WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

Seeing the life in the soil June 25th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Earlier, Jeff and I have written various blogs about the importance of soil organic matter and soil life to support  thriving, sustainable food production. Soils that have many living organisms hold more carbon and nutrients and can better absorb and retain rainwater, all of which are crucial in these times of a disturbed climate.

But measuring life in soils can be a time-consuming activity depending on what one wants to measure. While bacteria and fungi cannot be seen by the naked eye, ants, grubs and earth worms can.

In one of the training videos that we filmed in Bolivia last February, Eliseo Mamani from the PROINPA Foundation, a science and technology organization, shows us meticulously how you can measure the visible soil organisms with farmers. Using a standardised method to measure soil life is important if you want to evaluate how certain farming practices have an effect on the life of your soil.

One early morning, we pick up Ana Mamani and Rubén Chipana from their homes to take us to a field on the altiplano that has been cultivated for various years and that has not received any organic fertilizer. The farmers of Chiarumani, Patacamaya, about 100 kilometres south of La Paz, have learned through collaborative research that there are more living things in some parts of the field, and fewer in other parts, so they take samples from 3 parts of the field.

With a spade they remove a block of soil 20 centimetres wide, 20 centimetres long and 20 centimetres deep. They carefully put all this soil in a white bag and close it tightly, so that the living things do not escape, because the earthworms and other living things move quickly.

We then drive to another place, where they collect 3 more samples from a field that has received organic fertilizer and where organic vegetables are grown. All samples are put in blue bags, all nicely labelled.

Under the shade of a tree, some more farmers have gathered to start counting the living organisms. One handful of soil at a time, they empty each bag on a plastic tray. As they come across a living creature, they carefully pick it out and report it to Eliseo who takes notes: how many earthworms, how many ants, how many termites, how many beetles, how many spiders and how many grubs.

After an hour, the results are added up and samples compared: there are only many earthworms in the soil from the field that received organic fertilizer. The farmers discuss the findings in group and conclude: If your soil has few living things, you can bring your soil to life by adding animal manure or compost, by leaving crop residues in the field, and not burning them. You can also improve soil life by ploughing less, as ploughing disturbs bacteria, fungi, and animals that add fertility to the soil.

After returning back home from our trip to Bolivia, I am still reflecting on the many things we have learned from farmers and the organisations who do basic, yet relevant research with them, when Marcella points to the fields in front of our office. In March, at the onset of spring, moles are most active. It is striking: the field to the left that hasn’t been ploughed or fertilized for several years has many mole hills. The field on the right is intensively managed and does not have a single mole hill. Ploughing reduces organic matter, which is feed for earthworms. Herbicides and pesticides kill soil life, including earthworms. Also, liquid manure, which is used abundantly across Flanders and the Netherlands, can kill earthworms, especially when cows have received antibiotics and other drugs. Liquid manure may also contain heavy metals used for animal feed, such as zinc and copper.

Earthworms can be counted and used as soil health bioindicators. When done in collaborative research with farmer groups this helps farmers understand how certain farming practices affects the health of their soil and the long-term sustainability of their farm. However, if you don’t have time to go out with a spade to take soil samples, even above ground indicators such as mole hills can offer a quick alternative.

Acknowledgements

The visit to Bolivia to film various farmer-to-farmer training videos, including this one, was made possible with the generous support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to the Foundation for the Promotion and Research of Andean Products (PROINPA) who introduced us to the communities, and to Eliseo Mamani in particular who led the soil exercises with the farmers for this video.

Related videos

Seeing the life in the soil

Living windbreaks to protect the soil

Related Agro-Insight blogs

Soil science, different but right

Killing the soil with chemicals (and bringing it back to life)

Commercialising organic inputs

 

Het leven in de bodem zien

Jeff en ik hebben al eerder verschillende blogs geschreven over het belang van organische stof in de bodem en bodemleven om duurzame voedselproductie te ondersteunen. Bodems met veel levende organismen houden meer koolstof en voedingsstoffen vast en kunnen regenwater beter absorberen en vasthouden, wat allemaal cruciaal is in deze tijden van een verstoord klimaat.

Maar het meten van het leven in de bodem kan een tijdrovende bezigheid zijn, afhankelijk van wat men wil meten. Terwijl bacteri√ęn en schimmels niet met het blote oog te zien zijn, zijn mieren, larven en regenwormen dat wel.

In een van de trainingsvideo’s die we afgelopen februari in Bolivia hebben gefilmd, laat Eliseo Mamani van PROINPA, een wetenschappelijk en technologisch instituut, nauwkeurig zien hoe je samen met boeren de zichtbare bodemorganismen kunt meten. Het gebruik van een gestandaardiseerde methode om het bodemleven te meten is belangrijk als je wilt evalueren welk effect bepaalde landbouwpraktijken hebben op het bodemleven.

