WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

A “slow food” farm school December 10th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Almario Senoro and his wife, Frances Mae, warmly welcome us as we arrive at Senoro Green Farm. One of the local partners that we are training on Negros Island in the Philippines is making a video on farm record keeping, and it turns out this farm family has just the right experiences to share.

Located on the outskirts of Bago City, since 2014 the family has been developing their three-hectare land into a fully integrated agroecological farm. Almario proudly shows us a map of the farm, which reveals that the farm design has been given some clear thought.

Organic rice is grown on two hectares and milled on the farm to ensure full compliance for organic certification. While Almario guides us around the house, we notice how pleasant the environment is; you hardly feel the heat of the sun as shade is provided by a wide variety of tropical fruit and coconut palm trees scattered around the garden.

In a small screen house, we meet Joyse Salcedo busy transplanting seedlings of various types of herbs and ornamentals. Joyse is from the neighbourhood and manages a team of five women who all work on the farm, wearing the same Senoro Green Farm t-shirts. On a whiteboard, Joyse accurately keeps track of all activities, so our trainees decide to interview her for their video.

“For us to know, for example, when did I sow, when can I transplant, when can I harvest, we need records in our everyday work,” Joyse says. By doing so, they can properly plan and know when different crops will be ready to sell at the market.

The farm has a contract with a local Italian restaurant to weekly provide 10 kilograms of sweet basil, for which it charges 400-500 Philippine pesos per kilogram (7-8 Euros). The restaurant uses the fresh, organic basil leaves to make into a delicious pesto. Thai basil leaves are provided on a weekly basis to a Thai restaurant.

“Herbs like basil are really great, as you need to plant them only once and you can then harvest leaves for six months, if you know how to manage the crop properly,” confides Frances. “We also sell locally crafted baskets with seedlings of five different herbs for anyone who wants to start their own small herb garden.”

The farm has chickens, ducks, and a fish pond. The bran from the rice mill is used as feed. The poultry droppings are collected to feed worms that produce vermicompost, which helps to keep the soil in the vegetable plots healthy and fertile. Full recycling of farm resources is at the heart of the farm, requiring creativity in planning and the occasional adjustments.

While keeping records is useful for any farmer, it is a must for organic farmers, as Almario explains in front of the camera.

“Record keeping is needed for organic farming to track our crops: where they came from, how they were grown, what inputs we used. It is essential when we apply for certification from a third party or PGS, participatory guarantee system, to organically certify our products.”

We are surprised to learn that Almario is a chemical engineer. Not really the type of profile one expects for an organic farmer.

For years, Almario and his wife lived and worked in the capital city, Manila. “It was such a stressful work and life that it even affected my health. When I checked with my doctor all my results were borderline: high blood sugar and uric acid .… The doctor prescribed medicines, but I didn’t like to take them because I knew they would affect my kidneys. I then changed my lifestyle 180 degrees because I love my health and want to stay longer in this world.”

In one year, Almario learned about organic farming and then decided to set up his own farm. “Since then I have only eaten organic food. I became a healthy person. Lately, I had a health check-up and my health improved; thank God for that.”

Now in their forties, Almario and Frances are not just entrepreneurial farmers, they have established various marketing outlets to sell fresh produce as well as jars of pickled papaya, chilli oil and refreshing juices made from the small calamansi fruits (Philippine lime), lightly flavoured with herbs, ginger, and turmeric.

The couple also turned Senoro Green Farm into a unique learning space for students interested in becoming ecological or certified organic farmers. They have just received approval from the local authorities to establish an official training centre to support young people who want to start an organic farm, as well as those who want to just learn about organic agriculture.

And it is not just about ecological farming. The farm also offers a wide range of “farm experience” and “slow food experience” packages to groups or families for 200 to 600 Philippine pesos per person (3-10 Euros), as presented in their promotional leaflet.

You can help with transplanting herbs or vegetables, harvest dwarf coconuts, and enjoy drinking the refreshing coconut water. You can also learn how to prepare traditional dishes, using native utensils and a traditional clay pot. A three-course meal can be enjoyed in a bahay kubo, a traditional bamboo country house, with the food being presented on banana leaves as plates.

Clearly, Almario and Frances have succeeded in developing their farm with respect for the environment and traditional culture. And they have become an inspiration for others to become agri-preneurs. Sometimes a wakeup call is needed to let people discover their real passion.

 

Een “slow food” boerenschool

Almario Senoro en zijn vrouw Frances Mae verwelkomen ons hartelijk als we aankomen bij Senoro Green Farm. Een van de lokale partners die we trainen op Negros Island in de Filippijnen maakt een video over boekhouden van boerderijen en het blijkt dat deze boerenfamilie precies de juiste ervaringen heeft om te delen.

De familie ligt aan de rand van Bago City en is sinds 2014 bezig om hun land van drie hectare te ontwikkelen tot een volledig geïntegreerde agro-ecologische boerderij. Almario laat ons trots een plattegrond van de boerderij zien, waarop duidelijk is dat er goed is nagedacht over het ontwerp van de boerderij.

Op twee hectare wordt biologische rijst verbouwd en op de boerderij gemalen om volledig te voldoen aan de eisen voor biologische certificering. Terwijl Almario ons rondleidt door het huis, valt het ons op hoe aangenaam de omgeving is; je voelt de hitte van de zon nauwelijks omdat er schaduw wordt geboden door een grote verscheidenheid aan tropische fruit- en kokospalmbomen die verspreid in de tuin staan.

In een kleine serre ontmoeten we Joyse Salcedo die bezig is met het verplanten van zaailingen van verschillende soorten kruiden en sierplanten. Joyse komt uit de buurt en geeft leiding aan een team van vijf vrouwen die allemaal op de boerderij werken, met dezelfde Senoro Green Farm t-shirts aan. Op een whiteboard houdt Joyse nauwkeurig alle activiteiten bij, dus besluiten onze trainees haar te interviewen voor hun video.

