WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

The school garden May 15th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Learning by doing is one of the most powerful educational approaches, both for adults and children. Kids observe what their parents and others in the community do, and they copy it.

For a week, Marcella, Jeff and I, accompanied by our local partners Aldo Cruz and Dante Flores, have been having our breakfast in the house of doña Zenaida Ramos and her husband, who are also member of the parents’ committee of the Tres de Mayo school in HuayllacayĂĄn, in central Peru.

As we walk to the school, which combines a kindergarten, primary and secondary school, we can see that activities on the playground have already started. Today is the final day of our filming trip in this community, and the school has planned the installation of a school garden: an activity they used to have prior to covid and which they are now more than happy to resume.

When we meet the dynamic and open-minded school director, Luz Valverde, she tells us: “Here in the district Huayllacayán more than 600 varieties of native potatoes are grown. And we have so many varieties of oca, olluca and mashwa, as well as plenty of medicinal plants. We also have broad beans and barley. So, the students should value all what we have here in our community. And they should also know how much nutritional value these products have, so they can keep conserving them. They should conserve our environment, conserve the local biodiversity that exists here.”

Some of the teachers and pupils of the final year primary school have started loosening the hard soil and breaking the clods with picks, and we decide to give them a helping hand. It is hard work and at an altitude of 3,000 meters we often have to pause grasping for our breath. Some 15 minutes later, also various mothers and fathers have joined. You can immediately see how experienced they are doing this type of work. And so do the kids. The boy next to me carefully observes how one of the dads is handling the tool and then soon resumes with regained insights and energy.

Some other farmers have arrived with their Andean foot plough or chaquitaclla in the local language Quechua. This pre-Inca tool is still widely used and considered the best tool for preparing land on steep rocky slopes without causing soil erosion. When I see the tool in use on the flat playground of the school, I am amazed how fast it loosens up big clods of soil.

Within an hour we have prepared the garden plot, stretching 25 meters long and 3 meters wide. As we work the last few meters, one of the fathers stops me and tries to make it clear to me, in Spanish that I have to work the land differently here. I hadn’t noticed, but the tail end of the plot slightly slants downward, so we need to make the planting ridges perpendicular to the other ones, so that the irrigation water can easily move and cover the entire plot. This shows how farmers think ahead in everything they do. While I was just preparing the soil, he was already thinking about irrigation.

After being shown how to plant, the kids soon start planting onions, lettuce, broccoli and cabbage seedlings. The parents assist, observe their kids, and at times give them some advice. Later on, they will add some of the native crops.

By 10 o’clock the work is over. At one side of the school garden, the kids install a netted fence to protect the food garden when they play on the playground. As they fix the long green net with pieces of metal wire to wooden poles, previously inserted in the soil by the teachers; it is great to see how handy these kids are: it is clearly not the first time that they have handled all these tools.

School gardens have been around for many years and in many countries, as a way for students to learn about farming, and to provide healthy ingredients for school meals, free of agrochemicals. What is unique here, is that many parent farmers helped to install the garden, so the kids learn by observing their parents in a school context. Perhaps the most important is that the kids feel that the culture of their parents is being appreciated by a formal institution. All too often children are taught to look down on their own indigenous culture and on local customs and knowledge.

“I think that school directors across the world who work as leaders should include everyone in our educational community, so that everything we have around us is valued, concludes Luz Valverde in her interview.

Watch the upcoming video on the Access Agriculture video platform:
Teaching agroecology in schools

Related Agro-Insight blogs

Farming as a lifestyle

Videos to teach kids good attitudes

The dialect devil

Teaching the farmers of tomorrow with videos

Acknowledgements

The visit to Peru to film various farmer-to-farmer training videos was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to the school director Luz Valverde, faculty, students and parents of School No. 32677, Tres de Mayo de Huayllacayán, to Aldo Cruz – Centro de Investigaciones de Zonas Áridas (CIZA) and Dante Flores – Instituto de Desarrollo y Medio Ambiente (IDMA) for supporting our field work.

Videos on how to improve livestock

See the many training videos on agroecology hosted on the Access Agriculture video platform.

 

De schooltuin

Leren door te doen is een van de krachtigste educatieve benaderingen, zowel voor volwassenen als voor kinderen. Kinderen observeren wat hun ouders en anderen in de gemeenschap doen, en ze kopiëren het.

Een week lang hebben Marcella, Jeff en ik, vergezeld door onze lokale partners Aldo Cruz en Dante Flores, ons ontbijt genuttigd in het huis van doña Zenaida Ramos en haar man, die ook lid zijn van het oudercomité van de Tres de Mayo school in Huayllacayån, in centraal Peru.

Als we naar de school lopen, die een kleuterschool, lagere school en middelbare school combineert, zien we dat de activiteiten op de speelplaats al begonnen zijn. Vandaag is de laatste dag van onze filmtrip in deze gemeenschap, en de school heeft de installatie van een schooltuin gepland: een activiteit die ze vóór covid hadden en die ze nu graag willen hervatten.

