WHO WE ARE SERVICES RESOURCES




Most recent stories ›
AgroInsight RSS feed
Blog

Natural solutions November 26th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

Before any of our workshops where we train local organisations to produce quality farmer-to-farmer training videos, we visit the farmers where the local trainees will develop their videos over the next two weeks. This time, we are set to train four local organisations from different regions in the Philippines.

As the training is held at the EcoPark in Bacolod on Negros Island in the Western Visayas of the Philippines, two highly experienced organic farmers were identified beforehand with very diverse integrated farms not too far from the venue.

Pastor Jerry Dionson grew up in the northern part of Negros, a region dominated by sugarcane plantations. When he decided to start growing organic food about two decades ago, he moved to Bacolod, further south. Farmers ridiculed him because his rice fields yielded only half of what they were harvesting. Three years later, he had cut back on expenses and harvested more than others in the community. He currently is elected president of one of the local irrigation associations, with 179 members.

‚ÄúEach family used to have 10 water buffaloes to prepare the fields and provide milk, but now they have machines and at most just one buffalo. Many buffaloes have also died, intoxicated by the glyphosate that farmers use to control weeds,‚ÄĚ Pastor Jerry says.

In 2010, the law on organic agriculture was passed in the Philippines, giving due recognition to this alternative farming system. Since then, Pastor Jerry’s reputation has steadily grown and he has received numerous national awards. Farmers now do take him seriously.

From his farmhouse, surrounded by banana plants, coconut palm trees, mango and jackfruit trees, we walk on narrow ditches between the paddy fields that are close to being harvested, pass by a 350 square-metre fishpond, to then arrive at some mixed vegetable fields that are on slightly higher ground.

‚ÄúIt is not just about refraining from the use of pesticides, herbicides and chemical fertilisers, but also to ensure that the family has healthy and diverse food throughout the year,‚ÄĚ says Pastor Jerry.

Pastor Jerry hosts intern agriculture students from the¬† University of Negros Occidental ‚Äď Recoletos. In one of his rice fields the students, as well as on occasion other fellow farmers, take part in his farmer field school where they learn to observe the effect of various home-made fermented liquid fertilisers made from crop, animal and fish waste.

Organic farming should not be about replacing chemical inputs with commercial organic inputs while continuing to spend a lot of money on them. In fact, while Pastor Jerry takes us on a tour on his farm, it becomes clear how all natural problems can be solved by natural solutions that are freely available. That is, if one has the right knowledge.

In one of the fields, our attention is drawn to two palm leaf fronds of which the bottoms stick out above the rice plants. In many countries, I have seen organic farmers placing sticks in their rice fields to attract birds, which eat caterpillars chewing away the leaves of rice plants. Never taking something for granted when seeing something unusual in a farmers’ field, I enquire about it.

‚ÄúThese are to control rats,‚ÄĚ Pastor Jerry says.

‚ÄúJust those two leaf fronds do the job?‚ÄĚ I ask a little puzzled, ‚Äúand the rats don‚Äôt move to other parts of the field?‚ÄĚ

‚ÄúWe place the leaf fronds there where we have observed rat damage. Once we have inserted them in the soil, the rats don‚Äôt come back. They really don‚Äôt like those leaf fronds. Don‚Äôt ask me why, but this is local knowledge that I learned from elderly farmers. And it works.‚ÄĚ

A little further, we observe small pinkish balls on the stem of one of the rice plants. They appear to be the egg masses of the infamous golden apple snail that causes serious damage to young rice seedlings. The biology and ecology of this pest is still little studied.

Native to South America, golden apple snails with their orange-yellow flesh were introduced in the Philippines between 1982 and 1984, with the intention to serve as a source of protein for low-income Filipino farmers. However, already by 1986 it became apparent that the snails thrived so prolifically in irrigated paddy fields that they became a major pest for rice farmers. Again, one of the solutions is found in nature.

Integrated rice-duck systems have a long tradition in Asia, but have had a major decline with the introduction of pesticides and herbicides since the 1960s. With the increased interest in organic rice, this integrated system is up for a revival.

Young, 3-week old ducks are released in rice fields about a week after transplanting or three weeks after direct sowing. The ducks feed on insects, such as rice planthoppers and leafrollers, as well as on small golden apple snails. Ducks control weeds and their droppings fertilise the field, resulting in better growth and yield. As a bonus, farmers can reduce their expenses for feed while the duck meat quality improves. Current research has also shown that the continuous puddling by ducks between rice plants helps to reduce methane emissions, an important greenhouse gas.

It is great that we can work with highly motivated, local partners and experienced organic farmers who are willing to share their knowledge and experience to develop some new videos in the years to come.

Photo credit: the first photograph is by John Samuels.

 

Natuurlijke oplossingen

Voorafgaand aan elk van onze workshops waar we lokale organisaties opleiden om boerentrainingsvideo’s te maken, bezoeken we boeren waar de lokale trainees de komende twee weken hun video’s zullen ontwikkelen. Deze keer trainen we vier lokale organisaties uit verschillende regio’s van de Filipijnen.

Omdat de training wordt gehouden in het EcoPark in Bacalod op Negros eiland in de Visayas, de centrale regio van de Filipijnen, zijn vooraf twee zeer ervaren biologische boeren ge√Įdentificeerd met zeer diverse, ge√Įntegreerde boerderijen, niet ver van de locatie.

Pastor Jerry Dionson groeide op in het noordelijke deel van Negros, een regio die gedomineerd wordt door suikerrietplantages. Toen hij zo’n twintig jaar geleden besloot om biologisch voedsel te gaan verbouwen, verhuisde hij naar Bacalod, meer naar het zuiden. Boeren maakten hem belachelijk omdat zijn rijstvelden maar de helft opbrachten van wat zij oogstten. Drie jaar later had hij op zijn uitgaven bezuinigd en meer geoogst dan anderen in de gemeenschap. Nu is hij gekozen tot voorzitter van een van de plaatselijke irrigatieverenigingen, met 179 leden.

“Elke familie had vroeger 10 waterbuffels om de velden te bewerken en voor hun melk, maar nu hebben ze machines en hooguit √©√©n buffel. Veel buffels zijn ook gestorven, bedwelmd door het glyfosaat dat boeren gebruiken om onkruid te bestrijden,” zegt pastor Jerry.

In 2010 werd de wet op biologische landbouw in de Filipijnen aangenomen, waardoor dit alternatieve landbouwsysteem de nodige erkenning kreeg. Sindsdien is de reputatie van pastor Jerry gestaag gegroeid en heeft hij talloze nationale prijzen ontvangen. Boeren nemen hem nu serieus.

“Het gaat niet alleen om het afzien van het gebruik van pesticiden, herbiciden en kunstmest, maar ook om ervoor te zorgen dat de familie het hele jaar door gezond en gevarieerd voedsel heeft,” zegt pastor Jerry.