“Om bijvoorbeeld te weten wanneer ik gezaaid heb, wanneer ik kan uitplanten, wanneer ik kan oogsten, hebben we een administratie nodig voor ons dagelijkse werk,” zegt Joyse. Hierdoor kunnen ze goed plannen en weten ze wanneer de verschillende gewassen klaar zijn om op de markt verkocht te worden.

De boerderij heeft een contract met een plaatselijk Italiaans restaurant om wekelijks 10 kilo basilicum te leveren, waarvoor 400-500 Filipijnse pesos per kilo (7-8 euro) wordt gevraagd. Het restaurant gebruikt de verse, biologische basilicumblaadjes om een heerlijke pesto van te maken. Thaise basilicumblaadjes worden wekelijks geleverd aan een Thais restaurant.

“Kruiden zoals basilicum zijn echt geweldig, omdat je ze maar één keer hoeft te planten en je dan zes maanden lang bladeren kunt oogsten, als je weet hoe je het gewas goed moet beheren,” vertrouwt Frances ons toe. “We verkopen ook lokaal gemaakte manden met zaailingen van vijf verschillende kruiden voor iedereen die zijn eigen kleine kruidentuin wil beginnen.”

De boerderij heeft kippen, eenden en een visvijver. De zemelen van de rijstmolen worden gebruikt als veevoer. De uitwerpselen van het pluimvee worden verzameld om wormen te voeden die vermicompost produceren, wat helpt om de grond in de groentetuinen gezond en vruchtbaar te houden. Het volledig hergebruiken van de middelen van de boerderij vormt de kern van de boerderij en vereist creativiteit bij het plannen en af en toe aanpassingen.

Hoewel het bijhouden van een administratie nuttig is voor elke boer, is het een must voor biologische boeren, zoals Almario uitlegt voor de camera.

“Het bijhouden van een register is nodig voor biologische landbouw om onze gewassen te kunnen volgen: waar ze vandaan komen, hoe ze zijn verbouwd, welke inputs we hebben gebruikt. Het is essentieel wanneer we certificering aanvragen bij een derde partij of PGS, participatief garantiesysteem, om onze producten biologisch te certificeren.”

Het verbaast ons dat Almario chemisch ingenieur is. Niet echt het profiel dat je verwacht van een biologische boer.

Jarenlang woonden en werkten Almario en zijn vrouw in de hoofdstad Manilla. “Het was zo’n stressvol werk en leven dat het zelfs mijn gezondheid aantastte. Toen ik op controle ging bij mijn dokter waren al mijn uitslagen gevaarlijk tegen de grens aan: hoge bloedsuikerspiegel en urinezuur …. De dokter schreef medicijnen voor, maar ik wilde ze niet innemen omdat ik wist dat ze mijn nieren zouden aantasten. Ik heb toen mijn levensstijl 180 graden veranderd omdat ik van mijn gezondheid houd en langer op deze wereld wil blijven.”

In een jaar tijd leerde Almario over biologische landbouw en besloot toen om zijn eigen boerderij op te zetten. “Sindsdien eet ik alleen nog maar biologisch voedsel. Ik ben een gezond mens geworden. Onlangs ben ik nog onderzocht en mijn gezondheid is verbeterd; God zij dank daarvoor.”

Nu ze in de veertig zijn, zijn Almario en Frances niet alleen ondernemende boeren, ze hebben ook verschillende verkooppunten opgezet om verse producten te verkopen, maar ook potten ingemaakte papaja, chili-olie en verfrissende sappen gemaakt van de kleine calamansi-vruchten (Filipijnse limoen), licht op smaak gebracht met kruiden, gember en kurkuma.

Het echtpaar heeft Senoro Green Farm ook omgetoverd tot een unieke leerplek voor studenten die geïnteresseerd zijn om ecologische of gecertificeerde biologische boeren te worden. Ze hebben net goedkeuring gekregen van de lokale autoriteiten om een officieel trainingscentrum op te zetten om jonge mensen te ondersteunen die een biologische boerderij willen beginnen, maar ook degenen die alleen maar willen leren over biologische landbouw.

En het gaat niet alleen om ecologische landbouw. De boerderij biedt ook een breed scala aan “boerderij ervaring” en “slow food ervaring” pakketten voor groepen of families voor 200 tot 600 pesos per persoon (3-10 euro), zoals gepresenteerd in hun promotiefolder.

Je kunt helpen met het verplanten van kruiden of groenten, dwergkokosnoten oogsten en genieten van het verfrissende kokoswater. Je kunt ook leren hoe je traditionele gerechten bereidt met inheems keukengerei en een traditionele kleipot. Een driegangendiner kan worden genuttigd in een bahay kubo, een traditioneel bamboe buitenhuis, waarbij het eten wordt gepresenteerd op bananenbladeren als borden.

Almario en Frances zijn er duidelijk in geslaagd om hun boerderij te ontwikkelen met respect voor het milieu en de traditionele cultuur. En ze zijn een inspiratie voor anderen geworden om agri-preneurs te worden. Soms is er een wake-up call nodig om mensen hun echte passie te laten ontdekken.

Natural solutions November 26th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Before any of our workshops where we train local organisations to produce quality farmer-to-farmer training videos, we visit the farmers where the local trainees will develop their videos over the next two weeks. This time, we are set to train four local organisations from different regions in the Philippines.

As the training is held at the EcoPark in Bacolod on Negros Island in the Western Visayas of the Philippines, two highly experienced organic farmers were identified beforehand with very diverse integrated farms not too far from the venue.

