WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

The times they are a changing April 17th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Talking with my neighbour farmers in Belgium, they all wonder how they will manage this year, as the cost of chemical fertilizers has risen by 500%. They now pay 1 Euro per kilogram of fertilizer. The recent Russian invasion of Ukraine will have serious consequences on the global food supply as Russia is the world’s top exporter of nitrogen fertilizers and the second leading supplier of both potassic and phosphorous fertilizers. While farmers across the globe are known to be creative and adaptive, the changes required in the near future will be of a scale unseen before. The spike in fuel and fertilizer prices may be a fundamental trigger.

In Belgium, 2018 and 2019 were extremely hot and dry. While some farmers thought it was necessary to start looking into growing other crops, most farmers pumped up more groundwater to irrigate their maize or pasture to feed their animals, even with signs of depleting groundwater reserves, which also affected the vitality and survival of trees.

The covid crisis during the following two years affected global trade and made everyone in the food sector realize how much we have become dependent on imports, be it for food, feed or materials needed to process and package food. To be less dependent on soya bean imports, many farmers in Belgium started to grow their own legume fodder like lucerne, a shift promoted by European policies.

While an acute crisis often makes people see things more clearly, some changes in our environment have been unnoticed to the public for decades; only now alarm bells are starting to go off. The long-term use of agrochemicals in monocrop farming has had a devastating effect on our biodiversity. In the beekeepers’ association of my eldest brother Wim in Flanders, in northern Belgium, all members, including those who had spent a lifetime caring for bees, reported that 3 out of 4 colonies died last winter. Jos Kerkhofs, my beekeeper friend in Erpekom in eastern Belgium where I live, told me the same trend is seen among the members of his association. While local honey has become a rare commodity this time of the year, the wider consequences on society are seriously worrying, as 84% of our crop species depend on honey bees and wild pollinators.

All above examples are what one refers to as external costs. An external cost is a cost not included in the market price of the goods and services being produced, or a cost that is not borne by those who create it. We have been pushing our economies beyond what our planet can cope with, beyond the so-called planetary boundaries. And as we start to realize, the external costs of climate change, depleting natural resources such as groundwater and loss of biodiversity will need to be paid by society.

Media plays a big role in sensitising people about these matters. In Belgium, the number of radio programmes and news items on these matters has sharply risen the last few months. Recently, a spokesperson from the food industry said that 3 out of 5 of the main food companies considered closing their doors. Because of the rising fuel prices and costs of raw materials, they were unable to continue providing food to supermarkets at the same rock bottom prices. Unless supermarkets showed some flexibility and are ready to pay more, food companies will go bankrupt.

Is this the era when cheap food will come to an end because it is no longer feasible to ignore the external costs? It definitely forces policy-makers, farmers and others in the food system to make drastic decisions and increasingly embrace natural farming, organic farming, home gardening, short food supply chains, and less processed food, all with full attention to caring for our environment and for our farmers. For sure, the sharp rise in costs of chemical fertilizer and other supplies will encourage more farmers across the globe to experiment with organic and ecological alternatives, like biofertilizers, organic growth promoters, intercropping, cover crops and mulch.

Related Agro-Insight blogs

Stuck in the middle

Damaging the soil and our health with chemical reductionism

Reviving soils

Soil for a living planet

Out of space

Ignoring signs from nature

Home delivery of organic produce

When local authorities support agroecology

Watch the videos on Access Agriculture

Human urine as fertilizer

Turning fish waste into fertiliser

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Organic growth promoter for crops

Healthier crops with good micro-organisms

Good microbes for plants and soil

Coir pith

The wonder of earthworms

Making a vermicompost bed

Vermiwash: an organic tonic for crops

Mulch for a better soil and crop

Compost from rice straw

 

De tijden veranderen

Als ik met mijn buurboeren in België praat, vragen zij zich allemaal af hoe zij het dit jaar zullen redden, nu de kosten van kunstmest met 500% zijn gestegen. Ze betalen nu 1 euro per kilo kunstmest. De recente Russische inval in Oekraïne zal ernstige gevolgen hebben voor de mondiale voedselvoorziening, aangezien Rusland ‘s werelds grootste exporteur van stikstofhoudende meststoffen is en de op één na grootste leverancier van zowel kaliumhoudende als fosforhoudende meststoffen. Hoewel landbouwers over de hele wereld bekend staan om hun creativiteit en aanpassingsvermogen, zullen de veranderingen die in de nabije toekomst nodig zullen zijn, van een nooit eerder geziene omvang zijn. De sterke stijging van de brandstof- en meststofprijzen kan een fundamentele trigger zijn.

In België waren 2018 en 2019 extreem warm en droog. Terwijl sommige boeren het nodig vonden om te gaan kijken naar het verbouwen van andere gewassen, pompten de meeste boeren meer grondwater op om hun maïs of grasland te irrigeren om hun dieren te voeden, zelfs met tekenen van uitputting van de grondwaterreserves, wat ook de vitaliteit en het overleven van bomen aantastte.