Pastor Jerry is gastheer voor landbouwstudenten van de University of Negros Occidental ‚Äď Recoletos. In een van zijn rijstvelden nemen de studenten, en af en toe ook andere collega-boeren, deel aan zijn boerenveldschool waar ze het effect leren observeren van verschillende zelfgemaakte gefermenteerde vloeibare meststoffen gemaakt van gewas-, dier- en visafval.

Biologische landbouw moet niet gaan over het vervangen van chemische middelen door commerci√ęle, biologische middelen terwijl je er veel geld aan blijft uitgeven. In feite, terwijl pastor Jerry ons meeneemt op een rondleiding op zijn boerderij, wordt het duidelijk hoe alle natuurlijke problemen kunnen worden opgelost door natuurlijke oplossingen die kosteloos beschikbaar zijn. Tenminste, als je de juiste kennis hebt.

In een van de velden wordt onze aandacht getrokken door twee takken van palmbladeren waarvan de onderkant boven de rijstplanten uitsteekt. In veel landen heb ik gezien dat biologische boeren stokken in hun rijstvelden plaatsen om vogels aan te trekken, die rupsen eten die de bladeren van de rijstplanten wegvreten. Als ik iets ongewoons zie in het veld van een boer, neem ik dat nooit voor lief en vraag ernaar.

“Deze zijn om ratten te bestrijden,” zegt Pastor Jerry.

“Alleen die twee bladertakken doen het werk,” vraag ik een beetje verbaasd, “en de ratten verhuizen niet naar andere delen van het veld?”.

“We plaatsen de bladertakken daar waar we schade door ratten hebben waargenomen. Als we ze eenmaal in de grond hebben gestopt, komen de ratten niet meer terug. Ze houden echt niet van die bladertakken. Vraag me niet waarom, maar dit is lokale kennis die ik van oudere boeren heb geleerd. En het werkt.”

Iets verderop zien we kleine roze bolletjes op de stengel van √©√©n van de rijstplanten. Het blijken eiermassa’s te zijn van de beruchte gouden appelslak die ernstige schade toebrengt aan jonge rijstplantjes. De biologie en ecologie van deze plaag is nog weinig bestudeerd.

De grote, gouden appelslakken met hun oranje-gele vlees, die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komen, werden tussen 1982 en 1984 in de Filippijnen ge√Įntroduceerd met de bedoeling om als eiwitbron te dienen voor Filipijnse boeren met een laag inkomen. Maar al in 1986 werd duidelijk dat de slakken zo goed gedijden in ge√Įrrigeerde rijstvelden dat ze een grote plaag werden voor rijstboeren. Opnieuw is een van de oplossingen te vinden in de natuur.

Ge√Įntegreerde rijst-eend systemen hebben een lange traditie in Azi√ę, maar hebben een grote terugval gehad door de introductie van pesticiden en herbiciden sinds de jaren 1960. Met de toegenomen belangstelling voor biologische rijst is dit ge√Įntegreerde systeem toe aan een heropleving.

Jonge, drie weken oude eenden worden in de rijstvelden losgelaten als de plantjes minstens drie weken oud zijn. De eenden voeden zich met insecten en kleine gouden appelslakken. Eenden beheersen onkruid en hun uitwerpselen bemesten het veld, wat resulteert in een betere groei en opbrengst. Als bonus kunnen boeren hun uitgaven voor voer verlagen, terwijl de kwaliteit van het eenden vlees verbetert. Huidig onderzoek heeft tevens aangetoond dat het continue poelen door eenden tussen de rijstplanten helpt om de uitstoot van methaan, een belangrijk broeikasgas, te verminderen.

Het is geweldig dat we kunnen samenwerken met zeer gemotiveerde, lokale partners en ervaren biologische boeren die bereid zijn om hun kennis en ervaring te delen om de komende jaren een aantal nieuwe video’s te ontwikkelen.

Proinpa: Agricultural research worth waiting for May 21st, 2023 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

Agricultural research is notoriously slow. It takes years to bear fruit, and donor-funded agencies don’t always last very long. But Bolivia got lucky with one organization that survived.

It started in 1989, when the Swiss funded a project to do potato research, the Potato Research Program (Proinpa), working closely with a core staff of four scientists from the International Potato Center (CIP). Most of the other staff were young Bolivians, including many thesis students.

Ten years later, in 1998, it was time to fold up the project, but some visionary people from Proinpa, with enthusiastic support of Swiss and CIP colleagues, decided to give Proinpa a new life as a permanent agency or foundation.

By then ‚ÄúProinpa‚ÄĚ had some name-brand recognition, so they wisely kept the acronym, but changed the full name to ‚ÄúPromotion and Research of Andean Products.‚ÄĚ Proinpa‚Äôs leaders were not going to limit themselves to potatoes any more. The Swiss provided an endowment to pay for core costs, but it was not enough to run the whole organization.

Proinpa went through some rough times. When they stopped being a project, they had to give up their spacious offices in the city of Cochabamba. For a while they rented an aging building far from the city that had been used as a government rabies control center. Later, they could only afford one floor of that building. I remember being there on moving day, years ago, when they were all cramming into the smaller space, happily carrying boxes of files to squeeze together into shared offices. They were surviving.

Survival was important. Public-sector agricultural research in Bolivia was going through some rough times. The Bolivian Institute of Agricultural and Livestock Research (IBTA) closed in 1997 and its replacement died a few years later. Government agricultural research only started again In 2008, when the National Institute of Agricultural and Livestock and Forestry Innovation (INIAF) was created. During those years, Proinpa was an outstanding center for agricultural research in Bolivia, and curated priceless collections of potatoes and quinoas.

That potato seedbank was kept at Toralapa, in the countryside some 70 km from the city of Cochabamba. Over the years, Proinpa had expanded the collection from 1000 accessions to 4000. This biodiversity is the source of genetic material that plant breeders need to create new varieties. In 2010, the government, which owned the station at Toralapa, turned it over to INIAF. Proinpa worked with INIAF for a year, to ensure a stable transition, and the government of Bolivia still maintains that collection of potatoes and other Andean crops.

Proinpa recently asked me to join them for their 25th anniversary event, held at their small campus, built after 2005. The celebration started with tours of stands, where Proinpa highlighted their most important research.

Dr. Ximena Cadima, member of the Bolivian Academy of Science, explained how Proinpa has used its knowledge of local crops to breed 69 officially released new varieties, of the potato, quinoa and seven other crops. They also encouraging farmers to grow native potatoes on their farms, which is also crucial for keeping these unique crops alive.

Luis Crespo, entomologist, and Giovanna Plata, plant pathologist, explained their research to develop ecological alternatives to pest control. Luis talked about his work with insect sex pheromones. One of the many things he does is to dissect female moths and remove their scent glands, which he sends to a company in the Netherlands that isolates the sex pheromone from the glands. The company synthesizes the pheromone, makes more of it, and Proinpa uses it to bait traps. Male moths smell the pheromone, think it is a receptive female and fly to it. The frustrated males die in the trap. The females can’t lay eggs without mating, eliminating the next generation of pests before they are born.