Op een vroege ochtend halen we Ana Mamani en Rubén Chipana op van hun huis om ons naar een veld op de altiplano te brengen dat al verschillende jaren wordt bewerkt en waar geen organische meststoffen zijn gebruikt. De boeren van Chiarumani, Patacamaya, ongeveer 100 kilometer ten zuiden van La Paz, hebben door gezamenlijk onderzoek geleerd dat er in sommige delen van het veld meer levende wezens zijn en in andere delen minder, dus nemen ze monsters van 3 delen van het veld.

Met een spade halen ze een blok grond weg van 20 centimeter breed, 20 centimeter lang en 20 centimeter diep. Ze doen al deze grond voorzichtig in een witte zak en sluiten deze goed af, zodat de levende wezens niet kunnen ontsnappen, want de regenwormen en andere levende wezens verplaatsen zich snel.

Daarna rijden we naar een andere plek, waar ze nog 3 monsters verzamelen van een veld dat organische mest heeft gekregen en waar organische groenten worden verbouwd. Alle monsters worden in blauwe zakken gedaan, allemaal netjes gelabeld.

Onder de schaduw van een boom hebben zich nog meer boeren verzameld om te beginnen met het tellen van de levende organismen. Een handvol grond per keer legen ze elke zak op een plastic dienblad. Als ze een levend wezen tegenkomen, pikken ze het er voorzichtig uit en rapporteren het aan Eliseo die aantekeningen maakt: hoeveel regenwormen, hoeveel mieren, hoeveel termieten, hoeveel kevers, hoeveel spinnen en hoeveel engerlingen.

Na een uur worden de resultaten opgeteld en de monsters vergeleken: er zitten alleen veel regenwormen in de grond van het veld dat organische mest heeft gekregen. De boeren bespreken de bevindingen in groep en concluderen: Als je bodem weinig levende wezens heeft, kun je je bodem tot leven brengen door dierlijke mest of compost toe te voegen, door gewasresten op het veld te laten liggen en ze niet te verbranden. Je kunt het bodemleven ook verbeteren door minder te ploegen, want ploegen verstoort bacteri√ęn, schimmels en dieren die vruchtbaarheid aan de bodem toevoegen.

Na terugkomst van onze reis naar Bolivia ben ik nog steeds aan het nadenken over de vele dingen die we hebben geleerd van boeren en de organisaties die samen met hen eenvoudig, maar relevant onderzoek doen, als Marcella naar de velden voor ons kantoor wijst. In maart, aan het begin van de lente, zijn de mollen het actiefst. Het is opvallend: het veld links, dat al een paar jaar niet geploegd of bemest is, heeft veel molshopen. Het veld rechts wordt intensief beheerd en heeft geen enkele molshoop. Door ploegen vermindert het organisch materiaal, dat voedsel is voor regenwormen. Herbiciden en pesticiden doden het bodemleven, waaronder regenwormen. Ook vloeibare mest, die in heel Vlaanderen en Nederland overvloedig wordt gebruikt, kan regenwormen doden, vooral wanneer koeien antibiotica en andere medicijnen hebben gekregen. Vloeibare mest kan ook zware metalen bevatten die worden gebruikt voor diervoeder, zoals zink en koper.

Regenwormen kunnen worden geteld en gebruikt als bio-indicatoren voor de gezondheid van de bodem. Wanneer dit in samenwerking met boerengroepen wordt gedaan, helpt dit boeren te begrijpen hoe bepaalde landbouwpraktijken de gezondheid van hun bodem en de duurzaamheid van hun boerderij op de lange termijn be√Įnvloeden. Maar indien je geen tijd hebt om bodemmonsters te nemen met een spade, bieden bovengrondse indicatoren zoals molshopen een snel alternatief.

Bekijk de video

Seeing the life in the soil

Organic leaf fertilizer April 16th, 2023 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

Prosuco is a Bolivian organization that teaches farmers organic farming. Few things are more important than encouraging alternatives to chemical pesticides and fertilizers.

So Prosuco teaches farmers to make two products, 1) sulfur lime: water boiled with sulfur and lime and used as a fungicide. Some farmers also find that it is useful as an insecticide. 2) Biofoliar, a fermented solution of cow and guinea pig manure, chopped alfalfa, ground egg shells, ash, and some storebought ingredients: brown sugar, yoghurt, and dry active yeast. After a few months of fermenting in a barrel, the biofoliar is strained and can be mixed in water to spray onto the leaves of plants.

Conventional farmers often buy chemical fertilizer, designed to spray on a growing crop. But this foliar (leaf) chemical fertilizer is another source of impurities in our food, because the chemical is sprayed on the leaves of growing plants, like lettuce and broccoli.

Paul and Marcella and I were with Prosuco recently, making a video in Cebollullo, a community in a narrow, warm valley near La Paz. These organic farmers usually mix biofoliar together with sulfur lime. They rave about the results. The plants grow so fast and healthy, and these home-made remedies are much cheaper than the chemicals from the shop.