Pastor Jerry Dionson grew up in the northern part of Negros, a region dominated by sugarcane plantations. When he decided to start growing organic food about two decades ago, he moved to Bacolod, further south. Farmers ridiculed him because his rice fields yielded only half of what they were harvesting. Three years later, he had cut back on expenses and harvested more than others in the community. He currently is elected president of one of the local irrigation associations, with 179 members.

“Each family used to have 10 water buffaloes to prepare the fields and provide milk, but now they have machines and at most just one buffalo. Many buffaloes have also died, intoxicated by the glyphosate that farmers use to control weeds,” Pastor Jerry says.

In 2010, the law on organic agriculture was passed in the Philippines, giving due recognition to this alternative farming system. Since then, Pastor Jerry’s reputation has steadily grown and he has received numerous national awards. Farmers now do take him seriously.

From his farmhouse, surrounded by banana plants, coconut palm trees, mango and jackfruit trees, we walk on narrow ditches between the paddy fields that are close to being harvested, pass by a 350 square-metre fishpond, to then arrive at some mixed vegetable fields that are on slightly higher ground.

“It is not just about refraining from the use of pesticides, herbicides and chemical fertilisers, but also to ensure that the family has healthy and diverse food throughout the year,” says Pastor Jerry.

Pastor Jerry hosts intern agriculture students from the  University of Negros Occidental – Recoletos. In one of his rice fields the students, as well as on occasion other fellow farmers, take part in his farmer field school where they learn to observe the effect of various home-made fermented liquid fertilisers made from crop, animal and fish waste.

Organic farming should not be about replacing chemical inputs with commercial organic inputs while continuing to spend a lot of money on them. In fact, while Pastor Jerry takes us on a tour on his farm, it becomes clear how all natural problems can be solved by natural solutions that are freely available. That is, if one has the right knowledge.

In one of the fields, our attention is drawn to two palm leaf fronds of which the bottoms stick out above the rice plants. In many countries, I have seen organic farmers placing sticks in their rice fields to attract birds, which eat caterpillars chewing away the leaves of rice plants. Never taking something for granted when seeing something unusual in a farmers’ field, I enquire about it.

“These are to control rats,” Pastor Jerry says.

“Just those two leaf fronds do the job?” I ask a little puzzled, “and the rats don’t move to other parts of the field?”

“We place the leaf fronds there where we have observed rat damage. Once we have inserted them in the soil, the rats don’t come back. They really don’t like those leaf fronds. Don’t ask me why, but this is local knowledge that I learned from elderly farmers. And it works.”

A little further, we observe small pinkish balls on the stem of one of the rice plants. They appear to be the egg masses of the infamous golden apple snail that causes serious damage to young rice seedlings. The biology and ecology of this pest is still little studied.

Native to South America, golden apple snails with their orange-yellow flesh were introduced in the Philippines between 1982 and 1984, with the intention to serve as a source of protein for low-income Filipino farmers. However, already by 1986 it became apparent that the snails thrived so prolifically in irrigated paddy fields that they became a major pest for rice farmers. Again, one of the solutions is found in nature.

Integrated rice-duck systems have a long tradition in Asia, but have had a major decline with the introduction of pesticides and herbicides since the 1960s. With the increased interest in organic rice, this integrated system is up for a revival.

Young, 3-week old ducks are released in rice fields about a week after transplanting or three weeks after direct sowing. The ducks feed on insects, such as rice planthoppers and leafrollers, as well as on small golden apple snails. Ducks control weeds and their droppings fertilise the field, resulting in better growth and yield. As a bonus, farmers can reduce their expenses for feed while the duck meat quality improves. Current research has also shown that the continuous puddling by ducks between rice plants helps to reduce methane emissions, an important greenhouse gas.

It is great that we can work with highly motivated, local partners and experienced organic farmers who are willing to share their knowledge and experience to develop some new videos in the years to come.

Photo credit: the first photograph is by John Samuels.

 

Natuurlijke oplossingen

Voorafgaand aan elk van onze workshops waar we lokale organisaties opleiden om boerentrainingsvideo’s te maken, bezoeken we boeren waar de lokale trainees de komende twee weken hun video’s zullen ontwikkelen. Deze keer trainen we vier lokale organisaties uit verschillende regio’s van de Filipijnen.

Omdat de training wordt gehouden in het EcoPark in Bacalod op Negros eiland in de Visayas, de centrale regio van de Filipijnen, zijn vooraf twee zeer ervaren biologische boeren geïdentificeerd met zeer diverse, geïntegreerde boerderijen, niet ver van de locatie.

Pastor Jerry Dionson groeide op in het noordelijke deel van Negros, een regio die gedomineerd wordt door suikerrietplantages. Toen hij zo’n twintig jaar geleden besloot om biologisch voedsel te gaan verbouwen, verhuisde hij naar Bacalod, meer naar het zuiden. Boeren maakten hem belachelijk omdat zijn rijstvelden maar de helft opbrachten van wat zij oogstten. Drie jaar later had hij op zijn uitgaven bezuinigd en meer geoogst dan anderen in de gemeenschap. Nu is hij gekozen tot voorzitter van een van de plaatselijke irrigatieverenigingen, met 179 leden.

“Elke familie had vroeger 10 waterbuffels om de velden te bewerken en voor hun melk, maar nu hebben ze machines en hooguit één buffel. Veel buffels zijn ook gestorven, bedwelmd door het glyfosaat dat boeren gebruiken om onkruid te bestrijden,” zegt pastor Jerry.

In 2010 werd de wet op biologische landbouw in de Filipijnen aangenomen, waardoor dit alternatieve landbouwsysteem de nodige erkenning kreeg. Sindsdien is de reputatie van pastor Jerry gestaag gegroeid en heeft hij talloze nationale prijzen ontvangen. Boeren nemen hem nu serieus.

“Het gaat niet alleen om het afzien van het gebruik van pesticiden, herbiciden en kunstmest, maar ook om ervoor te zorgen dat de familie het hele jaar door gezond en gevarieerd voedsel heeft,” zegt pastor Jerry.

