WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

Mother and calf May 8th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Estela Balabarca and her husband Feliciano Cruz, in the village of Canrey Chico, in Ancash, Peru, are in their late fifties early sixties and every day milk their 8 cows. One morning, the couple had invited us to join them while they moved their cows and calves to a new pasture, something we wanted to film for our video on rotational grazing.

Marcella, Jeff and I arrive early, to be sure we don’t miss this event. Feliciano opens the gate for us and tells us that they still need to milk their cows before moving them. Although we already had some shots from a local person milking, Marcella, who lets no moment go to waste, starts filming, while Jeff and I keep out of the frame and carefully observe how they go about milking.

All cows are tethered. Tied with a rope to a peg pounded into the soil, the animals can only graze a certain circle of pasture. Their calves are tethered a bit further down in the field. When Feliciano releases one calf, she immediately runs to her mother to suckle. From the other side of the cow, Feliciano, removes the teat from the calf’s mouth after which she quickly searches another teat to suckle on. After having repeated this several times, Feliciano knows the cow is releasing her milk. He now pulls the rope of the calf away from the mother, and inserts the peg in the soil, leaving the rope just long enough so that the calf can be nuzzled by her mother.

When you take the time to watch this scene, and see how mother and calf lovingly rub against each other, you cannot but feel tenderness for the animals and respect for the farmers who treat their animals like loving, living creatures.

Their cows look healthy, mostly crossbreeds with the Brown Swiss breed, and seeing the grasses and flowering plants as we have in Europe, and snow-peaked mountains in the back, it takes little imagination to think for a moment that you are in Switzerland.

In less than 5 minutes Estela has her bucket full of creamy milk. When I ask her how much each cow gives, she says: “Each cow gives about 6 litres of milk. You see my bucket is full, but the top is all foam.” In the evening, each cow gives another 3 to 4 litres. Both the milk and the cheese they prepare from it are sold to the local community.

After finishing milking a cow, the farmer releases the calf again. As she suckles, the calf drains the mother’s teats of any remaining milk. This ensures that the teat does not get the bacterial infection called mastitis. This painful infection of teats and udder, after which the cow may stop giving milk, is a frequent disease across the globe for which often antibiotics are used.

While industrial farming has reduced cows to milking machines who may never get to see a green pasture or have time to caress their offspring, it is encouraging that various international efforts are being made to bring back ethical values in food production. The Natural Livestock Farming Foundation (NLF) is one such great initiative that shares experiences between dairy farmers in the Netherlands, India, Uganda and Ethiopia (among others). NLF regularly organises international webinars and events on natural ways of dairy calf raising and animal health. By including examples in farmer-to-farmer training videos, such as the one we are producing on rotational grazing in Peru, we hope such respectful practices will inspire farmers across the world.

Related Agro-Insight blogs

Farming as a lifestyle

Asking about cows

Caring for animals, with plants

Veterinarians and traditional animal health care

Kicking the antibiotic habit

Trust that works

Stuck in the middle

Acknowledgements

The visit to Peru to film various farmer-to-farmer training videos with farmers like doña Estela and don Fernando was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to Vidal Rondån of the Mountain Institute for introducing us to the community.

Videos on how to improve livestock

See the many training videos on livestock hosted on the Access Agriculture video platform.

 

Moeder en kalf

Estela Balabarca en haar man Feliciano Cruz, in het dorp Canrey Chico, in Ancash, Peru, zijn eind vijftig begin zestig en melken elke dag hun 8 koeien. Op een ochtend had het echtpaar ons uitgenodigd om met hen mee te gaan terwijl ze hun koeien en kalveren naar een nieuwe weide verplaatsten, iets wat we wilden filmen voor onze video over rotatiebegrazing.

Marcella, Jeff en ik komen vroeg aan, om er zeker van te zijn dat we dit evenement niet missen. Feliciano opent het hek voor ons en vertelt ons dat ze hun koeien nog moeten melken voordat ze verplaatst worden. Hoewel we al enkele opnamen hadden van een lokaal persoon die aan het melken was, begint Marcella, die geen moment onbenut laat, te filmen, terwijl Jeff en ik buiten beeld blijven en zorgvuldig observeren hoe ze te werk gaan bij het melken.

Alle koeien zijn vastgebonden. Vastgebonden met een touw aan een in de grond geslagen pin, kunnen de dieren alleen grazen in een bepaalde cirkel van de weide. Hun kalveren zijn vastgebonden een eindje verderop in het veld. Als Feliciano een kalf loslaat, rent het onmiddellijk naar haar moeder om te zogen. Aan de andere kant van de koe gezeten, verwijdert Feliciano de speen uit de mond van het kalf, waarna het snel een andere speen zoekt om aan te zuigen. Na dit verschillende keren herhaald te hebben, weet Feliciano dat de koe haar melk aan het afgeven is. Hij trekt nu het touw van het kalf weg van de moeder, en steekt de pin in de grond, waarbij hij het touw net lang genoeg laat zodat het kalf door haar moeder kan worden geknuffeld.

Als je de tijd neemt om dit tafereel te bekijken, en ziet hoe moeder en kalf liefdevol tegen elkaar aan schuren, kun je niet anders dan tederheid voelen voor de dieren en respect voor de boeren die hun dieren behandelen als liefdevolle, levende wezens.