The mixture does seem to work. One farmer, do√Īa Ninfa, showed us her broccoli. There were cabbage moths (plutella) flying around it and landing on the leaves. These little moths are the greatest cabbage pest worldwide, and also a broccoli pest. Do√Īa Ninfa has sprayed her broccoli with sulfur lime and biofoliar. I saw very few holes in the plant leaves, typical of plutella damage, but I couldn‚Äôt find any of their larvae, little green worms. So whatever do√Īa Ninfa was doing, it was working.

I do have a couple of questions. I wonder if, besides the nutrients in the biofoliar, if there are also beneficial microorganisms that help the plants? To know that, we would have to assay the microorganisms in the biofoliar, before and after fermenting it. Then we would need to know which microbes are still alive after being mixed with sulfur lime, which is designed to be a fungicide, i.e., to kill disease-causing fungi. The mixture may reduce the number of microorganisms, but this would not affect the quantity of nutrients for the plants. Farmer-researchers of Cebollullo have been testing different ratios of biofoliar and sulfur lime to develop the most efficient control while reducing the number of sprays, to save time and labor. This is important to them because their fields are often far from the road and far from water.

This is not a criticism of Prosuco, but there needs to be more formal research, for example, from universities, on safe, inexpensive, natural fungicides and fertilizers that farmers can make at home, and on the combinations of these inputs.

Agrochemical companies have all the advantages. They co-opt university research. They have their own research scientists as well. They have advertisers and a host of shopkeepers, motivated by the promise of earning money.

Organic agriculture has the good will of the NGOs, working with local people, and the creativity of the farmers themselves. Even a little more support would make a difference.

Previous Agro-Insight blog

Friendly germs

Related videos

Good microbes for plants and soil

Vermiwash: an organic tonic for crops

Acknowledgement

Thanks to Roly Cota, Maya Apaza, and Renato Pardo of Prosuco for introducing us to the community of Cebollullo, and for sharing their thoughts on organic agriculture with us. Thanks to María Quispe, the Director of Prosuco, and to Paul Van Mele, for their valuable comments on previous versions of this story. This work was sponsored by the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation.

ABONO FOLIAR ORG√ĀNICO

Jeff Bentley, 9 de abril del 2023

Prosuco es una organizaci√≥n boliviana que ense√Īa la agricultura ecol√≥gica a los agricultores. Pocas cosas son m√°s importantes que fomentar alternativas a los plaguicidas y fertilizantes qu√≠micos.

As√≠, Prosuco ense√Īa a los agricultores a hacer dos productos: 1) sulfoc√°lcico: agua hervida con azufre y cal que se usa como fungicida. Algunos agricultores tambi√©n ven que es √ļtil como insecticida. 2) Biofoliar, una soluci√≥n fermentada de esti√©rcol de vaca y cuyes, alfalfa picada, c√°scaras de huevo molidas, ceniza y algunos ingredientes comprados en la tienda: az√ļcar moreno, yogurt y levadura seca activa. Tras unos meses de fermentaci√≥n en un barril, el biofoliar se cuela y puede mezclarse con agua para fumigarlo sobre las hojas de las plantas.

Los agricultores convencionales suelen comprar fertilizantes qu√≠micos, dise√Īados para fumigar sobre un cultivo en crecimiento. Pero este fertilizante qu√≠mico foliar es otra fuente de contaminaci√≥n en nuestros alimentos, porque el producto qu√≠mico se fumiga sobre las hojas de las plantas en crecimiento, como la lechuga y el br√≥coli.

Paul, Marcella y yo estuvimos hace poco con Prosuco haciendo un video en Cebollullo, una comunidad ubicada en un valle estrecho y cálido cerca de La Paz. Estos agricultores ecológicos suelen mezclar biofoliar con sulfocálcio. Están encantados con los resultados. Las plantas crecen muy rápido y sanas, y estos remedios caseros son mucho más baratos que los productos químicos de la tienda.

La mezcla parece funcionar. Una agricultora, do√Īa Ninfa, nos ense√Ī√≥ su br√≥coli. Hab√≠a polillas del repollo (plutella) volando alrededor y pos√°ndose en las hojas. Estas peque√Īas polillas son la mayor plaga del repollo en todo el mundo, y tambi√©n del br√≥coli. Do√Īa Ninfa ha fumigado su br√≥coli con sulfoc√°lcico y biofoliar. Vi muy pocos agujeros en las hojas de la planta, t√≠picos de los da√Īos de la plutella, pero no encontr√© ninguna de sus larvas, peque√Īos gusanos verdes. Sea lo que sea, lo que do√Īa Ninfa hac√≠a, le daba buenos resultados.