Pastor Jerry is gastheer voor landbouwstudenten van de University of Negros Occidental – Recoletos. In een van zijn rijstvelden nemen de studenten, en af en toe ook andere collega-boeren, deel aan zijn boerenveldschool waar ze het effect leren observeren van verschillende zelfgemaakte gefermenteerde vloeibare meststoffen gemaakt van gewas-, dier- en visafval.

Biologische landbouw moet niet gaan over het vervangen van chemische middelen door commerciële, biologische middelen terwijl je er veel geld aan blijft uitgeven. In feite, terwijl pastor Jerry ons meeneemt op een rondleiding op zijn boerderij, wordt het duidelijk hoe alle natuurlijke problemen kunnen worden opgelost door natuurlijke oplossingen die kosteloos beschikbaar zijn. Tenminste, als je de juiste kennis hebt.

In een van de velden wordt onze aandacht getrokken door twee takken van palmbladeren waarvan de onderkant boven de rijstplanten uitsteekt. In veel landen heb ik gezien dat biologische boeren stokken in hun rijstvelden plaatsen om vogels aan te trekken, die rupsen eten die de bladeren van de rijstplanten wegvreten. Als ik iets ongewoons zie in het veld van een boer, neem ik dat nooit voor lief en vraag ernaar.

“Deze zijn om ratten te bestrijden,” zegt Pastor Jerry.

“Alleen die twee bladertakken doen het werk,” vraag ik een beetje verbaasd, “en de ratten verhuizen niet naar andere delen van het veld?”.

“We plaatsen de bladertakken daar waar we schade door ratten hebben waargenomen. Als we ze eenmaal in de grond hebben gestopt, komen de ratten niet meer terug. Ze houden echt niet van die bladertakken. Vraag me niet waarom, maar dit is lokale kennis die ik van oudere boeren heb geleerd. En het werkt.”

Iets verderop zien we kleine roze bolletjes op de stengel van één van de rijstplanten. Het blijken eiermassa’s te zijn van de beruchte gouden appelslak die ernstige schade toebrengt aan jonge rijstplantjes. De biologie en ecologie van deze plaag is nog weinig bestudeerd.

De grote, gouden appelslakken met hun oranje-gele vlees, die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komen, werden tussen 1982 en 1984 in de Filippijnen geïntroduceerd met de bedoeling om als eiwitbron te dienen voor Filipijnse boeren met een laag inkomen. Maar al in 1986 werd duidelijk dat de slakken zo goed gedijden in geïrrigeerde rijstvelden dat ze een grote plaag werden voor rijstboeren. Opnieuw is een van de oplossingen te vinden in de natuur.

Geïntegreerde rijst-eend systemen hebben een lange traditie in Azië, maar hebben een grote terugval gehad door de introductie van pesticiden en herbiciden sinds de jaren 1960. Met de toegenomen belangstelling voor biologische rijst is dit geïntegreerde systeem toe aan een heropleving.

Jonge, drie weken oude eenden worden in de rijstvelden losgelaten als de plantjes minstens drie weken oud zijn. De eenden voeden zich met insecten en kleine gouden appelslakken. Eenden beheersen onkruid en hun uitwerpselen bemesten het veld, wat resulteert in een betere groei en opbrengst. Als bonus kunnen boeren hun uitgaven voor voer verlagen, terwijl de kwaliteit van het eenden vlees verbetert. Huidig onderzoek heeft tevens aangetoond dat het continue poelen door eenden tussen de rijstplanten helpt om de uitstoot van methaan, een belangrijk broeikasgas, te verminderen.

Het is geweldig dat we kunnen samenwerken met zeer gemotiveerde, lokale partners en ervaren biologische boeren die bereid zijn om hun kennis en ervaring te delen om de komende jaren een aantal nieuwe video’s te ontwikkelen.

A love for nature March 19th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

When you ask 5-year-old kids what they want to be when they grow up, many respond veterinarian, pilot, football player, ballerina, or firefighter, depending on where in the world you ask the question. Fortunately, some also say they want to become a farmer, as a young father in Bangalore told me his inspiring story on my recent trip to India.

Naresh N.K. works as a senior administration assistant at the University of Trans-Disciplinary Health Sciences and Technology (TDU), a private university with a unique focus that I have never seen anywhere else in the world. TDU uses modern sciences such as ethnobotany, food technology, medical and veterinary sciences to optimally understand and integrate ancient Indian Ayurvedic wisdom into human and animal health practices, products and policies.

Naresh is involved in an Access Agriculture project, in collaboration with TDU, in which we assess the impact of some of our dairy farmer training videos, translated into the local Kannada language, on farmers’ knowledge and practices, and how this helps to promote natural livestock farming and reduce antibiotic residues in milk. When we meet Naresh in the canteen at 8.30 am, he spontaneously starts to talk about his earlier experiences with video.

“During Covid, buying food at the market became expensive and one didn’t know what chemicals were sprayed on the crop. As I have farmer’s blood running through my veins, even though I moved to the city 20 years ago, I started looking up things on Youtube and began to grow organic food in pots on my terrace. Whenever I needed advice, I also called farmers back home. They always gave me useful tips.”

By filling up buckets with red soil, and mixing it with coconut fibre and home-made vermicompost, Naresh created a healthy, rich soil to grow plants on his terrace. Flicking through his photos on his mobile phone, he shows me one amazing, thriving crop after another: there are tomatoes, green beans, snake gourds, bottle gourds and ridge gourds, sweet potatoes, passion fruit, and even grapes.

“One other reason why I wanted to set up a terrace garden,” Naresh continues, “is that during Covid the schools closed down, so I wanted to do something at home to keep my 4-year-old boy busy, as many kids were just hanging in front of the TV for hours. After we installed the terrace garden, Rishik would often take me by the hand and say: “Come dad, let’s go and water the plants”.”