Hun koeien zien er gezond uit, meestal kruisingen van het ras Brown Swiss, en bij het zien van de grassen en bloeiende planten zoals wij die in Europa hebben, en de met sneeuw bedekte bergen op de achtergrond, is er weinig fantasie nodig om je voor een moment in Zwitserland te wanen.

In minder dan 5 minuten heeft Estela haar emmer vol romige melk. Als ik haar vraag hoeveel elke koe geeft, zegt ze: “Elke koe geeft ongeveer 6 liter melk. Je ziet dat mijn emmer vol is, maar de bovenkant is allemaal schuim.” s Avonds geeft elke koe nog eens 3 tot 4 liter. Zowel de melk als de kaas die ze ervan maken, worden verkocht aan de plaatselijke gemeenschap.

Nadat de boer klaar is met het melken van de koe, laat hij het kalf weer vrij. Terwijl het kalf zoogt, onttrekt het de resterende melk aan de spenen van de moeder. Dit zorgt ervoor dat de speen niet de bacteriële infectie oploopt die mastitis wordt genoemd. Deze pijnlijke infectie van spenen en uier, waarna de koe kan stoppen met het geven van melk, is een veel voorkomende ziekte over de hele wereld waarvoor vaak antibiotica worden gebruikt.

Terwijl de industriĂ«le landbouw koeien tot melkmachines heeft gereduceerd die misschien nooit een groene weide te zien krijgen of tijd hebben om hun kalveren te strelen, is het bemoedigend dat er diverse internationale inspanningen worden geleverd om ethische waarden in de voedselproductie terug te brengen. De Natural Livestock Farming Foundation (NLF) is zo’n geweldig initiatief dat ervaringen uitwisselt tussen melkveehouders in onder meer Nederland, India, Oeganda en EthiopiĂ«. NLF organiseert regelmatig internationale webinars en evenementen over natuurlijke manieren van melkkalveropfok en dierengezondheid. Door voorbeelden op te nemen in trainingsvideo’s van boer tot boer, zoals de video die we momenteel maken over rotatiebegrazing in Peru, hopen we dat dergelijke respectvolle praktijken boeren over de hele wereld zullen inspireren.

Farming as a lifestyle May 1st, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

In the Andes mountains of Peru, cattle and sheep are part of many rural families’ livelihoods. Large landowners used to own haciendas, large farms and ranches, often spanning an area of several villages. But during the land reform of the 1990s the haciendas were divided up among the families who worked the land. Some of the extensive grazing lands were given to community associations. Today, many people in the communities own a few hectares of private land. Besides grazing their animals on their private paddocks, during part of the year they also let their animals graze on communal land.

During our filming trip, Marcella, Jeff and I spent a week interacting with farmers in the village of Canrey Chico, at about 3,200 meters above sea level. We learned that the community association regulates its communal grazing land carefully, through various local committees: some in charge of managing fences, others deal with managing the pasture, or selling the milk of the 58 community cows. On top of these, individual families own their own cows, about 550, an average of 6 cows per family. To avoid overgrazing, a household is not allowed to own more than 25 cows.

One day, we drove up the rocky road to visit farmers in what locals call the high country. At over 4,300 meters, the vegetation is much drier: patches of dried ichu, or needle grass, dot the rocky soil. Lichens and some delicate flowers become apparent only when one takes a closer look. Driving through a river with crystal clear water and breath-taking landscapes with snow-capped mountains lining the horizon, we wonder where we are heading. Then, all of a sudden, after having crossed another slope, we spot a small farmhouse with a green field that turns out to be oats on closer inspection..

Robert Balabarca, president of the Cordillera Blanca farmers’ association, who is our local guide, quickly notices that no one is at home. There is no telephone signal and the farmer whom we were supposed to meet has already left with his herd. This is a good reminder that farmers anywhere in the world are busy people, and one should never be late to an appointment. (We had spent more time than we had bargained for earlier that morning, admiring some native forest trees planted by the community to stop wind erosion). As we wonder what to do, Robert spots a woman with  a flock of sheep in the distance. With a little effort, we finally see them, too.  We start walking towards the flock with all our filming gear, crossing various bofedales, high Andean wetlands, where the stones are slippery with moss and the water is cold and can quickly fill your boots. We find the landscape difficult to walk through, but the shepherdess, Trinidad León moves her animals quickly through it and invites us to follow her to her house.

I notice a small dome-shaped, woven structure raised on wooden poles and I wonder what this is for, to be told that this is their cupboard where they keep their bread, cheese and other food, out of reach of animals.

Before we interview Trinidad on camera, she explains how they manage their dairy cows and sheep. Although they bought a small house in Huaraz, the nearest city, to send their children to secondary school, the couple has been living permanently in the countryside for 30 years, leading a simple life. They are one of the few families living on the communal land.