Tengo un par de preguntas. Me pregunto si, adem√°s de los nutrientes del biofoliar ¬Ņhay tambi√©n microorganismos buenos que ayuden a las plantas? Para saberlo, tendr√≠amos que analizar los microorganismos del biofoliar, antes y despu√©s de fermentarlo. Entonces necesitar√≠amos saber qu√© microorganismos siguen vivos despu√©s de ser mezclados con el sulfoc√°lcico, que est√° dise√Īada para ser un fungicida, es decir, para matar hongos causantes de enfermedades. La mezcla puede que reduzca microorganismos, pero eso no debe bajar la cantidad de nutrientes favorables para las plantas. Agricultores investigadores de Cebollullo han estado probando relaciones de biofoliar y caldo sulfoc√°lcico para desarrollar un control m√°s eficiente y reducir el n√ļmero de fumigaciones, para ahorrar tiempo y trabajo, ya que sus parcelas son de dif√≠cil acceso, y lejos de las fuentes de agua. ¬†¬†.

Esto no es una crítica a Prosuco, pero es necesario que haya más investigación formal, por ejemplo, de las universidades, sobre los fungicidas y abonos seguros, baratos y naturales que los agricultores puedan hacer en casa y sobre las combinaciones de estos insumos.

Las empresas agroquímicas tienen todas las ventajas. Cooptan la investigación universitaria. También tienen sus propios investigadores. Tienen propaganda en los medios masivos y una gran red de distribución comercial, con vendedores motivados por la meta de ganar dinero.

La agricultura ecológica tiene la buena voluntad de las ONGs, que trabajan con la población local, y con la creatividad de los propios agricultores. Un poco más de apoyo haría la diferencia.

Previamente en el blog de Agro-Insight

Microbios amigables

Videos relacionados

Buenos microbios para plantas y suelo

Vermiwash: an organic tonic for crops

Agradecimiento

Gracias a Roly Cota, Maya Apaza, y Renato Pardo de Prosuco por presentarnos a la comunidad de Cebollullo, y por compartir sus ideas sobre la agricultura orgánica con nosotros. Gracias a María Quispe, Directora de Prosuco, y Paul Van Mele, por leer y hacer valiosos comentarios sobre versiones previas de este relato. Este trabajo fue auspiciado por el Programa Colaborativo de Investigación de Cultivos (CCRP) de la Fundación McKnight.

 

The market mafia April 9th, 2023 by

The market mafia

Nederlandse versie hieronder

In a previous blog, I wrote how smallholder, organic farmers in Bolivia struggle to sell their healthy, natural produce to an urban and peri-urban audience that is only slowly awakening to the health risks of  food produced with agrochemicals.

While the weekly home delivery service is a new way to sell fresh produce directly to consumers, the age-proven, open-air markets offer a more obvious way to sell ecological food. As in much of the developing world, weekly neighbourhood markets are widespread in Bolivia, but they come with their own challenges when newcomers want to enter the scene.

The NGO Agrecol Andes has been working for years to help agroecological farmers sell their produce directly on local markets, rather than through middle men. To help farmers in the department of Cochabamba obtain a space to sell in existing markets, Agrecol obtained agreements with various local authorities to help their farmers sell at markets. But that seemed to be the easiest part.

From experience Agrecol Andes learned that if one of the ecological farmers did not have vegetables or fruits to sell during one week, their place would be snapped up by a conventional vendor, who would keep the spot forever. So Agrecol increased its efforts to strengthen farmer groups, which let members to supply each other with ecological produce and ensure weekly presence on the markets.

But competition among market vendors is a fierce. While local authorities may set market rules, the real power is held by a few influential vendors. If the old vendors object, the farmer-sellers may permanently be blocked from the market.

‚ÄúIn some cases, my colleagues have been negotiating with specific market vendors for several years, but until they obtain permission, they are never sure whether their efforts will bear any fruits,‚ÄĚ explains Augusto Liz√°rraga, a young staff from Agrecol Andes who accompanied us during most of our filming days.

Clearly, for individual farmers to start selling ecological produce directly on markets, the challenges are huge. Working in groups helps, and so does the support of local authorities. But institutional support like the one offered by Agrecol Andes is essential to support agroecological farmers and trigger changes towards healthier and fairer food systems.

The market mafia may be invisible, but it does exist.

Watch our video on: How to sell ecological food

Related Agro-Insight blogs

The struggle to sell healthy food

Marketing as a performance

A young lawyer comes home to farm

An exit strategy

 

De markt maffia

In een vorig blog schreef ik hoe kleine, biologische boeren in Bolivia worstelen om hun gezonde, natuurlijke producten te verkopen aan een stedelijk en peri-stedelijk publiek dat zich maar langzaam bewust wordt van de gezondheidsrisico’s van voedsel dat met landbouwchemicali√ęn is geproduceerd.

Hoewel de wekelijkse thuisbezorging een nieuwe manier is om verse producten rechtstreeks aan de consument te verkopen, bieden de beproefde openluchtmarkten een meer voor de hand liggende manier om gezond, ecologisch voedsel te verkopen. Zoals in veel ontwikkelingslanden zijn ook in Bolivia wekelijkse buurtmarkten wijdverbreid, maar ze gaan gepaard met hun eigen uitdagingen wanneer nieuwkomers hun intrede willen doen.

