WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

The kitchen training centre December 18th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

In an earlier blog, we wrote how indigenous women in Ecuador were trained by a theatre coach to improve their customer relations when marketing their fresh food at an agroecological fair. During our annual Access Agriculture staff meeting, this year in Cairo, Egypt, we learned about other creative ways to build rural women’s skills and confidence.

One afternoon, our local colleague, Laura Tabet who co-founded the NGO Nawaya about a decade ago, invites us all to visit Nawaya’s Kitchen Training Centre. None of us has a clue as to what to expect. Walking through the gate, we are in for one surprise after the next.

Various trees and shrubs border the green grass on which a very long table is installed. Additional shade is provided by a ramada of woven reeds from nearby wetlands. The table is covered with earthenware pots containing a rich diversity of dishes, all unknown to us. “One of our policies is to avoid plastics as much as possible in whatever we do with food,” explains Laura. But before the feast starts, we are invited to have a look at the kitchen.

Hadeer Ahmed Ali, a warmly smiling staff of Nawaya, guides the 20 visitors from Access Agriculture into the spacious kitchen in the building at the back end of the garden. Several rural women are frantically putting small earthen pots in and out of the oven, while others add the last touches to some fresh salads with cucumber and parsley. The kitchen with its stainless steel and tiled working space is immaculate and the dozen women all wear the same, yellow apron. Their group spirit is clear to see.

We are all separated from the cooking area by a long counter. When Hadeer translates our questions into Arabic, the rural women respond with great enthusiasm. One is holding a camera and takes photos of us while we interact with her colleagues. It is hard to imagine that some of these women had never left their village until a year and a half ago, when Nawaya started its Kitchen Training Centre.

Later on, Laura tells me that each woman is from a different village and is specialised in a specific dish: “We want each of them to develop their own product line, without having to deal with competition from within their own village. While the basis are traditional recipes, we also innovate by experimenting with new ingredients and flavours to appeal to urban consumers.”

The women source from local farmers who grow organic food, and cater for various events and groups. In the near future, they also want to grow some of their own vegetables and sell their own branded products to local shops, restaurants and even deliver to Cairo.

The women have sharpened their communication skills by regularly interacting with groups of school children from Cairo. But becoming confident to interact with foreigners and tourists from all over the world is a different thing. Hence Nawaya engaged Rasha Fam, who studied tourism and runs her own business. She taught the women how to interact with tourists. Unfortunately, it is against Egyptian law to bring foreign tourists to places like this, because tour operators can only take tourists to places that are on the official list of tourist destinations. The tourism industry in Egypt is a strictly regulated business.

Rasha also confirms what we had seen: these rural women are genuine and when given the opportunity it brings out the best of them. The training program helped women calculate costs, standardise recipes, host guests and deliver hands on activities in the farm and the kitchen.

When we walk out of the Kitchen Training Centre, a few women are baking fresh baladi bread (traditional Egyptian flatbread) in a large gas oven set up in the garden. Large wooden trays display the dough balls on a thin layer of flour. One of the ladies skilfully inserts her fingers under a ball to transfer it to a slated paddle-shaped tool made from palm fronds  (locally called mathraha). When she slightly throws the flat balls up, she gives the mathraha a small turn to the left. With each movement the ball becomes flatter and flatter until the right size is obtained. With a decisive movement she then transfers the flatbreads into the oven.

Nandini, our youngest colleague from India is excited to give it a try. Soon also Vinjeru from Malawi and Salahuddin from Bangladesh line up to get this experience. We all have a good laugh when we see how our colleagues struggle to do what they just observed. It is a good reminder that something that may look easy can in fact be rather difficult when doing it the first time, and that perfection comes with practice.

Our appetite raised, we all take place around the table, vegetarians on one side. The dishes reveal such a great diversity of food. It is not every day that one has a chance to eat buffalo and camel meat, so tender that they surprise many of us. The vegetarians are delighted with green wheat and fresh pea stews.

Promoting traditional food cultures can be done in many different ways. What we learned from Nawaya is that when done in an interactive way it helps to build bridges between generations and cultures. People are unique among vertebrates in that we share food. Eating and cooking together can be a fun, cross-cultural experience.

Whether people come from the capital in their own country, or from places across the world, they love to interact with rural women to experience what it takes to prepare real food. Nawaya’s Kitchen Training Centre has clearly found the right ingredients to boost people’s awareness about healthy local food cultures.

Related blogs

Marketing as a performance

Look me in the eyes

La Tablée

Related videos

Making pressed dates

Making fresh cheese

Making a business from home raised chicks

Working together for healthy chicks

 

Het keukenopleidingscentrum

In een eerdere blog schreven we hoe inheemse vrouwen in Ecuador door een theatercoach werden getraind om hun klantrelaties te verbeteren bij het vermarkten van hun verse voedsel op een agro-ecologische markt. Tijdens onze jaarlijkse Access Agriculture stafvergadering, dit jaar in Caïro, Egypte, leerden we over andere creatieve manieren om vaardigheden en vertrouwen van plattelandsvrouwen op te bouwen.

Op een middag nodigt onze lokale collega, Laura Tabet, die ongeveer tien jaar geleden de NGO Nawaya mede oprichtte, ons allemaal uit voor een bezoek aan Nawaya’s Kitchen Training Centre. Niemand van ons weet wat hij kan verwachten. Als we door de poort lopen, wacht ons de ene verrassing na de andere.

