WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

The baker farmers September 19th, 2021 by

Nederlandse versie hieronder

The Organic World Congress, only takes place once every three years, and this year it was in France, which was lucky for me, because I had the pleasure of getting to know Olivier Clisson and his Irish wife Lisa O’Beirne. On their inspiring biodynamic farm Le Chant du Bl√© (The song of wheat) on the outskirts of Rennes, they grow their own wheat and rye, various fruits, and they keep some farm animals. Neither Olivier nor Lisa come from a farming background, but they have both found their own passionate match between farming and preparing food.

Lisa always loved cooking, but her parents encouraged her to get a university degree, so she did. Lisa and Olivier chose to study together in Belfast, and quickly became young parents. In need of starting to earn money and not wanting to raise their son amidst the Northern Ireland conflict, Olivier quit his studies on Irish history and the couple decided to move to Rennes, the capital of Brittany in France. After Lisa pursued her Masters in English, she worked as a project manager in international business. It would take another 10 years before she was able to live out her dream: Lisa ran the first registered organic restaurant in France for over a decade.

During their first years in France, Olivier taught agriculture while learning hands-on farming techniques in his free time. He then obtained an Agricultural diploma in Biodynamic Farming (BPREA) with the hope of becoming a farmer himself. Until one day, he visited a traditional bakery. ‚ÄúWhen the baker opened the wood oven, the smell of fresh bread was so overwhelming that I realized that this is what I wanted to do. It was like a calling,‚ÄĚ remembers Olivier.

At their farmhouse, Olivier opens a small room where he proudly shows his Astri√© mill that he had tailor-made. ‚ÄúThe only mills you find on the market are for large bakeries, and I needed something smaller to suit my needs. I can regulate the distance between the two granite mill stones and grind my flour nearly constantly at a very low speed all day. My grains never get hot, so they are not precooked before making my breads and the flour keeps its full qualities.‚ÄĚ

The bran is fed to four pigs that happily roam outdoors in a large pen behind the farmhouse, so nothing is wasted.

Next, Olivier shows his small bakery room where he keeps his sourdough starter and the bread baskets woven from willow twigs. Lined with a cotton cloth, the dough is left to rise in the baskets for six hours, after which he transfers the dough to the wood-fired oven. It is 5 pm but when he opens the oven, located just outside the baking room, some of the heat from the morning baking has remained. Olivier and Lisa had this oven built by an old man, a master of this unique skill, so it may be one of the last ovens built this way. The wood-fired oven is a major part of their unique approach to prepare food with deep respect and knowledge.

‚ÄúYou have to be fully focused when making bread, as every day is different. The dough, the weather and also the wood we use to fuel the oven is different each day, so if you are tired and not fully mindful you will not make good bread that day,‚ÄĚ confides Olivier. He bakes his bread between 260 and 270 degrees, but there is no thermometer. After he removes the ashes and swipes the oven floor with a wet cotton cloth attached to a wooden stick, he developed his own way to assess if the temperature is right.

‚ÄúI sprinkle some flour in the oven and count to four. If it turns black before I finish counting, the oven is still too hot and I sweep a few more times with the moist cotton cloth, or else my bread will be burned. If it takes longer than four counts, the oven is not hot enough and my bread will not be fully cooked.‚ÄĚ According to Olivier, preparing bread is the easy part, but getting to master your wood oven may take three months or more.

Spread over four days a week Olivier bakes about 250 kilograms of flour: mostly sourdough breads with a blend of 70% wheat and 30% rye, but also brioches and pies with a wide range of berries that they also grow on their farm. ‚ÄúAll that is baked is pre-ordered and paid in advance as part of food baskets that are prepared with about ten other local organic farmers producing everything from cheese to beef to pancakes,‚ÄĚ says Lisa. ‚ÄúOur bakery products are in such demand that whenever someone decides to stop their subscription and wants to get back in, they get on a waiting list and it may take two years before they can again order our bread.‚ÄĚ

Now in their late forties, Olivier and Lisa have worked hard all their lives, but they are filled with joy and grateful to be able to do what they love to do, day after day.

Olivier also teaches a course on biodynamic farming at the BPREA National diploma in Biodynamic Farming and has so far hosted 20 baker apprentices. ‚ÄúBeing able to pass on what we have learned to the younger generation is what has given us the most satisfaction,‚ÄĚ the couple concludes.

Besides the enormous popularity of their bakery products, Olivier and Lisa are also driven by a rewarding quality of life and being able to constantly learn and explore. This inspiring couple shows how a family farm can produce honest food with respect for people and nature.

More info

Le Chant du Blé: www.leclicdeschamps.com/Le-Chant-du-Ble#.YUBI199cJPY

Watch the great video on EcoAgtube: https://www.ecoagtube.org/content/paysan-boulanger-la-ferme-autonome-du-champ-au-pain

Credit

The last three photos are extracted from the video by Pierre Girard, #TousTerriens.