De NGO Agrecol Andes zet zich al jaren in om agro-ecologische boeren te helpen hun producten rechtstreeks op lokale markten te verkopen, in plaats van via tussenpersonen. Om boeren in het departement Cochabamba te helpen een plek te krijgen op bestaande markten, verkreeg Agrecol overeenkomsten met verschillende lokale autoriteiten om hun boeren te helpen op markten te verkopen. Maar dat leek het gemakkelijkste deel.

Uit ervaring leerde Agrecol Andes dat als een van de ecologische boeren gedurende een week geen groenten of fruit had om te verkopen, haar plaats zou worden ingenomen door een conventionele verkoper, die de plaats voor altijd zou behouden. Dus verhoogde Agrecol haar inspanningen om boerengroepen te versterken, waardoor de leden elkaar ecologische producten kunnen leveren en een wekelijkse aanwezigheid op de markten kunnen garanderen.

Maar de concurrentie tussen de marktkooplui is hevig. Hoewel de plaatselijke autoriteiten de marktregels vaststellen, is de echte macht in handen van een paar invloedrijke verkopers. Als de oude verkopers bezwaar maken, kunnen de boerenverkopers permanent van de markt worden geweerd.

“In sommige gevallen onderhandelen mijn collega’s al jaren met bepaalde marktkooplui, maar zolang ze geen toestemming krijgen, weten ze nooit zeker of hun inspanningen vruchten zullen afwerpen,” legt Augusto Liz√°rraga uit, een jonge medewerker van Agrecol Andes die ons tijdens de meeste van onze filmdagen vergezelde.

Het is duidelijk dat de uitdagingen voor individuele boeren om ecologische producten rechtstreeks op markten te gaan verkopen enorm zijn. Werken in groepen helpt, net als de steun van lokale autoriteiten. Maar institutionele steun zoals die van Agrecol Andes is essentieel om agro-ecologische boeren te ondersteunen en veranderingen in de richting van gezondere en eerlijkere voedselsystemen op gang te brengen.

De marktmaffia mag dan onzichtbaar zijn, ze bestaat wel degelijk.

Bekijk onze video: How to sell ecological food

Gerelateerde Agro-Insight blogs

The struggle to sell healthy food

Marketing as a performance

A young lawyer comes home to farm

An exit strategy

Pheromone traps are social March 26th, 2023 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

Farmers like insecticides because they are quick, easy to use, and fairly cheap, especially if you ignore the health risks.

Fortunately, alternatives are emerging around the world. Entomologists are developing traps made of pheromones, the smells that guide insects to attack, or congregate or to mate. Each species has its own sex pheromone, which researchers can isolate and synthesize. Insects are so attracted to sex pheromones that they can even be used to make traps.

I had seen pheromone traps before, on small farms in Nepal, so I was pleased to see two varieties of pheromone traps in Bolivia.

Paul and Marcella and I were filming a video for farmers on the potato tuber moth, a pest that gets into potatoes in the field and in storage. Given enough time, the larvae of the little tuber moths will eat a potato into a soggy mass of frass.

We visited two farms with Juan Almanza, a talented agronomist who is helping farmers try pheromone traps, among other innovations.

A little piece of rubber is impregnated with the sex pheromone that attracts the male tuber moth. The rubber is hung from a wire inside a plastic trap. One type of trap is like a funnel, where the moths can fly in, but can’t get out again. The males are attracted to the smell of a receptive female, but are then locked in a trap with no escape. They never mate, and so the females cannot lay eggs.

Farmers Pastor Veizaga and Irene Claros showed us traps they had made at home, using an old bottle of cooking oil. The bottle is filled partway with water and detergent. The moth flies around the bait until it stumbles into the detergent water, and dies.

All of the farmers we met were impressed with these simple traps and how many moths they killed. A few of these safe, inexpensive traps, hanging in a potato storage area, could be part of the solution to protecting the potato, loved around the world by people and by moths alike. The pheromone trap could give the farmers a chance to outsmart the moths, without insecticides. But the farmers can’t adopt pheromone traps on their own; it has to be a social effort.

Some ten years previously, pheromone baits were distributed to anyone in Colomi who wanted one. As Juan Almanza explained to me, the mayor’s office announced on the radio that people would receive bait if they took an empty plastic jug to the plant clinic, which operated every Thursday at the weekly fair in the municipal market. Oscar Díaz, who then ran the plant clinic for Proinpa, gave pheromone bait, valued at 25 Bs. (about $3.60), to hundreds of people. Farmers made the traps and used them for years. It may take five years or more for the pheromone to be exhausted from the bait.