Wanneer we de dynamische en ruimdenkende schooldirectrice, Luz Valverde, ontmoeten, vertelt ze ons: “Hier in het district HuayllacayĂĄn worden meer dan 600 soorten inheemse aardappelen geteeld. En we hebben zo veel variĂ«teiten van oca, olluca en mashwa, evenals tal van medicinale planten. We hebben ook tuinbonen en gerst. Dus, de studenten moeten waarderen wat we hier allemaal hebben in onze gemeenschap. En ze moeten ook weten hoeveel voedingswaarde deze producten hebben, zodat ze ze kunnen blijven behouden. Ze zouden ons milieu moeten beschermen, de lokale biodiversiteit die hier bestaat.”

Enkele leerkrachten en leerlingen van de laatstejaars lagere school zijn begonnen de harde grond los te werken en de kluiten te breken met pikhouwelen, en wij besluiten hen een handje te helpen. Het is hard werken en op een hoogte van 3.000 meter moeten we vaak naar adem happen. Zo’n 15 minuten later zijn er ook verschillende moeders en vaders bijgekomen. Je ziet meteen hoe ervaren ze zijn met dit soort werk. En dat geldt ook voor de kinderen. Het jongetje naast mij kijkt aandachtig toe hoe een van de vaders met het gereedschap omgaat en hervat dan al gauw met hervonden inzicht en energie.

Enkele andere boeren zijn aangekomen met hun Andes-voetenploeg of chaquitaclla in de lokale taal Quechua. Dit pre-Inca werktuig wordt nog steeds veel gebruikt en wordt beschouwd als het beste werktuig om land voor te bereiden op steile rotsachtige hellingen zonder bodemerosie te veroorzaken. Als ik het werktuig in gebruik zie op de vlakke speelplaats van de school, ben ik verbaasd hoe snel het grote kluiten grond losmaakt.

Binnen een uur hebben we een stuk grond van 25 meter lang en 3 meter breed klaargemaakt. Terwijl we de laatste meters afwerken, houdt een van de vaders me tegen en probeert me in het Spaans duidelijk te maken dat ik het land hier anders moet bewerken. Ik had het niet gemerkt, maar het einde van het perceel loopt iets schuin naar beneden, dus we moeten de plantruggen loodrecht op de andere maken, zodat het irrigatiewater zich gemakkelijk kan verplaatsen en het hele perceel kan bedekken. Dit toont aan hoe boeren vooruit denken bij alles wat ze doen. Terwijl ik gewoon de grond aan het voorbereiden was, dacht hij al na over irrigatie.

Nadat ze hebben geleerd hoe ze moeten planten, beginnen de kinderen al snel met het planten van uien, sla, broccoli en koolzaailingen. De ouders helpen mee, observeren hun kinderen, en geven soms wat advies. Later zullen ze er enkele inheemse gewassen aan toevoegen.

Tegen 10 uur is het werk voorbij. Aan de ene kant van de schooltuin plaatsen de kinderen een omheining van netten om de voedseltuin te beschermen als ze op de speelplaats spelen. Terwijl ze het lange groene net met stukken metaaldraad vastmaken aan houten palen die eerder door de leraren in de grond zijn gestoken, is het geweldig om te zien hoe handig deze kinderen zijn: het is duidelijk niet de eerste keer dat ze al dit gereedschap hanteren.

Schooltuinen bestaan al vele jaren en in vele landen, als een manier om leerlingen te leren over landbouw en om gezonde ingrediënten te leveren voor schoolmaaltijden, vrij van landbouwchemicaliën. Wat hier uniek is, is dat veel ouderboeren hebben geholpen bij de aanleg van de tuin, zodat de kinderen leren door hun ouders te observeren in een schoolcontext. Het belangrijkste is misschien wel dat de kinderen het gevoel hebben dat de cultuur van hun ouders wordt gewaardeerd door een formele instelling. Al te vaak wordt kinderen geleerd neer te kijken op hun eigen inheemse cultuur en op plaatselijke gebruiken en kennis.

“Ik denk dat schooldirecteuren over de hele wereld die als leiders werken, iedereen in onze onderwijsgemeenschap moeten opnemen, zodat alles wat we om ons heen hebben wordt gewaardeerd, concludeert Luz Valverde in haar interview.

Mother and calf May 8th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Estela Balabarca and her husband Feliciano Cruz, in the village of Canrey Chico, in Ancash, Peru, are in their late fifties early sixties and every day milk their 8 cows. One morning, the couple had invited us to join them while they moved their cows and calves to a new pasture, something we wanted to film for our video on rotational grazing.