Trinidad and her husband keep their animals overnight in a corral, where the animals defecate and urinate, forming a thick crust of organic fertilizer. After 2 to 3 months, the family makes a corral in a different place, ploughs the manure into the soil and plants oats and barley as green fodder. The water that flows nearby helps to irrigate the plot in the dry season. Every day, they cut some fodder to feed the animals a nutritious meal when they return from grazing. After cutting all the green fodder, they let the animals graze on the stubble, while planting more fodder in a different corral. Jeff and I are intrigued by this highly creative way of ensuring fodder throughout the year, so we decide to capture all this on video to inspire farmers in other parts of the world.

“My sheep are nice and fat and ready to be sold,” says Trinidad, while we give her a lift to town. When I ask her how she manages to get her sheep to town, she says that either people come with a truck to buy animals, or she walks them to the nearest village some 10 kilometres away, where she can load a few sheep onto a rural bus, going to the city.

This visit has shown once more how farming is not just a profession, but a functional lifestyle that some people are keen to preserve. Small-scale farming allows some people to live in a place they love, educate their children, and produce attractive products, like sheep and cheese, that city people want to buy.

Related Agro-Insight blogs

You can’t kill your weeds and eat them too

Choosing to farm

Dung talk

To fence or not to fence

Caring for animals, with plants

Veterinarians and traditional animal health care

Acknowledgements

The visit to Peru to film various farmer-to-farmer training videos with farmers like Trinidad was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to Vidal RondĂĄn of the Mountain Institute for introducing us to the community.

Videos on how to improve livestock

See the many training videos on livestock hosted on the Access Agriculture video platform.

 

Landbouw als levensstijl

In het Andesgebergte in Peru zijn runderen en schapen een onderdeel van het levensonderhoud van veel plattelandsgezinnen. Vroeger waren grootgrondbezitters eigenaar van haciĂ«nda’s, grote boerderijen en ranches, die vaak een gebied van meerdere dorpen besloegen. Maar tijdens de landhervorming van de jaren ’90 werden de haciendas verdeeld onder de families die het land bewerkten. Sommige van de uitgestrekte weidegronden werden aan gemeenschapsverenigingen gegeven. Tegenwoordig bezitten veel mensen in de dorpen een paar hectare privĂ©-land. Naast het weiden van hun dieren op hun privĂ©weiden, laten zij hun dieren gedurende een deel van het jaar ook grazen op gemeenschapsgronden.

Tijdens onze filmreis hebben Marcella, Jeff en ik een week lang contact gehad met boeren in het dorp Canrey Chico, op ongeveer 3.200 meter boven zeeniveau. We leerden dat de gemeenschapsvereniging haar gemeenschappelijke weidegronden zorgvuldig regelt, via verschillende lokale comités: sommigen zijn belast met het beheer van omheiningen, anderen houden zich bezig met het beheer van de weides, of met de verkoop van de melk van de 58 gemeenschappelijke koeien. Daarnaast hebben individuele gezinnen hun eigen koeien, ongeveer 550, een gemiddelde van 6 koeien per gezin. Om overbegrazing te voorkomen, mag een gezin niet meer dan 25 koeien bezitten.

Op een dag reden we de rotsachtige weg op om boeren te bezoeken in wat de plaatselijke bevolking het hoogland noemt. Op een hoogte van meer dan 4.300 meter is de vegetatie veel droger: op de rotsige bodem groeien opgedroogde ichu, of naaldgras. Korstmossen en enkele tere bloemen worden pas duidelijk als je beter kijkt. Rijdend door een rivier met kristalhelder water en adembenemende landschappen met besneeuwde bergtoppen aan de horizon, vragen we ons af waar we heen gaan. Dan, plotseling, na weer een helling te hebben overgestoken, zien we een kleine boerderij met een groen veld dat van dichterbij haver blijkt te zijn.

Robert Balabarca, voorzitter van de boerenvereniging van de Cordillera Blanca, die onze plaatselijke gids is, merkt al snel dat er niemand thuis is. Er is geen telefoonsignaal en de boer die we zouden ontmoeten is al vertrokken met zijn kudde. Dit is een goede herinnering aan het feit dat boeren overal ter wereld drukbezette mensen zijn, en dat je nooit te laat op een afspraak moet komen. (We hadden eerder die ochtend meer tijd doorgebracht dan we hadden verwacht, toen we enkele inheemse bomen bewonderden die door de gemeenschap waren geplant om winderosie tegen te gaan). Terwijl we ons afvragen wat we moeten doen, ziet Robert in de verte een vrouw met een kudde schapen. Met een beetje moeite zien wij ze eindelijk ook.  Met al onze filmspullen beginnen we naar de kudde toe te lopen, dwars door verschillende bofedales, hooggelegen wetlands in de Andes, waar de stenen glibberig zijn van het mos en het water koud is en je schoenen snel vol kunnen lopen. We vinden het landschap moeilijk begaanbaar, maar de herderin, Trinidad León beweegt haar dieren er snel doorheen en nodigt ons uit haar te volgen naar haar huis.

Ik zie een kleine koepelvormige, gevlochten structuur op houten palen staan en vraag me af waar dit voor is, om te horen te krijgen dat dit hun kast is waar ze hun brood, kaas en ander voedsel bewaren, buiten het bereik van dieren.