Giovana showed us how they study the microbes that kill pathogens. She places different fungi and bacteria in petri dishes to see which microorganisms can physically displace the germs that cause crop diseases. She also isolates plant growth hormones, produced by the good microbes.

This background work on the ecology of microbes has informed Proinpa’s efforts to create a new industry of benign pest control. Jimmy Ciancas, an engineer, led us around Proinpa’s new plant, where they produce tons of beneficial bacteria and fungi to replace the chemicals that farmers use to control pests and diseases.

Proinpa also shows off the research by Dr. Alejandro Bonifacio and colleagues who are developing windbreaks of native plants and sowing wild lupines as a cover crop. This research aims to save the high Andes from the devastating erosion unleashed when the Quinoa Boom of 2010-2014 stripped away native vegetation. The soil simply blew away.

Later, we moved to Proinpa’s comfortable lunch room, which is shaded, but open to the air on three sides, perfect for Cochabamba’s climate. The place had been set up as a formal auditorium, where, for over an hour, Proinpa gave plaques to honor some of the many organizations that had helped them over the years: universities, INIAF, small-town mayors in the municipalities where Proinpa does field work. Many organizations reciprocated, giving Proinpa an award right back. Proinpa has survived because of good leadership, and because of its many friends.

In between the speeches, I got a chance to meet the man sitting next to me, Lionel Ichazo, who supervises three large, commercial farms for a food processing company in the lowlands of Eastern Bolivia. They grow soya in the summer and wheat and sorghum in the winter. Lionel confirmed what Proinpa says, that the use of natural pesticides is exploding on the low plains. Lionel uses Proinpa’s natural pesticides as a seed dressing to control disease. Lionel, who is also an agronomist and a graduate of El Zamorano, one of Latin America’s top agricultural universities (in Honduras), said that he noticed how the soil has been improving over the four years that he has used the microbes. The microorganisms were break down the crop stubble into carbon that the plants can use. Lionel added that most of the large-scale farmers are still treating their seeds with agrochemicals. But they are starting to see that the biological products work, at affordable prices, and are often even cheaper than the chemicals. Of course, the biologicals are safer to handle, and environmentally friendly. And that is key to their success. Demand is skyrocketing.

It has taken many years of research to produce environmentally-sound, biological pesticides that can convince large-scale commercial farmers to start to transition away from agrochemicals. I thought back to a time about 15 years earlier, when I saw Proinpa doing trials with farmers near Cochabamba. That was an early stage of these scientifically-sound natural products. Agricultural research is slow by nature, but like a fruit tree that takes years to mature, the wait is worth the while.

Related Agro-Insight blogs

Don’t eat the peels

Commercializing organic inputs

The best knowledge is local and scientific

Recovering from the quinoa boom

Related videos

Making enriched biofertilizer

Living windbreaks to protect the soil

The wasp that protects our crops

Managing the potato tuber moth

Acknowledgements

Paul Van Mele, Graham Thiele, Rolando Oros, Jorge Blajos and Lionel Ichazo read and commented on an earlier version of this blog.

PROINPA: INVESTIGACI√ďN AGR√ćCOLA QUE VALE LA PENA ESPERAR

Jeff Bentley, 21 de mayo del 2023

La investigaci√≥n agr√≠cola es notoriamente lenta. Tarda a√Īos en dar frutos, y los programas financiados por donantes suelen durar poco tiempo. Pero Bolivia tuvo suerte con una organizaci√≥n que sobrevivi√≥.

Empezó en 1989, cuando los suizos financiaron un proyecto nuevo, el Proyecto de Investigación de la Papa (Proinpa), en colaboración con cuatro científicos del Centro Internacional de la Papa (CIP). Casi todo el resto del personal eran jóvenes bolivianos, entre ellos muchos tesistas.

Diez a√Īos despu√©s, en 1998, lleg√≥ el momento de cerrar el proyecto, pero algunas personas visionarias de Proinpa, con el apoyo entusiasta de colegas suizos y del CIP, decidieron dar a Proinpa una nueva vida como agencia o fundaci√≥n permanente.

Para entonces “Proinpa” ya ten√≠a cierto reconocimiento como marca, as√≠ que sabiamente mantuvieron el acr√≥nimo, pero cambiaron el nombre completo a “Promoci√≥n e Investigaci√≥n de Productos Andinos”. Los dirigentes de Proinpa ya no iban a limitarse a las papas. Los suizos aportaron una dotaci√≥n para cubrir los gastos b√°sicos, pero no era suficiente para hacer funcionar toda la organizaci√≥n.

Proinpa pas√≥ por momentos dif√≠ciles. Cuando dejaron de ser un proyecto, tuvieron que abandonar sus amplias oficinas de la ciudad de Cochabamba. Durante un tiempo alquilaron un viejo edificio alejado de la ciudad que hab√≠a sido un centro gubernamental de control de la rabia. M√°s tarde, s√≥lo pudieron pagar una planta de ese edificio. Recuerdo estar all√≠ el d√≠a de la mudanza, hace a√Īos, cuando todos se dieron modos para entrar en el espacio m√°s peque√Īo, cargando alegremente cajas de archivos para apretarse en oficinas compartidas. Estaban sobreviviendo.

Sobrevivir era importante. La investigaci√≥n agraria p√ļblica en Bolivia atravesaba tiempos dif√≠ciles. El Instituto Boliviano de Investigaci√≥n Agropecuaria (IBTA) cerr√≥ en 1997 y su sustituto muri√≥ pocos a√Īos despu√©s. La investigaci√≥n agropecuaria estatal no se reanud√≥ hasta 2008, cuando se cre√≥ el Instituto Nacional de Innovaci√≥n Agropecuaria y Forestal (INIAF). Durante esos a√Īos, Proinpa fue un destacado centro de investigaci√≥n agr√≠cola en Bolivia, y conserv√≥ invaluables colecciones de papa y quinua.

Ese banco de semillas de papa se manten√≠a en Toralapa, en el campo, a unos 70 km de la ciudad de Cochabamba. Con los a√Īos, Proinpa hab√≠a ampliado la colecci√≥n de 1000 accesiones a 4000. Esta biodiversidad es la fuente de material gen√©tico que necesitan los fitomejoradores para crear nuevas variedades. En 2010, el Gobierno, que era propietario de la estaci√≥n de Toralapa, la cedi√≥ al INIAF. Proinpa trabaj√≥ con el INIAF durante un a√Īo para garantizar una transici√≥n estable, y el Gobierno de Bolivia sigue manteniendo esa colecci√≥n de papas y otros cultivos andinos.