When I ask Naresh what aspects of the terrace garden his son loves most, without blinking he says: “The birds, bees and other insects that have started to come to our terrace. Rishik observes the birds, collects insects and carefully studies them. It is like a whole new world he is discovering.”

I was really touched by his account. Naresh, a concerned young parent wanting to keep his child busy and feed him healthy, pesticide-free food, was not only able to grow diverse plants in the city, but through his terrace garden also instilled a passion for nature in his child.

Clearly excited about the topic, Naresh continues with twinkling eyes: “This was the first year my son goes to primary school and when the teacher asked the kids what they want to become later in life, my son stood up and surprised all when he answered “make compost and become a farmer”.

Naresh is so pleased with his experience that he will continue to spend quality time with his son planting seeds, watering plants, watching the birds and insects, and harvesting food.

“In a few decades, most of us will live in the cities and there will be few farmers, so those who will know how to grow food will be the kings (and queens) of this world,” he concludes.

School gardens can be a fantastic way to teach kids good attitudes towards the environment and eating healthy food. But Naresh reminded us how important the role of parents is. Parents have an enormous impact in creating an environment that allows their kids to thrive and live up to their dreams. Exposing children at a young age to nature, even if it is just a modest terrace garden in the city, can make a great difference in how people grow up to appreciate healthy food and cherish nature.

Related Agro-Insight blogs

Agroecology for kids

Videos to teach kids good attitudes

The school garden

Teaching the farmers of tomorrow with videos

Shopping with Mom

Related videos on the Access Agriculture video platform

Teaching agroecology in schools

All training videos in Kannada can be seen here: www.accessagriculture.org/search/all/kn

 

Liefde voor de natuur

Als je kinderen van 5 jaar vraagt wat ze later willen worden, antwoorden velen dierenarts, piloot, voetballer, ballerina of brandweerman, afhankelijk van waar ter wereld je de vraag stelt. Gelukkig zeggen sommigen ook dat ze boer willen worden, zoals een jonge vader in Bangalore mij zijn inspirerende verhaal vertelde tijdens mijn recente reis naar India.

Naresh N.K. werkt als senior administratief medewerker aan de Universiteit voor Trans-Disciplinaire Gezondheidswetenschappen en Technologie (TDU), een particuliere universiteit met een unieke focus die ik nergens anders ter wereld heb gezien. TDU gebruikt moderne wetenschappen zoals etnobotanie, voedseltechnologie, medische en veterinaire wetenschappen om de oude Indiase Ayurvedische wijsheid optimaal te begrijpen en te integreren in praktijken, producten en beleid voor de gezondheid van mens en dier.

Naresh is betrokken bij een Access Agriculture-project, in samenwerking met TDU, waarin we het effect beoordelen van enkele van onze trainingsvideo’s voor melkveehouders, vertaald in de lokale Kannada-taal, op de kennis en praktijken van boeren, en hoe dit helpt om natuurlijke veehouderij te bevorderen en antibioticaresiduen in melk te verminderen. Als we Naresh om 8.30 uur in de kantine ontmoeten, begint hij spontaan te vertellen over zijn eerdere ervaringen met video.

“Tijdens de Covid werd het kopen van voedsel op de markt duur en wist men niet welke chemicaliën op het gewas werden gespoten. Omdat ik boerenbloed door mijn aderen heb stromen, ook al ben ik 20 jaar geleden naar de stad verhuisd, begon ik dingen op te zoeken op Youtube en begon ik biologisch voedsel te verbouwen in potten op mijn terras. Als ik advies nodig had, belde ik ook boeren thuis. Zij gaven me altijd nuttige tips.”

Door emmers te vullen met rode aarde en die te mengen met kokosvezels en zelfgemaakte vermicompost, creëerde Naresh een gezonde, rijke grond om planten op zijn terras te laten groeien. Bladerend door zijn foto’s op zijn mobiele telefoon laat hij me de ene verbazingwekkende, bloeiende teelt na de andere zien: er zijn tomaten, groene bonen, slangenkalebassen, fles- en ribkalebassen, zoete aardappelen, passievruchten en zelfs druiven.

“Een andere reden waarom ik een terrastuin wilde aanleggen,” vervolgt Naresh, “is dat tijdens Covid de scholen dicht gingen, dus wilde ik thuis iets doen om mijn zoontje van 4 bezig te houden, want veel kinderen hingen urenlang voor de tv. Nadat we de terrastuin hadden aangelegd, nam Rishik me vaak bij de hand en zei: “Kom pap, we gaan de planten water geven.”

Als ik Naresh vraag van welke aspecten van de terrastuin zijn zoon het meest houdt, zegt hij zonder aarzelen: “De vogels, bijen en andere insecten die naar ons terras zijn gekomen. Rishik observeert de vogels, verzamelt insecten en bestudeert ze zorgvuldig. Het is alsof hij een hele nieuwe wereld ontdekt.”

Ik was echt geraakt door zijn verhaal. Naresh, een bezorgde jonge ouder die zijn kind bezig wilde houden en hem gezond, pesticidevrij voedsel wilde geven, was niet alleen in staat om diverse planten in de stad te kweken, maar door zijn terrastuin ook zijn kind een passie voor de natuur bij te brengen.

Naresh is duidelijk enthousiast over het onderwerp en vervolgt met twinkelende ogen: “Dit was het eerste jaar dat mijn zoon naar de lagere school gaat en toen de leraar de kinderen vroeg wat ze later in hun leven wilden worden, stond mijn zoon op en verbaasde iedereen toen hij antwoordde “compost maken en boer worden”.