Verschillende bomen en struiken omzomen het groene gras waarop een zeer lange tafel staat. Een pergola van riet uit de nabijgelegen wetlands zorgt voor extra schaduw. De tafel is gedekt met aardewerken potten die een rijke verscheidenheid aan gerechten bevatten, allemaal onbekend voor ons. “Een van onze beleidslijnen is om zoveel mogelijk plastic te vermijden bij alles wat we met voedsel doen,” legt Laura uit. Maar voordat het feest begint, worden we uitgenodigd om een kijkje te nemen in de keuken.

Hadeer Ahmed Ali, een hartelijk lachende medewerkster van Nawaya, leidt de 20 bezoekers van Access Agriculture binnen in de ruime keuken in het gebouw achterin de tuin. Verschillende plattelandsvrouwen zijn verwoed bezig kleine aarden potjes in en uit de oven te halen, terwijl anderen de laatste hand leggen aan enkele verse salades met komkommer en peterselie. De keuken met zijn roestvrijstalen en betegelde werkruimte is onberispelijk en de twaalf vrouwen dragen allemaal hetzelfde gele schort. Hun groepsgeest is duidelijk te zien.

We zijn allemaal gescheiden van het kookgedeelte door een lange toonbank. Als Hadeer onze vragen in het Arabisch vertaalt, reageren de plattelandsvrouwen met groot enthousiasme. Eén houdt een camera vast en neemt foto’s van ons terwijl wij met haar collega’s omgaan. Het is moeilijk voor te stellen dat sommige van deze vrouwen nooit hun dorp hadden verlaten tot anderhalf jaar geleden, toen Nawaya zijn Kitchen Training Centre begon.

Later vertelt Laura me dat elke vrouw uit een ander dorp komt en gespecialiseerd is in een specifiek gerecht: “We willen dat ieder van hen zijn eigen productlijn ontwikkelt, zonder dat ze te maken krijgen met concurrentie uit hun eigen dorp. Hoewel de basis traditionele recepten zijn, innoveren we ook door te experimenteren met nieuwe ingrediënten en smaken om stedelijke consumenten aan te spreken.”

De vrouwen kopen in bij lokale boeren die biologisch voedsel verbouwen, en verzorgen de catering voor verschillende evenementen en groepen. In de nabije toekomst willen ze ook enkele van hun eigen groenten kweken en hun eigen merkproducten verkopen aan lokale winkels, restaurants en zelfs leveren aan Caïro.

De vrouwen hebben hun communicatievaardigheden aangescherpt door regelmatige interactie met groepen schoolkinderen uit Caïro. Maar vertrouwen krijgen in de omgang met buitenlanders en toeristen uit de hele wereld is iets anders. Daarom heeft Nawaya Rasha Fam aangetrokken, die toerisme heeft gestudeerd en een eigen bedrijf leidt. Zij heeft de vrouwen geleerd hoe ze met toeristen moeten omgaan. Helaas is het tegen de Egyptische wet om buitenlandse toeristen naar dit soort plaatsen te brengen, omdat touroperators toeristen alleen naar plaatsen mogen brengen die op de officiële lijst van toeristische bestemmingen staan. De toeristische industrie in Egypte is een streng gereguleerde business.

Rasha bevestigt ook wat we hadden gezien: deze plattelandsvrouwen zijn oprecht en wanneer ze de kans krijgen, komt het beste in hen naar boven. Het trainingsprogramma hielp de vrouwen bij het berekenen van kosten, het standaardiseren van recepten, het ontvangen van gasten en het uitvoeren van praktische activiteiten op de boerderij en in de keuken.

Als we het Kitchen Training Centre uitlopen, bakken enkele vrouwen vers baladi-brood (een traditioneel Egyptisch plat brood) in een grote gasoven die in de tuin staat opgesteld. Op grote houten schalen liggen de deegballen op een dun laagje bloem. Een van de dames steekt behendig haar vingers onder een bal om deze over te brengen op een schoepvormig werktuig van palmbladeren (plaatselijk mathraha genoemd). Wanneer ze de platte ballen lichtjes omhoog gooit, geeft ze de mathraha een kleine draai naar links. Met elke beweging wordt de bal platter en platter tot de juiste maat is bereikt. Met een kordate beweging schuift ze dan de platte broden in de oven.

Nandini, onze jongste collega uit India, is enthousiast om het te proberen. Al snel staan ook Vinjeru uit Malawi en Salahuddin uit Bangladesh in de rij om deze ervaring op te doen. We moeten allemaal lachen als we zien hoe onze collega’s worstelen om te doen wat ze net hebben gezien. Het is een goede herinnering aan het feit dat iets dat er gemakkelijk uitziet in feite nogal moeilijk kan zijn als je het de eerste keer doet, en dat perfectie komt met oefening.

Onze eetlust is opgewekt, we nemen allemaal plaats rond de tafel, vegetariërs aan de ene kant. De gerechten tonen een grote verscheidenheid aan voedsel. Men krijgt niet elke dag de kans om buffel- en kamelenvlees te eten, dat zo mals is dat het velen van ons verrast. De vegetariërs zijn blij met groene tarwe en verse erwtenstoofpotten.