Related Agro-Insight blog stories

The next generation of farmers

The pleasure of bread

Egyptian corn

 

De bakkers boeren

Het Wereldcongres Biologische Landbouw vindt maar eens in de drie jaar plaats, en dit jaar was het in Frankrijk, wat een geluk voor mij was, want ik had het genoegen Olivier Clisson en zijn Ierse vrouw Lisa O’Beirne te leren kennen. Op hun inspirerende biodynamische boerderij Le Chant du Bl√© (Het lied van het graan) aan de rand van Rennes verbouwen ze hun eigen tarwe en rogge, diverse fruitsoorten, en houden ze enkele boerderijdieren. Olivier noch Lisa hebben een agrarische achtergrond, maar ze hebben beiden hun eigen passie gevonden tussen landbouw en het bereiden van voedsel.

Lisa hield altijd al van koken, maar haar ouders moedigden haar aan om een universitaire graad te behalen, dus deed ze dat. Lisa en Olivier kozen ervoor om samen in Belfast te gaan studeren, en werden al snel jonge ouders. Omdat ze geld moesten gaan verdienen en hun zoon niet wilden opvoeden temidden van het Noord-Ierse conflict, stopte Olivier met zijn studie Ierse geschiedenis en besloot het stel te verhuizen naar Rennes, de hoofdstad van Bretagne in Frankrijk. Het zou nog 10 jaar duren voordat ze haar droom kon verwezenlijken: Lisa runde het eerste geregistreerde biologische restaurant in Frankrijk.

Tijdens hun eerste jaren in Frankrijk gaf Olivier les in landbouw en leerde hij in zijn vrije tijd van boeren de praktijk. Daarna behaalde hij een landbouwdiploma in biodynamische landbouw (BPREA) met de hoop zelf boer te worden. Tot hij op een dag een traditionele bakkerij bezocht. “Toen de bakker de houtoven opende, was de geur van vers brood zo overweldigend dat ik besefte dat dit is wat ik wilde doen. Het was als een roeping,” herinnert Olivier zich.

In hun boerderij opent Olivier een kleine kamer waar hij trots zijn Astri√©-molen laat zien die hij op maat heeft laten maken. “De enige molens die je op de markt vindt, zijn voor grote bakkerijen, en ik had iets kleiner nodig om aan mijn behoeften te voldoen. Ik kan de afstand tussen de twee granieten molenstenen regelen en maal mijn meel de hele dag bijna constant op een heel laag toerental. Mijn granen worden nooit heet, dus ze worden niet voorgekookt voor ik mijn broden maak en het meel behoudt zijn volle kwaliteiten.”

De zemelen worden gevoerd aan vier varkens die vrolijk buiten rondscharrelen in een groot hok achter de boerderij, zodat er niets wordt verspild.

Vervolgens laat Olivier zijn kleine bakkerijruimte zien, waar hij zijn zuurdesem en de van wilgentakken gevlochten broodmanden bewaart. Bekleed met een katoenen doek laat hij het deeg zes uur rijzen in de mandjes, waarna hij het deeg overbrengt naar de houtoven. Het is 5 uur ‘s middags, maar als hij de oven opent, die zich net buiten de bakkamer bevindt, is er nog wat van de warmte van het bakken van ‘s morgens over. Olivier en Lisa hebben deze oven laten bouwen door een oude man, een meester in deze unieke vaardigheid, dus het is misschien een van de laatste ovens die op deze manier gebouwd is. De houtoven is een belangrijk onderdeel van hun unieke aanpak om voedsel te bereiden met diep respect en kennis.

“Je moet volledig gefocust zijn als je brood maakt, want elke dag is anders. Het deeg, het weer en ook het hout dat we gebruiken om de oven te stoken is elke dag anders, dus als je moe bent en niet helemaal bij je verstand, zul je die dag geen goed brood bakken”, vertrouwt Olivier ons toe. Hij bakt zijn brood tussen 260 en 270 graden, maar er is geen thermometer. Nadat hij de as heeft verwijderd en de ovenvloer heeft schoongeveegd met een natte katoenen doek die aan een houten stok is bevestigd, heeft hij zijn eigen manier ontwikkeld om te beoordelen of de temperatuur goed is.

“Ik strooi wat bloem in de oven en tel tot vier. Als het zwart wordt voordat ik klaar ben met tellen, is de oven nog te heet en veeg ik nog een paar keer met de vochtige katoenen doek, anders verbrandt mijn brood. Duurt het langer dan vier tellen, dan is de oven niet heet genoeg en is mijn brood niet helemaal gaar.” Volgens Olivier is het bereiden van brood het gemakkelijke deel, maar het onder de knie krijgen van je houtoven kan drie maanden of langer duren.