De covid crisis in de daaropvolgende twee jaar beïnvloedde de wereldhandel en deed iedereen in de voedingssector beseffen hoezeer we afhankelijk zijn geworden van invoer, of het nu gaat om voedsel, diervoeder of materialen die nodig zijn om voedsel te verwerken en te verpakken. Om minder afhankelijk te zijn van de invoer van sojabonen, zijn veel boeren in België begonnen met het verbouwen van hun eigen vlinderbloemige voedergewassen zoals luzerne, een verschuiving die werd gestimuleerd door Europees beleid.

Terwijl een acute crisis de mensen vaak dingen duidelijker doet inzien, zijn sommige veranderingen in ons milieu decennialang onopgemerkt gebleven voor het publiek; nu pas beginnen de alarmbellen te rinkelen. Het langdurige gebruik van landbouwchemicaliën in de landbouw met monoculturen heeft een verwoestend effect gehad op onze biodiversiteit. In de imkervereniging van mijn oudste broer Wim in Vlaanderen, in het noorden van België, meldden alle leden, ook zij die hun hele leven voor bijen hadden gezorgd, dat 3 van de 4 kolonies vorige winter waren gestorven. Jos Kerkhofs, mijn bevriende imker in Erpekom in Oost-België, waar ik woon, vertelde me dat dezelfde tendens wordt waargenomen bij de leden van zijn vereniging. Terwijl lokale honing in deze tijd van het jaar een schaars goed is geworden, zijn de bredere gevolgen voor de samenleving ernstig zorgwekkend, aangezien 84% van onze gewassen afhankelijk is van bijen en wilde bestuivers.

Alle bovenstaande voorbeelden zijn wat men noemt externe kosten. Externe kosten zijn kosten die niet zijn opgenomen in de marktprijs van de geproduceerde goederen en diensten, of kosten die niet worden gedragen door degenen die ze veroorzaken. Wij hebben onze economieën verder gedreven dan wat onze planeet aankan, voorbij de zogenaamde planetaire grenzen. En naarmate we ons dat beginnen te realiseren, zullen de externe kosten van de klimaatverandering, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen zoals grondwater en het verlies van biodiversiteit door de samenleving moeten worden betaald.

De media spelen een grote rol bij het sensibiliseren van mensen over deze zaken. In België is het aantal radioprogramma’s en nieuwsberichten over deze kwesties de laatste maanden sterk toegenomen. Onlangs zei een woordvoerder van de voedingsindustrie dat 3 van de 5 belangrijkste voedingsbedrijven overwegen hun deuren te sluiten. Door de stijgende brandstofprijzen en grondstofkosten konden zij niet tegen dezelfde bodemprijzen levensmiddelen aan de supermarkten blijven leveren. Tenzij de supermarkten enige flexibiliteit aan de dag leggen en bereid zijn meer te betalen, zullen de levensmiddelenbedrijven failliet gaan.

Is dit het tijdperk waarin goedkoop voedsel tot een einde zal komen omdat het niet langer haalbaar is de externe kosten te negeren? Het dwingt beleidsmakers, boeren en anderen in het voedselsysteem zeker om drastische beslissingen te nemen en steeds meer te kiezen voor natuurlijke landbouw, biologische landbouw, moestuinieren, korte voedselvoorzieningsketens en minder bewerkt voedsel, allemaal met de volle aandacht voor de zorg voor ons milieu en voor onze boeren. Zeker is dat de sterk stijgende kosten van kunstmest en andere benodigdheden meer boeren over de hele wereld zullen aanmoedigen om te experimenteren met biologische en ecologische alternatieven, zoals bio-meststoffen, biologische groeistimulatoren, intercropping, bodembedekkers en mulch.

Home delivery of organic produce March 27th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

While the financial crisis in 2007-2008 exposed the vulnerabilities of a global market system that put blind faith in the financial institutions, Covid has been another wakeup call: the more one depends on global trade, the more fragile local food supply becomes. In many countries weekly markets closed down and while the need for food had not diminished, many farmers struggled to harvest and sell their produce.

Online shopping got a boost across the world. A recently published video by one of our partners in India shows that when farmers are organised, they can combine the best of both worlds: build on the trust they established with clients during face-to-face interactions, and use digital marketing tools to promote and sell their farm produce.

The video shows how some organic farmers in Maharashtra, India, established a group, called Saad Agronics. They have between 80 and 200 clients a week who place orders via a digital platform. Customers receive farm produce, guaranteed to be fresh and healthy, at their doorstep, while the farmers get a higher price than they would earn in the market.