Het bevorderen van traditionele eetculturen kan op verschillende manieren gebeuren. Wat we van Nawaya hebben geleerd is dat wanneer het op een interactieve manier gebeurt, het helpt om bruggen te slaan tussen generaties en culturen. Mensen zijn uniek onder de gewervelde dieren omdat we voedsel delen. Samen eten en koken kan een leuke, interculturele ervaring zijn.

Of mensen nu uit de hoofdstad van hun eigen land komen, of van plaatsen over de hele wereld, ze houden van interactie met plattelandsvrouwen om te ervaren wat er nodig is om echt voedsel te bereiden. Nawaya’s Kitchen Training Centre heeft duidelijk de juiste ingrediënten gevonden om mensen bewust te maken van gezonde lokale voedselculturen.

Gerelateerde blogs

Marketing as a performance

Look me in the eyes

La Tablée

Gerelateerde videos

Making pressed dates

Making fresh cheese

Making a business from home raised chicks

Working together for healthy chicks

Rotational grazing June 19th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

While making farmer training videos, we always learn a lot from rural people. As we spend more days in the same village, farmers get to know us better and share interesting insights, allowing us to adjust and add depth to the video.

For a video on rotational grazing, we spent a week in Canrey Chico, in Ancash, Peru. It was a rich experience. Yet, the greatest insight came from a farmer researcher at the other side of the planet, in Australia.

Pastures need to rest so they can recuperate, but they can’t rest if livestock are grazing on them all the time. Overgrazing has become a problem in many parts of the world. With the changing climate, there is often less water available for pasture. So, in the video we say that now more than ever, grazing lands need to rest for the forage plants to recover.

A local farmer, Robert Balabarca, told us: “When we have an excess of animals in just one place, the next season the pasture will not grow back the way it should. It is less, and the grass lasts for less time.” This is indeed a sign of overgrazing, with consequences stretching into the following seasons.

As the days passed, we realized we could still not say exactly how one can know when a pasture has been sufficiently grazed.

When interviewing Delia Rodríguez on camera, she said: “In case the animals have grazed too much, the grass seed may all be eaten, and the grass takes longer to grow back. That is why we don’t want to overgraze.”

I remembered a webinar I attended during covid where a farmer talked about regenerative grazing, a system of managing grazing regimes in a way that plants are given the time needed to recover and store the most carbon in the soil. A few months ago, I also go to know André Leu, former director of IFOAM Organics International, who in the meantime had created a network organisation called Regeneration International. André runs his own cattle farm in Australia, so I decided to contact him and ask for advice.

When André wrote back, he shared an idea that was the missing part of our puzzle. We had not appreciated how grazing the above-ground part of the plant, the roots develop more slowly or may stop growing all together. This piece of scientific background information will surely help farmers as they decide when to move animals to a new paddock.

To curb global warming, we humans must store carbon in the soil, and for this we need as many active roots as possible. When plants absorb carbon from their air through photosynthesis, one third of it is released as sugars through the roots to feed soil microorganisms. These in turn supply nutrients to the plants. Well-managed pastures help soils to store carbon, retain water and nutrients.

At Agro-Insight, our videos combine the best of both worlds and merge scientific with farmer knowledge. In this case, we were fortunate to know a helpful scientist who is also a farmer himself.

Related Agro-Insight blogs

Farming as a lifestyle

Mother and calf

Capturing carbon in our soils

Community and microbes

Soil for a living planet

Acknowledgements

The visit to Peru to film various farmer-to-farmer training videos with farmers like doña Delia and don Robert was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. Thanks to Vidal Rondán of the Mountain Institute for introducing us to the community.

Videos on how to improve livestock

See the many training videos on livestock hosted on the Access Agriculture video platform.

 

Rotatiebegrazing

Bij het maken van boerentrainingsvideo’s leren we altijd veel van de mensen op het platteland. Naarmate we meer dagen in hetzelfde dorp doorbrengen, leren de boeren ons beter kennen en delen ze interessante inzichten, waardoor we de video kunnen aanpassen en uitdiepen.

Voor een video over rotatiebegrazing brachten we een week door in Canrey Chico, in Ancash, Peru. Het was een rijke ervaring. Maar het grootste inzicht kwam van een boerenonderzoeker aan de andere kant van de planeet, in Australië.

Weiden moeten rusten zodat ze kunnen herstellen, maar ze kunnen niet rusten als er voortdurend vee op graast. Overbegrazing is in vele delen van de wereld een probleem geworden. Door het veranderende klimaat is er vaak minder water beschikbaar voor weiland. Daarom zeggen we in de video dat weidegronden nu meer dan ooit rust nodig hebben zodat de voedergewassen zich kunnen herstellen.

Een lokale boer, Robert Balabarca, vertelde ons: “Wanneer we een teveel aan dieren op één plaats hebben, groeit de weide het volgende seizoen niet meer zoals het zou moeten. Het is minder, en het gras gaat minder lang mee.” Dit is inderdaad een teken van overbegrazing, met gevolgen die zich tot in de volgende seizoenen uitstrekken.

Naarmate de dagen verstreken, beseften we dat we nog steeds niet precies konden zeggen hoe men kan weten wanneer een weide genoeg begraasd is.