Verspreid over vier dagen per week bakt Olivier zo’n 250 kilo meel: meestal zuurdesembroden met een mix van 70% tarwe en 30% rogge, maar ook brioches en taarten met een breed scala aan bessen die ze ook op hun boerderij verbouwen. “Alles wat gebakken wordt, wordt vooraf besteld en betaald als onderdeel van voedselpakketten die worden samengesteld met een tiental andere lokale biologische boeren die alles produceren, van kaas tot rundvlees tot pannenkoeken,” zegt Lisa. “Er is zoveel vraag naar onze bakkerijproducten dat als iemand besluit te stoppen met zijn abonnement en weer mee wil doen, ze op een wachtlijst komen te staan en het twee jaar kan duren voordat ze ons brood weer kunnen bestellen.”

Nu ze eind veertig zijn, hebben Olivier en Lisa hun hele leven hard gewerkt, maar ze zijn vervuld van vreugde en dankbaar dat ze kunnen doen wat ze het liefste doen, elke dag weer.

Olivier geeft ondertussen ook een cursus over biologisch-dynamische landbouw aan het National diploma in Biodynamic Farming (BPREA) en heeft tot nu toe 20 bakkerstagiairs ontvangen. “In staat zijn om wat we hebben geleerd door te geven aan de jongere generatie is wat ons de meeste voldoening heeft gegeven,” concludeert het echtpaar.

Naast de enorme populariteit van hun bakkerijproducten, worden Olivier en Lisa ook gedreven door een lonende levenskwaliteit en de mogelijkheid om voortdurend te leren en te ontdekken. Dit inspirerende koppel laat zien hoe een familieboerderij eerlijk voedsel kan produceren met respect voor mens en natuur.

Bekijk hun video op: www.ecoagtube.org/content/paysan-boulanger-la-ferme-autonome-du-champ-au-pain

Credit

The laatste 3 fotos komen uit de video by Pierre Girard, #TousTerriens.

Better food for better farming September 5th, 2021 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

Farming and eating go together like writing and reading, like telling a joke and getting a laugh, which Agrecol Andes knows well. During its twenty years of teaching agroecology, this Bolivian non-profit organization realized that farmers would grow more organic food if more people would buy it, and eat it.

In a survey of shoppers in Cochabamba, almost half (46%) told Agrecol Andes that they wanted to eat organic food, but only 15% knew where to buy it.

So, Agrecol Andes recently kicked off a campaign called ‚ÄúEat Well, Eat Natural, Eat without Chemicals‚ÄĚ. Agrecol held the event in the grand, historic hall of the departmental government of Cochabamba, in coordination with local officials.

Agrecol’s Roxana Castellón explained that most people in Cochabamba don’t fully appreciate how much their food has been contaminated. They don’t understand that all of the bread in Cochabamba has bromates (a carcinogen), or that their tomatoes have been doused with insecticides many times. She said that most of the people who seek out ecological products do so after a health crisis, especially after being diagnosed with cancer or some other serious disease.

In many northern countries, organic food is more easily available, and many people are willing to pay a little extra for it. In Bolivia, as in much of the Global South, organic certification is rare and agroecological farmers receive the same price as everyone else. To compensate for the lack of official certification, the farmers tied to Agrecol Andes use a participatory guarantee system (PGS). To remedy the lack of organic food markets, Agrecol also delivers food from some of their farmers to certain subscribers who are signed up on WhatsApp.

This current campaign on tasty, healthy eating will use the press and social media to encourage shoppers to buy at the markets that sell agroecological food.

Agrecol ended the event not with a bang, but with a sandwich. Many events include a snack, where the servers stand invisible behind rows of sticky treats. But at this meeting, Roxana did something I’ve never seen before: she invited the cook to the microphone. Wearing a bright green beret, Erika from the Movement for Mindful Food (Movimiento de Comida Consciente) said that she made her hamburgers from lupine beans from Lake Titicaca, and the sauce was miso from organic soy beans. The snack had become more than a pleasantry; it was an object lesson in eating good, healthy, local food.

Consumers can choose to eat better, just as farmers can choose to farm ecologically. But to do that, they have to find each other, and connect.

Related Agro-Insight blogs

An exit strategy

Choosing to farm

Related link

Agrecol Andes‚Äôs campaign ‚ÄúEat Well, Eat Natural, Eat without Chemicals.‚ÄĚ

MEJOR COMIDA, MEJOR AGRICULTURA

Por Jeff Bentley, 5 de septiembre del 2021

La agricultura y la alimentaci√≥n van mano en mano, tal como el escribir y leer, o como un chiste y la risa. La Fundaci√≥n Agrecol Andes, una organizaci√≥n boliviana sin fines de lucro, valora el v√≠nculo entre la agricultura y la alimentaci√≥n. Durante sus veinte a√Īos de ense√Īar la agroecolog√≠a, Agrecol se dio cuenta de que los agricultores cultivar√≠an m√°s alimentos org√°nicos si m√°s gente los comprara, y los comiera.