Now, only a handful of households in Colomi still use the traps. But most farmers there do spray agrochemicals. Agrochemicals and their alternatives compete in an unfair contest, due in part to policy failure and profit motive. If pesticide shops all closed and farmers did not know where to buy more insecticide, its use would fall off quickly.

Had the municipal government periodically sold pheromone bait to farmers, they might still be making and using the traps.

During Covid, we all learned about supply chains. Sometimes, appropriate tools for agroecology, like pheromone traps, also rely on supplies from outside the farm community.  Manufacturers, distributors, and local government can all be part of this supply chain. Farmers can’t do it on their own.

Acknowledgment

Juan Almanza works for the Proinpa Foundation. He and Paul Van Mele read and commented on a previous version of this story.

Related Agro-Insight blogs

Don’t eat the peals

The best knowledge is local and scientific

LAS TRAMPAS DE FEROMONAS SON SOCIALES

Jeff Bentley, 26 de marzo del 2023

A los agricultores les gustan los insecticidas porque son r√°pidos, f√°ciles de usar y bastante baratos, sobre todo si se ignoran los riesgos para la salud.

Afortunadamente, están surgiendo alternativas en todo el mundo. Los entomólogos están desarrollando trampas de feromonas, los olores que guían a los insectos para atacar, congregarse o aparearse. Cada especie tiene su propia feromona sexual, que los investigadores pueden aislar y sintetizar. Los insectos se sienten tan atraídos por las feromonas sexuales que se los puede usar para hacer trampas.

Yo había visto trampas de feromonas antes, usadas en la agricultura familiar en Nepal, así que me alegró ver dos variedades de trampas de feromonas en Bolivia.

Paul, Marcella y yo est√°bamos filmando un v√≠deo para agricultores sobre la polilla de la papa, una plaga que se mete en las papas en el campo y en almac√©n. Con el suficiente tiempo, las larvas de la peque√Īa polilla de la papa se comen una papa hasta convertirla en una masa de excremento.

Visitamos dos familias con Juan Almanza, un agrónomo de talento que está ayudando a los agricultores a probar trampas de feromonas, entre otras innovaciones.

Se impregna un trocito de goma con la feromona sexual que atrae al macho de la polilla de la papa. La goma se cuelga de un alambre dentro de una trampa de plástico. Un tipo de trampa es como un embudo, donde las polillas pueden entrar volando, pero no pueden salir. Los machos se sienten atraídos por el olor de una hembra receptiva, pero entonces quedan encerrados en una trampa sin salida. Nunca se aparean, así que las hembras no pueden poner huevos.

Agricultores Pastor Veizaga e Irene Claros nos ense√Īaron trampas que hab√≠an hecho en casa, usando un viejo bid√≥n de aceite de cocina. La botella se llena hasta la mitad con agua y detergente. La polilla vuela alrededor del cebo hasta que tropieza con el agua del detergente y muere.

Todos los agricultores que conocimos quedaron impresionados con estas sencillas trampas y con la cantidad de polillas que mataban. Unas pocas de estas trampas seguras y baratas, colgadas en un almac√©n de papas, podr√≠an ser parte de la soluci√≥n para proteger la papa, amada en todo el mundo tanto por la gente como por las polillas. La trampa de feromonas podr√≠a dar a los agricultores la oportunidad de enga√Īar a las polillas, sin insecticidas. Pero los agricultores no pueden adoptar las trampas de feromonas por s√≠ solos; tiene que ser un esfuerzo social.

Hace unos diez a√Īos, en Colomi se distribuyeron cebos de feromonas a todos que quer√≠an tener uno. Seg√ļn Juan Almanza me explic√≥, la alcald√≠a anunciaba por la radio que la gente recibir√≠a cebos si llevaba un bid√≥n de pl√°stico vac√≠a a la cl√≠nica de plantas, que funcionaba todos los jueves en la feria semanal, en el mercado municipal. Oscar D√≠az, que entonces dirig√≠a la cl√≠nica de plantas de Proinpa, entreg√≥ cebos de feromonas, valorados en 25 Bs. (unos $3,60), a cientos de personas. Los agricultores fabricaron las trampas y las usaron durante a√Īos. El cebo puede mantener su feromona durante unos cinco a√Īos o m√°s antes de que se agote.

Ahora, pocos hogares de Colomi siguen usando las trampas. Pero la mayoría de los agricultores si fumigan agroquímicos. Los agroquímicos y sus alternativas compiten en una competencia desleal, debida en parte al fracaso de las políticas y los intereses de lucro. Si todas las tiendas de plaguicidas cerraran sus puertas y los agricultores no supieran dónde comprar más insecticida, su uso caería rápidamente.

Si la alcaldía hubiera vendido periódicamente cebos con feromonas a los agricultores, quizá seguirían haciendo y usando las trampas.