Toen we Delia Rodríguez voor de camera interviewden, zei ze: “Als de dieren te veel hebben gegraasd, kan het graszaad allemaal zijn opgegeten en duurt het langer voordat het gras weer aangroeit. Daarom willen we niet overbegrazen.”

Ik herinnerde me een webinar dat ik bijwoonde tijdens covid waar een boer sprak over regeneratieve begrazing, een systeem om begrazingsregimes zo te beheren dat planten de tijd krijgen die nodig is om zich te herstellen en de meeste koolstof in de bodem op te slaan. Een paar maanden geleden heb ik ook André Leu leren kennen, voormalig directeur van IFOAM Organics International, die intussen een netwerkorganisatie had opgericht onder de naam Regeneration International. André runt zijn eigen veehouderij in Australië, dus besloot ik contact met hem op te nemen en hem om advies te vragen.

Toen André terugschreef, deelde hij een idee dat het ontbrekende deel van onze puzzel vormde. We hadden niet begrepen dat door het grazen van het bovengrondse deel van de plant, de wortels zich langzamer ontwikkelen of zelfs helemaal stoppen met groeien. Dit stukje wetenschappelijke achtergrondinformatie zal boeren zeker helpen wanneer ze beslissen wanneer ze hun dieren naar een nieuwe weide moeten verplaatsen.

Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, moeten wij mensen koolstof in de bodem opslaan, en daarvoor hebben we zoveel mogelijk actieve wortels nodig. Wanneer planten via fotosynthese koolstof uit de lucht opnemen, komt een derde daarvan als suikers via de wortels vrij om micro-organismen in de bodem te voeden. Deze leveren op hun beurt voedingsstoffen aan de planten. Goed beheerde weilanden helpen de bodem koolstof op te slaan en water en voedingsstoffen vast te houden.

Bij Agro-Insight combineren we in onze video’s het beste van twee werelden en combineren we wetenschappelijke kennis met boerenkennis. In dit geval hadden we het geluk een behulpzame wetenschapper te kennen die zelf ook boer is.

The times they are a changing April 17th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Talking with my neighbour farmers in Belgium, they all wonder how they will manage this year, as the cost of chemical fertilizers has risen by 500%. They now pay 1 Euro per kilogram of fertilizer. The recent Russian invasion of Ukraine will have serious consequences on the global food supply as Russia is the world’s top exporter of nitrogen fertilizers and the second leading supplier of both potassic and phosphorous fertilizers. While farmers across the globe are known to be creative and adaptive, the changes required in the near future will be of a scale unseen before. The spike in fuel and fertilizer prices may be a fundamental trigger.

In Belgium, 2018 and 2019 were extremely hot and dry. While some farmers thought it was necessary to start looking into growing other crops, most farmers pumped up more groundwater to irrigate their maize or pasture to feed their animals, even with signs of depleting groundwater reserves, which also affected the vitality and survival of trees.

The covid crisis during the following two years affected global trade and made everyone in the food sector realize how much we have become dependent on imports, be it for food, feed or materials needed to process and package food. To be less dependent on soya bean imports, many farmers in Belgium started to grow their own legume fodder like lucerne, a shift promoted by European policies.

While an acute crisis often makes people see things more clearly, some changes in our environment have been unnoticed to the public for decades; only now alarm bells are starting to go off. The long-term use of agrochemicals in monocrop farming has had a devastating effect on our biodiversity. In the beekeepers’ association of my eldest brother Wim in Flanders, in northern Belgium, all members, including those who had spent a lifetime caring for bees, reported that 3 out of 4 colonies died last winter. Jos Kerkhofs, my beekeeper friend in Erpekom in eastern Belgium where I live, told me the same trend is seen among the members of his association. While local honey has become a rare commodity this time of the year, the wider consequences on society are seriously worrying, as 84% of our crop species depend on honey bees and wild pollinators.

All above examples are what one refers to as external costs. An external cost is a cost not included in the market price of the goods and services being produced, or a cost that is not borne by those who create it. We have been pushing our economies beyond what our planet can cope with, beyond the so-called planetary boundaries. And as we start to realize, the external costs of climate change, depleting natural resources such as groundwater and loss of biodiversity will need to be paid by society.

Media plays a big role in sensitising people about these matters. In Belgium, the number of radio programmes and news items on these matters has sharply risen the last few months. Recently, a spokesperson from the food industry said that 3 out of 5 of the main food companies considered closing their doors. Because of the rising fuel prices and costs of raw materials, they were unable to continue providing food to supermarkets at the same rock bottom prices. Unless supermarkets showed some flexibility and are ready to pay more, food companies will go bankrupt.

Is this the era when cheap food will come to an end because it is no longer feasible to ignore the external costs? It definitely forces policy-makers, farmers and others in the food system to make drastic decisions and increasingly embrace natural farming, organic farming, home gardening, short food supply chains, and less processed food, all with full attention to caring for our environment and for our farmers. For sure, the sharp rise in costs of chemical fertilizer and other supplies will encourage more farmers across the globe to experiment with organic and ecological alternatives, like biofertilizers, organic growth promoters, intercropping, cover crops and mulch.

