber moth does not fly very far, it could be kept out of potatoes by planting a row of broad beans or lupin beans between every three rows of potatoes. It’s a new idea, that only occurred to don Martín while we were meeting.

His fellow Yapuchiri, Paulino Pari, immediately warmed to don Martín’s suggestion for an intercropping experiment. Don Paulino said that a row of lupin beans might help to stop the moth from spreading into the potatoes, because the lupin plants are toxic to the moths.

This is the value of farmer-scientist collaboration. The farmers learn that the worms in their potatoes have hatched from the eggs laid by moths. Farmers then pay more attention to the moths, and create new ideas for keeping the moths out of the potato field.

Intercropping may or may not help to manage the moth, but it is an idea that farmers and agronomists can try together.

Years ago in Honduras, Keith Andrews, an entomologist, first told me that farmers identify insects more by their behavior and ecology than by their morphology. I’ve spent many years noticing that he was right.

Acknowledgements

A special thanks to Ing. Roly Cota, who works at PROSUCO, for taking me to Iquicachi and introducing me to the Yapuchiris, so we could validate three new fact sheets for farmers on the potato tuber moth. Our work was supported by the  Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation.

Photo credit

Photo courtesy of Roly Cota.

Further reading

There is some excellent research on the potato tuber moth. For example, see this paper and references cited.

Olivier Dangles, Mario Herrera, Charlotte Mazoyer and Jean-François Silvain 2013 Temperature-dependent shifts in herbivore performance and interactions drive nonlinear changes in crop damages. Global Change Biology 19, 1056–1063, doi: 10.1111/gcb.12104.

Scientific names

There are two native tuber moths in Bolivia: Symmetrischema tangolias, and Phthorimaea operculella. There is also a Guatemalan tuber moth, Tecia solanivora, but it has not been reported in Bolivia. All three of these moths belong to the Gelechiidae family. They are about a centimeter long, about as long as your smallest fingernail. Many Gelechiidae attack stored cereal products, and so you may have been alarmed to find them in your cupboard.

Video on the fascinating lupin bean

Growing lupin without disease

APRENDIENDO CON OTROS OJOS

Por Jeff Bentley, 21 de noviembre del 2021

En junio escribí un relato sobre una reunión virtual con los agricultores de Iquicachi, a orillas del lago Titicaca (Zoom al Titicaca), en la que se discutía cómo gestionar lo que era (para ellos) una nueva plaga: la polilla de la papa. Más tarde, varias personas me escribieron para decirme que esperaban que estos agricultores pudieran resolver su problema. Así que escribo una actualización.

El 16 de noviembre fui al Lago Titicaca para conocer a los agricultores en persona, y están bien.

Los agrónomos con los que trabajan les enseñaron a usar tiza molida de una tienda de materiales de construcción para recubrir la papa semilla. La tiza no deja que la pequeña larva de la polilla penetre a la papa. Esta y otras técnicas están ayudando a reducir la polilla de la papa.

En esta última reunión, me impresionó (como en muchas veces) cómo los científicos y los agricultores tienen formas diferentes de ver el mundo. No tiene nada de místico. Es porque usan distinto métodos de observación.

Un entomólogo observa un insecto al matar algunos ejemplares y mirándolos al microscopio. Es una forma excelente de ver los detalles que no se pueden ver fácilmente a simple vista. Por ejemplo, una de las tres especies de polillas de la papa tiene marcas triangulares en las alas.

Pero los campesinos del Titicaca estaban menos interesados en comparar cada especie de polilla, y más en compararlas con otra plaga, una que tienen desde hace mucho tiempo: el gorgojo de los Andes.

Estos Yapuchiris (agricultores expertos) y sus vecinos se dieron cuenta de que las larvas de las polillas son mucho más pequeñas que los gusanos que nacen de los huevos del gorgojo. En segundo lugar, el gorgojo sólo se come una parte del tubérculo, mientras que las larvas de la polilla “no respetan la papa” y la destruyen completamente. En tercer lugar, el gorgojo no puede volar, pero la polilla “vuela a saltos” (have vuelos cortos).