En una encuesta hecha a los compradores de Cochabamba, casi la mitad (46%) dijo a Agrecol Andes que quería comer alimentos ecológicos, pero sólo el 15% sabía dónde comprarlos.

Por eso, hace poco Agrecol Andes lanz√≥ la campa√Īa “Come Rico, Come Natural, Come sin Qu√≠micos”. Agrecol celebr√≥ el acto en la Casa Departamental de Culturas, el gran sal√≥n hist√≥rico de la Gobernaci√≥n de Cochabamba, en coordinaci√≥n con las autoridades locales.

La Lic. Roxana Castellón, de Agrecol, explicó que la mayoría de los cochabambinos no se dan cuenta de que su comida es contaminada. No entienden que todo el pan de Cochabamba tiene bromato (un carcinógeno), o que sus tomates han sido fumigados con insecticidas muchas veces. Ella dice que la mayoría de las personas que buscan productos ecológicos lo hacen después de una crisis de salud, especialmente tras ser diagnosticadas de cáncer o alguna otra enfermedad grave.

En muchos países del norte, los alimentos ecológicos son más fáciles de conseguir, y mucha gente está dispuesta a pagar un poco más por ellos. En Bolivia, como en gran parte del Sur Global, la certificación orgánica es escasa y los agricultores agroecológicos venden a bajos precios. Para compensar la falta de certificación oficial, los agricultores asociados a Agrecol Andes usan un sistema participativo de garantía (SPG). Para remediar la falta de mercados de alimentos ecológicos, Agrecol también entrega bolsas de alimentos de algunos de sus agricultores a familias inscritas en un grupo de WhatsApp.

Esta campa√Īa actual sobre la comida rica y saludable usar√° la prensa y las redes sociales para animar a los compradores a acudir a los mercados que venden alimentos agroecol√≥gicos.

Agrecol cerró el acto no con broche de oro, sino con un sándwich. Muchos eventos incluyen una merienda, donde los camareros permanecen invisibles tras las bandejas de masitas dulces. Pero en esta reunión, Roxana hizo algo que yo nunca había visto antes: invitó a la cocinera al micrófono. Con una boina verde brillante, Erika, del Movimiento de Comida Consciente, dijo que hacía sus hamburguesas con tarwi del Lago Titicaca y que la salsa era de miso de soya orgánica. El snack se había convertido en algo más que un placer; era una lección viva de cómo se puede comer rico, natural y local.

Los consumidores pueden elegir comer mejor, al igual que los agricultores pueden elegir cultivar de forma ecológica. Pero para hacerlo, tienen que encontrarse y conectarse.

 

Blogs relacionados de Agro-Insight

Estrategia de salida

Optando por la agricultura

Enlace relacionado

La campa√Īa de Agrecol Andes “Come Rico, Come Natural, Come sin Qu√≠micos“.

Grain cows August 22nd, 2021 by

Nederlandse versie hieronder

Marketers are clever people. They know how to pitch things in a way that makes you want to buy their client‚Äôs goods or services. Consumers are clever too, but they are also easily lured into believing advertisements that imply that food is healthier than it really is. On a recent visit to a restaurant, my meat-loving brother-in-law ordered Irish ‚Äúgrain-fed‚ÄĚ beef. Spelled out on the menu it looked like a specialty.

By emphasising certain features, like sugar-coated cereals or Coke Zero (that has no sugars but its artificial sweeteners may be more harmful), marketing people do what they are expected to do: boost sales. Restaurant menus are just one form of marketing: in just a few words they must make the dish look as appealing as possible. The specification that the cows had been fed on grain made the beef sound really healthy.

Under natural conditions cows eat grass. They have done so for the past 2 million of years from the moment they came on earth. Fish in the ocean feed on algae, phytoplankton and zooplankton. By feeding on plants, fish and beef take up omega-3 fatty acids. Marketers have made us believe that fish is the only source of omega-3 fatty acids, which are crucial in reducing infections, lowering blood pressure and reducing the likelihood of getting a heart attack or a stroke. But milk, butter, cheese and beef from grass-fed cows are also rich in omega-3 fatty acids and are much healthier than foods from grain-fed animals.

In his inspiring book In Defense of Food, Michael Pollan describes how industrial agriculture and the food industry have systematically reduced the levels of omega-3 fatty acids in our food, partly because they easily spoil, but also because it directly benefits industrial capitalism.

Instead of grazing in green pastures, cows on industrial farms are fed on maize and soya beans, grown as monocrops. With 37 million hectares, Brazil accounts for more than one third of the global soya bean production, at the expense of prime rainforest that continues to be cut down. Unlike grass, maize and soya beans are rich in omega-6 fatty acids. While also crucial for our body, too much omega-6 raises our blood pressure, leads to blood clots and the known consequences.