For a single farmer, it is not profitable to take a few vegetables to the homes of urban consumers. As Jalindar Jadhav, one of the group members, explains in the video: “Previously, I started a home delivery service for my organic farm produce. But consumers want different types of vegetables and other food. It was not possible for me to grow all types of vegetables. So, with only a few products to offer to customers, this home delivery service was not profitable for me.”

Before each planting season, Afrin Kale organises a meeting with 25 of her fellow organic farmers to plan who will grow what type of vegetables and other produce for the group. This avoids duplication and ensures that there is enough diversity to cater to the broad demands of their clients.

“We plan in such a way that two farmers in our group never grow the same vegetables and each of us practices crop rotation. At any given time, a farmer can grow 3, 4 or more types of crops. Not all farmers grow vegetables, some grow fruits, and some grow pulses and different rice varieties or other cereals. We also check how much water is available for each farm and for how many months each farmer can supply produce,” says Siddhesh Sakore, another group member.

While covid increased the demand for healthy organic food and for home delivery services, the organised farmers at Saad Agronics were ready to respond to these changing demands. They continue to strengthen relations with their home delivery customers through open farm visits and by using social media to expand their client base. To collect orders and delivery addresses of clients, the group also had an app developed.

As with any home delivery system, one has to avoid spending all the profits on fuel and labour costs. Saad Agronics decided to only deliver in parts of the city where they had a minimum set of orders. The young members of the group are very savvy with digital tools: they use GPS to ensure fast delivery using the shortest road; WhatsApp to inform clients of the time of delivery, and they have an e-wallet so clients can pay with their mobile upon delivery.

Many organic farmers want to join this group, so the future looks bright for farmers and consumers who are all concerned with healthy food, free of chemicals. Hopefully this video from India will inspire farmers across the world.

Related Agro-Insight blogs

When local authorities support agroecology

Marketing as a performance

A market to nurture local food culture

Marketing something nice

Strawberry fields once again

Watch the video on Access Agriculture

Home delivery of organic produce

 

Levering aan huis van biologische landbouwproducten

Terwijl de financiële crisis van 2007-2008 de kwetsbaarheden blootlegde van een mondiaal marktsysteem dat blind vertrouwen stelde in de financiële instellingen, heeft Covid een andere alarmbel doen rinkelen: hoe meer men afhankelijk is van de wereldhandel, hoe kwetsbaarder de lokale voedselvoorziening wordt. In veel landen gingen de wekelijkse markten dicht en hoewel de behoefte aan voedsel niet was afgenomen, hadden veel boeren het moeilijk om hun producten te oogsten en te verkopen.

Online winkelen kreeg over de hele wereld een impuls. Een onlangs gepubliceerde video van een van onze partners in India laat zien dat wanneer boeren georganiseerd zijn, ze het beste van twee werelden kunnen combineren: voortbouwen op het vertrouwen dat ze hebben opgebouwd met klanten tijdens persoonlijke interacties, en digitale marketingtools gebruiken om hun boerderijproducten te promoten en te verkopen.

De video laat zien hoe enkele biologische boeren in Maharashtra, India, een groep oprichtten, Saad Agronics genaamd. Zij hebben tussen 80 en 200 klanten per week die bestellingen plaatsen via een digitaal platform. De klanten krijgen de producten van de boerderij gegarandeerd vers en gezond aan huis geleverd, terwijl de boeren een hogere prijs krijgen dan ze op de markt zouden verdienen.

Voor een enkele boer is het niet rendabel om een paar groenten naar de huizen van stedelijke consumenten te brengen. Zoals Jalindar Jadhav, een van de groepsleden, in de video uitlegt: “Voorheen begon ik een thuisbezorgingsdienst voor mijn biologische boerderijproducten. Maar consumenten willen verschillende soorten groenten en ander voedsel. Het was voor mij niet mogelijk om alle soorten groenten te telen. Dus, met slechts een paar producten om aan klanten aan te bieden, was deze thuisbezorgdienst niet winstgevend voor mij.”

Voor elk plantseizoen organiseert Afrin Kale een bijeenkomst met 25 van haar collega bio-boeren om te plannen wie welk soort groenten en andere producten voor de groep zal telen. Dit voorkomt overlappingen en zorgt ervoor dat er genoeg diversiteit is om aan de brede vraag van hun klanten te voldoen.

“We plannen op zo’n manier dat twee boeren in onze groep nooit dezelfde groenten telen en dat elk van ons wisselteelt toepast. Op elk moment kan een boer 3, 4 of meer soorten gewassen telen. Niet alle boeren verbouwen groenten, sommige verbouwen fruit, en sommige verbouwen peulvruchten en verschillende rijstsoorten of andere graansoorten. We controleren ook hoeveel water er beschikbaar is voor elke boerderij en voor hoeveel maanden elke boer zijn producten kan leveren,” zegt Siddhesh Sakore, een ander groepslid.