Hace poco, Proinpa me pidi√≥ que me uniera a ellos en el acto de su 25 aniversario, celebrado en su peque√Īo campus, construido despu√©s de 2005. La celebraci√≥n comenz√≥ con visitas a los stands, donde Proinpa destac√≥ sus investigaciones m√°s importantes.

La Dra. Ximena Cadima, miembro de la Academia Boliviana de Ciencias, explic√≥ c√≥mo Proinpa ha usado su conocimiento de los cultivos locales para obtener 69 nuevas variedades oficialmente liberadas de papa, quinua y siete cultivos m√°s. Tambi√©n animan a los agricultores a cultivar papas nativas en sus chacras, lo que tambi√©n es crucial para mantener vivos estos cultivos √ļnicos.

Luis Crespo, entomólogo, y Giovanna Plata, fitopatóloga, explicaron sus investigaciones para desarrollar alternativas ecológicas al control de plagas. Luis habló de su trabajo con las feromonas sexuales de los insectos. Una de las muchas cosas que hace es disecar polillas hembras y extraerles las glándulas de olor, que envía a una empresa en Holanda que aísla la feromona sexual de las glándulas. La empresa sintetiza la feromona, fabrica más y Proinpa la usa para cebo de trampas. Las polillas machos huelen la feromona, piensan que se trata de una hembra receptiva y vuelan hacia ella. Los machos frustrados mueren en la trampa. Las hembras no pueden poner huevos sin aparearse, lo que elimina la siguiente generación de plagas antes de que nazcan.

Giovana nos mostró cómo estudian los microbios que matan a los patógenos. Coloca diferentes hongos y bacterias en placas Petri para ver qué microorganismos pueden desplazar físicamente a los gérmenes que causan enfermedades en los cultivos. También aísla hormonas de crecimiento de plantas, producidas por los microbios buenos.

Este trabajo sobre la ecología de los microbios ha permitido a Proinpa crear una nueva industria de control natural de plagas. Jimmy Ciancas, ingeniero, nos guio por la nueva planta de Proinpa, donde producen toneladas de bacterias y hongos benéficos para sustituir a los químicos que los agricultores fumigan para controlar plagas y enfermedades.

Proinpa también nos mostró las investigaciones del Dr. Alejandro Bonifacio y sus colegas, que están desarrollando rompevientos con plantas nativas y sembrando tarwi silvestre como cultivo de cobertura. Esta investigación tiene como objetivo salvar a los altos Andes de la devastadora erosión desatada cuando el boom de la quinua de (2010-2014) arrasó con la vegetación nativa. El suelo simplemente se voló.

M√°s tarde, nos trasladamos al confortable comedor de Proinpa, sombreado pero abierto al aire por tres lados, perfecto para el clima de Cochabamba. El lugar hab√≠a sido acondicionado como un auditorio formal, donde, durante m√°s de una hora, Proinpa entreg√≥ placas en honor a algunas de las muchas organizaciones que les hab√≠an ayudado a lo largo de los a√Īos: universidades, INIAF, alcaldes de municipios donde Proinpa hace trabajo de campo. Muchas organizaciones reciprocaron, entregando a Proinpa premios que ellos trajeron. Proinpa ha sobrevivido gracias a un buen liderazgo y a sus muchos amigos.

Entre los discursos, tuve la oportunidad de conocer al hombre sentado a mi lado, Lionel Ichazo, que supervisa tres fincas comerciales para una empresa molinera en las tierras bajas del este de Bolivia. Cultivan soya en verano y trigo y sorgo en invierno. Lionel confirm√≥ lo que Proinpa dice, que el uso de plaguicidas naturales se est√° disparando en las llanuras bajas. Lionel usa los plaguicidas naturales de Proinpa como tratamiento de semillas para controlar las enfermedades. Lionel, que tambi√©n es ingeniero agr√≥nomo y graduado de El Zamorano, una de las mejores universidades agr√≠colas de Am√©rica Latina (en Honduras), dijo que not√≥ c√≥mo el suelo ha ido mejorando durante los cuatro a√Īos que ha usado los microbios. Los microorganismos descompon√≠an los rastrojos en carbono que las plantas pod√≠an usar. Lionel a√Īadi√≥ que la mayor√≠a de los agricultores a gran escala siguen usando agroqu√≠micos en el tratamiento de semillas. Sin embargo, se est√° viendo que los productos biol√≥gicos funcionan, con precios accesibles y hasta m√°s baratos que los qu√≠micos. Por supuesto son m√°s sanos para el manipuleo y amigables con el medio ambiente. Y eso es la clave del √©xito de los productos. La demanda se est√° disparando.

Ha tomado muchos a√Īos de investigaci√≥n para producir plaguicidas biol√≥gicos que cuidan el medio ambiente y que puedan convencer a los agricultores comerciales para que empiecen a abandonar los productos agroqu√≠micos. Me acord√© de una √©poca, unos 15 a√Īos antes, cuando vi a Proinpa haciendo ensayos con agricultores cerca de Cochabamba. Aquella fue una etapa temprana de estos productos naturales con base cient√≠fica. La investigaci√≥n agr√≠cola es lenta por naturaleza, pero como un √°rbol frutal que tarda a√Īos en madurar, la espera vale la pena.

Previamente en el blog de Agro-Insight

No te comas las c√°scaras

Commercializing organic inputs

El mejor conocimiento es local y científico

Recuper√°ndose del boom de la quinua

Videos relacionados

Cómo hacer un abono biofoliar

Barreras vivas para proteger el suelo

La avispa que protege nuestros cultivos

Manejando la polilla de la papa

Agradecimientos

Paul Van Mele, Graham Thiele, Rolando Oros, Jorge Blajos y Lionel Ichazo leyeron e hicieron comentarios valiosos sobre una versión previa de este blog.

.

 

Organic leaf fertilizer April 16th, 2023 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

Prosuco is a Bolivian organization that teaches farmers organic farming. Few things are more important than encouraging alternatives to chemical pesticides and fertilizers.

So Prosuco teaches farmers to make two products, 1) sulfur lime: water boiled with sulfur and lime and used as a fungicide. Some farmers also find that it is useful as an insecticide. 2) Biofoliar, a fermented solution of cow and guinea pig manure, chopped alfalfa, ground egg shells, ash, and some storebought ingredients: brown sugar, yoghurt, and dry active yeast. After a few months of fermenting in a barrel, the biofoliar is strained and can be mixed in water to spray onto the leaves of plants.

Conventional farmers often buy chemical fertilizer, designed to spray on a growing crop. But this foliar (leaf) chemical fertilizer is another source of impurities in our food, because the chemical is sprayed on the leaves of growing plants, like lettuce and broccoli.

Paul and Marcella and I were with Prosuco recently, making a video in Cebollullo, a community in a narrow, warm valley near La Paz. These organic farmers usually mix biofoliar together with sulfur lime. They rave about the results. The plants grow so fast and healthy, and these home-made remedies are much cheaper than the chemicals from the shop.