With the shift to highly processed food, grain oils and grain-fed animals, the balance between omega-3 and omega-6 fatty acids has become completely distorted with huge consequences for the health of people and planet. The reduction of omega-3 fatty acids in our diet has led to increased levels of obesities, cardio-vascular diseases, depressions, and even learning disorders, such as ADD (attention-deficit disorder).

Michael Pollan does not encourage all people to become vegetarian. He does make it clear though that we need to eat more plants, less refined food (and for some of us to also eat less in general). There is nothing wrong with eating meat occasionally, but eating grain-fed beef, even if it is Irish, is not the best thing to do. Whether at a restaurant or in a supermarket, we are continuously being fooled by marketeers who tell us what is good to eat or drink. While policies that promote healthy farming and food are crucial, we also need to become more conscious consumers. Read about nutrition, or watch informative videos, and don’t believe everything you see in advertisements.

Further reading

Michael Pollan. 2009. In Defense of Food. An Eater’s Manifesto. Large Print Press.

Related blogs

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Formerly known as food

Keep your cows in the family

A brief history of soy

The sugar palms of Angkor Wat

Big chicken, little chicken

Inspiring platforms

Access Agriculture: hosts over 220 training videos in over 90 languages on a diversity of crops and livestock, sustainable soil and water management, basic food processing, etc. Each video describes underlying principles, as such encouraging people to experiment with new ideas.

EcoAgtube: a new social media platform where anyone from across the globe can upload their own videos related to natural farming and circular economy.

 

Graankoeien

Paul Van Mele, 22 augustus 2021

Marketeers zijn slimme mensen. Ze weten hoe ze dingen zo moeten aanprijzen dat je de goederen of diensten van hun klant wilt kopen. Consumenten zijn ook slim, maar zij laten zich gemakkelijk verleiden tot het geloven van advertenties die suggereren dat voedsel gezonder is dan het in werkelijkheid is. Tijdens een recent bezoek aan een restaurant bestelde mijn vleesminnende zwager Iers “graangevoerd” rundvlees. Op de menukaart leek het wel een specialiteit.

Door bepaalde kenmerken te benadrukken, zoals ontbijtgranen met een laagje suiker of Coke Zero (dat geen suikers bevat maar waarvan de kunstmatige zoetstoffen schadelijker kunnen zijn), doen marketingmensen wat van hen wordt verwacht: de verkoop stimuleren. Restaurantmenu’s zijn slechts √©√©n vorm van marketing: in een paar woorden moeten ze het gerecht er zo aantrekkelijk mogelijk laten uitzien. De specificatie dat de koeien graan te eten hadden gekregen, deed het rundvlees echt gezond klinken.

In natuurlijke omstandigheden eten koeien gras. Dat doen ze al 2 miljoen jaar vanaf het moment dat ze op aarde kwamen. Vissen in de oceaan voeden zich met algen, fytoplankton en zoöplankton. Door zich met planten te voeden, nemen vis en rundvlees omega-3-vetzuren op. Marketingmensen hebben ons doen geloven dat vis de enige bron is van omega-3 vetzuren, die cruciaal zijn bij het verminderen van infecties, het verlagen van de bloeddruk en het verkleinen van de kans op een hartaanval of een beroerte. Maar melk, boter, kaas en rundvlees van met gras gevoede koeien zijn ook rijk aan omega-3 vetzuren en zijn veel gezonder dan voedsel van met graan gevoede dieren.

In zijn inspirerende boek In Defense of Food beschrijft Michael Pollan hoe de industri√ęle landbouw en de voedingsindustrie het gehalte aan omega-3 vetzuren in ons voedsel systematisch hebben verlaagd, deels omdat ze gemakkelijk bederven, maar ook omdat het direct ten goede komt aan het industri√ęle kapitalisme.

In plaats van te grazen in groene weiden, worden koeien op industri√ęle boerderijen gevoederd met ma√Įs en sojabonen, geteeld als monocrops. Brazili√ę is met 37 miljoen hectare goed voor meer dan een derde van de mondiale sojabonenproductie, ten koste van primair regenwoud dat nog steeds wordt gekapt. In tegenstelling tot gras zijn ma√Įs en sojabonen rijk aan omega-6-vetzuren. Hoewel ook die van cruciaal belang zijn voor ons lichaam, verhoogt een teveel aan omega-6 onze bloeddruk, leidt het tot bloedklonters en de bekende gevolgen.

Met de verschuiving naar sterk verwerkt voedsel, graanoli√ęn en met graan gevoede dieren is het evenwicht tussen omega-3- en omega-6-vetzuren volledig verstoord geraakt, met enorme gevolgen voor de gezondheid van mens en planeet. De vermindering van omega-3 vetzuren in onze voeding heeft geleid tot een toename van zwaarlijvigheid, hart- en vaatziekten, depressies en zelfs leerstoornissen, zoals ADD (attention-deficit disorder).