Voordat we Trinidad voor de camera interviewen, legt ze uit hoe ze met hun melkkoeien en schapen omgaan. Hoewel ze een huisje kochten in Huaraz, de dichtstbijzijnde stad, om hun kinderen van secundair onderwijs te laten genieten, leven het echtpaar reeds 30 jaar permanent op het platteland om een eenvoudig leven te leiden. Ze zijn een van de weinige families die op het gemeenschapsland wonen.

Trinidad en haar man houden hun dieren ‘s nachts in een kraal, waar de dieren zich ontlasten en urineren en zo een dikke korst organische meststof vormen. Na 2 tot 3 maanden maakt de familie een kraal op een andere plaats, ploegt de mest in de grond en plant haver en gerst als groenvoeder. Het water dat in de buurt stroomt, helpt om het perceel in het droge seizoen te irrigeren. Elke dag snijden ze wat groenvoer om de dieren een voedzame maaltijd te geven als ze terugkomen van het grazen. Nadat al het groenvoer is gemaaid, laten ze de dieren grazen op de stoppels, terwijl ze in een andere kraal meer voer planten. Jeff en ik zijn geĂŻntrigeerd door deze uiterst creatieve manier om het hele jaar door voor veevoer te zorgen, dus besluiten we dit alles op video vast te leggen om boeren in andere delen van de wereld te inspireren.

“Mijn schapen zijn lekker dik en klaar om verkocht te worden,” zegt Trinidad, terwijl we haar een lift naar de stad geven. Als ik haar vraag hoe ze haar schapen naar de stad krijgt, zegt ze dat er ofwel mensen met een vrachtwagen komen om dieren te kopen, of dat ze ze naar het dichtstbijzijnde dorp zo’n 10 kilometer verderop brengt, waar ze een paar schapen op een plattelandsbus kan laden, die naar de stad gaat.

Dit bezoek heeft eens te meer aangetoond dat landbouw niet zomaar een beroep is, maar een functionele levensstijl die sommige mensen graag in stand willen houden. Kleinschalige landbouw stelt sommige mensen in staat te leven op een plek waar ze van houden, hun kinderen op te voeden, en aantrekkelijke producten te produceren, zoals schapen en kaas, die stadsmensen willen kopen.

The times they are a changing April 17th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Talking with my neighbour farmers in Belgium, they all wonder how they will manage this year, as the cost of chemical fertilizers has risen by 500%. They now pay 1 Euro per kilogram of fertilizer. The recent Russian invasion of Ukraine will have serious consequences on the global food supply as Russia is the world’s top exporter of nitrogen fertilizers and the second leading supplier of both potassic and phosphorous fertilizers. While farmers across the globe are known to be creative and adaptive, the changes required in the near future will be of a scale unseen before. The spike in fuel and fertilizer prices may be a fundamental trigger.

In Belgium, 2018 and 2019 were extremely hot and dry. While some farmers thought it was necessary to start looking into growing other crops, most farmers pumped up more groundwater to irrigate their maize or pasture to feed their animals, even with signs of depleting groundwater reserves, which also affected the vitality and survival of trees.

The covid crisis during the following two years affected global trade and made everyone in the food sector realize how much we have become dependent on imports, be it for food, feed or materials needed to process and package food. To be less dependent on soya bean imports, many farmers in Belgium started to grow their own legume fodder like lucerne, a shift promoted by European policies.

While an acute crisis often makes people see things more clearly, some changes in our environment have been unnoticed to the public for decades; only now alarm bells are starting to go off. The long-term use of agrochemicals in monocrop farming has had a devastating effect on our biodiversity. In the beekeepers’ association of my eldest brother Wim in Flanders, in northern Belgium, all members, including those who had spent a lifetime caring for bees, reported that 3 out of 4 colonies died last winter. Jos Kerkhofs, my beekeeper friend in Erpekom in eastern Belgium where I live, told me the same trend is seen among the members of his association. While local honey has become a rare commodity this time of the year, the wider consequences on society are seriously worrying, as 84% of our crop species depend on honey bees and wild pollinators.

All above examples are what one refers to as external costs. An external cost is a cost not included in the market price of the goods and services being produced, or a cost that is not borne by those who create it. We have been pushing our economies beyond what our planet can cope with, beyond the so-called planetary boundaries. And as we start to realize, the external costs of climate change, depleting natural resources such as groundwater and loss of biodiversity will need to be paid by society.

Media plays a big role in sensitising people about these matters. In Belgium, the number of radio programmes and news items on these matters has sharply risen the last few months. Recently, a spokesperson from the food industry said that 3 out of 5 of the main food companies considered closing their doors. Because of the rising fuel prices and costs of raw materials, they were unable to continue providing food to supermarkets at the same rock bottom prices. Unless supermarkets showed some flexibility and are ready to pay more, food companies will go bankrupt.

Is this the era when cheap food will come to an end because it is no longer feasible to ignore the external costs? It definitely forces policy-makers, farmers and others in the food system to make drastic decisions and increasingly embrace natural farming, organic farming, home gardening, short food supply chains, and less processed food, all with full attention to caring for our environment and for our farmers. For sure, the sharp rise in costs of chemical fertilizer and other supplies will encourage more farmers across the globe to experiment with organic and ecological alternatives, like biofertilizers, organic growth promoters, intercropping, cover crops and mulch.