Marcella, Jeff and I arrive early, to be sure we don’t miss this event. Feliciano opens the gate for us and tells us that they still need to milk their cows before moving them. Although we already had some shots from a local person milking, Marcella, who lets no moment go to waste, starts filming, while Jeff and I keep out of the frame and carefully observe how they go about milking.

All cows are tethered. Tied with a rope to a peg pounded into the soil, the animals can only graze a certain circle of pasture. Their calves are tethered a bit further down in the field. When Feliciano releases one calf, she immediately runs to her mother to suckle. From the other side of the cow, Feliciano, removes the teat from the calf’s mouth after which she quickly searches another teat to suckle on. After having repeated this several times, Feliciano knows the cow is releasing her milk. He now pulls the rope of the calf away from the mother, and inserts the peg in the soil, leaving the rope just long enough so that the calf can be nuzzled by her mother.

When you take the time to watch this scene, and see how mother and calf lovingly rub against each other, you cannot but feel tenderness for the animals and respect for the farmers who treat their animals like loving, living creatures.

Their cows look healthy, mostly crossbreeds with the Brown Swiss breed, and seeing the grasses and flowering plants as we have in Europe, and snow-peaked mountains in the back, it takes little imagination to think for a moment that you are in Switzerland.

In less than 5 minutes Estela has her bucket full of creamy milk. When I ask her how much each cow gives, she says: “Each cow gives about 6 litres of milk. You see my bucket is full, but the top is all foam.” In the evening, each cow gives another 3 to 4 litres. Both the milk and the cheese they prepare from it are sold to the local community.

After finishing milking a cow, the farmer releases the calf again. As she suckles, the calf drains the mother’s teats of any remaining milk. This ensures that the teat does not get the bacterial infection called mastitis. This painful infection of teats and udder, after which the cow may stop giving milk, is a frequent disease across the globe for which often antibiotics are used.

While industrial farming has reduced cows to milking machines who may never get to see a green pasture or have time to caress their offspring, it is encouraging that various international efforts are being made to bring back ethical values in food production. The Natural Livestock Farming Foundation (NLF) is one such great initiative that shares experiences between dairy farmers in the Netherlands, India, Uganda and Ethiopia (among others). NLF regularly organises international webinars and events on natural ways of dairy calf raising and animal health. By including examples in farmer-to-farmer training videos, such as the one we are producing on rotational grazing in Peru, we hope such respectful practices will inspire farmers across the world.

Related Agro-Insight blogs

Farming as a lifestyle

Asking about cows

Caring for animals, with plants

Veterinarians and traditional animal health care

Kicking the antibiotic habit

Trust that works

Stuck in the middle

Acknowledgements

The visit to Peru to film various farmer-to-farmer training videos with farmers like doña Estela and don Fernando was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to Vidal Rondån of the Mountain Institute for introducing us to the community.

Videos on how to improve livestock

See the many training videos on livestock hosted on the Access Agriculture video platform.

 

Moeder en kalf

Estela Balabarca en haar man Feliciano Cruz, in het dorp Canrey Chico, in Ancash, Peru, zijn eind vijftig begin zestig en melken elke dag hun 8 koeien. Op een ochtend had het echtpaar ons uitgenodigd om met hen mee te gaan terwijl ze hun koeien en kalveren naar een nieuwe weide verplaatsten, iets wat we wilden filmen voor onze video over rotatiebegrazing.

Marcella, Jeff en ik komen vroeg aan, om er zeker van te zijn dat we dit evenement niet missen. Feliciano opent het hek voor ons en vertelt ons dat ze hun koeien nog moeten melken voordat ze verplaatst worden. Hoewel we al enkele opnamen hadden van een lokaal persoon die aan het melken was, begint Marcella, die geen moment onbenut laat, te filmen, terwijl Jeff en ik buiten beeld blijven en zorgvuldig observeren hoe ze te werk gaan bij het melken.

Alle koeien zijn vastgebonden. Vastgebonden met een touw aan een in de grond geslagen pin, kunnen de dieren alleen grazen in een bepaalde cirkel van de weide. Hun kalveren zijn vastgebonden een eindje verderop in het veld. Als Feliciano een kalf loslaat, rent het onmiddellijk naar haar moeder om te zogen. Aan de andere kant van de koe gezeten, verwijdert Feliciano de speen uit de mond van het kalf, waarna het snel een andere speen zoekt om aan te zuigen. Na dit verschillende keren herhaald te hebben, weet Feliciano dat de koe haar melk aan het afgeven is. Hij trekt nu het touw van het kalf weg van de moeder, en steekt de pin in de grond, waarbij hij het touw net lang genoeg laat zodat het kalf door haar moeder kan worden geknuffeld.

Als je de tijd neemt om dit tafereel te bekijken, en ziet hoe moeder en kalf liefdevol tegen elkaar aan schuren, kun je niet anders dan tederheid voelen voor de dieren en respect voor de boeren die hun dieren behandelen als liefdevolle, levende wezens.