Related Agro-Insight blogs

Stuck in the middle

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Reviving soils

Soil for a living planet

Out of space

Ignoring signs from nature

Home delivery of organic produce

When local authorities support agroecology

Watch the videos on Access Agriculture

Human urine as fertilizer

Turning fish waste into fertiliser

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Organic growth promoter for crops

Healthier crops with good micro-organisms

Good microbes for plants and soil

Coir pith

The wonder of earthworms

Making a vermicompost bed

Vermiwash: an organic tonic for crops

Mulch for a better soil and crop

Compost from rice straw

 

De tijden veranderen

Als ik met mijn buurboeren in België praat, vragen zij zich allemaal af hoe zij het dit jaar zullen redden, nu de kosten van kunstmest met 500% zijn gestegen. Ze betalen nu 1 euro per kilo kunstmest. De recente Russische inval in Oekraïne zal ernstige gevolgen hebben voor de mondiale voedselvoorziening, aangezien Rusland ‘s werelds grootste exporteur van stikstofhoudende meststoffen is en de op één na grootste leverancier van zowel kaliumhoudende als fosforhoudende meststoffen. Hoewel landbouwers over de hele wereld bekend staan om hun creativiteit en aanpassingsvermogen, zullen de veranderingen die in de nabije toekomst nodig zullen zijn, van een nooit eerder geziene omvang zijn. De sterke stijging van de brandstof- en meststofprijzen kan een fundamentele trigger zijn.

In België waren 2018 en 2019 extreem warm en droog. Terwijl sommige boeren het nodig vonden om te gaan kijken naar het verbouwen van andere gewassen, pompten de meeste boeren meer grondwater op om hun maïs of grasland te irrigeren om hun dieren te voeden, zelfs met tekenen van uitputting van de grondwaterreserves, wat ook de vitaliteit en het overleven van bomen aantastte.

De covid crisis in de daaropvolgende twee jaar beïnvloedde de wereldhandel en deed iedereen in de voedingssector beseffen hoezeer we afhankelijk zijn geworden van invoer, of het nu gaat om voedsel, diervoeder of materialen die nodig zijn om voedsel te verwerken en te verpakken. Om minder afhankelijk te zijn van de invoer van sojabonen, zijn veel boeren in België begonnen met het verbouwen van hun eigen vlinderbloemige voedergewassen zoals luzerne, een verschuiving die werd gestimuleerd door Europees beleid.

Terwijl een acute crisis de mensen vaak dingen duidelijker doet inzien, zijn sommige veranderingen in ons milieu decennialang onopgemerkt gebleven voor het publiek; nu pas beginnen de alarmbellen te rinkelen. Het langdurige gebruik van landbouwchemicaliën in de landbouw met monoculturen heeft een verwoestend effect gehad op onze biodiversiteit. In de imkervereniging van mijn oudste broer Wim in Vlaanderen, in het noorden van België, meldden alle leden, ook zij die hun hele leven voor bijen hadden gezorgd, dat 3 van de 4 kolonies vorige winter waren gestorven. Jos Kerkhofs, mijn bevriende imker in Erpekom in Oost-België, waar ik woon, vertelde me dat dezelfde tendens wordt waargenomen bij de leden van zijn vereniging. Terwijl lokale honing in deze tijd van het jaar een schaars goed is geworden, zijn de bredere gevolgen voor de samenleving ernstig zorgwekkend, aangezien 84% van onze gewassen afhankelijk is van bijen en wilde bestuivers.

Alle bovenstaande voorbeelden zijn wat men noemt externe kosten. Externe kosten zijn kosten die niet zijn opgenomen in de marktprijs van de geproduceerde goederen en diensten, of kosten die niet worden gedragen door degenen die ze veroorzaken. Wij hebben onze economieën verder gedreven dan wat onze planeet aankan, voorbij de zogenaamde planetaire grenzen. En naarmate we ons dat beginnen te realiseren, zullen de externe kosten van de klimaatverandering, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen zoals grondwater en het verlies van biodiversiteit door de samenleving moeten worden betaald.

De media spelen een grote rol bij het sensibiliseren van mensen over deze zaken. In België is het aantal radioprogramma’s en nieuwsberichten over deze kwesties de laatste maanden sterk toegenomen. Onlangs zei een woordvoerder van de voedingsindustrie dat 3 van de 5 belangrijkste voedingsbedrijven overwegen hun deuren te sluiten. Door de stijgende brandstofprijzen en grondstofkosten konden zij niet tegen dezelfde bodemprijzen levensmiddelen aan de supermarkten blijven leveren. Tenzij de supermarkten enige flexibiliteit aan de dag leggen en bereid zijn meer te betalen, zullen de levensmiddelenbedrijven failliet gaan.

Is dit het tijdperk waarin goedkoop voedsel tot een einde zal komen omdat het niet langer haalbaar is de externe kosten te negeren? Het dwingt beleidsmakers, boeren en anderen in het voedselsysteem zeker om drastische beslissingen te nemen en steeds meer te kiezen voor natuurlijke landbouw, biologische landbouw, moestuinieren, korte voedselvoorzieningsketens en minder bewerkt voedsel, allemaal met de volle aandacht voor de zorg voor ons milieu en voor onze boeren. Zeker is dat de sterk stijgende kosten van kunstmest en andere benodigdheden meer boeren over de hele wereld zullen aanmoedigen om te experimenteren met biologische en ecologische alternatieven, zoals bio-meststoffen, biologische groeistimulatoren, intercropping, bodembedekkers en mulch.