Michael Pollan moedigt niet alle mensen aan om vegetari√ęr te worden. Hij maakt wel duidelijk dat we meer plantaardig en minder geraffineerd voedsel moeten eten (en dat sommigen van ons ook minder moeten eten in het algemeen). Er is niets mis mee om af en toe vlees te eten, maar het eten van graangevoerd rundvlees, zelfs als het Iers is, is niet het beste wat je kunt doen. Of het nu in een restaurant is of in een supermarkt, we worden voortdurend voor de gek gehouden door marketingmensen die ons vertellen wat goed is om te eten of te drinken. Beleidsmaatregelen ter bevordering van gezonde landbouw en voeding zijn weliswaar van cruciaal belang, maar we moeten ook bewustere consumenten worden. Lees over voeding, of bekijk informatieve video’s, en geloof niet alles wat je in reclames ziet.

Meer lezen

Michael Pollan. 2009. In Defense of Food. An Eater’s Manifesto. Large Print Press.

Gerelateerde blogs van Agro-Insight

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Formerly known as food

Keep your cows in the family

A brief history of soy

The sugar palms of Angkor Wat

Big chicken, little chicken

Inspirerende video platformen

Access Agriculture: bevat meer dan 220 trainingvideo’s in meer dan 90 talen over een verscheidenheid aan gewassen en vee, duurzaam bodem- en waterbeheer, basisvoedselverwerking, enz. Elke video beschrijft de onderliggende principes en moedigt mensen zo aan om met nieuwe idee√ęn te experimenteren.

EcoAgtube: een nieuw social media platform waar iedereen van over de hele wereld zijn eigen video’s kan uploaden die gerelateerd zijn aan natuurlijke landbouw en circulaire economie.

Choosing to farm August 8th, 2021 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

Growing up on a mixed dairy farm in Sacaba, Bolivia, Alicia Garc√≠a was always interested in agriculture. This year, Alicia and her sister built two greenhouses and grew winter tomatoes (in June and July, in Bolivia). But as the temperature dropped near freezing several times, the plants ‚Äúburned‚ÄĚ or died back. Alicia admits that the first winter was a learning experience. In Cochabamba tomatoes are a summer crop, so Alicia was surprised with the cold damage, but she is sure that next winter, she will manage better. To keep learning, she left one row of the damaged tomatoes standing, to see if they could recover, but she has replanted most of the greenhouse with lettuce and other leafy greens. Aphids are a tomato pest, but Alicia manages them with homemade sulfur lime and an ash-and-soap blend. Alicia fertilizes the soil with manure from her family‚Äôs cows and with biol (made from manure fermented in water).

As another innovation, Alicia is growing apples as an agroforestry system. (Earlier I wrote about some of the agroforestry pioneers in Cochabamba, Apple futures, Farming with trees). Alicia planted her apple seedlings a year and a half ago, and while they are still small she grows broad beans, onions, broccoli and cabbage in between the little trees. This makes use of the land, and keeps down the weeds.

She’s also had some help along the way. When she was just 13 she began taking farming classes from the Center for Technical Teaching for Women (CETM). For the past 10 years, Agrecol Andes (an NGO that promotes agroecology) has helped Alicia and other farmers to sell their ecological produce in coordination with the municipal government (see blog An exit strategy). Last year, Alicia and her sister built two greenhouses, with support from a government program, The Rural Alliances Project Rurales (PAR).

This experience shows that a young woman can be interested in agriculture enough to assume long-term commitments like a greenhouse and an apple orchard. Alicia has a lot in her favor: institutional support for training, investment and marketing, a family that provides land and manure, and she lives in an attractive community. The family home is just past the edge of the small city of Sacaba, which has all the basic services (like banks, hospitals, and shopping). And Sacaba itself is a half-hour drive from the big city of Cochabamba. In Bolivia, rural migration is draining the countryside, but small cities like Sacaba are growing rapidly. The city also offers opportunities for farmers. Every Friday, Alicia and other farmers meet at a city park in Sacaba to sell produce to local people.

I asked Alicia why she had gone into farming. I thought she might say to make money. She surprised me a bit when said ‚ÄúWhat I like is the chance to work with nature.‚ÄĚ

In other words, a lifestyle decision. She finds the work enjoyable, and she likes to farm without chemicals. Alicia explained ‚ÄúMy parents never used pesticides on their farm. Even when the neighbors sprayed their maize and potatoes, my parents didn‚Äôt.‚ÄĚ

Alicia is now in university and has one year left to finish her degree in architecture. After graduation she would like to open her own office and go into landscaping, combining architecture with her love of plants and the outdoors.

Alicia doesn’t farm like her parents did. They didn’t grow vegetables or fruit trees, but she builds on their experience and with appropriate help, was able to start a greenhouse and an orchard while still attending university. Agriculture can capture the imagination of the best and brightest young people.

Acknowledgments

Thanks to Alicia for receiving us in her orchard and in her greenhouse. Thanks to Ing. Alberto C√°rdenas and Ing. Alexander Espinoza for organizing this visit, where consumers were able to meet farmers. Alberto and Alexander work for the Agrecol Andes Foundation, in Cochabamba. Alicia and Alberto commented on a previous version of this story.