Hun koeien zien er gezond uit, meestal kruisingen van het ras Brown Swiss, en bij het zien van de grassen en bloeiende planten zoals wij die in Europa hebben, en de met sneeuw bedekte bergen op de achtergrond, is er weinig fantasie nodig om je voor een moment in Zwitserland te wanen.

In minder dan 5 minuten heeft Estela haar emmer vol romige melk. Als ik haar vraag hoeveel elke koe geeft, zegt ze: “Elke koe geeft ongeveer 6 liter melk. Je ziet dat mijn emmer vol is, maar de bovenkant is allemaal schuim.” s Avonds geeft elke koe nog eens 3 tot 4 liter. Zowel de melk als de kaas die ze ervan maken, worden verkocht aan de plaatselijke gemeenschap.

Nadat de boer klaar is met het melken van de koe, laat hij het kalf weer vrij. Terwijl het kalf zoogt, onttrekt het de resterende melk aan de spenen van de moeder. Dit zorgt ervoor dat de speen niet de bacteriële infectie oploopt die mastitis wordt genoemd. Deze pijnlijke infectie van spenen en uier, waarna de koe kan stoppen met het geven van melk, is een veel voorkomende ziekte over de hele wereld waarvoor vaak antibiotica worden gebruikt.

Terwijl de industriĂ«le landbouw koeien tot melkmachines heeft gereduceerd die misschien nooit een groene weide te zien krijgen of tijd hebben om hun kalveren te strelen, is het bemoedigend dat er diverse internationale inspanningen worden geleverd om ethische waarden in de voedselproductie terug te brengen. De Natural Livestock Farming Foundation (NLF) is zo’n geweldig initiatief dat ervaringen uitwisselt tussen melkveehouders in onder meer Nederland, India, Oeganda en EthiopiĂ«. NLF organiseert regelmatig internationale webinars en evenementen over natuurlijke manieren van melkkalveropfok en dierengezondheid. Door voorbeelden op te nemen in trainingsvideo’s van boer tot boer, zoals de video die we momenteel maken over rotatiebegrazing in Peru, hopen we dat dergelijke respectvolle praktijken boeren over de hele wereld zullen inspireren.

Farming as a lifestyle May 1st, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

In the Andes mountains of Peru, cattle and sheep are part of many rural families’ livelihoods. Large landowners used to own haciendas, large farms and ranches, often spanning an area of several villages. But during the land reform of the 1990s the haciendas were divided up among the families who worked the land. Some of the extensive grazing lands were given to community associations. Today, many people in the communities own a few hectares of private land. Besides grazing their animals on their private paddocks, during part of the year they also let their animals graze on communal land.

During our filming trip, Marcella, Jeff and I spent a week interacting with farmers in the village of Canrey Chico, at about 3,200 meters above sea level. We learned that the community association regulates its communal grazing land carefully, through various local committees: some in charge of managing fences, others deal with managing the pasture, or selling the milk of the 58 community cows. On top of these, individual families own their own cows, about 550, an average of 6 cows per family. To avoid overgrazing, a household is not allowed to own more than 25 cows.

One day, we drove up the rocky road to visit farmers in what locals call the high country. At over 4,300 meters, the vegetation is much drier: patches of dried ichu, or needle grass, dot the rocky soil. Lichens and some delicate flowers become apparent only when one takes a closer look. Driving through a river with crystal clear water and breath-taking landscapes with snow-capped mountains lining the horizon, we wonder where we are heading. Then, all of a sudden, after having crossed another slope, we spot a small farmhouse with a green field that turns out to be oats on closer inspection..

Robert Balabarca, president of the Cordillera Blanca farmers’ association, who is our local guide, quickly notices that no one is at home. There is no telephone signal and the farmer whom we were supposed to meet has already left with his herd. This is a good reminder that farmers anywhere in the world are busy people, and one should never be late to an appointment. (We had spent more time than we had bargained for earlier that morning, admiring some native forest trees planted by the community to stop wind erosion). As we wonder what to do, Robert spots a woman with  a flock of sheep in the distance. With a little effort, we finally see them, too.  We start walking towards the flock with all our filming gear, crossing various bofedales, high Andean wetlands, where the stones are slippery with moss and the water is cold and can quickly fill your boots. We find the landscape difficult to walk through, but the shepherdess, Trinidad León moves her animals quickly through it and invites us to follow her to her house.

I notice a small dome-shaped, woven structure raised on wooden poles and I wonder what this is for, to be told that this is their cupboard where they keep their bread, cheese and other food, out of reach of animals.

Before we interview Trinidad on camera, she explains how they manage their dairy cows and sheep. Although they bought a small house in Huaraz, the nearest city, to send their children to secondary school, the couple has been living permanently in the countryside for 30 years, leading a simple life. They are one of the few families living on the communal land.