The mixture does seem to work. One farmer, do√Īa Ninfa, showed us her broccoli. There were cabbage moths (plutella) flying around it and landing on the leaves. These little moths are the greatest cabbage pest worldwide, and also a broccoli pest. Do√Īa Ninfa has sprayed her broccoli with sulfur lime and biofoliar. I saw very few holes in the plant leaves, typical of plutella damage, but I couldn‚Äôt find any of their larvae, little green worms. So whatever do√Īa Ninfa was doing, it was working.

I do have a couple of questions. I wonder if, besides the nutrients in the biofoliar, if there are also beneficial microorganisms that help the plants? To know that, we would have to assay the microorganisms in the biofoliar, before and after fermenting it. Then we would need to know which microbes are still alive after being mixed with sulfur lime, which is designed to be a fungicide, i.e., to kill disease-causing fungi. The mixture may reduce the number of microorganisms, but this would not affect the quantity of nutrients for the plants. Farmer-researchers of Cebollullo have been testing different ratios of biofoliar and sulfur lime to develop the most efficient control while reducing the number of sprays, to save time and labor. This is important to them because their fields are often far from the road and far from water.

This is not a criticism of Prosuco, but there needs to be more formal research, for example, from universities, on safe, inexpensive, natural fungicides and fertilizers that farmers can make at home, and on the combinations of these inputs.

Agrochemical companies have all the advantages. They co-opt university research. They have their own research scientists as well. They have advertisers and a host of shopkeepers, motivated by the promise of earning money.

Organic agriculture has the good will of the NGOs, working with local people, and the creativity of the farmers themselves. Even a little more support would make a difference.

Previous Agro-Insight blog

Friendly germs

Related videos

Good microbes for plants and soil

Vermiwash: an organic tonic for crops

Acknowledgement

Thanks to Roly Cota, Maya Apaza, and Renato Pardo of Prosuco for introducing us to the community of Cebollullo, and for sharing their thoughts on organic agriculture with us. Thanks to María Quispe, the Director of Prosuco, and to Paul Van Mele, for their valuable comments on previous versions of this story. This work was sponsored by the Collaborative Crop Research Program (CCRP) of the McKnight Foundation.

ABONO FOLIAR ORG√ĀNICO

Jeff Bentley, 9 de abril del 2023

Prosuco es una organizaci√≥n boliviana que ense√Īa la agricultura ecol√≥gica a los agricultores. Pocas cosas son m√°s importantes que fomentar alternativas a los plaguicidas y fertilizantes qu√≠micos.

As√≠, Prosuco ense√Īa a los agricultores a hacer dos productos: 1) sulfoc√°lcico: agua hervida con azufre y cal que se usa como fungicida. Algunos agricultores tambi√©n ven que es √ļtil como insecticida. 2) Biofoliar, una soluci√≥n fermentada de esti√©rcol de vaca y cuyes, alfalfa picada, c√°scaras de huevo molidas, ceniza y algunos ingredientes comprados en la tienda: az√ļcar moreno, yogurt y levadura seca activa. Tras unos meses de fermentaci√≥n en un barril, el biofoliar se cuela y puede mezclarse con agua para fumigarlo sobre las hojas de las plantas.

Los agricultores convencionales suelen comprar fertilizantes qu√≠micos, dise√Īados para fumigar sobre un cultivo en crecimiento. Pero este fertilizante qu√≠mico foliar es otra fuente de contaminaci√≥n en nuestros alimentos, porque el producto qu√≠mico se fumiga sobre las hojas de las plantas en crecimiento, como la lechuga y el br√≥coli.

Paul, Marcella y yo estuvimos hace poco con Prosuco haciendo un video en Cebollullo, una comunidad ubicada en un valle estrecho y cálido cerca de La Paz. Estos agricultores ecológicos suelen mezclar biofoliar con sulfocálcio. Están encantados con los resultados. Las plantas crecen muy rápido y sanas, y estos remedios caseros son mucho más baratos que los productos químicos de la tienda.

La mezcla parece funcionar. Una agricultora, do√Īa Ninfa, nos ense√Ī√≥ su br√≥coli. Hab√≠a polillas del repollo (plutella) volando alrededor y pos√°ndose en las hojas. Estas peque√Īas polillas son la mayor plaga del repollo en todo el mundo, y tambi√©n del br√≥coli. Do√Īa Ninfa ha fumigado su br√≥coli con sulfoc√°lcico y biofoliar. Vi muy pocos agujeros en las hojas de la planta, t√≠picos de los da√Īos de la plutella, pero no encontr√© ninguna de sus larvas, peque√Īos gusanos verdes. Sea lo que sea, lo que do√Īa Ninfa hac√≠a, le daba buenos resultados.

Tengo un par de preguntas. Me pregunto si, adem√°s de los nutrientes del biofoliar ¬Ņhay tambi√©n microorganismos buenos que ayuden a las plantas? Para saberlo, tendr√≠amos que analizar los microorganismos del biofoliar, antes y despu√©s de fermentarlo. Entonces necesitar√≠amos saber qu√© microorganismos siguen vivos despu√©s de ser mezclados con el sulfoc√°lcico, que est√° dise√Īada para ser un fungicida, es decir, para matar hongos causantes de enfermedades. La mezcla puede que reduzca microorganismos, pero eso no debe bajar la cantidad de nutrientes favorables para las plantas. Agricultores investigadores de Cebollullo han estado probando relaciones de biofoliar y caldo sulfoc√°lcico para desarrollar un control m√°s eficiente y reducir el n√ļmero de fumigaciones, para ahorrar tiempo y trabajo, ya que sus parcelas son de dif√≠cil acceso, y lejos de las fuentes de agua. ¬†¬†.

Esto no es una crítica a Prosuco, pero es necesario que haya más investigación formal, por ejemplo, de las universidades, sobre los fungicidas y abonos seguros, baratos y naturales que los agricultores puedan hacer en casa y sobre las combinaciones de estos insumos.

Las empresas agroquímicas tienen todas las ventajas. Cooptan la investigación universitaria. También tienen sus propios investigadores. Tienen propaganda en los medios masivos y una gran red de distribución comercial, con vendedores motivados por la meta de ganar dinero.

La agricultura ecológica tiene la buena voluntad de las ONGs, que trabajan con la población local, y con la creatividad de los propios agricultores. Un poco más de apoyo haría la diferencia.

Previamente en el blog de Agro-Insight

Microbios amigables

Videos relacionados

Buenos microbios para plantas y suelo

Vermiwash: an organic tonic for crops

Agradecimiento

Gracias a Roly Cota, Maya Apaza, y Renato Pardo de Prosuco por presentarnos a la comunidad de Cebollullo, y por compartir sus ideas sobre la agricultura orgánica con nosotros. Gracias a María Quispe, Directora de Prosuco, y Paul Van Mele, por leer y hacer valiosos comentarios sobre versiones previas de este relato. Este trabajo fue auspiciado por el Programa Colaborativo de Investigación de Cultivos (CCRP) de la Fundación McKnight.