Durante Covid, todos aprendimos acerca de las cadenas de suministro. A veces, las herramientas adecuadas para la agroecología, como las trampas de feromonas, también dependen de insumos externos a la comunidad agrícola.  Los fabricantes, los distribuidores y la administración local pueden formar parte de esta cadena de suministro. Los agricultores no pueden hacerlo solos.

Agradecimiento

Juan Almanza trabaja para la Fundaci√≥n Proinpa. √Čl y Paul Van Mele leyeron y comentaron sobre una versi√≥n previa de esta historia.

Related Agro-Insight blogs

No te comas las c√°scaras

El mejor conocimiento es local y científico

A love for nature March 19th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

When you ask 5-year-old kids what they want to be when they grow up, many respond veterinarian, pilot, football player, ballerina, or firefighter, depending on where in the world you ask the question. Fortunately, some also say they want to become a farmer, as a young father in Bangalore told me his inspiring story on my recent trip to India.

Naresh N.K. works as a senior administration assistant at the University of Trans-Disciplinary Health Sciences and Technology (TDU), a private university with a unique focus that I have never seen anywhere else in the world. TDU uses modern sciences such as ethnobotany, food technology, medical and veterinary sciences to optimally understand and integrate ancient Indian Ayurvedic wisdom into human and animal health practices, products and policies.

Naresh is involved in an Access Agriculture project, in collaboration with TDU, in which we assess the impact of some of our dairy farmer training videos, translated into the local Kannada language, on farmers’ knowledge and practices, and how this helps to promote natural livestock farming and reduce antibiotic residues in milk. When we meet Naresh in the canteen at 8.30 am, he spontaneously starts to talk about his earlier experiences with video.

‚ÄúDuring Covid, buying food at the market became expensive and one didn‚Äôt know what chemicals were sprayed on the crop. As I have farmer‚Äôs blood running through my veins, even though I moved to the city 20 years ago, I started looking up things on Youtube and began to grow organic food in pots on my terrace. Whenever I needed advice, I also called farmers back home. They always gave me useful tips.‚ÄĚ

By filling up buckets with red soil, and mixing it with coconut fibre and home-made vermicompost, Naresh created a healthy, rich soil to grow plants on his terrace. Flicking through his photos on his mobile phone, he shows me one amazing, thriving crop after another: there are tomatoes, green beans, snake gourds, bottle gourds and ridge gourds, sweet potatoes, passion fruit, and even grapes.

‚ÄúOne other reason why I wanted to set up a terrace garden,‚ÄĚ Naresh continues, ‚Äúis that during Covid the schools closed down, so I wanted to do something at home to keep my 4-year-old boy busy, as many kids were just hanging in front of the TV for hours. After we installed the terrace garden, Rishik would often take me by the hand and say: ‚ÄúCome dad, let‚Äôs go and water the plants‚ÄĚ.‚ÄĚ

When I ask Naresh what aspects of the terrace garden his son loves most, without blinking he says: ‚ÄúThe birds, bees and other insects that have started to come to our terrace. Rishik observes the birds, collects insects and carefully studies them. It is like a whole new world he is discovering.‚ÄĚ

I was really touched by his account. Naresh, a concerned young parent wanting to keep his child busy and feed him healthy, pesticide-free food, was not only able to grow diverse plants in the city, but through his terrace garden also instilled a passion for nature in his child.

Clearly excited about the topic, Naresh continues with twinkling eyes: ‚ÄúThis was the first year my son goes to primary school and when the teacher asked the kids what they want to become later in life, my son stood up and surprised all when he answered ‚Äúmake compost and become a farmer‚ÄĚ.

Naresh is so pleased with his experience that he will continue to spend quality time with his son planting seeds, watering plants, watching the birds and insects, and harvesting food.

‚ÄúIn a few decades, most of us will live in the cities and there will be few farmers, so those who will know how to grow food will be the kings (and queens) of this world,‚ÄĚ he concludes.

School gardens can be a fantastic way to teach kids good attitudes towards the environment and eating healthy food. But Naresh reminded us how important the role of parents is. Parents have an enormous impact in creating an environment that allows their kids to thrive and live up to their dreams. Exposing children at a young age to nature, even if it is just a modest terrace garden in the city, can make a great difference in how people grow up to appreciate healthy food and cherish nature.

Related Agro-Insight blogs

Agroecology for kids

Videos to teach kids good attitudes

The school garden

Teaching the farmers of tomorrow with videos

Shopping with Mom

Related videos on the Access Agriculture video platform

Teaching agroecology in schools

All training videos in Kannada can be seen here: www.accessagriculture.org/search/all/kn

 

Liefde voor de natuur

Als je kinderen van 5 jaar vraagt wat ze later willen worden, antwoorden velen dierenarts, piloot, voetballer, ballerina of brandweerman, afhankelijk van waar ter wereld je de vraag stelt. Gelukkig zeggen sommigen ook dat ze boer willen worden, zoals een jonge vader in Bangalore mij zijn inspirerende verhaal vertelde tijdens mijn recente reis naar India.