Trinidad and her husband keep their animals overnight in a corral, where the animals defecate and urinate, forming a thick crust of organic fertilizer. After 2 to 3 months, the family makes a corral in a different place, ploughs the manure into the soil and plants oats and barley as green fodder. The water that flows nearby helps to irrigate the plot in the dry season. Every day, they cut some fodder to feed the animals a nutritious meal when they return from grazing. After cutting all the green fodder, they let the animals graze on the stubble, while planting more fodder in a different corral. Jeff and I are intrigued by this highly creative way of ensuring fodder throughout the year, so we decide to capture all this on video to inspire farmers in other parts of the world.

“My sheep are nice and fat and ready to be sold,” says Trinidad, while we give her a lift to town. When I ask her how she manages to get her sheep to town, she says that either people come with a truck to buy animals, or she walks them to the nearest village some 10 kilometres away, where she can load a few sheep onto a rural bus, going to the city.

This visit has shown once more how farming is not just a profession, but a functional lifestyle that some people are keen to preserve. Small-scale farming allows some people to live in a place they love, educate their children, and produce attractive products, like sheep and cheese, that city people want to buy.

Related Agro-Insight blogs

You can’t kill your weeds and eat them too

Choosing to farm

Dung talk

To fence or not to fence

Caring for animals, with plants

Veterinarians and traditional animal health care

Acknowledgements

The visit to Peru to film various farmer-to-farmer training videos with farmers like Trinidad was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to Vidal RondĂĄn of the Mountain Institute for introducing us to the community.

Videos on how to improve livestock

See the many training videos on livestock hosted on the Access Agriculture video platform.

 

Landbouw als levensstijl

In het Andesgebergte in Peru zijn runderen en schapen een onderdeel van het levensonderhoud van veel plattelandsgezinnen. Vroeger waren grootgrondbezitters eigenaar van haciĂ«nda’s, grote boerderijen en ranches, die vaak een gebied van meerdere dorpen besloegen. Maar tijdens de landhervorming van de jaren ’90 werden de haciendas verdeeld onder de families die het land bewerkten. Sommige van de uitgestrekte weidegronden werden aan gemeenschapsverenigingen gegeven. Tegenwoordig bezitten veel mensen in de dorpen een paar hectare privĂ©-land. Naast het weiden van hun dieren op hun privĂ©weiden, laten zij hun dieren gedurende een deel van het jaar ook grazen op gemeenschapsgronden.

Tijdens onze filmreis hebben Marcella, Jeff en ik een week lang contact gehad met boeren in het dorp Canrey Chico, op ongeveer 3.200 meter boven zeeniveau. We leerden dat de gemeenschapsvereniging haar gemeenschappelijke weidegronden zorgvuldig regelt, via verschillende lokale comités: sommigen zijn belast met het beheer van omheiningen, anderen houden zich bezig met het beheer van de weides, of met de verkoop van de melk van de 58 gemeenschappelijke koeien. Daarnaast hebben individuele gezinnen hun eigen koeien, ongeveer 550, een gemiddelde van 6 koeien per gezin. Om overbegrazing te voorkomen, mag een gezin niet meer dan 25 koeien bezitten.

Op een dag reden we de rotsachtige weg op om boeren te bezoeken in wat de plaatselijke bevolking het hoogland noemt. Op een hoogte van meer dan 4.300 meter is de vegetatie veel droger: op de rotsige bodem groeien opgedroogde ichu, of naaldgras. Korstmossen en enkele tere bloemen worden pas duidelijk als je beter kijkt. Rijdend door een rivier met kristalhelder water en adembenemende landschappen met besneeuwde bergtoppen aan de horizon, vragen we ons af waar we heen gaan. Dan, plotseling, na weer een helling te hebben overgestoken, zien we een kleine boerderij met een groen veld dat van dichterbij haver blijkt te zijn.

Robert Balabarca, voorzitter van de boerenvereniging van de Cordillera Blanca, die onze plaatselijke gids is, merkt al snel dat er niemand thuis is. Er is geen telefoonsignaal en de boer die we zouden ontmoeten is al vertrokken met zijn kudde. Dit is een goede herinnering aan het feit dat boeren overal ter wereld drukbezette mensen zijn, en dat je nooit te laat op een afspraak moet komen. (We hadden eerder die ochtend meer tijd doorgebracht dan we hadden verwacht, toen we enkele inheemse bomen bewonderden die door de gemeenschap waren geplant om winderosie tegen te gaan). Terwijl we ons afvragen wat we moeten doen, ziet Robert in de verte een vrouw met een kudde schapen. Met een beetje moeite zien wij ze eindelijk ook.  Met al onze filmspullen beginnen we naar de kudde toe te lopen, dwars door verschillende bofedales, hooggelegen wetlands in de Andes, waar de stenen glibberig zijn van het mos en het water koud is en je schoenen snel vol kunnen lopen. We vinden het landschap moeilijk begaanbaar, maar de herderin, Trinidad León beweegt haar dieren er snel doorheen en nodigt ons uit haar te volgen naar haar huis.