Related Agro-Insight blogs

Stuck in the middle

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Reviving soils

Soil for a living planet

Out of space

Ignoring signs from nature

Home delivery of organic produce

When local authorities support agroecology

Watch the videos on Access Agriculture

Human urine as fertilizer

Turning fish waste into fertiliser

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Organic growth promoter for crops

Healthier crops with good micro-organisms

Good microbes for plants and soil

Coir pith

The wonder of earthworms

Making a vermicompost bed

Vermiwash: an organic tonic for crops

Mulch for a better soil and crop

Compost from rice straw

 

De tijden veranderen

Als ik met mijn buurboeren in BelgiĂ« praat, vragen zij zich allemaal af hoe zij het dit jaar zullen redden, nu de kosten van kunstmest met 500% zijn gestegen. Ze betalen nu 1 euro per kilo kunstmest. De recente Russische inval in OekraĂŻne zal ernstige gevolgen hebben voor de mondiale voedselvoorziening, aangezien Rusland ‘s werelds grootste exporteur van stikstofhoudende meststoffen is en de op Ă©Ă©n na grootste leverancier van zowel kaliumhoudende als fosforhoudende meststoffen. Hoewel landbouwers over de hele wereld bekend staan om hun creativiteit en aanpassingsvermogen, zullen de veranderingen die in de nabije toekomst nodig zullen zijn, van een nooit eerder geziene omvang zijn. De sterke stijging van de brandstof- en meststofprijzen kan een fundamentele trigger zijn.

In België waren 2018 en 2019 extreem warm en droog. Terwijl sommige boeren het nodig vonden om te gaan kijken naar het verbouwen van andere gewassen, pompten de meeste boeren meer grondwater op om hun maïs of grasland te irrigeren om hun dieren te voeden, zelfs met tekenen van uitputting van de grondwaterreserves, wat ook de vitaliteit en het overleven van bomen aantastte.

De covid crisis in de daaropvolgende twee jaar beïnvloedde de wereldhandel en deed iedereen in de voedingssector beseffen hoezeer we afhankelijk zijn geworden van invoer, of het nu gaat om voedsel, diervoeder of materialen die nodig zijn om voedsel te verwerken en te verpakken. Om minder afhankelijk te zijn van de invoer van sojabonen, zijn veel boeren in België begonnen met het verbouwen van hun eigen vlinderbloemige voedergewassen zoals luzerne, een verschuiving die werd gestimuleerd door Europees beleid.

Terwijl een acute crisis de mensen vaak dingen duidelijker doet inzien, zijn sommige veranderingen in ons milieu decennialang onopgemerkt gebleven voor het publiek; nu pas beginnen de alarmbellen te rinkelen. Het langdurige gebruik van landbouwchemicaliën in de landbouw met monoculturen heeft een verwoestend effect gehad op onze biodiversiteit. In de imkervereniging van mijn oudste broer Wim in Vlaanderen, in het noorden van België, meldden alle leden, ook zij die hun hele leven voor bijen hadden gezorgd, dat 3 van de 4 kolonies vorige winter waren gestorven. Jos Kerkhofs, mijn bevriende imker in Erpekom in Oost-België, waar ik woon, vertelde me dat dezelfde tendens wordt waargenomen bij de leden van zijn vereniging. Terwijl lokale honing in deze tijd van het jaar een schaars goed is geworden, zijn de bredere gevolgen voor de samenleving ernstig zorgwekkend, aangezien 84% van onze gewassen afhankelijk is van bijen en wilde bestuivers.

Alle bovenstaande voorbeelden zijn wat men noemt externe kosten. Externe kosten zijn kosten die niet zijn opgenomen in de marktprijs van de geproduceerde goederen en diensten, of kosten die niet worden gedragen door degenen die ze veroorzaken. Wij hebben onze economieën verder gedreven dan wat onze planeet aankan, voorbij de zogenaamde planetaire grenzen. En naarmate we ons dat beginnen te realiseren, zullen de externe kosten van de klimaatverandering, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen zoals grondwater en het verlies van biodiversiteit door de samenleving moeten worden betaald.

De media spelen een grote rol bij het sensibiliseren van mensen over deze zaken. In BelgiĂ« is het aantal radioprogramma’s en nieuwsberichten over deze kwesties de laatste maanden sterk toegenomen. Onlangs zei een woordvoerder van de voedingsindustrie dat 3 van de 5 belangrijkste voedingsbedrijven overwegen hun deuren te sluiten. Door de stijgende brandstofprijzen en grondstofkosten konden zij niet tegen dezelfde bodemprijzen levensmiddelen aan de supermarkten blijven leveren. Tenzij de supermarkten enige flexibiliteit aan de dag leggen en bereid zijn meer te betalen, zullen de levensmiddelenbedrijven failliet gaan.

Is dit het tijdperk waarin goedkoop voedsel tot een einde zal komen omdat het niet langer haalbaar is de externe kosten te negeren? Het dwingt beleidsmakers, boeren en anderen in het voedselsysteem zeker om drastische beslissingen te nemen en steeds meer te kiezen voor natuurlijke landbouw, biologische landbouw, moestuinieren, korte voedselvoorzieningsketens en minder bewerkt voedsel, allemaal met de volle aandacht voor de zorg voor ons milieu en voor onze boeren. Zeker is dat de sterk stijgende kosten van kunstmest en andere benodigdheden meer boeren over de hele wereld zullen aanmoedigen om te experimenteren met biologische en ecologische alternatieven, zoals bio-meststoffen, biologische groeistimulatoren, intercropping, bodembedekkers en mulch.