Previous Agro-Insight blogs

Strawberry fields once again

Friendly germs

OPTANDO POR LA AGRICULTURA

Por Jeff Bentley, 8 de agosto del 2021

Al crecer en la finca lechera de su familia en Sacaba, Bolivia, Alicia Garc√≠a siempre se interes√≥ por la agricultura. Este a√Īo, Alicia y su hermana construyeron dos invernaderos, y lograron producir tomates de invierno (junio y julio, en Bolivia). Pero como la temperatura baj√≥ cerca de cero grados varias veces, las plantas se “quemaron” o sea se muri√≥ parte de su follaje. Alicia reconoce que el primer invierno fue una experiencia de aprendizaje. En Cochabamba los tomates son un cultivo de verano, as√≠ que Alicia se sorprendi√≥ con los da√Īos causados por el fr√≠o, pero est√° segura de que el pr√≥ximo invierno se las arreglar√° mejor. Para seguir aprendiendo, dej√≥ una hilera de tomates da√Īados en pie, para ver si se recuperaban, pero ha replantado la mayor parte del invernadero con lechuga y otras verduras de hoja verde. Los pulgones son una plaga del tomate, pero Alicia los controla con sulfoc√°lcico y un caldo de ceniza y jab√≥n. Alicia abona la tierra con el esti√©rcol de las vacas de su familia y con biol (hecho de esti√©rcol fermentado en agua).

Como otra innovaci√≥n, Alicia ha plantado manzanos como sistema agroforestal. (He escrito sobre algunos de los pioneros de la agroforester√≠a en Cochabamba, Manzanos del futuro, La agricultura con √°rboles). Alicia plant√≥ sus plantines de manzano hace un a√Īo y medio y, mientras son peque√Īos, ella cultiva habas, cebollas, br√≥coli y repollo entre los arbolitos. As√≠ aprovecha la tierra y evita las malezas.

A lo largo de los a√Īos Alicia ha tenido apoyo de varios tipos. A los 13 a√Īos empez√≥ a pasar clases de agricultura en el Centro de Ense√Īanza T√©cnica para la Mujer (CETM). Desde hace tres a√Īos la Fundaci√≥n Agrecol Andes, una ONG que promueve la agroecolog√≠a, ayuda a Alicia y a otros agricultores a vender sus productos ecol√≥gicos (v√©ase el blog, Estrategia de salida), con un sistema participativo de garant√≠a, a trav√©s de un convenio con el Gobierno Municipal de Sacaba. ¬†El a√Īo pasado, Alicia y su hermana construyeron dos invernaderos, con el apoyo de un programa gubernamental, el Proyecto de Alianzas Rurales (PAR).

Esta experiencia demuestra que una mujer joven puede interesarse por la agricultura lo suficiente como para asumir compromisos a largo plazo, como un invernadero y un huerto de manzanos. Alicia tiene mucho a su favor: apoyo institucional para la capacitaci√≥n, la inversi√≥n y la comercializaci√≥n, una familia que le proporciona la tierra y el abono, y vive en una comunidad atractiva. Vive cerca de la peque√Īa ciudad de Sacaba, que tiene todos los servicios b√°sicos (como bancos, hospitales y tiendas). Y Sacaba est√° a media hora en auto de la gran ciudad de Cochabamba. En Bolivia mucha gente est√° abandonando las comunidades rurales, pero las ciudades peque√Īas como Sacaba est√°n creciendo r√°pidamente. La ciudad tambi√©n ofrece oportunidades para los agricultores. Todos los viernes, Alicia y otros agricultores se re√ļnen en un parque de la ciudad de Sacaba para vender productos a la poblaci√≥n local.

Le pregunt√© a Alicia por qu√© se hab√≠a dedicado a la agricultura. Pensaba que dir√≠a que lo hac√≠a para ganar dinero. Me sorprendi√≥ un poco cuando dijo: “Lo que me llama la atenci√≥n de la agricultura es la naturaleza”.

En otras palabras, una decisi√≥n de estilo de vida. El trabajo le resulta agradable y le gusta cultivar sin productos qu√≠micos. Alicia tambi√©n explic√≥: “Mis padres nunca usaron qu√≠micos. Incluso cuando los vecinos fumigaban su ma√≠z y sus papas, mis padres no lo hac√≠an”.

Actualmente, Alicia est√° en la universidad y le queda un a√Īo para terminar la carrera de arquitectura. Despu√©s de graduarse le gustar√≠a abrir su propia oficina y dedicarse al paisajismo, combinando la arquitectura con su amor por las plantas y el trabajo al aire libre.