Terwijl covid de vraag naar gezonde biologische voeding en naar thuisbezorgingsdiensten deed toenemen, waren de georganiseerde boeren van Saad Agronics klaar om op deze veranderende vraag in te spelen. Ze blijven de banden met hun thuisbezorgers aanhalen door open bedrijfsbezoeken en door gebruik te maken van sociale media om hun klantenbestand uit te breiden. Om bestellingen en leveringsadressen van klanten te verzamelen, liet de groep ook een app ontwikkelen.

Zoals bij elk thuisbezorgingssysteem moet worden voorkomen dat alle winst wordt besteed aan brandstof- en arbeidskosten. Saad Agronics besloot om alleen te leveren in delen van de stad waar ze een minimum aantal bestellingen hadden. De jonge leden van de groep zijn zeer handig met digitale hulpmiddelen: ze gebruiken GPS om snel te kunnen leveren via de kortste weg; WhatsApp om klanten te informeren over het tijdstip van levering, en ze hebben een e-wallet zodat klanten met hun mobiel kunnen betalen bij levering.

Veel biologische boeren willen zich bij deze groep aansluiten, dus de toekomst ziet er rooskleurig uit voor boeren en consumenten die allemaal belang hechten aan gezond voedsel, vrij van chemicaliën. Hopelijk zal deze video uit India boeren over de hele wereld inspireren.

Bekijk de video op Access Agriculture

Home delivery of organic produce

Marketing as a performance February 13th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Some 30 years ago, eminent anthropologist Paul Richards described the practices of smallholder farmers as a type of performance, similar to theatre or a musical act. Farmers acquire skills and competence through practice, rehearsal and improvisation. This week, I learned that the same applies to the marketing of farm produce.

In the Ecuadorean Andes, SWISSAID has been supporting women’s associations for 12 years to strengthen their skills on ecological farming. They taught farmers to produce various types of compost, including with manure of guinea pigs, as well as liquid biofertilizers or bioles with good microbes that farmers apply to their soil or spray as foliar fertilizer on the trees and vegetables. The highly mixed farms that we visit with abundant fruit and vegetables testify that these farmers master the art of agroecological farming.

But within a year, SWISSAID realised that, despite farmers’ improved knowledge and skills, indigenous and smallholder farmers had no real place to sell their produce in the cities, apart from improvised stalls on the pavement. Also, consumers were not willing to pay a bonus for food that was produced without toxic agrochemicals. Clearly, farmers also required training on marketing and needed to be organised in groups. And they needed help to liaise with other institutions, such as the university and local authorities.

While working with SWISSAID on a video about agroecological markets, I realized how much progress they have made on multiple fronts. By now, the local government of Pelileo in Tungurahua Province has given the farmers’ association a fixed day to sell their organic produce at a covered market, which they call the “Farm to Fork Agroecology Fair”.

They also advocate healthy food through TV, newspapers and social media. On Thursdays, consumers know that on this day, all produce sold at the farmers’ market is produced without chemicals, and they are now willing to pay a little extra.

Attending a training session on the grounds of the market one morning with some 30 women, including two who were spinning wool and one who was breastfeeding her baby, it strikes me that the various training sessions are all led by highly dynamic trainers who are clearly skilled to capture the attention of the audience. Several farmers have brought fresh produce and on some long tables, they start to work on the display, using local pottery and nicely woven baskets. The various containers serve as a unit of sales, after which they all agree on how much to sell the specific amounts of produce.

When it is the turn of Verónica López, a young theatre coach with a pink aerobic leggings, the training shifts into another gear. Soon all the women are walking around and act together. They pause whenever Verónica gives new instructions, as they act out emotions like “anger,” “happiness” or “love.” As in a play, the women learn how their body language matters when attending a client, or what difference it makes when they look each other in the eyes. They learn that they should be friendly, but they should also speak up. Overcoming shyness is something women learn by practicing in a playful, non-confrontational environment, with fellow women farmers whom they know well.

Like in a theatre or music concert, the better the actors engage with their audience the better the play. By practicing and rehearsing new skills such as looking the consumers in the eyes, engaging with them, being friendly and patient, the rural women in Ecuador have come a long way, and their efforts are paying off.

During covid, the markets closed for three months, yet the women had built such good relations with their clients, that some of the urban consumers found their way directly to the farms around the city. SWISSAID further supported this adaptation, for example putting up signs at the farmhouses, so consumers could find the agroecological producers.

While practicing, rehearsing and improvising proved necessary ingredients for successful adaptation of farming to a changing environment, it surely also determines the success of marketing healthy food.

While Paul Richards was right, agriculture is a type of performance, apparently marketing is as well, and the art of theatre can help farmers to act effectively with customers.

Related Agro-Insight blogs

Marketing something nice

Strawberry fields once again

Acknowledgements

The visit in Ecuador to film various farmer-to-farmer training videos, including the one on “Agroecological Fairs”, was made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation. We thank SWISSAID for the tremendous support during our visit.