Home delivery of organic produce March 27th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

While the financial crisis in 2007-2008 exposed the vulnerabilities of a global market system that put blind faith in the financial institutions, Covid has been another wakeup call: the more one depends on global trade, the more fragile local food supply becomes. In many countries weekly markets closed down and while the need for food had not diminished, many farmers struggled to harvest and sell their produce.

Online shopping got a boost across the world. A recently published video by one of our partners in India shows that when farmers are organised, they can combine the best of both worlds: build on the trust they established with clients during face-to-face interactions, and use digital marketing tools to promote and sell their farm produce.

The video shows how some organic farmers in Maharashtra, India, established a group, called Saad Agronics. They have between 80 and 200 clients a week who place orders via a digital platform. Customers receive farm produce, guaranteed to be fresh and healthy, at their doorstep, while the farmers get a higher price than they would earn in the market.

For a single farmer, it is not profitable to take a few vegetables to the homes of urban consumers. As Jalindar Jadhav, one of the group members, explains in the video: “Previously, I started a home delivery service for my organic farm produce. But consumers want different types of vegetables and other food. It was not possible for me to grow all types of vegetables. So, with only a few products to offer to customers, this home delivery service was not profitable for me.”

Before each planting season, Afrin Kale organises a meeting with 25 of her fellow organic farmers to plan who will grow what type of vegetables and other produce for the group. This avoids duplication and ensures that there is enough diversity to cater to the broad demands of their clients.

“We plan in such a way that two farmers in our group never grow the same vegetables and each of us practices crop rotation. At any given time, a farmer can grow 3, 4 or more types of crops. Not all farmers grow vegetables, some grow fruits, and some grow pulses and different rice varieties or other cereals. We also check how much water is available for each farm and for how many months each farmer can supply produce,” says Siddhesh Sakore, another group member.

While covid increased the demand for healthy organic food and for home delivery services, the organised farmers at Saad Agronics were ready to respond to these changing demands. They continue to strengthen relations with their home delivery customers through open farm visits and by using social media to expand their client base. To collect orders and delivery addresses of clients, the group also had an app developed.

As with any home delivery system, one has to avoid spending all the profits on fuel and labour costs. Saad Agronics decided to only deliver in parts of the city where they had a minimum set of orders. The young members of the group are very savvy with digital tools: they use GPS to ensure fast delivery using the shortest road; WhatsApp to inform clients of the time of delivery, and they have an e-wallet so clients can pay with their mobile upon delivery.

Many organic farmers want to join this group, so the future looks bright for farmers and consumers who are all concerned with healthy food, free of chemicals. Hopefully this video from India will inspire farmers across the world.

Related Agro-Insight blogs

When local authorities support agroecology

Marketing as a performance

A market to nurture local food culture

Marketing something nice

Strawberry fields once again

Watch the video on Access Agriculture

Home delivery of organic produce

 

Levering aan huis van biologische landbouwproducten

Terwijl de financiële crisis van 2007-2008 de kwetsbaarheden blootlegde van een mondiaal marktsysteem dat blind vertrouwen stelde in de financiële instellingen, heeft Covid een andere alarmbel doen rinkelen: hoe meer men afhankelijk is van de wereldhandel, hoe kwetsbaarder de lokale voedselvoorziening wordt. In veel landen gingen de wekelijkse markten dicht en hoewel de behoefte aan voedsel niet was afgenomen, hadden veel boeren het moeilijk om hun producten te oogsten en te verkopen.

Online winkelen kreeg over de hele wereld een impuls. Een onlangs gepubliceerde video van een van onze partners in India laat zien dat wanneer boeren georganiseerd zijn, ze het beste van twee werelden kunnen combineren: voortbouwen op het vertrouwen dat ze hebben opgebouwd met klanten tijdens persoonlijke interacties, en digitale marketingtools gebruiken om hun boerderijproducten te promoten en te verkopen.

De video laat zien hoe enkele biologische boeren in Maharashtra, India, een groep oprichtten, Saad Agronics genaamd. Zij hebben tussen 80 en 200 klanten per week die bestellingen plaatsen via een digitaal platform. De klanten krijgen de producten van de boerderij gegarandeerd vers en gezond aan huis geleverd, terwijl de boeren een hogere prijs krijgen dan ze op de markt zouden verdienen.

Voor een enkele boer is het niet rendabel om een paar groenten naar de huizen van stedelijke consumenten te brengen. Zoals Jalindar Jadhav, een van de groepsleden, in de video uitlegt: “Voorheen begon ik een thuisbezorgingsdienst voor mijn biologische boerderijproducten. Maar consumenten willen verschillende soorten groenten en ander voedsel. Het was voor mij niet mogelijk om alle soorten groenten te telen. Dus, met slechts een paar producten om aan klanten aan te bieden, was deze thuisbezorgdienst niet winstgevend voor mij.”