Home delivery of organic produce March 27th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

While the financial crisis in 2007-2008 exposed the vulnerabilities of a global market system that put blind faith in the financial institutions, Covid has been another wakeup call: the more one depends on global trade, the more fragile local food supply becomes. In many countries weekly markets closed down and while the need for food had not diminished, many farmers struggled to harvest and sell their produce.

Online shopping got a boost across the world. A recently published video by one of our partners in India shows that when farmers are organised, they can combine the best of both worlds: build on the trust they established with clients during face-to-face interactions, and use digital marketing tools to promote and sell their farm produce.

The video shows how some organic farmers in Maharashtra, India, established a group, called Saad Agronics. They have between 80 and 200 clients a week who place orders via a digital platform. Customers receive farm produce, guaranteed to be fresh and healthy, at their doorstep, while the farmers get a higher price than they would earn in the market.

For a single farmer, it is not profitable to take a few vegetables to the homes of urban consumers. As Jalindar Jadhav, one of the group members, explains in the video: “Previously, I started a home delivery service for my organic farm produce. But consumers want different types of vegetables and other food. It was not possible for me to grow all types of vegetables. So, with only a few products to offer to customers, this home delivery service was not profitable for me.”

Before each planting season, Afrin Kale organises a meeting with 25 of her fellow organic farmers to plan who will grow what type of vegetables and other produce for the group. This avoids duplication and ensures that there is enough diversity to cater to the broad demands of their clients.

“We plan in such a way that two farmers in our group never grow the same vegetables and each of us practices crop rotation. At any given time, a farmer can grow 3, 4 or more types of crops. Not all farmers grow vegetables, some grow fruits, and some grow pulses and different rice varieties or other cereals. We also check how much water is available for each farm and for how many months each farmer can supply produce,” says Siddhesh Sakore, another group member.

While covid increased the demand for healthy organic food and for home delivery services, the organised farmers at Saad Agronics were ready to respond to these changing demands. They continue to strengthen relations with their home delivery customers through open farm visits and by using social media to expand their client base. To collect orders and delivery addresses of clients, the group also had an app developed.

As with any home delivery system, one has to avoid spending all the profits on fuel and labour costs. Saad Agronics decided to only deliver in parts of the city where they had a minimum set of orders. The young members of the group are very savvy with digital tools: they use GPS to ensure fast delivery using the shortest road; WhatsApp to inform clients of the time of delivery, and they have an e-wallet so clients can pay with their mobile upon delivery.

Many organic farmers want to join this group, so the future looks bright for farmers and consumers who are all concerned with healthy food, free of chemicals. Hopefully this video from India will inspire farmers across the world.

Related Agro-Insight blogs

When local authorities support agroecology

Marketing as a performance

A market to nurture local food culture

Marketing something nice

Strawberry fields once again

Watch the video on Access Agriculture

Home delivery of organic produce

 

Levering aan huis van biologische landbouwproducten

Terwijl de financiële crisis van 2007-2008 de kwetsbaarheden blootlegde van een mondiaal marktsysteem dat blind vertrouwen stelde in de financiële instellingen, heeft Covid een andere alarmbel doen rinkelen: hoe meer men afhankelijk is van de wereldhandel, hoe kwetsbaarder de lokale voedselvoorziening wordt. In veel landen gingen de wekelijkse markten dicht en hoewel de behoefte aan voedsel niet was afgenomen, hadden veel boeren het moeilijk om hun producten te oogsten en te verkopen.

Online winkelen kreeg over de hele wereld een impuls. Een onlangs gepubliceerde video van een van onze partners in India laat zien dat wanneer boeren georganiseerd zijn, ze het beste van twee werelden kunnen combineren: voortbouwen op het vertrouwen dat ze hebben opgebouwd met klanten tijdens persoonlijke interacties, en digitale marketingtools gebruiken om hun boerderijproducten te promoten en te verkopen.

De video laat zien hoe enkele biologische boeren in Maharashtra, India, een groep oprichtten, Saad Agronics genaamd. Zij hebben tussen 80 en 200 klanten per week die bestellingen plaatsen via een digitaal platform. De klanten krijgen de producten van de boerderij gegarandeerd vers en gezond aan huis geleverd, terwijl de boeren een hogere prijs krijgen dan ze op de markt zouden verdienen.

Voor een enkele boer is het niet rendabel om een paar groenten naar de huizen van stedelijke consumenten te brengen. Zoals Jalindar Jadhav, een van de groepsleden, in de video uitlegt: “Voorheen begon ik een thuisbezorgingsdienst voor mijn biologische boerderijproducten. Maar consumenten willen verschillende soorten groenten en ander voedsel. Het was voor mij niet mogelijk om alle soorten groenten te telen. Dus, met slechts een paar producten om aan klanten aan te bieden, was deze thuisbezorgdienst niet winstgevend voor mij.”

Voor elk plantseizoen organiseert Afrin Kale een bijeenkomst met 25 van haar collega bio-boeren om te plannen wie welk soort groenten en andere producten voor de groep zal telen. Dit voorkomt overlappingen en zorgt ervoor dat er genoeg diversiteit is om aan de brede vraag van hun klanten te voldoen.