 

Watching videos with farmers February 18th, 2023 by

Vea la versi√≥n en espa√Īol a continuaci√≥n

Nederlandse versie hieronder

While making a farmer training video recently in Bolivia, we showed the community one of our previous videos. This turned out to be a useful way to help farmers understand the format of the video and how it will be produced. It also added motivation for farmers to join.

When we arrive at the village of Chigani Alto, on the shores of Lake Titicaca, at an altitude of 4,000 meters, 18 members of the local farmer association have gathered at the small building that displays a signboard saying it is a research and training centre on biological inputs. Compared to the factory we visited earlier (see blog: Commercialising biological inputs), the 2 small rooms do not immediately display any sophisticated equipment. Next door, a well-kept picturesque church indicates this is a small community.

The community members bring lunch. The style is a bit like a picnic, called apthapi in Aymara, mostly traditional dishes in their woven blankets.

As they open up their blankets on the tables, we see boiled maize on the cob, boiled cassava and native potatoes, chu√Īo (rehydrated, freeze-dried potatoes), pieces of plantain in the skin, and a chu√Īo version of oca, an Andean tuber. Some people brought broad beans, either green or brown ones that had been dried on the plant. A few prepared some salsa of tomatoes with pieces of fresh cheese. Others made traditional pancakes from mashed potatoes with pieces of onions and some other vegetables. What a delightful way to strengthen ties between community members.

Just as we are finishing this culinary feast, it starts to hail, and judging by the blackness of the sky it will not stop in the next hour. Jeff suggests that, while we wait for the weather to clear, we can watch a video in Aymara, the local language spoken in this part of the country. The hail on the corrugated sheets of the roof, however, drowns out the sound from his laptop.

Fernando Villca, the young president of the farmers’ association, suggests that we all move to the small room of the training centre, as there they have an insulated roof and a speaker system. With a little help from Roly Cota (the extensionist from Prosuco), they figure out how to connect with the laptop to the speaker via Bluetooth. Young people are clearly tech-savvy wherever we go.

From start to finish, the women and men are completely captivated by the video on living barriers. They recognise the t‚Äôola, a group of local shrubs that the farmers in the video multiply from seed, and how they then plant them in hedges to protect their soil from wind erosion. After the video, our audience immediately starts to discuss between themselves, and then turn to Jeff: ‚ÄúShow us another one.‚ÄĚ

In the meantime, the weather has cleared and Roly Cota urges us to start with the filming. He promises the farmers to screen more videos for them in Aymara on his next visit, when he will also show people how to navigate the video platform from Access Agriculture, where farmers can watch over a hundred training videos in Spanish. There is nothing more powerful than clearly articulated demand from farmers.

When Roly asks who is willing to join the filming activities the next few days, all the farmers volunteer and a few ask to be interviewed in front of the camera.

At the end of the second day, all farmers who happily participated want to know when the video will be on the internet. ‚ÄúWe cannot wait to become world famous,‚ÄĚ laughs Juana Mart√≠nez, who has seen the benefits of organic foliar sprays on her potatoes. She clearly wants to become a fervent ambassador of home-made, biofertilizer.

Related Agro-Insight blogs

Farmers without borders

Listen before you film

Get in the picture

Mix and match

A convincing gesture

Language or dialect? It’s complicated

Watch related videos on the Access Agriculture video platform

Healthier crops with good micro-organisms

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Good microbes for plants and soil

Vermiwash: an organic tonic for crops

Besides videos in English, www.accessagriculture.org has more than 100 videos in Spanish, and various in Aymara and Quechua.

Acknowledgement

The video on biofertilizer has been developed with funding from the McKnight Foundation’s Collaborative Crop Research Program (CCRP).

 

Ver videos con agricultores

Mientras grab√°bamos un video de formaci√≥n para agricultores en Bolivia, mostramos a la comunidad uno de nuestros videos anteriores. Esto result√≥ ser una forma √ļtil de ayudar a los agricultores a entender el formato del video y c√≥mo se producir√≠a. Tambi√©n sirvi√≥ para motivarles a participar.

Cuando llegamos a la comunidad de Chigani Alto, a orillas del lago Titicaca, a 4.000 metros de altitud, 18 miembros de la asociaci√≥n local de agricultores se hab√≠an reunido en el peque√Īo edificio que luce un cartel que dice que es un centro de innovaci√≥n y capacitaci√≥n sobre insumos biol√≥gicos. En comparaci√≥n con la f√°brica que visitamos antes (v√©ase el blog: Comercializaci√≥n de insumos biol√≥gicos), las 2 peque√Īas salas no luc√≠an ning√ļn equipo sofisticado. Al lado, una pintoresca iglesia bien cuidada indica que se trata de una peque√Īa comunidad.

Los miembros de la comunidad traen el almuerzo. El estilo es un poco como un picnic, llamado apthapi en aymara, en su mayoría platos tradicionales en aguayos, o mantas tejidas.

Mientras abren sus aguayos sobre las mesas, vemos choclo, yuca cocida y papas nativas, chu√Īo (papas rehidratadas y liofilizadas), trozos de pl√°tano con piel y una versi√≥n de chu√Īo de la oca, un tub√©rculo andino. Algunos trajeron habas, verdes o marrones, secadas en la planta. Unos pocos prepararon salsa de tomates con trozos de queso fresco. Otros hicieron tortitas tradicionales de pur√© de papas con trozos de cebolla y algunas otras verduras. Qu√© manera tan deliciosa de estrechar lazos entre los miembros de la comunidad.

Justo cuando estamos terminando este festín culinario, empieza a granizar y, a juzgar por la oscuridad del cielo, no parará en la próxima hora. Jeff sugiere que, mientras esperamos a que se despeje, podemos ver un video en aymara, la lengua local que se habla en esta parte del país. Sin embargo, el granizo que cae sobre las calaminas del tejado ahoga el sonido de su portátil.

Fernando Villca, el joven presidente de la asociaci√≥n de campesinos, sugiere que nos traslademos todos a la peque√Īa sala del centro de innovaci√≥n, ya que all√≠ tienen un techo aislante y un sistema de altavoces. Con un poco de ayuda de Roly Cota (el extensionista de Prosuco), descubren c√≥mo conectar el port√°til al altavoz por Bluetooth. Est√° claro que los j√≥venes saben de tecnolog√≠a en todas partes del mundo.

De inicio a fin, las mujeres y los hombres est√°n completamente cautivados por el video sobre las barreras vivas. Reconocen la t’ola, un grupo de arbustos locales que los agricultores del video multiplican a partir de semillas, y c√≥mo luego las siembran en plantines para proteger su suelo de la erosi√≥n del viento. Tras el video, nuestro p√ļblico se pone inmediatamente a discutir entre ellos, y luego se dirige a Jeff: “Ens√©√Īanos otro”.