Ik zie een kleine koepelvormige, gevlochten structuur op houten palen staan en vraag me af waar dit voor is, om te horen te krijgen dat dit hun kast is waar ze hun brood, kaas en ander voedsel bewaren, buiten het bereik van dieren.

Voordat we Trinidad voor de camera interviewen, legt ze uit hoe ze met hun melkkoeien en schapen omgaan. Hoewel ze een huisje kochten in Huaraz, de dichtstbijzijnde stad, om hun kinderen van secundair onderwijs te laten genieten, leven het echtpaar reeds 30 jaar permanent op het platteland om een eenvoudig leven te leiden. Ze zijn een van de weinige families die op het gemeenschapsland wonen.

Trinidad en haar man houden hun dieren ‘s nachts in een kraal, waar de dieren zich ontlasten en urineren en zo een dikke korst organische meststof vormen. Na 2 tot 3 maanden maakt de familie een kraal op een andere plaats, ploegt de mest in de grond en plant haver en gerst als groenvoeder. Het water dat in de buurt stroomt, helpt om het perceel in het droge seizoen te irrigeren. Elke dag snijden ze wat groenvoer om de dieren een voedzame maaltijd te geven als ze terugkomen van het grazen. Nadat al het groenvoer is gemaaid, laten ze de dieren grazen op de stoppels, terwijl ze in een andere kraal meer voer planten. Jeff en ik zijn geĂŻntrigeerd door deze uiterst creatieve manier om het hele jaar door voor veevoer te zorgen, dus besluiten we dit alles op video vast te leggen om boeren in andere delen van de wereld te inspireren.

“Mijn schapen zijn lekker dik en klaar om verkocht te worden,” zegt Trinidad, terwijl we haar een lift naar de stad geven. Als ik haar vraag hoe ze haar schapen naar de stad krijgt, zegt ze dat er ofwel mensen met een vrachtwagen komen om dieren te kopen, of dat ze ze naar het dichtstbijzijnde dorp zo’n 10 kilometer verderop brengt, waar ze een paar schapen op een plattelandsbus kan laden, die naar de stad gaat.

Dit bezoek heeft eens te meer aangetoond dat landbouw niet zomaar een beroep is, maar een functionele levensstijl die sommige mensen graag in stand willen houden. Kleinschalige landbouw stelt sommige mensen in staat te leven op een plek waar ze van houden, hun kinderen op te voeden, en aantrekkelijke producten te produceren, zoals schapen en kaas, die stadsmensen willen kopen.

Sowing experiments April 24th, 2022 by

For nearly a century, from 1839 to 1924, the US government distributed free seeds to any citizen who wanted them. As told in First the Seed, by Jack Kloppenburg, seeds of field crops, vegetables and even flowers were sourced from around the world (often by the US Navy). The seed was multiplied in the USA, and mailed through the post by members of Congress to their constituents. The program was wildly popular and by 1861, the first year of the American Civil War, almost two and a half million seed packages (each with five packets of seed) were being shipped each year to farmers and gardeners.

As Kloppenburg explains, given the botanical knowledge of the time, and the limited ability of formal agricultural research in the United States, the free seed for farmers “was the most efficient means of developing adapted and improved crop varieties.”

I recently saw a little window into this seed program. On 7 April 2022, The Times-Independent (a newspaper in Moab, Utah), published a replica of their page one from exactly 100 years earlier. One short story, “Seeds Go Quickly” showed just how much people loved free seed. The little story reads:


SEEDS GO QUICKLY

In last Thursday’s issue, The Times-Independent announced that a quantity of government seeds had been received by this office for distribution to the people of Moab, and inviting those who wanted some of the seeds to call for them. Within a few minutes after the paper was delivered to the post office, local people commenced to call for the seeds, and there was a continuous demand until the supply was entirely exhausted.


I hadn’t realized that newspapers also helped to distribute the seed. In 1922, Moab’s local newspaper did not bother telling its readers what the “government seed” was. They knew it well, even though today the program is forgotten. Kloppenburg says that the government seed was not only free, but of high quality, better than what private companies were then able to supply. This partly explains the rush of townspeople clamoring seed at The Times-Independent office, but farmers’ love of innovation was also a reason for the excitement. The farmers and gardeners who swung open the glass door of the newspaper office didn’t know what kind of seed was in the little packages. There was some mystery there: each package contained several packets of different seed. Each packet was just a handful of seed, enough to try out, but not enough to plant a field.

The free seed sparked thousands of farmer experiments over decades, which formed the basis of modern, North American agriculture.

The development of the adapted base of germplasm on which American agriculture was raised is the product of thousands of experiments by thousands of farmers committing millions of hours of labor in thousands of diverse ecological niches over a period of many decades.