“We plannen op zo’n manier dat twee boeren in onze groep nooit dezelfde groenten telen en dat elk van ons wisselteelt toepast. Op elk moment kan een boer 3, 4 of meer soorten gewassen telen. Niet alle boeren verbouwen groenten, sommige verbouwen fruit, en sommige verbouwen peulvruchten en verschillende rijstsoorten of andere graansoorten. We controleren ook hoeveel water er beschikbaar is voor elke boerderij en voor hoeveel maanden elke boer zijn producten kan leveren,” zegt Siddhesh Sakore, een ander groepslid.

Terwijl covid de vraag naar gezonde biologische voeding en naar thuisbezorgingsdiensten deed toenemen, waren de georganiseerde boeren van Saad Agronics klaar om op deze veranderende vraag in te spelen. Ze blijven de banden met hun thuisbezorgers aanhalen door open bedrijfsbezoeken en door gebruik te maken van sociale media om hun klantenbestand uit te breiden. Om bestellingen en leveringsadressen van klanten te verzamelen, liet de groep ook een app ontwikkelen.

Zoals bij elk thuisbezorgingssysteem moet worden voorkomen dat alle winst wordt besteed aan brandstof- en arbeidskosten. Saad Agronics besloot om alleen te leveren in delen van de stad waar ze een minimum aantal bestellingen hadden. De jonge leden van de groep zijn zeer handig met digitale hulpmiddelen: ze gebruiken GPS om snel te kunnen leveren via de kortste weg; WhatsApp om klanten te informeren over het tijdstip van levering, en ze hebben een e-wallet zodat klanten met hun mobiel kunnen betalen bij levering.

Veel biologische boeren willen zich bij deze groep aansluiten, dus de toekomst ziet er rooskleurig uit voor boeren en consumenten die allemaal belang hechten aan gezond voedsel, vrij van chemicaliën. Hopelijk zal deze video uit India boeren over de hele wereld inspireren.

Bekijk de video op Access Agriculture

Home delivery of organic produce

Marketing as a performance February 13th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Some 30 years ago, eminent anthropologist Paul Richards described the practices of smallholder farmers as a type of performance, similar to theatre or a musical act. Farmers acquire skills and competence through practice, rehearsal and improvisation. This week, I learned that the same applies to the marketing of farm produce.

In the Ecuadorean Andes, SWISSAID has been supporting women’s associations for 12 years to strengthen their skills on ecological farming. They taught farmers to produce various types of compost, including with manure of guinea pigs, as well as liquid biofertilizers or bioles with good microbes that farmers apply to their soil or spray as foliar fertilizer on the trees and vegetables. The highly mixed farms that we visit with abundant fruit and vegetables testify that these farmers master the art of agroecological farming.

But within a year, SWISSAID realised that, despite farmers’ improved knowledge and skills, indigenous and smallholder farmers had no real place to sell their produce in the cities, apart from improvised stalls on the pavement. Also, consumers were not willing to pay a bonus for food that was produced without toxic agrochemicals. Clearly, farmers also required training on marketing and needed to be organised in groups. And they needed help to liaise with other institutions, such as the university and local authorities.

While working with SWISSAID on a video about agroecological markets, I realized how much progress they have made on multiple fronts. By now, the local government of Pelileo in Tungurahua Province has given the farmers’ association a fixed day to sell their organic produce at a covered market, which they call the “Farm to Fork Agroecology Fair”.

They also advocate healthy food through TV, newspapers and social media. On Thursdays, consumers know that on this day, all produce sold at the farmers’ market is produced without chemicals, and they are now willing to pay a little extra.

Attending a training session on the grounds of the market one morning with some 30 women, including two who were spinning wool and one who was breastfeeding her baby, it strikes me that the various training sessions are all led by highly dynamic trainers who are clearly skilled to capture the attention of the audience. Several farmers have brought fresh produce and on some long tables, they start to work on the display, using local pottery and nicely woven baskets. The various containers serve as a unit of sales, after which they all agree on how much to sell the specific amounts of produce.

When it is the turn of Verónica López, a young theatre coach with a pink aerobic leggings, the training shifts into another gear. Soon all the women are walking around and act together. They pause whenever Verónica gives new instructions, as they act out emotions like “anger,” “happiness” or “love.” As in a play, the women learn how their body language matters when attending a client, or what difference it makes when they look each other in the eyes. They learn that they should be friendly, but they should also speak up. Overcoming shyness is something women learn by practicing in a playful, non-confrontational environment, with fellow women farmers whom they know well.

Like in a theatre or music concert, the better the actors engage with their audience the better the play. By practicing and rehearsing new skills such as looking the consumers in the eyes, engaging with them, being friendly and patient, the rural women in Ecuador have come a long way, and their efforts are paying off.

During covid, the markets closed for three months, yet the women had built such good relations with their clients, that some of the urban consumers found their way directly to the farms around the city. SWISSAID further supported this adaptation, for example putting up signs at the farmhouses, so consumers could find the agroecological producers.

While practicing, rehearsing and improvising proved necessary ingredients for successful adaptation of farming to a changing environment, it surely also determines the success of marketing healthy food.

While Paul Richards was right, agriculture is a type of performance, apparently marketing is as well, and the art of theatre can help farmers to act effectively with customers.

Related Agro-Insight blogs

Marketing something nice

Strawberry fields once again

Acknowledgements

The visit in Ecuador to film various farmer-to-farmer training videos, including the one on “Agroecological Fairs”, was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. We thank SWISSAID for the tremendous support during our visit.