Mientras tanto, el tiempo se ha despejado y Roly Cota nos insta a empezar con la filmaci√≥n. Promete a los agricultores proyectarles m√°s videos en aymara en su pr√≥xima visita, cuando tambi√©n les ense√Īar√° a navegar por la plataforma de videos de Access Agriculture, donde los agricultores pueden ver m√°s de cien videos de formaci√≥n en espa√Īol. No hay nada m√°s poderoso que una demanda claramente articulada por parte de los agricultores.

Cuando Roly pregunta quién está dispuesto a participar en las actividades de filmación de los próximos días, todos los agricultores se ofrecen voluntarios y unos pocos piden ser entrevistados ante la cámara.

Al final del segundo d√≠a, todos los agricultores que han participado alegremente quieren saber cu√°ndo estar√° el video en Internet. “No vemos la hora de hacernos famosos en todo el mundo”, r√≠e Juana Mart√≠nez, que ha comprobado los beneficios de las fumigaciones foliares ecol√≥gicas en sus papas. Est√° claro que quiere convertirse en una ferviente embajadora del biofertilizante artesanal.

 

Video’s bekijken met boeren

Toen we onlangs in Bolivia een trainingsvideo voor boeren maakten, lieten we de gemeenschap een van onze vorige video’s zien. Dit bleek een nuttige manier te zijn om de boeren te helpen begrijpen hoe de video eruit zal zien en hoe hij zal worden gemaakt. Het motiveerde de boeren ook om mee te doen.

Wanneer we aankomen in het dorp Chigani Alto, aan de oevers van het Titicacameer, op een hoogte van 4.000 meter, hebben 18 leden van de plaatselijke boerenvereniging zich verzameld bij het kleine gebouw met een uithangbord waarop staat dat het een onderzoeks- en opleidingscentrum voor biologische productiemiddelen is. Vergeleken met de fabriek die we eerder bezochten (zie blog: Commercialising organic inputs), tonen de 2 kleine kamers niet meteen geavanceerde apparatuur. Een goed onderhouden pittoresk kerkje ernaast geeft aan dat dit een kleine gemeenschap is.

De leden van de gemeenschap brengen de lunch mee. De stijl lijkt een beetje op een picknick, apthapi genoemd in het Aymara, meestal traditionele gerechten in hun geweven dekens.

Terwijl ze hun dekens op de tafels openslaan, zien we gekookte ma√Įs aan de kolf, gekookte cassave en inheemse aardappelen, chu√Īo (gerehydrateerde, gevriesdroogde aardappelen), stukjes bakbanaan in de schil, en een chu√Īo-versie van oca, een Andes-knol. Sommigen brachten tuinbonen mee, groene of bruine die aan de plant gedroogd waren. Enkelen bereidden een salsa van tomaten met stukjes verse kaas. Anderen maakten traditionele pannenkoeken van aardappelpuree met stukjes ui en andere groenten. Wat een heerlijke manier om de banden tussen de leden van de gemeenschap aan te halen.

Net als we dit culinaire feest aan het be√ęindigen zijn, begint het te hagelen, en te oordelen naar de zwartheid van de lucht zal het het komende uur niet ophouden. Jeff stelt voor dat we, terwijl we wachten tot het weer opklaart, een video bekijken in het Aymara, de lokale taal die in dit deel van het land wordt gesproken. De hagel op de golfplaten van het dak overstemt echter het geluid van zijn laptop.

Fernando Villca, de jonge voorzitter van de boerenvereniging, stelt voor dat we allemaal verhuizen naar de kleine ruimte van het opleidingscentrum, want daar hebben ze een ge√Įsoleerd dak en een luidsprekersysteem. Met een beetje hulp van Roly Cota (de voorlichter van Prosuco) zoeken ze uit hoe ze de laptop via Bluetooth met de luidspreker kunnen verbinden. Jonge mensen zijn duidelijk tech-savvy, waar we ook komen.

Van begin tot eind zijn de vrouwen en mannen volledig geboeid door de video over levende hagen. Ze herkennen de t’ola, een groep lokale struiken die de boeren in de video uit zaad vermeerderen, en hoe ze die vervolgens in heggen planten om hun grond te beschermen tegen winderosie. Na de video begint ons publiek meteen onderling te discussi√ęren, om zich vervolgens tot Jeff te wenden: “Laat ons er nog een zien.”

Ondertussen is het weer opgeklaard en Roly Cota spoort ons aan te beginnen met filmen. Hij belooft de boeren dat hij bij zijn volgende bezoek meer video’s in het Aymara voor hen zal vertonen, wanneer hij ook zal laten zien hoe ze kunnen navigeren op het videoplatform van Access Agriculture, waar de boeren meer dan honderd trainingsvideo’s in het Spaans kunnen bekijken. Niets is krachtiger dan een duidelijk geformuleerde vraag van de boeren.

Als Roly vraagt wie de komende dagen mee wil filmen, bieden alle boeren zich aan en een paar vragen of ze voor de camera ge√Įnterviewd kunnen worden.

Aan het eind van de tweede dag willen alle boeren die vrolijk hebben meegedaan weten wanneer de video op internet komt. “We kunnen niet wachten om wereldberoemd te worden,” lacht Juana Mart√≠nez, die de voordelen van biologische bladbemesting op haar aardappelen heeft gezien. Ze wil duidelijk een fervent ambassadeur worden van zelfgemaakte, biologische meststoffen.

Commercialising organic inputs February 5th, 2023 by

Nederlandse versie hieronder

As the world is waking up to address the challenges of environmental degradation and climate change, many countries realize that chemical fertilizers and pesticides are technologies of the past. While organic and ecological farmers use their ingenuity to keep pests and diseases at bay and to improve soil fertility with local inputs, the commercial sector has also seen the enormous potential to sell natural products.

Welcomed by engineer Jimmy Ciancas, at BioTop, the commercial wing of Proinpa, a Bolivian research agency headquartered in Cochabamba. Jeff, Ana, Marcella and I are impressed by the sophisticated, technical setup of the BioTop plant where they mass produce a wide range of organic inputs, such as probiotics. BioTop has invested decades of research and development into its organic inputs, testing them all on farmers’ field before producing them commercially.

After analysing local soil samples in the laboratory, the most effective micro-organisms are isolated, and then mass multiplied. Besides beneficial lactic acid bacteria and yeasts, BioTop also produces bacteria and fungi that can kill insect pests or harmful fungi. In each of their four bioreactors, they can multiply 120 litres of highly concentrated micro-organisms, once every three days. As it only takes 100 ml to spray a hectare, their current set up provides organic inputs for 400,000 hectares of agricultural land.