En realidad, los entomólogos también se han dado cuenta de estos comportamientos, y los Yapuchiris han observado recientemente que una especie de polilla es más oscura que la otra. Pero los campesinos enfatizan más el comportamiento, y tienen su propia retórica para discutirlo (los saltos, por ejemplo). Fíjese que no se trata de un conocimiento ancestral, porque esta plaga es nueva en el Altiplano. Estos Yapuchiris sólo se dieron cuenta de la polilla hace 10 años, y desde entonces la observan. Los campesinos aprenden sobre los insectos mientras cultivan y procesan los alimentos. Observan mientras trabajan. No hacen experimentos de laboratorio.

Los Yapuchiris han reforzado sus observaciones interactuando con los agrónomos. En este caso, los extensionistas les explicaron que las polillas son los adultos de los gusanos, por lo que los agricultores comenzaron a prestar más atención a las polillas.

Estas observaciones mejoradas han dado sus frutos.

Durante mi visita a Iquicachi, uno de los Yapuchiris, Martín Condori, sugirió que, como la polilla de la papa no vuela muy lejos, se podría sembrar un surco de tarwi (lupino) entre cada tres surcos de papa, para que no entre la polilla. Es una idea nueva, que sólo se le ocurrió a don Martín mientras nos reuníamos.

Otro Yapuchiri, don Paulino Pari, aceptó inmediatamente la sugerencia de don Martín de hacer un experimento de cultivo intercalado. Don Paulino dijo que un surco de tarwi podría ser una barrera para la polilla, porque las plantas de tarwi son tóxicas para las polillas.

Este es el valor de la colaboración entre agricultores y científicos. Los agricultores se enteran de que los gusanos de sus papas han nacido de los huevos puestos por las polillas. Los agricultores prestan entonces más atención a las polillas y crean nuevas ideas para mantener las polillas fuera del campo de papas.

Los cultivos intercalados pueden ayudar o no a controlar la polilla, pero es una idea que los agricultores y los agrónomos pueden probar juntos.

Hace años, en Honduras, Keith Andrews, un entomólogo, me explicó por primera vez que los agricultores identifican a los insectos más por su comportamiento y ecología que por su morfología. Llevo muchos años comprobando que tenía razón.

Agradecimientos

Muchas gracias al Ing. Roly Cota, quien trabaja en PROSUCO, por llevarme a Iquicachi y convocar una reunión con los Yapuchiris, donde pudimos validad tres nuevas hojas volantes para agricultores sobre la polilla de la papa. Nuestro trabajo ha sido auspiciado por el Programa Colaborativo de Investigación sobre Cultivos (CCRP) de la Fundación McKnight.

Foto

Foto cortesía de Roly Cota.

Lectura adicional

Hay varios excelentes trabajos de investigación sobre la polilla de la papa. Por ejemplo, vea este artículo y los otros en las referencias citadas.

Olivier Dangles, Mario Herrera, Charlotte Mazoyer and Jean-François Silvain 2013 Temperature-dependent shifts in herbivore performance and interactions drive nonlinear changes in crop damages. Global Change Biology 19, 1056–1063, doi: 10.1111/gcb.12104.

Nombres científicos

Hay dos polillas de la papa nativas en Bolivia: Symmetrischema tangolias, y Phthorimaea operculella. Además, hay una polilla guatemalteca de la papa, Tecia solanivora, pero no ha sido reportada en Bolivia. Las tres polillas pertenecen a la familia Gelechiidae. Miden más o menos un centímetro, más o menos lo largo de su uña meñique. Muchos Gelechiidae atacan cereales almacenados, y es posible que le hayan sorprendido en su dispensa.

Video sobre el fascinante tarwi

Producir tarwi sin enfermedad

El mismo video, en el idioma aymara

Design by Olean webdesign