 

Marketing als een voorstelling

Zo’n 30 jaar geleden beschreef de eminente antropoloog Paul Richards de praktijken van kleine boeren als een soort voorstelling, vergelijkbaar met theater of een muzikale act. Boeren verwerven vaardigheden en bekwaamheid door oefening, repetitie en improvisatie. Deze week heb ik geleerd dat hetzelfde geldt voor het vermarkten van landbouwproducten.

In de Ecuadoraanse Andes steunt SWISSAID al 12 jaar vrouwenorganisaties om hun vaardigheden op het gebied van ecologische landbouw te versterken. Zij leerden de boeren verschillende soorten compost te produceren, onder meer met mest van cavia’s, en ook vloeibare biofertilizers of bioles met goede microben die de boeren op hun grond aanbrengen of als bladmeststof op de bomen en groenten spuiten. De zeer gemengde boerderijen die we bezoeken met overvloedig fruit en groenten getuigen ervan dat deze boeren de kunst van de agro-ecologische landbouw beheersen.

Maar binnen een jaar realiseerde SWISSAID zich dat, ondanks de verbeterde kennis en vaardigheden van de boeren, inheemse en kleine boeren geen echte plaats hadden om hun producten in de steden te verkopen, afgezien van geïmproviseerde stalletjes op de stoep. Bovendien waren de consumenten niet bereid een premie te betalen voor voedsel dat zonder giftige landbouwchemicaliën was geproduceerd. Het is duidelijk dat de boeren ook marketingtraining nodig hadden en dat ze in groepen moesten worden georganiseerd. En ze hadden hulp nodig bij het leggen van contacten met andere instellingen, zoals de universiteit en de plaatselijke autoriteiten.

Toen we met SWISSAID werkten aan een video over agro-ecologische markten, realiseerde ik me hoeveel vooruitgang ze op verschillende fronten hebben geboekt. Inmiddels heeft de lokale overheid van Pelileo in de provincie Tungurahua de boerenvereniging een vaste dag gegeven om hun biologische producten te verkopen op een overdekte markt, die ze de “Farm to Fork Agroecologie Markt” noemen. Ze maken ook reclame voor gezonde voeding via tv, kranten en sociale media. Op donderdag weten de consumenten dat op die dag alle producten die op de markt worden verkocht, zonder chemicaliën zijn geproduceerd, en ze zijn nu bereid om een beetje extra te betalen.

Toen we op een ochtend op het terrein van de beurs een trainingssessie bijwoonden met ongeveer 30 vrouwen, waaronder twee die wol sponnen en één die haar baby borstvoeding gaf, valt het me op dat de verschillende trainingssessies allemaal worden geleid door zeer dynamische trainers die duidelijk de aandacht van het publiek weten te trekken. Verschillende boeren hebben verse produkten meegebracht en op enkele lange tafels beginnen ze te werken aan de uitstalling, gebruik makend van lokaal aardewerk en mooi gevlochten manden. De verschillende recipiënten dienen als verkoopeenheid, waarna ze met z’n allen afspreken voor hoeveel ze de specifieke hoeveelheden producten willen verkopen.

Als het de beurt is aan Verónica López, een jonge theatercoach met een roze aerobic legging, gaat de training in een andere versnelling. Al snel lopen alle vrouwen rond en acteren ze samen. Ze pauzeren telkens wanneer Verónica nieuwe instructies geeft, terwijl ze emoties uitbeelden als “woede”, “geluk” of “liefde”. Net als in een toneelstuk leren de vrouwen hoe belangrijk hun lichaamstaal is als ze een klant te woord staan, of welk verschil het maakt als ze elkaar in de ogen kijken. Ze leren dat ze vriendelijk moeten zijn, maar dat ze ook hun zegje moeten doen. Verlegenheid overwinnen leren vrouwen door te oefenen in een speelse, niet-confronterende omgeving, met collega-boerinnen die ze goed kennen.

Net als bij een theater- of muziekconcert geldt: hoe beter de acteurs zich met hun publiek engageren, hoe beter het stuk. Door nieuwe vaardigheden te oefenen en te repeteren, zoals de consumenten in de ogen kijken, met hen omgaan, vriendelijk en geduldig zijn, hebben de plattelandsvrouwen in Ecuador een lange weg afgelegd, en hun inspanningen werpen vruchten af.

Tijdens covid waren de markten drie maanden gesloten, maar de vrouwen hadden zo’n goede band met hun klanten opgebouwd, dat een deel van de stedelijke consumenten rechtstreeks de weg vond naar de boerderijen rond de stad. SWISSAID ondersteunde deze aanpassing verder, bijvoorbeeld door borden op te hangen bij de boerderijen, zodat de consumenten de agro-ecologische producenten konden vinden.

Oefenen, repeteren en improviseren bleken noodzakelijke ingrediënten voor een succesvolle aanpassing van de landbouw aan een veranderende omgeving, maar het is zeker ook bepalend voor het succes van het vermarkten van gezond voedsel.

Paul Richards had gelijk, landbouw is een soort performance, maar blijkbaar is marketing dat ook, en de kunst van het theater kan boeren helpen om effectief met klanten om te gaan.

Design by Olean webdesign