Voor elk plantseizoen organiseert Afrin Kale een bijeenkomst met 25 van haar collega bio-boeren om te plannen wie welk soort groenten en andere producten voor de groep zal telen. Dit voorkomt overlappingen en zorgt ervoor dat er genoeg diversiteit is om aan de brede vraag van hun klanten te voldoen.

“We plannen op zo’n manier dat twee boeren in onze groep nooit dezelfde groenten telen en dat elk van ons wisselteelt toepast. Op elk moment kan een boer 3, 4 of meer soorten gewassen telen. Niet alle boeren verbouwen groenten, sommige verbouwen fruit, en sommige verbouwen peulvruchten en verschillende rijstsoorten of andere graansoorten. We controleren ook hoeveel water er beschikbaar is voor elke boerderij en voor hoeveel maanden elke boer zijn producten kan leveren,” zegt Siddhesh Sakore, een ander groepslid.

Terwijl covid de vraag naar gezonde biologische voeding en naar thuisbezorgingsdiensten deed toenemen, waren de georganiseerde boeren van Saad Agronics klaar om op deze veranderende vraag in te spelen. Ze blijven de banden met hun thuisbezorgers aanhalen door open bedrijfsbezoeken en door gebruik te maken van sociale media om hun klantenbestand uit te breiden. Om bestellingen en leveringsadressen van klanten te verzamelen, liet de groep ook een app ontwikkelen.

Zoals bij elk thuisbezorgingssysteem moet worden voorkomen dat alle winst wordt besteed aan brandstof- en arbeidskosten. Saad Agronics besloot om alleen te leveren in delen van de stad waar ze een minimum aantal bestellingen hadden. De jonge leden van de groep zijn zeer handig met digitale hulpmiddelen: ze gebruiken GPS om snel te kunnen leveren via de kortste weg; WhatsApp om klanten te informeren over het tijdstip van levering, en ze hebben een e-wallet zodat klanten met hun mobiel kunnen betalen bij levering.

Veel biologische boeren willen zich bij deze groep aansluiten, dus de toekomst ziet er rooskleurig uit voor boeren en consumenten die allemaal belang hechten aan gezond voedsel, vrij van chemicaliën. Hopelijk zal deze video uit India boeren over de hele wereld inspireren.

Bekijk de video op Access Agriculture

Home delivery of organic produce

Good fences make good neighbors March 6th, 2022 by

Vea la versión en español a continuación

Unbounded by fences, neighbors may occasionally take a furrow from your field when they plow their own. Farmers around the world make fences from stone, barbed-wire, or earth bunds. They may stack up split rails. Some in Central America plant living fences: a line of trees connected with barbed wire. Everywhere, fences tend to be made from abundant materials.

In the Ecuadorian Andes, in the province of Cotopaxi, I was intrigued recently to see field borders marked largely by agave, a large, thorny, succulent plant. Agave grows well here, and withstands the yearly dry season. If planted in a line, agave will grow into a tight barrier. The leaves have sharp thorns along the sides and nasty one on the tip, keeping out livestock. As farmer Mercedes JĂĄcome explained, the agave marks the field boundary. It lets the neighbors know where their field stops and yours begins.

The agave also has several uses. You can chop up the juicy leaves as fodder for cows. When the agave is mature, at 12 or 15 years, you can make a hole in the crown of the plant to collect the sap that flows into the cavity. This liquid is called chawar mishki, a sweet, lightly alcoholic drink You can drink it fresh or cook it with rice, barley or wheat. Before plastic rope was invented, the agave fibers were made into twine. This use is reflected in one of the local names for agave, cabuya (“twine”).

Farmers also leave wild cherry trees (capulĂ­) when they sprout in the line of agaves. The agave leaves protect the seedlings of volunteer trees and shrubs. While the profuse blossoms of the capulĂ­ tree attract lots of pollinators, its small, dark red fruits are welcome in February, near the start of the rainy season.

Wild flowers also grow between the agaves and the cherries, providing habitat for beneficial insects, like wasps and many kinds of flies that prey on insect pests. Agronomists Diego Mina and Mayra Coro are working with farmers to preserve the field borders, and also to experiment with them. Innovative beekeeper José Santamaría is planting malva on some of his borders because it flowers early, providing food for his bees. He also uses the leaves to feed his rabbits and guinea pigs

Occasionally fences can lead to conflicts. Lucrecia Sivinta explained that her field neighbor lives in Quito, the capital of Ecuador. The neighbor has invested in large greenhouses, using chemicals to grow flowers for export. One day, doña Lucrecia was horrified to find that her neighbor had thoughtlessly sprayed herbicides on the field border, damaging the agaves and killing all of the wild flowers, leaving a dead, ugly yellow mess. Lucrecia said she would talk to the neighbor, who should have known better than to spray their common border.

A field border is not quite private, and not collective, either. It is shared by two land owners, linking them as well as dividing their land. Fences can make good neighbors, if they communicate and manage their field edges together, negotiating a common space that they share.

Previous Agro-Insight blogs

To fence or not to fence

Puppy love

A positive validation

Mending fences, making friends

Related videos

The wasp that protects our crops

Turning honey into money

Scientific names

Agave: Agave americana

CapulĂ­ (wild cherry, or Andean cherry): Prunus serĂłtina

Malva: Lavatera sp.