Jack Kloppenburg, First the Seed, page 56

In the early 1800s seed companies were small, but they were growing. By 1883 these companies organized as the American Seed Trade Association (ASTA) and immediately began to lobby against government seed. Free seed was so popular that it took ASTA forty years, until 1924, to finally convince Congress to kill the program, at the height of its popularity.

Since 1922, companies have largely wrested control of seed from farmers, who once produced and exchanged all of the seed of field crops. It’s worth remembering that small gifts of seed sparked farmer experiments that shaped American agriculture.

Further reading

Kloppenburg, Jack Ralph, Jr. 1990 First the Seed: The Political Economy of Plant Biotechnology, 1492-2000. Cambridge University Press.

Related Agro-Insight blogs

The times they are a changing

Remembering an American king

Dick’s Ice box

Videos on using your own seed

Farmers’ rights to seed: experiences from Guatemala

Farmers’ rights to seed – Malawi

Succeed with seeds

Maintaining varietal purity of sesame

Harvesting and storing soya bean seed

Storing cowpea seed

Well dried seed is good seed

Rice seed preservation

The times they are a changing April 17th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Talking with my neighbour farmers in Belgium, they all wonder how they will manage this year, as the cost of chemical fertilizers has risen by 500%. They now pay 1 Euro per kilogram of fertilizer. The recent Russian invasion of Ukraine will have serious consequences on the global food supply as Russia is the world’s top exporter of nitrogen fertilizers and the second leading supplier of both potassic and phosphorous fertilizers. While farmers across the globe are known to be creative and adaptive, the changes required in the near future will be of a scale unseen before. The spike in fuel and fertilizer prices may be a fundamental trigger.

In Belgium, 2018 and 2019 were extremely hot and dry. While some farmers thought it was necessary to start looking into growing other crops, most farmers pumped up more groundwater to irrigate their maize or pasture to feed their animals, even with signs of depleting groundwater reserves, which also affected the vitality and survival of trees.

The covid crisis during the following two years affected global trade and made everyone in the food sector realize how much we have become dependent on imports, be it for food, feed or materials needed to process and package food. To be less dependent on soya bean imports, many farmers in Belgium started to grow their own legume fodder like lucerne, a shift promoted by European policies.

While an acute crisis often makes people see things more clearly, some changes in our environment have been unnoticed to the public for decades; only now alarm bells are starting to go off. The long-term use of agrochemicals in monocrop farming has had a devastating effect on our biodiversity. In the beekeepers’ association of my eldest brother Wim in Flanders, in northern Belgium, all members, including those who had spent a lifetime caring for bees, reported that 3 out of 4 colonies died last winter. Jos Kerkhofs, my beekeeper friend in Erpekom in eastern Belgium where I live, told me the same trend is seen among the members of his association. While local honey has become a rare commodity this time of the year, the wider consequences on society are seriously worrying, as 84% of our crop species depend on honey bees and wild pollinators.

All above examples are what one refers to as external costs. An external cost is a cost not included in the market price of the goods and services being produced, or a cost that is not borne by those who create it. We have been pushing our economies beyond what our planet can cope with, beyond the so-called planetary boundaries. And as we start to realize, the external costs of climate change, depleting natural resources such as groundwater and loss of biodiversity will need to be paid by society.

Media plays a big role in sensitising people about these matters. In Belgium, the number of radio programmes and news items on these matters has sharply risen the last few months. Recently, a spokesperson from the food industry said that 3 out of 5 of the main food companies considered closing their doors. Because of the rising fuel prices and costs of raw materials, they were unable to continue providing food to supermarkets at the same rock bottom prices. Unless supermarkets showed some flexibility and are ready to pay more, food companies will go bankrupt.

Is this the era when cheap food will come to an end because it is no longer feasible to ignore the external costs? It definitely forces policy-makers, farmers and others in the food system to make drastic decisions and increasingly embrace natural farming, organic farming, home gardening, short food supply chains, and less processed food, all with full attention to caring for our environment and for our farmers. For sure, the sharp rise in costs of chemical fertilizer and other supplies will encourage more farmers across the globe to experiment with organic and ecological alternatives, like biofertilizers, organic growth promoters, intercropping, cover crops and mulch.

Related Agro-Insight blogs

Stuck in the middle

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Reviving soils

Soil for a living planet

Out of space

Ignoring signs from nature

Home delivery of organic produce

When local authorities support agroecology

Watch the videos on Access Agriculture

Human urine as fertilizer

Turning fish waste into fertiliser

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Organic growth promoter for crops

Healthier crops with good micro-organisms

Good microbes for plants and soil

Coir pith

The wonder of earthworms

Making a vermicompost bed

Vermiwash: an organic tonic for crops

Mulch for a better soil and crop

Compost from rice straw

 