Naresh is zo blij met zijn ervaring dat hij quality time met zijn zoon zal blijven doorbrengen met het planten van zaden, het water geven van planten, het kijken naar de vogels en insecten, en het oogsten van voedsel.

“Over een paar decennia zullen de meesten van ons in steden wonen en zullen er weinig boeren zijn, dus degenen die weten hoe ze voedsel moeten verbouwen zullen de koningen (en koninginnen) van deze wereld zijn,” besluit hij.

Schooltuinen kunnen een fantastische manier zijn om kinderen een goede houding tegenover het milieu en gezond eten bij te brengen. Maar Naresh herinnerde ons eraan hoe belangrijk de rol van de ouders is. Ouders hebben een enorme invloed op het creëren van een omgeving waarin hun kinderen kunnen gedijen en hun dromen kunnen waarmaken. Kinderen op jonge leeftijd blootstellen aan de natuur, al is het maar een bescheiden terrastuintje in de stad, kan een groot verschil maken in hoe mensen opgroeien om gezonde voeding te waarderen en de natuur te koesteren.

Gerelateerde Agro-Insight blogs

Agroecology for kids

Videos to teach kids good attitudes

The school garden

Teaching the farmers of tomorrow with videos

Shopping with Mom

Gerelateerde videos op het Access Agriculture video platform

Teaching agroecology in schools

Micro-chefs November 6th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

In this era when many societies have embraced fast food and convenient, ready-made meals, it was refreshing to watch a documentary on the Korean Air flight back home recently, showing how citizens, chefs and scientists across the globe are increasingly waking up to the importance of nurturing and promoting local food cultures.

Dustin Wessa, the presenter in the documentary, “The Chef of Time,” is an American chef who has been living in Korea for 15 years, specialising in fermented food and beverages, such as Makgeolli, a milky and lightly sparkling rice wine. In his opening statement, the friendly chef explains in fluent Korean that the most complex tastes are not created by people, but by millions of micro-organisms (yeasts, lacto-acid bacteria and moulds) which he playfully calls “micro-chefs”. If we want to use the help of this army of cooks, we need time and patience, which Wessa lists as key ingredients for the preparation of delicious food and beverages.

While showing nature’s beauty and picking up a handful of forest soil, Dustin Wessa illustrates the rich diversity of micro-organisms and explains that they are all around us: in the air, soil, on plants and every part of the planet. A Korean scientist explains in lay-man’s language that fermentation and decay are basically the same process whereby micro-organisms break down components in nature. But unlike decay, fermentation is of immediate benefit to people for food preservation and production.

About 4,000 years ago the first fermented breads were made in Egypt. Most likely natural yeasts flying around in the air had landed on wheat dough that was kept in the open air. From this moment on, yeasts would be part of the sourdough, causing the dough to rise.

While many societies across the world have independently developed fermentation techniques, it was not until the 19th century that people began to understand that micro-organisms were causing food and beverages to ferment or to spoil. (Helped by the discovery of the microscope, Louis Pasteur studied microbial fermentation and came to understand how heat killed bacteria. This led to the name ‘pasteurization’).

In many countries across the world, just one species of commercial yeast is used to make bread, beer and wine, namely Saccharomyces cerevisiae. Different strains of this single-celled fungus microorganism are mass multiplied in laboratories to serve different purposes. Micro-organisms in the food industry have become an expensive ingredient. Annually, Korea has imported for millions of dollars of yeast for use in its highly popular bakery and pastry industry.

Doing research on micro-organisms in nature is a complex matter as there are millions of species and countless interactions between them and their environment. Up to now, about 1,600 species have been identified which have economic importance in food preservation and preparation worldwide. A small fraction of the estimated 150,000 useful species.

When Korean scientists discovered a local yeast that could be used in bread making, they were quick to mass multiply and market it, saving the country millions of dollars.

The documentary does further justice to the importance of treasuring local microbial diversity by putting it all in a global perspective. When the entire world depends on just a few commercial species to prepare food, our food system would become highly vulnerable and prone to the vagaries of commercial and political interests.

To avoid making the same mistakes as with seeds of major food crops, which are in the hands of a few large corporations, we need to ensure that local micro-organisms remain a public good, protected from private capture. Only by doing so, we will be able to keep local food cultures alive.

Related blogs

Korean food culture

The baker farmers

A market to nurture local food culture

 

Micro-koks

In dit tijdperk waarin veel samenlevingen fastfood en gemakkelijke, kant-en-klare maaltijden hebben omarmd, was het verfrissend om op de vlucht van Korean Air naar huis onlangs een documentaire te zien die laat zien hoe burgers, chef-koks en wetenschappers over de hele wereld zich steeds meer bewust worden van het belang van het koesteren en bevorderen van lokale eetculturen.

Dustin Wessa, de presentator in de documentaire “The Chef of Time”, is een Amerikaanse kok die al 15 jaar in Korea woont en gespecialiseerd is in gefermenteerd voedsel en dranken, zoals Makgeolli, een melkachtige en licht mousserende rijstwijn. In zijn openingswoord legt de vriendelijke kok in vloeiend Koreaans uit dat de meest complexe smaken niet door mensen worden gecreëerd, maar door miljoenen micro-organismen (gisten, melkzuurbacteriën en schimmels) die hij speels “micro-koks” noemt. Als we de hulp van dit leger van koks willen gebruiken, hebben we tijd en geduld nodig, die Wessa noemt als hoofdingrediënten voor de bereiding van heerlijk eten en drinken.

Terwijl hij de schoonheid van de natuur laat zien en een handvol bosgrond oppakt, illustreert Dustin Wessa de rijke diversiteit aan micro-organismen en legt hij uit dat ze overal om ons heen zijn: in de lucht, in de bodem, op planten en op elk deel van de planeet. Een Koreaanse wetenschapper legt in lekentaal uit dat fermentatie en rotting eigenlijk hetzelfde proces is waarbij micro-organismen bestanddelen in de natuur afbreken. Maar in tegenstelling tot bederf is fermentatie van direct nut voor mensen voor het bewaren en produceren van voedsel.