 

Marketing als een voorstelling

Zo’n 30 jaar geleden beschreef de eminente antropoloog Paul Richards de praktijken van kleine boeren als een soort voorstelling, vergelijkbaar met theater of een muzikale act. Boeren verwerven vaardigheden en bekwaamheid door oefening, repetitie en improvisatie. Deze week heb ik geleerd dat hetzelfde geldt voor het vermarkten van landbouwproducten.

In de Ecuadoraanse Andes steunt SWISSAID al 12 jaar vrouwenorganisaties om hun vaardigheden op het gebied van ecologische landbouw te versterken. Zij leerden de boeren verschillende soorten compost te produceren, onder meer met mest van cavia’s, en ook vloeibare biofertilizers of bioles met goede microben die de boeren op hun grond aanbrengen of als bladmeststof op de bomen en groenten spuiten. De zeer gemengde boerderijen die we bezoeken met overvloedig fruit en groenten getuigen ervan dat deze boeren de kunst van de agro-ecologische landbouw beheersen.

Maar binnen een jaar realiseerde SWISSAID zich dat, ondanks de verbeterde kennis en vaardigheden van de boeren, inheemse en kleine boeren geen echte plaats hadden om hun producten in de steden te verkopen, afgezien van geïmproviseerde stalletjes op de stoep. Bovendien waren de consumenten niet bereid een premie te betalen voor voedsel dat zonder giftige landbouwchemicaliën was geproduceerd. Het is duidelijk dat de boeren ook marketingtraining nodig hadden en dat ze in groepen moesten worden georganiseerd. En ze hadden hulp nodig bij het leggen van contacten met andere instellingen, zoals de universiteit en de plaatselijke autoriteiten.

Toen we met SWISSAID werkten aan een video over agro-ecologische markten, realiseerde ik me hoeveel vooruitgang ze op verschillende fronten hebben geboekt. Inmiddels heeft de lokale overheid van Pelileo in de provincie Tungurahua de boerenvereniging een vaste dag gegeven om hun biologische producten te verkopen op een overdekte markt, die ze de “Farm to Fork Agroecologie Markt” noemen. Ze maken ook reclame voor gezonde voeding via tv, kranten en sociale media. Op donderdag weten de consumenten dat op die dag alle producten die op de markt worden verkocht, zonder chemicaliën zijn geproduceerd, en ze zijn nu bereid om een beetje extra te betalen.

Toen we op een ochtend op het terrein van de beurs een trainingssessie bijwoonden met ongeveer 30 vrouwen, waaronder twee die wol sponnen en één die haar baby borstvoeding gaf, valt het me op dat de verschillende trainingssessies allemaal worden geleid door zeer dynamische trainers die duidelijk de aandacht van het publiek weten te trekken. Verschillende boeren hebben verse produkten meegebracht en op enkele lange tafels beginnen ze te werken aan de uitstalling, gebruik makend van lokaal aardewerk en mooi gevlochten manden. De verschillende recipiënten dienen als verkoopeenheid, waarna ze met z’n allen afspreken voor hoeveel ze de specifieke hoeveelheden producten willen verkopen.

Als het de beurt is aan Verónica López, een jonge theatercoach met een roze aerobic legging, gaat de training in een andere versnelling. Al snel lopen alle vrouwen rond en acteren ze samen. Ze pauzeren telkens wanneer Verónica nieuwe instructies geeft, terwijl ze emoties uitbeelden als “woede”, “geluk” of “liefde”. Net als in een toneelstuk leren de vrouwen hoe belangrijk hun lichaamstaal is als ze een klant te woord staan, of welk verschil het maakt als ze elkaar in de ogen kijken. Ze leren dat ze vriendelijk moeten zijn, maar dat ze ook hun zegje moeten doen. Verlegenheid overwinnen leren vrouwen door te oefenen in een speelse, niet-confronterende omgeving, met collega-boerinnen die ze goed kennen.

Net als bij een theater- of muziekconcert geldt: hoe beter de acteurs zich met hun publiek engageren, hoe beter het stuk. Door nieuwe vaardigheden te oefenen en te repeteren, zoals de consumenten in de ogen kijken, met hen omgaan, vriendelijk en geduldig zijn, hebben de plattelandsvrouwen in Ecuador een lange weg afgelegd, en hun inspanningen werpen vruchten af.

Tijdens covid waren de markten drie maanden gesloten, maar de vrouwen hadden zo’n goede band met hun klanten opgebouwd, dat een deel van de stedelijke consumenten rechtstreeks de weg vond naar de boerderijen rond de stad. SWISSAID ondersteunde deze aanpassing verder, bijvoorbeeld door borden op te hangen bij de boerderijen, zodat de consumenten de agro-ecologische producenten konden vinden.