This technology has an enormous potential to boost organic and natural farming across the globe. It is also good to see a country like Bolivia making its own organic inputs, keeping some measure of independence from multinational corporations.

When we tell Jimmy Ciancas that we are making a farmer training video on biol, a fermented liquid fertilizer, we ask if Proinpa also makes this. ‚ÄúIt is one of the few products that we do not produce, because there is no profit to be made with biol. It requires too much work. Also, our commercial organic inputs need to be certified by SENASAG, the national certification agency, so we need to have highly standardised products. If the label says that it contains one type of micro-organism at a given concentration, the product needs to be as stated on the label.‚ÄĚ

I realize that these regulations are intended to standardise products, but they also limit the ability of a company to make more complex mixtures. A spoonful of soil has thousands of species of micro-organisms, so limiting a preparation to just one species may do little to increase the diversity of a complex living soil community.

I wondered if biol could be useful to fight a soil pathogen, or to boost soil fertility, so I ask Jimmy Ciancas if biol is a useful technology for farmers. ‚ÄúYes, of course it is. It enriches the complex community of soil micro-organisms with a variety of beneficial bacteria, fungi and yeasts.‚ÄĚ As farmers mix legumes that are rich in plant hormones with the fresh manure of their animals, the micro-organisms in biol made by one farmer will differ from this made by another.

I was glad to hear an expert confirm the usefulness of biol, a low-tech technology. The training video we are making on biol will be appreciated by farmers who want to make their own solutions.

The visit to the factory reminded us that bioinputs may be profitably made on different scales. A modern company with a state-of-the-art plant can refine specific, beneficial micro-organisms and sell them to farmers in convenient bottles. Meanwhile, farmers can make their own inputs with many micro-organisms, which will also fight pests and improve the soil. Commercial and craft styles of making beneficial organisms will both be useful in the transition away from imported agrochemicals.

Watch related videos on the Access Agriculture video platform

Healthier crops with good micro-organisms

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Good microbes for plants and soil

Vermiwash: an organic tonic for crops

 

Commercialisering van biologische inputs

Nu de wereld wakker wordt om de uitdagingen van de verloedering van het milieu en de klimaatverandering aan te pakken, beseffen veel landen dat chemische meststoffen en pesticiden technologie√ęn uit het verleden zijn. Terwijl biologische en ecologische boeren hun vindingrijkheid gebruiken om plagen en ziekten op afstand te houden en de vruchtbaarheid van de bodem te verbeteren met lokale inputs, heeft ook de commerci√ęle sector het enorme potentieel gezien om natuurlijke producten te verkopen.

Verwelkomd door ingenieur Jimmy Ciancas, bij BioTop, de commerci√ęle vleugel van Proinpa, een Boliviaans onderzoeksinstituut met hoofdkantoor in Cochabamba. Jeff, Ana, Marcella en ik zijn onder de indruk van de geavanceerde, technische opzet van de BioTop-fabriek waar ze een breed scala aan biologische inputs, zoals probiotica, in massa produceren. BioTop heeft tientallen jaren van onderzoek en ontwikkeling ge√Įnvesteerd in zijn biologische inputs en heeft ze allemaal getest op het veld van de boeren voordat ze commercieel worden geproduceerd.

Na analyse van lokale bodemmonsters in het laboratorium worden de meest effectieve micro-organismen ge√Įsoleerd en vervolgens massaal vermenigvuldigd. Naast nuttige melkzuurbacteri√ęn en gisten produceert BioTop ook bacteri√ęn en schimmels die insectenplagen of schadelijke schimmels kunnen doden. In elk van hun vier bioreactoren kunnen ze 120 liter sterk geconcentreerde micro-organismen vermenigvuldigen, eens in de drie dagen. Aangezien er slechts 100 ml nodig is om een hectare te besproeien, levert hun huidige opzet biologische inputs voor 400.000 hectare landbouwgrond.

Deze technologie heeft een enorm potentieel om de biologische en ecologische landbouw over de hele wereld te stimuleren. Het is ook goed om te zien dat een land als Bolivia zijn eigen biologische inputs maakt, zodat het enigszins onafhankelijk blijft van multinationals.

Als we Jimmy Ciancas vertellen dat we een trainingsvideo maken over biol, een gefermenteerde vloeibare meststof, vragen we of Proinpa die ook maakt. “Het is een van de weinige producten die we niet maken, want met biol valt geen winst te maken. Het vergt te veel werk. Bovendien moeten onze commerci√ęle biologische inputs worden gecertificeerd door SENASAG, het nationale certificeringsagentschap, dus moeten we sterk gestandaardiseerde producten hebben. Als op het etiket staat dat het √©√©n soort micro-organisme in een bepaalde concentratie bevat, moet het product zijn zoals op het etiket staat.”

Ik besef dat deze voorschriften bedoeld zijn om producten te standaardiseren, maar ze beperken ook de mogelijkheden van een bedrijf om complexere mengsels te maken. Een lepel grond bevat duizenden soorten micro-organismen, dus het beperken van een preparaat tot slechts één soort kan weinig bijdragen aan de diversiteit van een complexe levende bodemgemeenschap.

Ik vroeg me af of biol nuttig zou kunnen zijn om een bodemziekteverwekker te bestrijden, of om de vruchtbaarheid van de bodem te verhogen, dus vroeg ik Jimmy Sianca of biol een nuttige technologie is voor boeren. “Ja, natuurlijk is het dat. Het verrijkt de complexe gemeenschap van bodemmicro-organismen met een verscheidenheid aan nuttige bacteri√ęn, schimmels en gisten.”

Aangezien boeren peulvruchten die rijk zijn aan plantenhormonen mengen met de verse mest van hun dieren, zullen de micro-organismen in biol die door de ene boer worden gemaakt, verschillen van die van een andere boer.

Ik was blij een deskundige het nut van biol, een low-tech technologie, te horen bevestigen. De trainingsvideo die we over biol maken zal gewaardeerd worden door boeren die hun eigen oplossingen willen maken.

Het bezoek aan de fabriek herinnerde ons eraan dat bio-inputs op verschillende schaalniveaus rendabel kunnen worden gemaakt. Een modern bedrijf met een ultramoderne fabriek kan specifieke, nuttige micro-organismen verfijnen en ze in handige flesjes aan de boeren verkopen. Ondertussen kunnen boeren hun eigen inputs maken met vele micro-organismen, die ook plagen bestrijden en de bodem verbeteren. Zowel commerci√ęle als ambachtelijke methoden om nuttige organismen te maken zullen nuttig zijn bij de overgang van ge√Įmporteerde landbouwchemicali√ęn.

Bekijk gerelateerde videos op het Access Agriculture video platform

Healthier crops with good micro-organisms

Organic biofertilizer in liquid and solid form

Good microbes for plants and soil

Vermiwash: an organic tonic for crops

Design by Olean webdesign