Ongeveer 4000 jaar geleden werden in Egypte de eerste gegiste broden gemaakt. Waarschijnlijk waren in de lucht rondvliegende natuurlijke gisten terechtgekomen op tarwedeeg dat in de open lucht werd bewaard. Vanaf dat moment maakte gist deel uit van het zuurdesem, waardoor het deeg ging rijzen.

Hoewel veel samenlevingen over de hele wereld onafhankelijk van elkaar fermentatietechnieken hebben ontwikkeld, begon men pas in de 19e eeuw te begrijpen dat micro-organismen voedsel en dranken lieten gisten of bederven. (Geholpen door de ontdekking van de microscoop bestudeerde Louis Pasteur microbiële fermentatie en kwam hij erachter hoe hitte bacteriën doodde. Dit leidde tot de naam “pasteurisatie”).

In veel landen in de wereld wordt slechts één soort commerciële gist (gebruikt om brood, bier en wijn te maken, namelijk Saccharomyces cerevisiae. Micro-organismen in de voedingsindustrie zijn een duur ingrediënt geworden. Korea importeert jaarlijks voor miljoenen dollars aan gist voor gebruik in zijn zeer populaire bakkerij- en banketindustrie.

Onderzoek naar micro-organismen in de natuur is een complexe aangelegenheid, aangezien er miljoenen soorten zijn en talloze interacties tussen hen en hun omgeving. Tot nu toe zijn er ongeveer 1600 soorten geïdentificeerd die wereldwijd van economisch belang zijn voor het bewaren en bereiden van voedsel. Een kleine fractie van de naar schatting 150.000 nuttige soorten.

Toen Koreaanse wetenschappers een lokale gistsoort ontdekten die kon worden gebruikt voor het maken van brood, waren ze er snel bij om deze massaal te vermenigvuldigen en op de markt te brengen, waardoor het land miljoenen dollars bespaarde.

De documentaire doet verder recht aan het belang van het koesteren van lokale microbiële diversiteit door alles in een mondiaal perspectief te plaatsen. Wanneer de hele wereld afhankelijk is van slechts een paar commerciële soorten om voedsel te bereiden, wordt ons voedselsysteem zeer kwetsbaar en vatbaar voor de grillen van commerciële en politieke belangen.

Om niet dezelfde fouten te maken als met zaden van grote voedselgewassen, die in handen zijn van een paar grote bedrijven, moeten we ervoor zorgen dat lokale micro-organismen een publiek goed blijven, beschermd tegen private inbezitneming. Alleen zo kunnen we lokale voedselculturen in leven houden.

Related blogs

Korean food culture

The baker farmers

A market to nurture local food culture

Korean food culture October 23rd, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

In our weekly blogs, Jeff and I often write about food: how it is produced, processed or marketed. During a recent visit with my wife Marcella to South Korea, where I was invited to give a talk at the 5th Organic Asia Congress, we discover little by little what makes Korean food culture stand out from other places we have visited over the years.

Many of the local dishes contain a dozen or so little bowls and plates, each with a different salted and fermented vegetable, called kimchi. These are commonly combined with a bowl of sticky rice and a bowl of tasty seaweed soup. A healthy food, kimchi is rich in vitamins A, C, beta-carotene and other antioxidants, as well as lactic acid bacteria which are good for your guts.

Traditionally, kimchi was prepared in large earthenware pots at the onset of autumn to ensure there was enough healthy food during winter and spring. To avoid the pots getting damaged by severe frosts, the pots were buried in the soil, which was said to give a nice additional flavour to the vegetables.

Making kimchi used to be an annual, communal activity. Neighbouring housewives would rotate their schedules to help each other prepare large quantities. Each household had its own recipes, while the taste is also influenced by the region. Nowadays, as most people live in cities, few still prepare their own kimchi. Bought at the market or in shops, people now have a separate fridge to store different types of kimchi in closed glass jars.

During the first week of our stay, our host Jennifer Chang, explains about the origin of another dish, called bibimbap. To eat this dish, you need to transfer your rice into a large bowl with a mix of fermented and steamed vegetables, and stir it until all the ingredients are properly mixed. While in the past, this was a way to make use of all leftover food, without letting anything go to waste, it now has become like a national dish.

One of the interesting things to do when traveling is to visit a fresh market, as this often gives you a quick glimpse into local food culture. What struck us as unique when visiting Seongdong market in Gyeongju City was the shear amount of micro-enterprises processing food.

Soon after entering the covered, daily market, we are drawn like moths to a light to the smell of roasted sesame seed. When we reach the shop, we see that a lady in her fifties is operating various processing units. In one, sesame is roasted over a gas fire while it is slowly, mechanically stirred. Next to it, a small machine extracts sesame oil, another popular ingredient of many of the local dishes. Making optimal use of the small space in her shop, the woman uses yet another machine to process chilli into flakes. It is a mild variety of chilli that is a steady ingredient to make kimchi.

Another shop has small, stainless steel food processing equipment to make pastries, while yet another one is all set up to extract and pasteurize juices.

While raw fish is a common feature in most fresh markets across Asia, it was nice to see how a few entrepreneurial women were adding value to sea food. To cater for the demanding city dwellers, appealing plates were being prepared on the spot with a diversity of shrimps, mussels, cockles, squid and fish. Covered with a transparent foil, these artistically arranged dishes display all their goodies: a real pleasure to the eye.

One place in the market was devoted to serve customers prepared food. When we finally decide from which buffet to fill our plates, it struck me how local people carefully arranged the various ingredients, either by colour or some other way. Everybody’s plate looked really appealing, almost like a painting, where each colour is added with careful thought.