Oefenen, repeteren en improviseren bleken noodzakelijke ingrediënten voor een succesvolle aanpassing van de landbouw aan een veranderende omgeving, maar het is zeker ook bepalend voor het succes van het vermarkten van gezond voedsel.

Paul Richards had gelijk, landbouw is een soort performance, maar blijkbaar is marketing dat ook, en de kunst van het theater kan boeren helpen om effectief met klanten om te gaan.

Farmers without borders February 6th, 2022 by

Nederlandse versie hieronder

Blanca Chancusig is a dynamic woman who manages a diverse farm in the village of Yugshiloma, in Cotopaxi province, at 2,800 meters above sea level in the Ecuadorean Andes. As we film doña Blanca for a farmer-to-farmer training video, she talks about all the benefits of living hedgerows and flowering plants, which she uses not just for medicine and to feed her guinea pigs, rabbits, her two cows and a pig, but also to attract beneficial insects that pollinate and protect her crops.

Winding up our visit, Jeff and I tell Blanca that the video in which she will feature will be ready in a few months. On the ballpoint pen that we give her we point to the Access Agriculture website address, where she can find over a hundred different training videos in Spanish.

“Also on biofertilizer and good microbes,” she replies. I interpret it as a question, but soon find out that it actually was a statement. She guides me to a little shed behind her house from where she brings out a plastic drum. As she opens the lid, I see she has prepared liquid biofertilizer.

“We learned a lot through the video on good microbes for the soil and the plants. It is very easy to do and not very costly. The only thing that is hard for me to get is broad bean flour, only that. Everything else I have at home,” Blanca says.

Two years ago, Diego Mina and his wife Mayra Coro, our local collaborators from IRD (Institut de Recherche pour le Développement) who manage the AMIGO project on agroecology, showed several women’s groups a video on good microbes that was made with farmers in India (and which was translated into Spanish). The women liked the video so much that Diego sent them a copy of it through their WhatsApp group.

In a follow up visit, Diego and Mayra decided to organize a live demonstration on how to make the mix of good microbes, with cow urine and raw sugar and other locally available ingredients, which the women provided. While the video shows chickpea flour as one of the ingredients, Diego and Mayra bought broad bean flour to use instead of chickpea flour, which is not available in Ecuador. The broad bean is a pulse which many of the women grow at this high altitude.

A year after the demonstration, at least some of the women are still experimenting with this new technology, which they learned through the video from fellow farmers in India. With a big smile on her face, Blanca tells me that she already tried it once on her maize and lupine crop, and that the results were good, so this planting season she has again prepared another 10 litres to try on her field for a second year.

Unlike what most researchers and extensionists think, smallholder farmers deeply appreciate learning from fellow farmers, even if they are thousands of kilometres away, on other continents, especially if the technologies work well, are easy to apply, and cost little money.

Related Agro-Insight blogs

Earthworms from India to Bolivia

Trying it yourself

Reviving soils

Community and microbes

Encouraging microorganisms that improve the soil

Friendly germs

Translate to innovate

Acknowledgements

The visit to Ecuador to film various farmer-to-farmer training videos with farmers like Blanca, as well as the video translations into Spanish, were made possible with the kind support of the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation.

Videos on how to improve the soil

See the many training videos on soil management hosted on the Access Agriculture video platform.

 

Boeren zonder Grenzen

Blanca Chancusig is een dynamische vrouw die een diverse boerderij beheert in het dorp Yugshiloma, in de provincie Cotopaxi, op 2.800 meter boven de zeespiegel in de Ecuadoraanse Andes. Terwijl we doña Blanca filmen voor een ‘boer-tot-boer’ trainingsvideo, vertelt ze over alle voordelen van houtkanten rond haar veld en bloeiende planten, die ze niet alleen gebruikt voor medicijnen en om haar cavia’s, konijnen, haar twee koeien en een varken te voeden, maar ook om nuttige insecten aan te trekken die haar gewassen bestuiven en beschermen.

Ter afsluiting van ons bezoek vertellen Jeff en ik Blanca dat de video waarin zij te zien zal zijn, over een paar maanden klaar zal zijn. Op de balpen die we haar geven wijzen we naar het adres van de website van Access Agriculture, waar ze meer dan honderd verschillende trainingsvideo’s in het Spaans kan vinden.

“Ook over bio-meststoffen en goede microben,” antwoordt ze. Ik interpreteer het als een vraag, maar kom er al snel achter dat het eigenlijk een constatering was. Ze leidt me naar een schuurtje achter haar huis van waaruit ze een plastic vat tevoorschijn haalt. Als ze het deksel opent, zie ik dat ze vloeibare bio-meststof heeft klaargemaakt.

“We hebben veel geleerd via de video over goede microben voor de bodem en de planten. Het is heel gemakkelijk te doen en niet erg duur. Het enige waar ik moeilijk aan kan komen is tuinbonenmeel, alleen dat. Al het andere heb ik thuis,” zegt Blanca.