Acknowledgements

Thanks to Diego Mina and Mayra Coro for introducing us the farmers in Cotopaxi, and for sharing their knowledge with us. Thanks also to Mayra and Diego for their valuable comments on a previous version of this blog. Diego and Mayra work for IRD (Institut de Recherche pour le DĂ©veloppement). Our work was funded by the McKnight Foundation’s Collaborative Crop Research Program (CCRP).

BUENOS CERCOS HACEN BUENOS VECINOS

Por Jeff Bentley, 6 de marzo del 2022

Sin cercos, un agricultor puede perder un surco cada vez que los vecinos aran el campo al lado. Los agricultores en todo el mundo construyen cercos de piedra, de alambre de pĂșa, o de tierra. Algunos apilan listones partidos. En CentroamĂ©rica, algunos plantan cercos vivos: una lĂ­nea de ĂĄrboles conectados con alambre de pĂșa. En cada lugar, suelen hacer cercos de materiales abundantes.

En los Andes ecuatorianos, en la provincia de Cotopaxi, me intrigĂł hace poco ver los lĂ­mites de los campos marcados en gran parte por el agave, una planta grande, espinosa y suculenta. El agave crece bien y resiste la Ă©poca seca. Si se planta en lĂ­nea, las plantas de agave forman una barrera cerrada. Hay espinas filudas en los bordes de las hojas, y otra en la punta, que alejan al ganado. Como explica la agricultora Mercedes JĂĄcome, el agave marca el lĂ­mite del campo. Permite a que los vecinos conozcan los lĂ­mites de su campo.

El agave tambiĂ©n tiene varios usos. Se pueden cortar las suculentas hojas como forraje para las vacas. Cuando el agave estĂĄ maduro, a sus 12 o15 años, se puede hacer un agujero en el cogollo para extraer la savia. Este lĂ­quido es conocido como chawar mishki, una bebida dulce y ligeramente alcohĂłlica. Se puede tomarlo fresco, directamente de la planta, o cocinarlo con arroz, cebada o trigo. Antes de que se inventara la cuerda de plĂĄstico, las fibras de agave se convertĂ­an en cabuya. Por eso, dos de los nombres locales del agave todavĂ­a son “cabuya” o “cabuyo”.

Los agricultores de este lugar también dejan crecer a los cerezos andinos, el capulí, cuando brotan junto a los agaves. Las hojas de los agaves protegen las plåntulas de los årboles y arbustos voluntarios. Mientras que las profusas flores del capulí atraen a muchos polinizadores, sus pequeños frutos de rojo oscuro son apetecidos en febrero, cerca del inicio de la época de lluvias.

Las flores silvestres tambiĂ©n crecen entre los agaves y los cerezos andinos, creando un hĂĄbitat para los insectos Ăștiles, como las avispas y muchos tipos de moscas que comen los insectos plagas. Los ingenieros Diego Mina y Mayra Coro trabajan con los agricultores para cuidar los bordes de los campos, y tambiĂ©n para experimentar con ellos. El innovador apicultor JosĂ© SantamarĂ­a estĂĄ plantando malva en algunos de sus linderos porque florece pronto para alimentar a sus abejas. La malva tambiĂ©n produce abundante follaje que le sirve para alimentar sus animales, especialmente cuyes y conejos.

A veces, los cercos pueden dar lugar a conflictos. Lucrecia Sivinta explica que su vecino tiene un terreno junto al suyo. El vecino vive en Quito, la capital de Ecuador. Ha invertido en grandes invernaderos y usa agro-químicos para cultivar flores para la exportación. Un día, doña Lucrecia se horrorizó al descubrir que su vecino había fumigado herbicidas en el límite del campo, dañando los agaves y matando todas las flores silvestres, dejando una fea mancha amarilla y muerta. Lucrecia dijo que hablaría con el vecino, porque él no tenía que fumigar el borde entre sus campos.

Un lĂ­mite o cerco de campo no es del todo privado, ni tampoco colectivo. Es compartido por dos o mĂĄs propietarios. El lĂ­mite los une, pero a la vez los divide. Los cercos pueden hacer buenos vecinos, si se comunican y juntos manejan el espacio que comparten.

Previamente en el blog de Agro-Insight

To fence or not to fence

Puppy love

Mending fences, making friends

Videos relacionados

La avispa que protege nuestros cultivos

La miel es oro

Nombres cientĂ­ficos

Agave, o cabuya, cabuyo o penca: Agave americana

CapulĂ­: Prunus serĂłtina

Malva: Lavatera sp.

Agradecimientos

Gracias a Diego Mina y Mayra Coro por presentarnos a la gente de Cotopaxi, y por compartir su conocimiento con nosotros. Gracias a Mayra y Diego por sus valiosos comentarios sobre una versiĂłn previa de este blog. Diego y Mayra trabajan para IRD (Institut de Recherche pour le DĂ©veloppement). Nuestro trabajo fue financiado por Programa Colaborativo de InvestigaciĂłn de Cultivos (CCRP) de la FundaciĂłn McKnight.

Design by Olean webdesign