When local food culture is deeply engrained in a society, this shows in many different ways. Yet cultural erosion is also taking place in Korea, due to the encroaching fast-food culture and rise of supermarkets. This was one reason why the local authorities of Gyeongju City decided to renovate the fresh market and make it more attractive to the local community and foreign visitors. Even strong food cultures need the occasional support from local authorities and continued appreciation by the new generation in order to survive.

Related blogs

A market to nurture local food culture

When local authorities support agroecology

Marketing as a performance

 

Koreaanse eetcultuur

In onze wekelijkse blogs schrijven Jeff en ik vaak over voedsel: hoe het wordt geproduceerd, verwerkt of op de markt wordt gebracht. Tijdens een recent bezoek met mijn vrouw Marcella aan Zuid-Korea, waar ik was uitgenodigd om een ​​lezing te geven op een congres rond biologische landbouw in Azië, ontdekken we beetje bij beetje wat de Koreaanse eetcultuur onderscheidt van andere plaatsen die we in de loop der jaren hebben bezocht.

Veel van de lokale gerechten bevatten een tiental kommetjes en schaaltjes, elk met een andere gezouten en gefermenteerde groente, kimchi genaamd. Deze worden vaak gecombineerd met een kom plakkerige rijst en een kom lekkere zeewiersoep. Kimchi is een gezond voedingsmiddel en is rijk aan vitamine A, C, bètacaroteen en andere antioxidanten, evenals melkzuurbacteriën die goed zijn voor je darmen.

Traditioneel werd kimchi aan het begin van de herfst in grote aardewerken potten bereid om ervoor te zorgen dat er in de winter en de lente voldoende gezond voedsel was. Om te voorkomen dat de potten beschadigd raakten door strenge vorst, werden de potten in de grond begraven, wat een mooie extra smaak aan de groenten zou geven.

Vroeger was het maken van kimchi een jaarlijkse, gemeenschappelijke activiteit. Naburige huisvrouwen zouden hun schema’s roteren om elkaar te helpen grote hoeveelheden klaar te maken. Elk huishouden had zijn eigen recepten, terwijl de smaak ook beïnvloed wordt door de regio. Omdat de meeste mensen tegenwoordig in steden wonen, bereiden maar weinig mensen nog hun eigen kimchi. Gekocht op de markt of in winkels, bewaren mensen nu verschillende soorten kimchi in gesloten glazen potten in een aparte koelkast.

Tijdens de eerste week van ons verblijf vertelt onze gastheer Jennifer Chang over de oorsprong van een ander gerecht, bibimbap genaamd. Om dit gerecht te eten, moet je je rijst en saus in een grote kom doen met een mix van gefermenteerde en gestoomde groenten, en roeren tot alle ingrediënten goed gemengd zijn. Was dit vroeger een manier om alle etensresten te benutten, zonder iets verloren te laten gaan, is het nu een nationaal gerecht geworden.

Een van de interessante dingen om te doen tijdens het reizen is het bezoeken van een versmarkt, omdat dit je vaak een snelle blik geeft in de lokale eetcultuur. Wat ons als uniek opviel toen we de Seongdong-markt in Gyeongju-stad bezochten, was het groot aantal micro-ondernemingen die voedsel verwerken.

Al snel na het betreden van de overdekte, dagelijkse markt, worden we als motten naar een licht aangetrokken door de geur van geroosterd sesamzaad. Als we de winkel bereiken, zien we dat een dame van in de vijftig verschillende verwerkingseenheden bedient. In een daarvan wordt sesam geroosterd boven een gasvuur terwijl het langzaam, mechanisch wordt geroerd. Daarnaast extraheert een kleine machine sesamolie, een ander populair ingrediënt van veel van de lokale gerechten. De vrouw maakt optimaal gebruik van de kleine ruimte in haar winkel en gebruikt nog een andere machine om chilipeper tot vlokken te verwerken. Het is een milde chili-variëteit die een vast ingrediënt is om kimchi te maken.

Een andere winkel heeft kleine roestvrijstalen voedselverwerkingsapparatuur om gebak te maken, terwijl nog een andere helemaal is ingericht om sappen te extraheren en te pasteuriseren.

Hoewel rauwe vis een veelvoorkomend kenmerk is in de meeste versmarkten in Azië, was het leuk om te zien hoe een aantal ondernemende vrouwen voor de veeleisende stedelingen ter plekke aantrekkelijke borden bereiden met een diversiteit aan garnalen, mosselen, kokkels, inktvis en vis. Bedekt met een transparante folie, tonen deze artistiek opgestelde schalen al hun lekkers: een lust voor het oog.

Eén plaats op de markt was bestemd voor het serveren van bereide maaltijden aan klanten. Toen we eindelijk besloten van welk buffet we onze borden zouden vullen, viel het me op hoe de lokale bevolking de verschillende ingrediënten zorgvuldig, op kleur of op een andere manier, rangschikte. Het bord van iedereen zag er heel aantrekkelijk uit, bijna als een schilderij, waarbij elke kleur zorgvuldig is toegevoegd.

Wanneer de lokale eetcultuur diep geworteld is in een samenleving, blijkt dit op veel verschillende manieren. Maar ook in Korea vindt culturele erosie plaats door de oprukkende fastfoodcultuur en de opkomst van supermarkten. Dit was een van de redenen waarom de lokale autoriteiten van de stad Gyeongju besloten om de versmarkt te renoveren en aantrekkelijker te maken voor de lokale gemeenschap en buitenlandse bezoekers. Zelfs sterke eetculturen hebben af ​​en toe steun van de lokale autoriteiten en blijvende waardering van de nieuwe generatie nodig om te overleven.

Gerelateerde blogs

A market to nurture local food culture

When local authorities support agroecology

Marketing as a performance

Design by Olean webdesign