Twee jaar geleden hebben Diego Mina en zijn echtgenote Mayra Coro, onze plaatselijke medewerkers van het IRD (Institut de Recherche pour le Développement) die het AMIGO-project over agro-ecologie beheren, aan verschillende vrouwengroepen een video over goede microben getoond die met boeren in India was gemaakt (en die in het Spaans werd vertaald). De vrouwen vonden de video zo goed dat Diego hen er een kopie van stuurde via hun WhatsApp-groep.

In een vervolgbezoek besloten Diego en Mayra een demonstratie te organiseren over hoe de mix van goede microben gemaakt kan worden, met koeienurine en ruwe suiker en andere lokaal beschikbare ingrediënten, die de vrouwen ter beschikking stelden. Hoewel op de video kikkererwtenmeel als een van de ingrediënten wordt getoond, kochten Diego en Mayra tuinbonenmeel om te gebruiken in plaats van kikkererwtenmeel, dat niet verkrijgbaar is in Ecuador. De tuinboon is een peulvrucht die veel van de vrouwen op deze grote hoogte verbouwen.

Een jaar na de demonstratie experimenteren ten minste sommige vrouwen nog steeds met deze nieuwe technologie, die zij via de video hebben geleerd van collega-boeren in India. Met een grote glimlach op haar gezicht vertelt Blanca me dat ze het al een keer heeft uitgeprobeerd op haar maïs- en lupinegewas, en dat de resultaten goed waren, dus dit plantseizoen heeft ze weer 10 liter klaargemaakt om het een tweede jaar op haar akker te proberen.

In tegenstelling tot wat de meeste onderzoekers en landbouwvoorlichters denken, stellen kleine boeren het zeer op prijs om te leren van collega-boeren, zelfs als die duizenden kilometers ver weg zijn, op andere continenten, vooral als de technologieën goed werken, gemakkelijk toe te passen zijn, en weinig geld kosten.

From potatoes to cows December 26th, 2021 by

Vea la versión en español a continuación

Last week I wrote about women farmers who felt a need to take a more active role in decision-making.

During the script-writing workshop, besides validating fact sheets, the writers went back to the field to share their ideas for scripts with the communities. Because once is not enough: you have to talk to several people to get a more complete vision of your topic.

In Carrillo, Cotopaxi, Ecuador, some of our script writers had interacted with the community for years. This village had a lot of experience with organization. The writers in our workshop managed to bring together a large group of women who had held leadership roles for years.

It was raining and even though we were almost on the equator, in the high Andes it soon became chilly. I was in Carrillo with Diego Montalvo, agronomist, and Guadalupe Padilla, environmental engineer, who works in the community. As we clustered on the porch of the community center, a local woman, doña Verónica, told her story. She left Carrillo to study agronomy. After graduation she lived in the city for two years, but she came home when her dad became ill. Because of her education, she was assigned a leading role in a local organization, one she has kept for years. Not that it’s always easy; the men in the group tend to listen more to male leaders, and at times they make noise to disrupt the meeting when women leaders are speaking.

At the end of a frank and useful meeting, the women farmers spontaneously began discussing another topic among themselves, something more interesting: animal health.

The whole group wanted to learn how to vaccinate, give medicines and even do minor surgery on dairy cattle.  Verónica explained that she had learned almost all there was to know about cattle at university, even artificial insemination, and she would like to help this group receive training on livestock.

The women’s group had demanded that Guadalupe prepare more information for them on how to make their own cattle feed.

It caught my attention that these outspoken, well-organized women wanted to talk so much about cows.

Later I realized why, when I spoke with some of our other writers in the workshop. Israel, Nancy, Mishel and Mayfe had met with a group of women to talk about how to manage seed potatoes.

Israel was kind of surprised when he came out of the meeting. These farmers, whose ancestors had grown potatoes for centuries, wanted to abandon the crop, to raise cattle.

The potatoes were being destroyed by a mysterious new disease called purple top, still poorly understood by scientists. The disease ruins the potatoes. The farmers have fought back against purple top by spraying insecticides every week to kill the psyllid, a small insect which may vector the disease. But even by spending a thousand dollars a year, per farm, the disease was out of control.

On the other hand, the rolling fields of Carrillo are perfect for alfalfa and other fodder crops. And cities like Quito, growing explosively, buy all the milk that Ecuador’s farmers can provide. The weekly payment from the dairy would allow the women farmers to buy food for their families.

This is why the women leaders are so interested in cattle.

Smallholders, ever adaptable, are willing to change from one farming system to another, completely different one. From potatoes to cows, to adapt to changes in the natural environment. Women farmers often value training on leadership, but farming constantly requires new technical information, which smallholders want to receive.