De tijden veranderen

Als ik met mijn buurboeren in BelgiĂ« praat, vragen zij zich allemaal af hoe zij het dit jaar zullen redden, nu de kosten van kunstmest met 500% zijn gestegen. Ze betalen nu 1 euro per kilo kunstmest. De recente Russische inval in OekraĂŻne zal ernstige gevolgen hebben voor de mondiale voedselvoorziening, aangezien Rusland ‘s werelds grootste exporteur van stikstofhoudende meststoffen is en de op Ă©Ă©n na grootste leverancier van zowel kaliumhoudende als fosforhoudende meststoffen. Hoewel landbouwers over de hele wereld bekend staan om hun creativiteit en aanpassingsvermogen, zullen de veranderingen die in de nabije toekomst nodig zullen zijn, van een nooit eerder geziene omvang zijn. De sterke stijging van de brandstof- en meststofprijzen kan een fundamentele trigger zijn.

In België waren 2018 en 2019 extreem warm en droog. Terwijl sommige boeren het nodig vonden om te gaan kijken naar het verbouwen van andere gewassen, pompten de meeste boeren meer grondwater op om hun maïs of grasland te irrigeren om hun dieren te voeden, zelfs met tekenen van uitputting van de grondwaterreserves, wat ook de vitaliteit en het overleven van bomen aantastte.

De covid crisis in de daaropvolgende twee jaar beïnvloedde de wereldhandel en deed iedereen in de voedingssector beseffen hoezeer we afhankelijk zijn geworden van invoer, of het nu gaat om voedsel, diervoeder of materialen die nodig zijn om voedsel te verwerken en te verpakken. Om minder afhankelijk te zijn van de invoer van sojabonen, zijn veel boeren in België begonnen met het verbouwen van hun eigen vlinderbloemige voedergewassen zoals luzerne, een verschuiving die werd gestimuleerd door Europees beleid.

Terwijl een acute crisis de mensen vaak dingen duidelijker doet inzien, zijn sommige veranderingen in ons milieu decennialang onopgemerkt gebleven voor het publiek; nu pas beginnen de alarmbellen te rinkelen. Het langdurige gebruik van landbouwchemicaliën in de landbouw met monoculturen heeft een verwoestend effect gehad op onze biodiversiteit. In de imkervereniging van mijn oudste broer Wim in Vlaanderen, in het noorden van België, meldden alle leden, ook zij die hun hele leven voor bijen hadden gezorgd, dat 3 van de 4 kolonies vorige winter waren gestorven. Jos Kerkhofs, mijn bevriende imker in Erpekom in Oost-België, waar ik woon, vertelde me dat dezelfde tendens wordt waargenomen bij de leden van zijn vereniging. Terwijl lokale honing in deze tijd van het jaar een schaars goed is geworden, zijn de bredere gevolgen voor de samenleving ernstig zorgwekkend, aangezien 84% van onze gewassen afhankelijk is van bijen en wilde bestuivers.

Alle bovenstaande voorbeelden zijn wat men noemt externe kosten. Externe kosten zijn kosten die niet zijn opgenomen in de marktprijs van de geproduceerde goederen en diensten, of kosten die niet worden gedragen door degenen die ze veroorzaken. Wij hebben onze economieën verder gedreven dan wat onze planeet aankan, voorbij de zogenaamde planetaire grenzen. En naarmate we ons dat beginnen te realiseren, zullen de externe kosten van de klimaatverandering, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen zoals grondwater en het verlies van biodiversiteit door de samenleving moeten worden betaald.

De media spelen een grote rol bij het sensibiliseren van mensen over deze zaken. In BelgiĂ« is het aantal radioprogramma’s en nieuwsberichten over deze kwesties de laatste maanden sterk toegenomen. Onlangs zei een woordvoerder van de voedingsindustrie dat 3 van de 5 belangrijkste voedingsbedrijven overwegen hun deuren te sluiten. Door de stijgende brandstofprijzen en grondstofkosten konden zij niet tegen dezelfde bodemprijzen levensmiddelen aan de supermarkten blijven leveren. Tenzij de supermarkten enige flexibiliteit aan de dag leggen en bereid zijn meer te betalen, zullen de levensmiddelenbedrijven failliet gaan.

Is dit het tijdperk waarin goedkoop voedsel tot een einde zal komen omdat het niet langer haalbaar is de externe kosten te negeren? Het dwingt beleidsmakers, boeren en anderen in het voedselsysteem zeker om drastische beslissingen te nemen en steeds meer te kiezen voor natuurlijke landbouw, biologische landbouw, moestuinieren, korte voedselvoorzieningsketens en minder bewerkt voedsel, allemaal met de volle aandacht voor de zorg voor ons milieu en voor onze boeren. Zeker is dat de sterk stijgende kosten van kunstmest en andere benodigdheden meer boeren over de hele wereld zullen aanmoedigen om te experimenteren met biologische en ecologische alternatieven, zoals bio-meststoffen, biologische groeistimulatoren, intercropping, bodembedekkers en mulch.

Design by Olean webdesign