Naresh N.K. werkt als senior administratief medewerker aan de Universiteit voor Trans-Disciplinaire Gezondheidswetenschappen en Technologie (TDU), een particuliere universiteit met een unieke focus die ik nergens anders ter wereld heb gezien. TDU gebruikt moderne wetenschappen zoals etnobotanie, voedseltechnologie, medische en veterinaire wetenschappen om de oude Indiase Ayurvedische wijsheid optimaal te begrijpen en te integreren in praktijken, producten en beleid voor de gezondheid van mens en dier.

Naresh is betrokken bij een Access Agriculture-project, in samenwerking met TDU, waarin we het effect beoordelen van enkele van onze trainingsvideo’s voor melkveehouders, vertaald in de lokale Kannada-taal, op de kennis en praktijken van boeren, en hoe dit helpt om natuurlijke veehouderij te bevorderen en antibioticaresiduen in melk te verminderen. Als we Naresh om 8.30 uur in de kantine ontmoeten, begint hij spontaan te vertellen over zijn eerdere ervaringen met video.

“Tijdens de Covid werd het kopen van voedsel op de markt duur en wist men niet welke chemicali√ęn op het gewas werden gespoten. Omdat ik boerenbloed door mijn aderen heb stromen, ook al ben ik 20 jaar geleden naar de stad verhuisd, begon ik dingen op te zoeken op Youtube en begon ik biologisch voedsel te verbouwen in potten op mijn terras. Als ik advies nodig had, belde ik ook boeren thuis. Zij gaven me altijd nuttige tips.”

Door emmers te vullen met rode aarde en die te mengen met kokosvezels en zelfgemaakte vermicompost, cre√ęerde Naresh een gezonde, rijke grond om planten op zijn terras te laten groeien. Bladerend door zijn foto’s op zijn mobiele telefoon laat hij me de ene verbazingwekkende, bloeiende teelt na de andere zien: er zijn tomaten, groene bonen, slangenkalebassen, fles- en ribkalebassen, zoete aardappelen, passievruchten en zelfs druiven.

“Een andere reden waarom ik een terrastuin wilde aanleggen,” vervolgt Naresh, “is dat tijdens Covid de scholen dicht gingen, dus wilde ik thuis iets doen om mijn zoontje van 4 bezig te houden, want veel kinderen hingen urenlang voor de tv. Nadat we de terrastuin hadden aangelegd, nam Rishik me vaak bij de hand en zei: “Kom pap, we gaan de planten water geven.”

Als ik Naresh vraag van welke aspecten van de terrastuin zijn zoon het meest houdt, zegt hij zonder aarzelen: “De vogels, bijen en andere insecten die naar ons terras zijn gekomen. Rishik observeert de vogels, verzamelt insecten en bestudeert ze zorgvuldig. Het is alsof hij een hele nieuwe wereld ontdekt.”

Ik was echt geraakt door zijn verhaal. Naresh, een bezorgde jonge ouder die zijn kind bezig wilde houden en hem gezond, pesticidevrij voedsel wilde geven, was niet alleen in staat om diverse planten in de stad te kweken, maar door zijn terrastuin ook zijn kind een passie voor de natuur bij te brengen.

Naresh is duidelijk enthousiast over het onderwerp en vervolgt met twinkelende ogen: “Dit was het eerste jaar dat mijn zoon naar de lagere school gaat en toen de leraar de kinderen vroeg wat ze later in hun leven wilden worden, stond mijn zoon op en verbaasde iedereen toen hij antwoordde “compost maken en boer worden”.

Naresh is zo blij met zijn ervaring dat hij quality time met zijn zoon zal blijven doorbrengen met het planten van zaden, het water geven van planten, het kijken naar de vogels en insecten, en het oogsten van voedsel.

“Over een paar decennia zullen de meesten van ons in steden wonen en zullen er weinig boeren zijn, dus degenen die weten hoe ze voedsel moeten verbouwen zullen de koningen (en koninginnen) van deze wereld zijn,” besluit hij.

Schooltuinen kunnen een fantastische manier zijn om kinderen een goede houding tegenover het milieu en gezond eten bij te brengen. Maar Naresh herinnerde ons eraan hoe belangrijk de rol van de ouders is. Ouders hebben een enorme invloed op het cre√ęren van een omgeving waarin hun kinderen kunnen gedijen en hun dromen kunnen waarmaken. Kinderen op jonge leeftijd blootstellen aan de natuur, al is het maar een bescheiden terrastuintje in de stad, kan een groot verschil maken in hoe mensen opgroeien om gezonde voeding te waarderen en de natuur te koesteren.

Gerelateerde Agro-Insight blogs

Agroecology for kids

Videos to teach kids good attitudes

The school garden

Teaching the farmers of tomorrow with videos

Shopping with Mom

Gerelateerde videos op het Access Agriculture video platform

Teaching agroecology in schools

Design by Olean webdesign