Alicia no trabaja la tierra como lo hacían sus papás. Ellos no cultivaban verduras ni árboles frutales, pero ella se basa en la experiencia de ellos y, con la ayuda adecuada, pudo poner en marcha un invernadero y un huerto mientras seguía asistiendo a la universidad. La agricultura puede captar la imaginación de las jóvenes listas y bien preparadas.

Agradecimientos

Gracias a Alicia por recibirnos en su huerto y su invernadero. Gracias a los Ing. Alberto Cárdenas y Alexander Espinoza por organizar esta visita, entre consumidores y agricultores. Alberto y Alexander trabajan para la Fundación Agrecol Andes, en Cochabamba. Alicia y Alberto comentaron sobre una versión previa de este blog.

Artículos relacionados del blog de Agro-Insight

En el frutillar de nuevo

Microbios amigables

Dung talk August 1st, 2021 by

Nowhere in the world do take people dung more seriously than in South Asia. For ages cow dung has been a valuable resource. In the countryside people collect fresh dung by hand, shape it into small balls and press it against the walls of houses to allow it to dry. Sometimes the dung balls are skewered onto one-meter long sticks. The dried dung is used as fuel to cook meals. In dryland areas where fuelwood is scarce, these dung sticks are especially important.

Dung is also used as fertilizer, and in India people prepare it in various ways. Sometimes they mix the dung with cow urine, chickpea flour, molasses and water and let it ferment for about a week to allow the microorganisms to multiply. Farmers use the solid or liquid preparations as a seed coating, to keep pests away and to help the seed to grow. Applied to crops as a fertilizer, the dung preparations also help to revive the soil. These and other traditional practices add organic matter to the soil while supporting a cover of vegetation year-round. This is increasingly seen as a way to achieve food security and cool our planet. The Community-Based Natural Farming Programme in Andhra Pradesh, India, has embraced these technologies and is promoting them to millions of smallholder farmers, setting an example to the world.

However, when sharing ideas between countries, sometimes deeply held practices need to be re-examined. As I mentioned in my previous blog it is important to understand the scientific principles underpinning technologies, so that farmers can then adapt these to their own context.

For example, a few years ago one of our Indian partners was developing a video on good microbes, and I insisted that he asked local experts if other dung could be used, not just from cows. A few weeks later he reported back that everyone had agreed, only cow dung should be used. Sheep or goat dung would be no good.

This set me thinking a lot. While we were still making that video, I was able to fix a meeting with Camilla Toulmin, former Director of the International Institute for Environment and Development. While her focus had been on policy research about agriculture, land, climate and livelihoods in dryland regions of Africa, I knew that her PhD research on natural resource management in Mali had touched on the use of manure. After an hour on skype, we had shared a lot of information, but were still unsure if sheep dung was as good a source of beneficial microbes as cow dung.

As I mulled over my conversation with Camilla, I kept thinking back to one time in a village in northern Ghana when we had screened a video about using animal manure in farming. A woman in the audience had asked, ‚ÄúWhy do you only show cow manure? Cows belong to men! As we women, do not have cows, but only sheep and goats, can we not do anything with this dung to fertilize our land?‚ÄĚ

That was a few years ago. Now that I have a few sheep of my own, and can try out things myself, I have some new insights. Microbes need food and water to grow. In dryland areas, or when animals graze on dry pasture, their droppings dry out pretty fast. The good micro-organisms in the dung may start to die. On lush vegetation, the droppings of my sheep are much larger than the typical small balls one imagines when thinking of sheep droppings. When I prepare my solution of good microbes I collect the dung when it is still fresh.

Indian farmers and experts may be right about cow dung being the most suitable resource in the drylands. Sheep droppings may just dry out too fast to keep the good microbes alive. But in the rainy season or in more humid countries, sheep dung may have lots of beneficial micro-organisms. And for women in northern Ghana, who don‚Äôt have cow dung, sheep and goat droppings may still add much needed nutrients to their soil. As soil microbiologist Walter Jehne said: ‚ÄúWe should promote the principles and not be dogmatic about it. If you only have reindeer, you may as well make organic manure from their dung, and do not need cow dung.‚ÄĚ

Communicating technologies to farmers cross-culturally requires that we move beyond time-honoured recipes. We need to understand the underlying principles and explain them as well as we can. There is gold in more than one type of dung.

Related blogs

Principles matter

Trying it yourself

Reviving soils

Effective micro-organisms

Friendly germs

Earthworms from India to Bolivia

A revolution for our soil

Related videos

Good microbes for plants and soil

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Coir pith

Mulch for a better soil and crop

Vermiwash: an organic tonic for crops

Making a vermicompost bed

Inspiring platforms

Access Agriculture: hosts over 220 training videos in over 90 languages on a diversity of crops and livestock, sustainable soil and water management, basic food processing, etc. Each video describes underlying principles, as such encouraging people to experiment with new ideas.

EcoAgtube: a social media video platform where anyone from across the globe can upload their own videos related to natural farming and circular economy.

Design by Olean webdesign