Related Agro-Insight blogs

It takes a family to raise a cow

Videos on dairy cows

Pure milk is good milk

Keeping milk free from antibiotics

Keeping milk clean and fresh

Hand milking of dairy cows

Taking milk to the collection centre

Making balanced feed for dairy cows

Calcium deficiency in dairy cows

Acknowledgements

Thanks to Guadalupe Padilla, Diego Montalvo, Israel Navarrete and Paul Van Mele for their comments on an earlier version of this story. Our work was supported by the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation.

DE PAPAS A VACAS

Por Jeff Bentley, 26 de diciembre del 2021

La semana pasada escribí que las agriculturas sienten la necesidad de jugar un rol más grande en la toma de decisiones.

Dos días después de leer las hojas volantes en una comunidad, los escritores volvieron al campo y compartieron sus ideas para los guiones con las comunidades. Porque una sola vez no es suficiente: hay que hablar con varias personas para tener una visión más completa de cualquier tema.

En Carrillo, Cotopaxi, Ecuador, algunos de nuestros escritores de guiones habían interactuado con la comunidad durante años. Esta comunidad tenía mucha experiencia con la organización. En Carrillo, nuestros escritores lograron reunir un grupo grande de mujeres quienes hace años habían ejercido roles de liderazgo.

Llovía, y a pesar de que estábamos casi en la línea ecuatorial, hace frío en los altos Andes. Estuve con Diego Montalvo, ingeniero agrónomo, y Guadalupe Padilla, ingeniera ambiental, quien trabaja en Carillo. Nos reunimos en el corredor de una sede comunitaria, mientras una comunera, doña Verónica, nos contó su historia. Ella dejó Carrillo para estudiar agronomía. De ingeniera vivía en la ciudad por dos años, pero volvió a su comunidad cuando su papá se enfermó. Debido a su escolaridad, ella fue asignada un rol de lideresa en una organización local, y lo ha ejercido durante años. No siempre le toca muy fácil; los hombres en el grupo suelen escuchar a los líderes varones, y a veces hacen bulla, para molestar cuando las lideresas hablan.

Al final de nuestra conversación franca y útil con las agricultoras, ellas mismas espontáneamente pasaron a otro tema, aún más interesante: la salud animal.

El grupo entero quería aprender sobre vacunar, dar medicamentos y hasta hacer cirugía menor en el ganado lechero. Verónica explicó que ella aprendió casi todo sobre el ganado en la universidad, hasta la inseminación artifició, y que le gustaría ayudar al grupo a recibir capacitación pecuaria.

El grupo de mujeres ha demandado que Guadalupe las prepare más información sobre cómo hacer su propio concentrado para el ganado.

Me llamó la atención que estas mujeres expresivas, y bien organizadas quieren hablar tanto sobre las vacas.

Luego me di cuenta porque, al hablar con otros escritores en el taller, Israel, Nancy, Mishel y Mayfe se reunieron con un grupo de mujeres para hablar sobre el buen manejo de la semilla de papa.

Israel estaba un poco sorprendido cuando salió de la reunión. Estas agricultoras que han cultivado la papa durante siglos querían abandonar el cultivo, para criar ganado.

Las papas se están destruyendo por una misteriosa nueva enfermedad llamada punta morada, todavía poco comprendida por los científicos. La enfermedad arruina la papa. Los agricultores luchan contra la punta morada fumigando insecticida cada semana para matar al psílido, un pequeño insecto que posiblemente es el vector de la enfermedad. Pero aun gastando más de mil dólares al año, por finca, la enfermedad estaba afuera de control.

Por otro lado, los ondulados campos de Carrillo son perfectos para alfalfa y otros forrajes. Y las ciudades como Quito, en crecimiento explosivo, compran toda la leche que se puede producir. El pago semanal de la lechería permite a las agricultoras comprar comida para sus familias.

Es por eso que las lideresas locales están tan interesadas en el ganado.

Los campesinos, siempre adaptándose, están dispuestos a cambiar de un sistema de producción a otro completamente diferente. De papas a vacas, para adaptarse a los cambios en su ambiente natural. Las agricultoras sí aprecian la capacitación sobre el liderazgo, pero la agricultura constantemente requiere de nueva información técnica, la cual ellas también demandan.

Related Agro-Insight blogs

It takes a family to raise a cow

Videos sobre las vacas lecheras

La leche pura es leche buena

Mantener la leche libre de antibióticos

Mantener la leche limpia y fresca

El ordeño manual de vacas

Taking milk to the collection centre

Making balanced feed for dairy cows

Calcium deficiency in dairy cows

Agradecimientos

Gracias a Guadalupe Padilla, Diego Montalvo, Israel Navarrete y Paul Van Mele por sus comentarios sobre una versión anterior de este relato. Nuestro trabajo ha sido auspiciado por el Programa Colaborativo de Investigación sobre Cultivos (CCRP) de la Fundación McKnight.

Design by Olean webdesign